Rijksmonumentenregister · Netherlands
Gerechtsgebouw
Rotterdam, Zuid-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Gerechtsgebouw
- Function
- Gerechtsgebouw(EX3)
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1898 - 1899
- Address
- Noordsingel 115, 3035 EM Rotterdam (and others)
- Place
- Rotterdam
- Province
- Zuid-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.93175, 4.47686
- Part of complex
- 524374
- Monument number
- 524375
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1907 map "[Kaart van de Rotte door Jan Potter, landmeter]" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
GERECHTSGEBOUW ten behoeve van de Arrondissementsrechtbank en het Kantongerecht, hoofdonderdeel van het gerechtscomplex aan de Noordsingel, gebouwd in 1898-1899 in neorenaissancestijl naar ontwerp van W.C. Metzelaar.
Omschrijving
Het gerechtsgebouw telt een kelder, twee bouwlagen en een kapverdieping onder met leien bedekte schild- en zadeldaken. Het negentien vensterassen brede en van oorsprong vier vensterassen diepe gebouw heeft een klassieke, streng symmetrische opbouw, bestaande uit een brede middenrisaliet van drie vensterassen, geflankeerd door zijvleugels van middenrisalieten en smallere hoekrisalieten, beide van één vensteras. De voor- en zijgevels zijn boven een natuurstenen plint opgetrokken in gele verblendsteen met banden en rollagen van rode verblendsteen. Natuursteen is veelvuldig toegepast voor hoek- en sluitstenen, consoles, diamantblokken, speklagen en cordonlijsten. De gevels zijn verticaal geleed door gemetselde pilasters in kolossale orde met basementen en kapitelen aan weerszijden van alle vensters. Horizontale geleding vindt plaats door een dubbele doorlopende cordonlijst onder de vensters op de begane grond en aan de onder- en bovenzijde van de eerste verdieping. Tussen de cordonlijsten loopt een fries van geel, rood en blauw siermetselwerk. Ter hoogte van de pilasters bevinden zich aan de onderzijde van de vensters natuurstenen diamantblokken, aan de bovenzijde zijn hier op natuurstenen plaquettes in gouden letters namen van bekende rechtsgeleerden aangebracht. De rechthoekige vensters zijn gevat in houten geprofileerde kozijnen met in de bovenlichten een fijne verticale geleding voorzien van glas-in-lood. De lateibalken zijn van ijzer en gedecoreerd met rozetten. Op de begane grond hebben de vensters boven de latei een terracotta fries met bladornamenten. De vensters van de verdieping zijn voorzien van ontlastingsbogen met in de boogvelden een reliëf van wijnranken en wapenschilden. De gevels worden direct boven een sierfries beëindigd met een geprofileerde houten daklijst op consoles. Het dak is, boven de terugliggende delen van de gevel, voorzien van aedicula-vormige dakkapellen met kruisvensters en boven het fronton een pinakel. De afgeplatte schilddaken van de centrale middenrisaliet zijn voorzien van een sierlijk gesmeed hekwerk. In het midden van het platte dak is een hoge, witgeschilderde vlaggenmast bevestigd. De centrale middenrisaliet heeft op de begane grond in het midden een getoogde poortdoorgang die toegang verleent tot de achter het gebouw gelegen binnenplaats. In de as hiervan bevindt zich de toegang tot het uit 1872 daterende cellulaire gevangeniscomplex. De poortdoorgang is overwelfd door gemetselde troggewelfjes op ijzeren binten. In de poortdoorgang bevindt zich aan weerszijden in het midden een dienstingang, geflankeerd door twee rechthoekige vensters met getoogde rollagen. De doorgang wordt aan de voorgevel geflankeerd door dubbele Dorische pilasters, die tot aan de eerste verdieping doorlopen.
Aan weerszijden hiervan bevinden zich smalle schuifvensters met frontons. Op de verdieping in het midden een vensterpui bestaande uit vier hoge gekoppelde vensters, die de algemene zittingzaal verlicht. Links en rechts naast de pilasterstelling een smal getoogd venster. Hier in plaats van een bovenlicht een natuurstenen plaquette waarop in het linker venster 'Anno' en in het rechter venster '1899' is aangebracht. De ingangspartij is aan de bovenzijde afgesloten door een groot fronton met in het timpaan een reliëf met twee leeuwen die het wapenschild van Nederland dragen. Voorts, in gouden letters, de inititalen van de architect: 'W.C.M.' Het fronton wordt bekroond door drie witgeverfde gebeeldhouwde figuren: op de nok van het fronton Vrouwe Justitia met weegschaal en zwaard, links een rechtsgeleerde met boeken en rechts een knielende smekeling. De middenrisalieten in de zijvleugels bevatten links en rechts respectievelijk de toegangen tot de Arrondissementsrechtbank en het Kantongerecht. De ingangen, die beide worden ontsloten door een ruime toegangshal met vrijwel identieke trappenhuizen, bestaan uit geprofileerde en met bladornamenten gedecoreerde, dubbele houten deuren met bovenlichten geflankeerd door smeedijzeren lantaarns. De risalieten worden op de verdieping beëindigd door frontons bekroond door drie beelden van schildhoudenden leeuwen.
