TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Duinauwe

Wassenaar, Zuid-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kasteel, buitenplaats
Function
Landhuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1911
Address
Groot Haesebroekseweg 12, 2243 EB Wassenaar
Place
Wassenaar
Province
Zuid-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.13426, 4.37467
Part of complex
524474
Monument number
524475

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1905 map "Bl. 16 's-Gravenhage, 1905" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding complexonderdeel 1

WOONHUIS van het type landhuis, genaamd 'Duinauwe', is in 1911 ontworpen door de architect A. Broese van Groenou in de traditie van de Nieuw Historiserende stijl met Elementen van de Engelse Landhuisstijl. Vanaf de jaren '50 tot 1992 is 'Duinauwe' in gebruik geweest als klooster. Daarna heeft het, na een algehele restauratie, zijn oorspronkelijke woonfunctie teruggekregen. Hierbij is, behoudens enkele toevoegingen, de oorspronkelijke indeling en detaillering grotendeels gehandhaafd. Conform het oorspronkelijke ontwerp van 1911 is het noordoostelijke paviljoen omstreeks 1994 vervangen door een serre. Hierdoor is de oorspronkelijke symmetrie van de voorgevel hersteld.

Omschrijving

Vrijstaand, onderkelderd, pand met een samengestelde plattegrond, bestaat uit twee bouwlagen onder een fors schilddak met steekkappen en Maastrichtse goot. Het dak met rode verbeterde Hollandse pannen, heeft een drietal schoorstenen met ijzeren windkappen, waarvan twee op de nokhoeken. De steekkappen hebben nokpirons. De houten goten rusten op gootklossen. Het hoofddak heeft aan voor- en zijkanten twee aangekapte dakkapellen met driedelige raampartijen. De steekkappen hebben aan de voorzijde driehoekige dakvensters onder steekkapjes, voorzien van een raam met rondbogige roedenverdeling. Ook het hoofddak heeft op vlieringhoogte een vergelijkbare dakkapel.

De gevels zijn uit grauwe baksteen (kruisverband) opgetrokken, waarbij de verdieping is voorzien van wit geschilderd ruw pleisterwerk. De begane grond wordt afgesloten door een uitkragend gemetseld fries met bloktandmotief. Zandsteen is gebruikt bij de consoles van het balkon en de entreepartij, die uitgevoerd zijn met geprofileerde pijlers en pilasters. De enkele en samengestelde venster- en deurpartijen hebben lekdorpels van groen geglazuurde steen en worden afgesloten door een rollaag, deels boven een blank gelakte houten latei. Bij de in roeden onderverdeelde ramen met openslaande benedenramen en bovenlichten, zijn met name de bovenlichten en de raampartij van het trappenhuis voorzien van gekleurd glas-in-lood.

Van de linker zijgevel (zuidwest) heeft het rechter deel op de begane grond een rechthoekige erker. Rechts bevindt zich een terugliggend geveldeel met een diep entreeportiek, voorzien van klinkerbestrating in vlechtpatroon, die aan de noordwestzijde wordt afgesloten door een opengewerkt muurtje met zandstenen dekplaten. Het vierhoekige aan twee zijden open portiekgedeelte bestaat uit twee tegen de gevel geplaatste zandstenen halfzuilen met daartegenover twee, op een postament geplaatste zandstenen zuilen. De schachten met entasis dragen decoratief gevormde kapitelen, die zwikvormige consoles dragen, waarop een latei rust. Op deze met schelpmotief uitgevoerde latei rusten de decoratieve pijlers van drie bakstenen halfronde openingen. Onder een natuurstenen latei met consoles bevindt zich de hardhouten, gesneden entreedeur met glas-in-lood spieraam en zijlichten, gevuld met glas-in-lood. Ook het bovenlicht is voorzien van glas-in-lood.

De symmetrisch opgezette voorgevel (zuidoost) heeft twee hoekrisalieten met een terugliggend middendeel, dat op de verdieping een uitspringend balkon heeft. Op de begane grond hebben de risalieten beglaasde dubbele terrasdeuren met roedenverdeelde zij- en bovenlichten. De deurpartij in het midden is vergelijkbaar van opzet, maar beslaat vrijwel de hele gevel. Op de verdieping hebben de hoekrisalieten driedelige raampartijen en is de balkonpartij vergelijkbaar met die van de hoekrisalieten op de begane grond. Het balkon met gemetselde, op consoles rustende zijkanten, heeft een houten balustrade, die rust op een houten latei met twee zware tussenbalken.

