Rijksmonumentenregister · Netherlands
Kerk, Stoeplaan 4
Wassenaar, Zuid-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kerk en kerkonderdeel
- Function
- Kerk
- Category
- onroerend gebouwd
- Built (approximately)
- 1930 - 1931
- Address
- Stoeplaan 4, 2243 CZ Wassenaar
- Place
- Wassenaar
- Province
- Zuid-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.11803, 4.36915
- Part of complex
- 524514
- Monument number
- 524515
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
2 historical maps cover this location, the earliest the 1914 map "30 's Gravenhage" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding complexonderdeel 1
Als onderdeel van een R.K. complex is op initiatief van bouwpastor Ch.N.J. Meijsing in de periode 12 januari 1931 tot 8 april 1932 de R.K. PAROCHIEKERK De Goede Herder gebouwd naar ontwerp van L. en diens zoon J.A. van der Laan. De kerk is vormgegeven in een Traditionalistische trant, geïnspireerd op de basilicavorm uit Vroeg-Christelijke en Bijzantynse architectuur.
Centraal thema bij de iconografie van de kerk is een parabel uit Johannes X, waarin Jezus zich vergelijkt met een 'goede' herder die zijn leven voor de schapen geeft.
Omschrijving
Uit geel-rood genuanceerde handvormsteen opgetrokken basilicale kerk bestaat uit een breed en hoog middenschip met een nokhoogte van 16,80 m, aan weerszijden lage en relatief smalle zijbeuken en heeft een afsluiting door een halfronde absis. Aan weerszijden van de viering een ondiep transept met zijkapellen. Voor de noordwestelijk zijkapel is staat een slanke en 45 m. hoge toren op vierkante grondslag. In de oksel van de zuid-oostelijke zijkapel is een doopkapel met rechts daarvan een kerkzaal (oorspronkelijk plantenserre). Schip en zijkapellen worden gedekt door een zadeldak, de zijbeuken door een lessenaarsdak; alle uitgevoerd met Maastrichtse goot en gedekt met groen geglazuurde moderne Romaanse pannen. Op de nok, ter hoogte van de viering aan de noordoostzijde, is een dakruiter van houten vakwerk geplaatst onder een ingesnoerd zadeldak, bekroond door een windvaan met haan. Nabij de entree aan de zuidwestzijde is een latijns kruis op de nok geplaatst. De dakschilden van het schip hebben kleine driehoekige dakkapellen.
Een tussenlid verbindt de westelijk zijkapel met een slanke hoge vierkante toren, die gedekt wordt door een tentdak met latijn kruis als bekroning. Tegen de oostelijke kapel is baptisterium geplaatst op een vierkante grondslag met afgeschuinde hoeken. Deze doopkapel heeft een dak in de vorm van een ingesnoerde naaldspits, gedekt met groen geglazuurde leipannen. Deuren met decoratief zwaar beslag.
De meeste vensters worden gedekt door rondbogen, hebben bakstenen afzaten en zijn voorzien van glas-in-lood. De vensters van de lichtbeuk hebben natuurstenen neuten. Natuursteen is verder ondermeer toegepast op hoekblokken en bij aanzet- en sluitstenen van het entreeportaal. Rondom worden gevels afgesloten door een fries van gele en witte geglazuurde steen met uitspringend zaagtandmotief.
Het schip is negen traveeen lang en heeft een geleding met rondboogvensters. De voorgevel (zuidwest) van het schip is een symmetrisch ingedeelde puntgevel met afgeschuinde zijkanten in de vorm van een zogenaamd kapelletjes, voorzien van natuurstenen aanzet- en sluitstenen. In het midden bevindt zich een uitgebouwd portaal onder een zadeldak, dat aan drie zijden open is. De door lage natuurstenen hoekblokken geschoorde puntgevel van het entreeportaal wordt afgesloten door een natuurstenen dekplaat. De rondbogige opening aan de voorzijde heeft natuurstenen neuten, aanzet- en sluitstenen. Het natuurstenen bordes is toegankelijk via drie gemetselde stoeptreden. Op de vier hoeken van het bordes staan lage basementen met natuurstenen dekplaten, waarop overhoeks geplaatste pijlers met natuurstenen kapitelen zijn geplaatst, die het dakportaal dragen. De dubbele entreedeur heeft decoratief beslag met bovenlicht.