Daarachter liggen aparte schilddaken met in de schilden kleine driehoekige dakkapelletjes. De ingangsrisalieten worden bekroond door houten aedicula-vormige torentjes. In de linker toren, op iedere zijde gouden wijzerplaten tussen de pilasters. In de rechter toren bevinden zich op dezelfde plaats galmgaten. De torenjes zijn voorzien van een met lood beklede torenhelm met een windvaan. De zijgevels hebben een identieke gevelgeleding met Dorische pilasters en cordonlijsten. De zuidelijke zijgevel heeft een risalerend middendeel van twee vensterassen. Het eveneens risalerende dak bevat boven iedere vensteras een aedicula-vormige dakkapel. De noordelijke zijgevel heeft geen risaliet en is drie vensterassen breed. De achtergevel is soberder uitgevoerd in donkerrode baksteen, conform het ernaast gelegen notarieel archief, met een identieke gevelgeleding van getoogde vensters en dakkapellen. Het pand is aan de achterzijde aan weerszijden van de poortdoorgang door middel van twee uitbouwen van twee bouwlagen verbonden met de achterliggende Cellulaire gevangenis, waardoor een binnenplaats is ontstaan. Op de verdieping van deze uitbouwen bevinden zich de zittingzalen. Deze zijn zowel via het gerechtsgebouw als de gevangenis te bereiken.
Het gebouw, dat oorspronkelijk inwendig geheel was gepleisterd en voorzien van geverfde lambrizeringen, stucplafonds en deuromlijstingen met frontons in neo-Renaissancestijl, is op onderdelen in de loop der jaren aangepast aan de eisen van de tijd. In vrijwel oorspronkelijke staat bevinden zich nog de beide hallen met trappenhuizen, de zittingszalen, de bibliotheek en de kamer van de president van de rechtbank. De toegangshallen lopen door over de volledige hoogte van het gebouw en zijn voorzien van lichtkappen. Aan twee zijden gaan trappen omhoog met smeedijzeren balustrades met bloemdecoraties, houten trapleuningen, natuurstenen pijlers en traptreden van Noors graniet. De trappen sluiten aan op omgaande galerijen, die gedragen worden door ijzeren balken op natuurstenen zuilen. Aan weerszijden, ter hoogte van het trapbordes, een groot glas-in-loodvenster. Precies door het midden van de hallen liggen in de as van de ingang overlopen, die naar de zittingzalen leiden aan de achterzijde van het gebouw. De zittingzalen hebben aan de ene zijde een podium voor de magistratum en aan de tegenoverliggende zijde een publieke tribune. De zalen zijn voorzien van lambrizering en stucplafonds en worden door drie paar gekoppelde gietijzeren zuilen in vier traveeën verdeeld. De bibliotheek aan de voorzijde van de eerste verdieping heeft een rechthoekige plattegrond en wit geverfde houten boekenkasten langs de wanden, bekroond door alternerend gebogen en driehoekige frontons. De presidentskamer heeft houten lambrizeringen, geprofileerde deuromlijstingen en een stucplafond.
Waardering
Laat negentiende eeuws, in neorenaissancestijl uitgevoerd, gerechtsgebouw met bijbehorende interieurs, oorspronkelijk bestemd voor de Arrondissementsrechtbank en het Kantongerecht, hoofdonderdeel van het gerechtscomplex aan de Noordsingel. In die zin van algemeen belang wegens architectuur-, cultuur- en sociaalhistorische waarde alsook typologische waarde. Tevens van belang wegens de grote beeldbepalende en situationele waarde aan de Noordsingel en de ensemblewaarde met het westelijk gelegen notarieel archief en de achterliggende Cellulaire gevangenis. Het Rotterdamse gerechtsgebouw neemt een belangrijke positie in binnen het oeuvre van (rijks)architect W.C. Metzelaar.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
COURTHOUSE for the benefit of the District Court and the Cantonal Court, principal component of the court complex on the Noordsingel, built in 1898-1899 in neo-Renaissance style after a design by W.C. Metzelaar.