De rechter zijgevel (noordoost) is een langsgevel met vijf smalle keukenvensters. Op de verdieping zijn in totaal vier vensters geplaatst met rechts daarvan een open klokkestoel.

De achtergevel (noordwest) heeft een onregelmatige gevelindeling en bevat verschillende venstertypen. Links bevindt zich een risalerend geveldeel met op de begane grond de rechthoekige erker van de keuken onder een met pannen gedekt lessenaarsdak. Rechts daarvan is tegen het terugliggende geveldeel een éénlaags bijkeuken geplaatst onder een met pannen gedekt lessenaarsdak. In het midden een nevenentree, een vierruits deur met vierruitszijlichten, bereikbaar via een gemetselde trap met keermuurtjes. Erboven bevinden zich een groot en klein venster van het trappenhuis.

INTERIEUR. De plattegrond en indeling van het vrij rijk uitgevoerde interieur, eveneens in de traditie van de Nieuw Historiserende stijl met daarbij gevoegd elementen van de Engelse Landhuisstijl, is grotendeels gaaf bewaard gebleven. Engelse invloeden hebben vooral betrekking op de plattegrondindeling met als centraal element de 'hall', waarom heen de diverse ruimten zijn gegroepeerd: aan weerszijden de huiskamer en eetkamer met aan de achterzijde de keuken en de dienstvertrekken. De meeste ruimten hebben vrij sobere stucplafonds met profiellijsten. De openslaande, danwel schuivende paneeldeuren hebben hun oorspronkelijke omlijsting en zijn deels voorzien van (gefacetteerde) ruitjes. Enkele deuren naar representatieve ruimten, zoals de hall hebben binnen een zware omlijsting gebrandschilderde glas-in-lood zij- en/of bovenlichten. De hal is uitgevoerd met een zoldering van kinderbalken met zware moerbalken, rustend op met snijwerk uitgevoerde consoles. Langs de wanden zijn houten lambriseringen met panelen aangebracht. Een trap voert naar het met bordessen uitgevoerde trappenhuis. Andere oorspronkelijke onderdelen zijn ondermeer de verwarmingskasten om de radiatoren, diverse ingebouwde kasten met beglaasde deuren en enkele schouwen. De keuken en dienkamer hebben de oorspronkelijke buffetkasten, deels met deuren met ruitjes. De schouw in de keuken is uitgevoerd met geklonken ijzeren platen, rustend op gebogen steunen. Op de verdieping is de oorspronkelijke indeling met diverse slaapvertrekken vrijwel gehandhaafd. Bij het trappenhuis getoogde doorgangen naar de gangen die leiden naar de diverse vertrekken. Ook hier is de indeling grotendeels gehandhaafd.

Waardering

Het uit 1911 daterende landhuis 'Duinauwe', hoofdonderdeel van het gelijknamige complex, is van algemeen belang:

- vanwege de cultuurhistorische waarde, als representatief voorbeeld van een landhuis uit de eerste fase in de ontwikkeling van Wassenaar tot villadorp uit het begin van de 20ste eeuw, welke door huis- en parkaanleg het karakter heeft van een historische buitenplaats;

- vanwege de architectuurhistorische waarde, als een voor de bouwtijd kenmerkend voorbeeld van een landhuis in de trant van de Nieuw Historiserende stijl met elementen van de Engelse Landhuisstijl uit het begin van de 20ste eeuw en als een karakteristiek voorbeeld uit het oeuvre van de Haagse architect A. Broese van Groenou.

Het pand is gaaf in hoofdvorm, materiaalgebruik en detaillering, zowel wat het exterieur als het interieur betreft.

Tevens heeft het pand ensemblewaarde met de omringende tuinaanleg en als beeldbepalend onderdeel van met grote landhuizen verkavelde voormalige historische buitenplaats Wildrust.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction to complex component 1

DWELLING HOUSE of the country house type, named 'Duinauwe', was designed in 1911 by architect A. Broese van Groenou in the tradition of the Neo-Historicist style with elements of the English Country House style. From the 1950s until 1992, 'Duinauwe' was used as a monastery. Subsequently, following comprehensive restoration, it regained its original residential function. In this process, with the exception of a few additions, the original layout and detailing were largely preserved. In accordance with the original design of 1911, the north-east pavilion was replaced around 1994 by a conservatory. This restored the original symmetry of the front facade.

Description

Freestanding, cellared building with a composite ground plan, consisting of two storeys under a substantial hipped roof with roof tiles and Maastricht guttering. The roof with red improved Dutch tiles has three chimneys with iron wind caps, two of which are on the ridge corners. The roof tiles have ridge cresting. The wooden gutters rest on gutter brackets. The main roof has on the front and side elevations two attached roof dormers with three-part window arrangements. The roof tiles have triangular roof windows on the front under small roof tile coverings, fitted with a window with round-arched glazing bars. The main roof also has a similar roof dormer at attic height.