Aan weerszijden van het entreeportaal bevindt zich een reeks van drie kleine rondboogvensters met op de verdieping erboven één. Centraal in het midden van de gevel bevindt zich een roosvenster met natuurstenen tracering in de vorm van een dubbele Davidster, voorzien van glas-in-lood.
Bij de beide zijgevels hebben de éénlaags zijbeuken aan de voorzijde een paar rondboogvensters. Aan de zuidwestzijde van de langsgevel bevindt zich onder een dubbele segmentboog met natuurstenen aanzetstenen een getoogde houten deur. Ervoor ligt een stoep van drie gemetselde treden. Links daarvan springt de gevel iets terug en wordt geleed door een reeks van acht paar dubbele rondboogvenster aan de noordwestzijde en zeven aan de zuidoostzijde. De lichtbeuk erboven heeft een geleding met negen grote rondboogvensters. Voor het noordwestelijke transept is de toren geplaatst, die door een smal tussenlid van een dubbel rondboogvenster met de zijbeuk van het schip is verbonden. Aan de zuidwestzijde bevindt zich een flauw spitsbogig entreeportaal waarbij een korfbogige dubbele deur wordt gedekt door een strek met daarboven een spitbogig bovenlicht, voorzien van natuurstenen tracering met glas-in-lood. Het archevolt heeft natuurstenen aanzet- en sluitstenen. De eerste bouwlaag wordt afgesloten door een segmentbogig fries. Aan alle vier de zijden bevindt zich een klein rondboogvenster met daarboven een wijzerplaat van een klok. Daarboven bevinden zich rondbogige openingen met uit decoratief opengewerkte metselwerk bestaande cirkelvormige balkons. Daarboven bevindt zich één paar rondboogvensters. De laatste geleding begint met een segmentbogigfries, dat aan de gevelhoeken wordt afgesloten door natuurstenen hoekblokken. De galmgaten erboven bestaan uit drie gekoppelde rondbogen met natuurstenen aanzetstenen, gevuld met opengewerkte profielstenen als maaswerk.
Tegen de kopgevel van het noordwestelijke transept bevindt zich als tussenlid met de kosterswoning, een rondbogig poort naar de achtergelegen begraafplaats. De poort wordt afgesloten door een ezelsrug met daaronder een fries met muizetand en geglazuurde tegels.
Aan de achterzijde (noordoost) hebben de transepten aan weerszijden van het schip een uitbouw onder een lessenaarsdak. De noordelijke is een loggia is toegankelijk via een trap aan de noordwestzijde en bestaat uit vijf op dubbele, korte pijlers, die rusten op een borstweringsmuur. Vanuit de loggia is er een entree naar de noordwestelijke kapel. De oostelijke uitbouw heeft een trap naar een rondbogige entreedeur, die leidt naar een gang, die verlicht wordt via vier rondboogvensters. Boven beide uitbouwen hebben de transepten een geleding, die ondermeer bestaat uit vier paar gekoppelde rondboogvensters. Het schip wordt afgesloten door een halfronde absis onder een zeszijdig gesloten dak. Zes hooggeplaatste rondboogvensters worden, ter hoogte van de afzaten, gekoppeld door een decoratief fries. De absisgevel wordt afgesloten door een dubbel fries met trompen op de hoeken. Symmetrisch in de gevel van het schip zijn in totaal vijf kleine rondboogvensters geplaatst.
Tegen de zuidoostelijke transept bevindt zich tegen de zuidoostgevel, onder een dwarsgeplaatste zadeldak, de onderkelderde sacristie. Hiervan heeft de noordoostelijke kopgevel drie rondboogvenster en de zuidoostelijke langsgevel twee paar dubbele en twee enkele rondboogvensters. De segmentbogige keldervensters in beide gevels hebben elk een koekoek. Tegen de zuidwestgevel van het zuidoostelijke transept is bevindt zich het baptisterium waarop een als plantenserre gebouwde aanbouw tegen aan is gebouwd. Het gevels van baptisterium worden afgesloten door een keperboogfries. Aan de zuidwestzijde bevindt zich één rondboogvenster. De aanbouw heeft aan zuidwestzijde vijf rondboogvensters met stalen roedenverdeling, waarvan één een deur is. De afgeschuinde zijgevel aan de zuidzijde heeft een drietal kleine vensters.