Description
The courthouse comprises a basement, two storeys and an attic storey beneath slate-covered hipped and gabled roofs. The building, nineteen window bays wide and originally four window bays deep, has a classical, strictly symmetrical composition consisting of a broad central risalit of three window bays, flanked by side wings with central risalits and narrower corner risalits, each of one window bay. The front and side facades are built above a natural stone plinth in yellow facing brick with bands and roll-courses of red facing brick. Natural stone is extensively used for corner and quoins, consoles, diamond blocks, ashlar courses and cornice strings. The facades are articulated vertically by brick-laid pilasters in colossal order with bases and capitals on either side of all windows. Horizontal articulation is provided by a double continuous cornice string beneath the windows on the ground floor and at the lower and upper edges of the first storey. Between the cornice strings runs a frieze of yellow, red and blue decorative brickwork. At the height of the pilasters, below the windows are natural stone diamond blocks; above, natural stone plaques with golden letters bearing the names of renowned jurists are affixed. The rectangular windows are set in profiled wooden frames with fine vertical glazing bars in the fanlights provided with leaded glass. The lintels are of iron and decorated with rosettes. On the ground floor, the windows above the lintel have a terracotta frieze with leaf ornaments. The windows of the storey are provided with relieving arches with relief work of vine scrolls and heraldic shields in the spandrels. The facades are terminated directly above a decorative frieze with a profiled wooden cornice on consoles. The roof, above the recessed parts of the facade, is provided with aedicula-shaped roof dormers with cross windows and above the pediment a pinnacle. The flattened hipped roofs of the central risalit are provided with ornate wrought-iron railings. In the centre of the flat roof a tall, white-painted flagpole is fixed. The central risalit has on the ground floor in the centre a vaulted gateway passage providing access to the courtyard behind the building. In the axis of this is located the entrance to the cellular prison complex dating from 1872. The gateway passage is vaulted by brick barrel vaults on iron beams. In the gateway passage are located on either side in the centre a service entrance, flanked by two rectangular windows with vaulted roll-courses. The passage is flanked on the front facade by double Doric pilasters, which continue to the first storey.
On either side of these are narrow sash windows with pediments. On the storey in the centre a window wall consisting of four tall coupled windows, which illuminate the general courtroom. To the left and right of the pilaster arrangement a narrow vaulted window. Here instead of a fanlight a natural stone plaque with 'Anno' on the left window and '1899' on the right window. The entrance arrangement is closed at the top by a large pediment with in the tympanum a relief with two lions bearing the coat of arms of the Netherlands. Furthermore, in golden letters, the initials of the architect: 'W.C.M.' The pediment is crowned by three whitewashed sculptured figures: on the ridge of the pediment Lady Justice with scales and sword, on the left a jurist with books and on the right a kneeling supplicant. The risalits in the side wings contain on the left and right respectively the entrances to the District Court and the Cantonal Court. The entrances, which are both accessed through a spacious entrance hall with virtually identical staircases, consist of profiled wooden double doors decorated with leaf ornaments and fanlights flanked by wrought-iron lamps. The risalits are terminated on the storey by pediments crowned by three shield-bearing lions.
Behind them lie separate hipped roofs with in the gables small triangular roof dormers. The entrance risalits are crowned by wooden aedicula-shaped little towers. In the left tower, on each side golden clock faces between the pilasters. In the right tower are located at the same place louvres. The little towers are provided with a lead-clad tower helmet with a weather vane. The side facades have an identical facade articulation with Doric pilasters and cornice strings. The southern side facade has a projecting middle section of two window bays. The likewise projecting roof contains above each window bay an aedicula-shaped roof dormer. The northern side facade has no risalit and is three window bays wide. The rear facade is more soberly executed in dark red brick, in keeping with the adjacent notarial archive, with an identical facade articulation of vaulted windows and roof dormers. The building is connected on the rear on either side of the gateway passage by means of two extensions of two storeys with the rear-lying Cellular Prison, thereby creating a courtyard. On the storey of these extensions are located the courtrooms. These can be accessed both via the courthouse and the prison.
The building, which was originally entirely plastered internally and provided with painted wainscoting, stucco ceilings and door surrounds with pediments in neo-Renaissance style, has been adapted in parts over the years to meet contemporary requirements. In virtually original condition still remain the two halls with staircases, the courtrooms, the library and the chamber of the president of the court. The entrance halls extend through the full height of the building and are provided with skylights. On two sides stairs ascend with wrought-iron balustrades with flower decorations, wooden handrails, natural stone piers and stairs treads of Norwegian granite. The stairs connect to surrounding galleries, which are supported by iron beams on natural stone columns. On either side, at the height of the stair landing, a large leaded glass window. Precisely through the middle of the halls lie in the axis of the entrance connecting passages, which lead to the courtrooms at the rear of the building. The courtrooms have on one side a platform for the magistrature and on the opposite side a public gallery. The rooms are provided with wainscoting and stucco ceilings and are divided by three pairs of coupled cast-iron columns into four bays. The library at the front of the first storey has a rectangular floor plan and white-painted wooden bookcases along the walls, crowned by alternately curved and triangular pediments. The president's chamber has wooden wainscoting, profiled door surrounds and a stucco ceiling.
Valuation
Late nineteenth century, executed in neo-Renaissance style, courthouse with associated interiors, originally intended for the District Court and the Cantonal Court, principal component of the court complex on the Noordsingel. In that sense of general importance by reason of architectural, cultural and social-historical value as well as typological value. Furthermore of importance by reason of the great townscape-defining and situational value on the Noordsingel and ensemble value with the notarial archive located to the west and the rear-lying Cellular Prison. The Rotterdam courthouse occupies an important position within the oeuvre of (Royal) architect W.C. Metzelaar.
Nearby in the register
- ArchiefbewaarplaatsOverheidsgebouwunder 1 mi
- Vrouwe Groenevelt's LiefdegestichtSociale zorg, liefdadigheidunder 1 mi
- Woonhuis, Schiekade 77Woonhuisunder 1 mi
- Complex UngerpleinAppartementengebouwunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.