The facades are constructed of grey brick (English bond), with the upper storey having white-painted rough rendering. The ground floor is finished with a projecting brick frieze with dentil moulding. Sandstone is used for the console brackets of the balcony and the entrance arrangement, which are executed with profiled pilasters and pilasters. The single and combined window and door arrangements have drip mouldings of green glazed stone and are finished with a roll moulding, partly above a blank lacquered wooden lintel. In the glazed-bar windows with opening lower windows and fanlights, in particular the fanlights and the window arrangement of the stairwell are fitted with coloured leaded glass.

On the left side elevation (south-west), the right part on the ground floor has a rectangular bay window. To the right is a recessed facade section with a deep entrance portico, fitted with brick paving in a plaited pattern, which is closed off on the north-west side by an open-work wall with sandstone coping stones. The quadrilateral portico section, open on two sides, consists of two sandstone half-columns set against the facade, with two sandstone columns placed on a pedestal opposite them. The shafts with entasis carry decoratively formed capitals, which support cusp-shaped console brackets, on which a lintel rests. On this lintel, executed with a shell motif, rest the decorative pilasters of three brick half-round openings. Below a natural stone lintel with console brackets is the hardwood, carved entrance door with leaded glass fanlight and side panels, filled with leaded glass. The fanlight is also fitted with leaded glass.

The symmetrically arranged front facade (south-east) has two corner risalits with a recessed central section, which on the upper storey has a projecting balcony. On the ground floor, the risalits have glazed double terrace doors with glazed-bar side and fanlights. The door arrangement in the middle is similar in layout, but covers almost the entire facade. On the upper storey, the corner risalits have three-part window arrangements and the balcony arrangement is similar to that of the corner risalits on the ground floor. The balcony with brick sides resting on console brackets has a wooden balustrade, which rests on a wooden lintel with two heavy intermediate beams.

The right side elevation (north-east) is a long side with five narrow kitchen windows. On the upper storey, a total of four windows are placed with an open bell cote to the right of these.

The rear facade (north-west) has an irregular facade layout and contains various window types. On the left is a projecting facade section with on the ground floor the rectangular bay window of the kitchen under a lean-to roof covered with tiles. To the right of this, against the recessed facade section, a single-storey scullery is placed under a lean-to roof covered with tiles. In the middle a side entrance, a four-pane door with four-pane side panels, accessible via a brick staircase with wing walls. Above these are a large and small window of the stairwell.

INTERIOR. The ground plan and layout of the fairly richly executed interior, likewise in the tradition of the Neo-Historicist style with added elements of the English Country House style, has been largely well preserved. English influences relate particularly to the ground plan layout with as central element the 'hall', around which the various rooms are grouped: on either side the sitting room and dining room with at the rear the kitchen and service rooms. Most rooms have fairly plain stucco ceilings with mouldings. The opening, or sliding panelled doors have their original surrounds and are partly fitted with (faceted) panes. Some doors to representative rooms, such as the hall, have within a heavy surround stained leaded glass side and/or fanlights. The hall is executed with a ceiling of ceiling beams with heavy tie-beams, resting on console brackets executed with carving. Along the walls wooden wall panelling with panels is fitted. A staircase leads to the stairwell with landings. Other original components include among others the heating boxes around the radiators, various built-in cupboards with glazed doors and several fireplaces. The kitchen and pantry have the original buffet cupboards, partly with doors with panes. The fireplace in the kitchen is executed with riveted iron plates, resting on curved supports. On the upper storey the original layout with various bedrooms is largely maintained. Arched passages adjacent to the stairwell lead to corridors which lead to the various rooms. The layout here is also largely maintained.

Valuation

The country house 'Duinauwe' dating from 1911, main component of the complex of the same name, is of general importance:

- on account of its cultural-historical value, as a representative example of a country house from the first phase in the development of Wassenaar into a villa village from the beginning of the 20th century, which through house and park layout has the character of a historical country estate;

- on account of its architectural-historical value, as an example characteristic of its building period of a country house in the manner of the Neo-Historicist style with elements of the English Country House style from the beginning of the 20th century and as a characteristic example from the oeuvre of The Hague architect A. Broese van Groenou.

The building is intact in its main form, use of materials and detailing, both with regard to the exterior and the interior.

Moreover, the building has ensemble value with the surrounding garden layout and as a visually defining component of the former historical country estate Wildrust subdivided with large country houses.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map