INTERIEUR. De plattegrondindeling en de detaillering van het interieur bevindt zich grotendeels in oorspronkelijke staat, waarbij de op de Vroeg-Christelijke en Bijzantynse architectuur geïnspireerd basilicavorm van het exterieur in het interieur is doorgevoerd. De muren zijn uitgevoerd in schoon metselwerk met een gele Friese baksteen, ten dele met blauwe en gele verglaasde sierbanden en plint. Verglaasde stenen zijn tevens decoratief toegepast in de boogtrommels en in het baptisterium. Evenals bij het exterieur is natuursteen toegepast als hoek- en sierblokjes, ondermeer bij de afgeschuinde kapellen aan weerszijden van de absis. Het zadeldak van het middenschip is een in het zicht gelaten houten kap. Op de vloer ligt travertin met aan weerszijden van het middenpad de uit de bouwtijd stammende kerkbanken.
Het driebeukige schip kent een verdeling met rondbogige scheibogen, die rusten op zware pijlers. Aan de noordoostzijde bevindt zich trap naar het priesterkoor wordt geflankeerd door communiebanken van Franse kalkzandsteen met haut-reliëfs.
J.A. van der Laan ontwierp diverse altaartafels (hoofdaltaar, Mariaaltaar), evenals de koperen kandelaars en het baldakijn van het hoofdaltaar. De uitvoering van het door een baldakijn overhuifde hoogaltaar is, evenals het tabernakel en de koperen deksel van het doopvont uitgevoerd door Jan Eloy en Leo Brom. De meeste gekleurde glas-in-loodvensters en het mozaek in de absis zijn vervaardigd door Joep Nicolas, enkele door Joan Collette; de gepolychromeerde teakhouten Madonna en de communiebanken (1931-1936) zijn uitgevoerd door Wim Nijs, een houten gesneden kruisbeeld van V.d. Winkel; de houten beelden in het kerkschip zijn van Charles Vos. De kaarsenkroon 'Lumen de Lumine is een ontwerp van M.H. Granpr Molire, P. Lampe en J. van der Laan.
Het hoofdaltaar van travertin in de absis is geplaatst onder een koperen baldakijn, waarvan de palissander kolommen een helmvormig dak dragen, gedekt met Oegstgeester dakpannen. De zes kandelaars en het tabernakel zijn van koperen.
In de absis-concha stelt een rond mozaïek de Goede Herder voor. Het noordwestelijke transept is de Maria kapel, de zuidoostelijke is oorspronkelijk gebruik als Jozefkapel.
Aan de zuidwestzijde bevindt zich de orgelgalerij met decoratief opengewerkte balustrade, toegankelijk via trappen aan weerszijden. Onder het balkon bevinden zich drie doorgangen met rondbogige bovenlichten, waarvan de middelste een dubbele deur bevat. Orgel en orgelkas zijn niet van waarde uit het oogpunt van monumentenzorg. Het roosvenster achter het orgel heeft een glas-in-loodraam, H. Petrus voorstellende.
Het baptisterium heeft ondermeer een kalkzandstenen doopvont met een koperen dekstel. De sacristie heeft de oorspronkelijke indeling met blank houten kasten en een kluis.
Waardering
De R.K. Kerk 'De Goede Herder is van algemeen belang vanwege de architectuurhistorisch waarde
- vanwege de bijzondere plaats die de kerk inneemt binnen de geschiedenis van de architectuur;
- hoogwaardige esthetische kwaliteiten in het ontwerp, dat een vroeg voorbeeld is van een R.K. op de Vroeg Christelijke architectuur geïnspireerde basiliek uit de jaren '20 van 20ste eeuw in de stijl van de Delftse School;
-vanwege de bijzondere plaats die de kerk inneemt binnen het kerkelijk oeuvre van de architecten L. en J.A. van der Laan.
- vanwege de bijzondere samenhang in stijl en materiaalgebruik tussen in- en exterieur, welke opvallen door de (zeer) hoge mate van gaafheid in hoofdvorm, materiaalgebruik en detaillering.
In stedebouwkundig opzicht is de kerk van belang vanwege de beeldbepalende situering, waarbij het in hoge mate het aanzien en het entree van de wijk bepaald en in de wijde omtrek een oriëntatiepunt is. Bovendien is de kerk een wezenlijk onderdeel van een villawijk, welke mede de aanleiding is geweest tot de oprichting van een parochiekerk. Vanwege de ensemblewaarde.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction to complex component 1
As part of a Roman Catholic complex, on the initiative of building pastor Ch.N.J. Meijsing, in the period from 12 January 1931 to 8 April 1932, the Roman Catholic PARISH CHURCH De Goede Herder was built according to designs by L. and his son J.A. van der Laan. The church is designed in a Traditionalist manner, inspired by the basilica form from Early Christian and Byzantine architecture.
The central theme of the church's iconography is a parable from John X, in which Jesus compares himself with a 'good' shepherd who gives his life for the sheep.
Description
A basilica church constructed from yellow-red nuanced handmade brick consists of a broad and high nave with a ridge height of 16.80 m, flanked on either side by low and relatively narrow aisles and has a termination by a semicircular apse. On either side of the crossing a shallow transept with side chapels. In front of the north-western side chapel stands a slender tower 45 m. high on a square base. In the corner of the south-eastern side chapel is a baptistry with to its right a church hall (originally plant conservatory). The nave and side chapels are covered by a gabled roof, the aisles by a lean-to roof; all executed with Maastricht guttering and covered with green glazed modern Romanesque tiles. On the ridge, at the level of the crossing on the north-east side, a roof turret of timber framing is placed under a constricted gabled roof, crowned by a weathervane with cockerel. Near the entrance on the south-west side a Latin cross is placed on the ridge. The roof sections of the nave have small triangular roof dormers.
A connecting link joins the western side chapel with a slender high square tower, which is covered by a tent roof with Latin cross as crowning. Against the eastern chapel a baptistry is placed on a square base with chamfered corners. This baptistry has a roof in the form of a constricted pointed spire, covered with green glazed slate tiles. Doors with decorative heavy fittings.
Most windows are covered by round arches, have brick surround and are provided with stained glass. The windows of the clerestory have natural stone mullions. Natural stone is further applied among other things on corner blocks and at the setting and closing stones of the entrance portal. All around the facades are finished by a frieze of yellow and white glazed stone with projecting sawtooth motif.
The nave is nine bays long and has a division with round-arched windows. The front facade (south-west) of the nave is a symmetrically divided pointed gable with chamfered sides in the form of so-called small chapel forms, provided with natural stone setting and closing stones. In the middle is a projecting portal under a gabled roof, which is open on three sides. The pointed gable of the entrance portal, braced by low natural stone corner blocks, is finished by a natural stone coping. The round-arched opening at the front has natural stone mullions, setting and closing stones. The natural stone platform is accessible via three masonry steps. On the four corners of the platform stand low plinths with natural stone copings, on which diagonally placed pillars with natural stone capitals are positioned, which support the roof portal. The double entrance door has decorative fittings with fanlight.
On either side of the entrance portal is a series of three small round-arched windows with one on the storey above. Centrally in the middle of the facade is a rose window with natural stone tracery in the form of a double Star of David, provided with stained glass.
At both side facades the single-storey aisles have at the front a pair of round-arched windows. On the south-west side of the long facade is, under a double segmental arch with natural stone setting stones, an arched wooden door. In front of it is a platform of three masonry steps. To the left of it the facade steps back slightly and is divided by a series of eight pairs of double round-arched windows on the north-west side and seven on the south-east side. The clerestory above has a division with nine large round-arched windows. In front of the north-western transept the tower is positioned, which is connected by a narrow connecting link with a double round-arched window to the aisle of the nave. On the south-west side is a shallow pointed-arched entrance portal where a basket-arched double door is covered by a lintel with above it a pointed-arched fanlight, provided with natural stone tracery with stained glass. The archivolt has natural stone setting and closing stones. The first storey is finished by a segmental-arched frieze. On all four sides is a small round-arched window with above it a clock face. Above these are round-arched openings consisting of decoratively perforated brickwork circular balconies. Above this are one pair of round-arched windows. The last division begins with a segmental-arched frieze, which is finished at the facade corners by natural stone corner blocks. The sound openings above consist of three coupled round arches with natural stone setting stones, filled with perforated profile stones as tracery.
Against the gable of the north-western transept is, as a connecting link with the sexton's house, a round-arched gate to the burial ground behind. The gate is finished by a saddle back with below it a frieze with mouse-tooth pattern and glazed tiles.
At the rear (north-east) the transepts have on either side of the nave an outbuilding under a lean-to roof. The northern is a loggia accessible via a staircase on the north-west side and consists of five on double, short pillars, which rest on a parapet wall. From the loggia there is an entrance to the north-western chapel. The eastern outbuilding has a staircase to a round-arched entrance door, which leads to a corridor, which is lit via four round-arched windows. Above both outbuildings the transepts have a division, which consists among other things of four pairs of coupled round-arched windows. The nave is terminated by a semicircular apse under a hexagonal closed roof. Six high-placed round-arched windows are, at the level of the setting stones, coupled by a decorative frieze. The apse gable is finished by a double frieze with squinches at the corners. Symmetrically in the gable of the nave a total of five small round-arched windows are placed.
Against the south-eastern transept is positioned against the south-east facade, under a transversely placed gabled roof, the cellared sacristy. Of this the north-east gable has three round-arched windows and the south-east long facade has two pairs of double and two single round-arched windows. The segmental-arched cellar windows in both facades each have a hopper. Against the south-west gable of the south-eastern transept is the baptistry upon which an outbuilding constructed as a plant conservatory is built against. The facades of the baptistry are finished by a herringbone-arched frieze. On the south-west side is one round-arched window. The outbuilding has on the south-west side five round-arched windows with steel glazing bars, of which one is a door. The chamfered side facade on the south side has three small windows.
INTERIOR. The floor plan layout and the detailing of the interior are for the most part in original condition, wherein the basilica form of the exterior, inspired by Early Christian and Byzantine architecture, is carried through in the interior. The walls are executed in fair-face brickwork with yellow Frisian brick, partly with blue and yellow glazed decorative bands and plinth. Glazed stones are also applied decoratively in the arch soffit and in the baptistry. As with the exterior, natural stone is applied as corner and decorative blocks, among other things at the chamfered chapels on either side of the apse. The gabled roof of the nave is an exposed timber roof truss. On the floor is travertine with church benches from the time of construction on either side of the central aisle.
The three-aisled nave has a division with round-arched arcades, which rest on heavy pillars. On the north-east side is a staircase to the priest's choir flanked by communion rails of French sandstone with high reliefs.
J.A. van der Laan designed various altar tables (high altar, Marian altar), as well as the copper candlesticks and the baldachin of the high altar. The execution of the high altar covered by a baldachin is, as well as the tabernacle and the copper cover of the baptismal font executed by Jan Eloy and Leo Brom. Most coloured stained glass windows and the mosaic in the apse were made by Joep Nicolas, some by Joan Collette; the polychromed teak wooden Madonna and the communion rails (1931-1936) were executed by Wim Nijs, a wooden carved crucifix by V.d. Winkel; the wooden figures in the church nave are by Charles Vos. The candle chandelier 'Lumen de Lumine is a design by M.H. Granpr Molire, P. Lampe and J. van der Laan.
The high altar of travertine in the apse is placed under a copper baldachin, whose rosewood columns carry a helmet-shaped roof, covered with Oegstgeest tiles. The six candlesticks and the tabernacle are of copper.
In the apse conch a round mosaic depicts the Good Shepherd. The north-western transept is the Mary chapel, the south-eastern was originally used as St. Joseph chapel.
On the south-west side is the organ gallery with decoratively perforated balustrade, accessible via stairs on either side. Under the balcony are three passages with round-arched fanlights, of which the middle one contains a double door. Organ and organ case are not of value from the point of view of monument conservation. The rose window behind the organ has a stained-glass window depicting St. Peter.
The baptistry has among other things a sandstone baptismal font with a copper cover. The sacristy has the original layout with plain wooden cupboards and a safe.
Valuation
The Roman Catholic Church 'De Goede Herder is of general importance because of its architectural-historical value
- because of the special place the church occupies within the history of architecture;
- high-quality aesthetic qualities in the design, which is an early example of a Roman Catholic basilica inspired by Early Christian architecture from the 1920s of the 20th century in the style of the Delft School;
- because of the special place the church occupies within the architectural work of architects L. and J.A. van der Laan.
- because of the special coherence in style and material use between interior and exterior, which stand out because of the (very) high degree of integrity in main form, material use and detailing.
In urban design terms, the church is of importance because of its character-defining position, whereby it to a high degree determines the appearance and entrance of the district and is an orientation point in the wide surrounding area. Moreover, the church is an essential component of a villa district, which was partly the reason for the establishment of a parish church. Because of the ensemble value.
Nearby in the register
- Kosterswoning, Stoeplaan 4 AKerkelijke dienstwoningunder 1 mi
- Schoolgebouw, Laan de Goede Herder 1Onderwijs en wetenschapunder 1 mi
- Landhuis, Stoeplaan 1Kasteel, buitenplaatsunder 1 mi
- Woonhuis, Van der Oudermeulenlaan 11Woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.