Rijksmonumentenregister · Netherlands
Oud-Bussem
Huizen, Noord-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kasteel, buitenplaats
- Function
- Landhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1930
- Address
- Flevolaan 69, 1272 PC Huizen
- Place
- Huizen
- Province
- Noord-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.28406, 5.19607
- Part of complex
- 524258
- Monument number
- 524259
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1900 map "Kaart ten behoeve der oefeningen in de legerplaats bij Laren : (tevens garnizoenskaart)" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
LANDHUIS Oud-Bussem uit 1930, hoofdonderdeel van het gelijknamige complex.
Omschrijving
Het landhuis heeft een onregelmatige plattegrond met dwarsvleugels, risalieten, serres en balkons. Het grotendeels onderkelderde gebouw bestaat uit twee bouwlagen onder een samengesteld afgeknot schilddak dat met Noorse leien is gedekt. In de dakschilden staan verschillende dakkapellen met driehoekige frontonbekroning, eenvoudige wangen en vensters met kleine roedenverdeling. De overstekende gootlijst rust op klampen. Aan de linkerzijgevel staat, haaks op het hoofdvolume, een rechthoekige éénlaagse (oorspronkelijke dienst)vleugel, waarin onder andere de keuken is gesitueerd. Deze aanbouw wordt aan de voorzijde aan het zicht onttrokken door een hoge gepleisterde tuinmuur die is voorzien van pilasters met natuurstenen sierbollen. De muur is aan de bovenzijde afgedekt door een natuurstenen lijst. De gevels zijn boven een natuurstenen plint gepleisterd en wit gesausd. De hoeken van de voorgevel worden benadrukt door geblokt pleisterwerk. De schuiframen hebben een 18de-eeuwse kleine roedenverdeling, evenals de samengestelde vensters en de glasdeuren, die op de begane grond zijn voorzien van een halfrond bovenlicht. Voor de rechterzijgevel en achtergevel ligt een doorlopend verhoogd gemetseld terras, belegd met flagstones en voorzien van diverse trappen naar het rondom gelegen gazon. De voorgevel (ZW) telt 7 vensterassen waarvan de rechter in een risaliet onder aangekapt schilddak dat wordt bekroond door een klokkentorentje met koepeldak. De windwijzer in de vorm van een lopende hinde verwijst naar de familie Hinlopen, die in de 17de eeuw eigenaar was van de buitenplaats Oud-Bussum. In het midden van de gevel leidt een brede natuurstenen trap van vier treden naar de licht risalerende entreepartij die toegang geeft tot de centrale hal op de begane grond. De dubbele glasdeur onder halfrond bovenlicht wordt geflankeerd door twee smalle zijlichten. Langs het bovenlicht en boven de zijlichten decoratief stucwerk in reliëf. Boven de entreepartij bevindt zich een ondiep breed balkon met ijzeren hek waarop een dubbele glasdeur tussen zijlichten opent. Boven de balkondeur een segmentboogvormig fronton met centraal de wijzerplaat van de klok tussen decoratief stucwerk in reliëf. In de overige vensterassen schuifvensters, in de zijgevel van de risaliet smalle vensters. In het dakschild vier dakkapellen en twee schoorstenen. De hoofdentree bevindt zich in een risaliet onder steekkap iets rechts uit het midden van de linkerzijgevel (NW). Op de begane grond een dubbele glasdeur in een omlijsting van natuurstenen blokken onder een ver overstekende luifel. Op de verdieping een Palladiaans venster onder segmentboogvormige profiellijst. Aan weerszijden van de entreepartij twee vensterassen met schuiframen en links ligt verdiept in de gevel een smal getoogd venster over twee bouwlagen dat de achtergelegen diensttrap verlicht. Links van de tuinmuur een risalerende geveltravee met twee smalle schuifvensters op de verdieping en een forse gepleisterde schoorsteen in het dakschild. De rechterzijgevel (ZO) bestaat uit twee ten opzichte van elkaar verspringende geveldelen met voor het rechter terugliggende deel een groot balkon op natuurstenen kolommen. Het linker geveldeel bevat twee vensterassen met links een dubbele glasdeur onder bovenlicht naar het terras en rechts brede driedelige samengestelde vensters. In het terugliggende gedeelte rechts een dubbele glasdeur onder halfrond bovenlicht die opent naar het terras onder het balkon. De deur wordt geflankeerd door twee stolpvensters onder halfrond bovenlicht. Op de verdieping twee smalle glasdeuren onder terugliggende halfronde boogtrommels. Ongeveer in het midden van de achtergevel (NO) een risalerende entreepartij zoals in de voorgevel die toegang geeft tot de centrale hal. Ook hier een dubbele glasdeur onder halfrond bovenlicht tussen zijlichten en op de verdieping een ondiep balkon, waarop een dubbele glasdeur tussen twee zijlichten opent. Rechts van de entreepartij een dwarsvleugel die in de zijgevel drie vensterassen telt met op de begane grond stolpvensters onder halfrond bovenlicht en op de verdieping schuifvensters. Aan de achtergevel van de dwarsvleugel links een grote halfronde serre met stalen ramen onder koperen koepeldak en daarboven een kleinere halfronde erker, eveneens met stalen ramen. Rechts op de begane grond de verbinding met de latere aanbouw en op de verdieping twee schuifvensters. Links van de centrale entreepartij een breed risaliet onder afgeknot schilddak met op de begane grond een halfronde serre met stalen ramen onder koperen koepeldak en op de verdieping vier schuifvensters. Links van de risaliet een rondboogvormige enkele deur en op de verdieping een smalle glasdeur die opent naar het balkon aan de rechter zijgevel.
De plattegrondindeling en interieurafwerking uit de bouwtijd zijn grotendeels gaaf bewaard gebleven. Op de begane grond verschilt de afwerking van het interieur per ruimte, waarbij vooral de veelheid aan (neo-)stijlen en de diversiteit van het materiaalgebruik opvalt. De grote centrale hal heeft onder meer een marmeren vloer en een houten cassetteplafond, de deuren naar de verschillende vertrekken zijn decoratief in verschillende soorten houtfineer uitgevoerd. Aan de voorzijde rechts is de zogenaamde herenkamer met aansluitend kabinet voorzien van een notenhouten betimmering en een marmeren schouw. Aan de achterzijde rechts de "witte zaal" voorzien van rijk houtsnijwerk en een monumentale schouw in Neo-Lodewijkstijl. De "groene eetkamer" is rondom voorzien van een betimmering in Neo-Lodewijkstijl waarin onder meer een buffetkast is opgenomen. Aan weerszijden van de entree naar de eetkamer twee kasten met gebogen deuren. De structuur van de verdieping doet redelijk authentiek aan, mede omdat de verbouwingen in stijl zijn geschied. Op de zolder staat het uurwerk van de klok in het fronton, verbonden met een luidmechaniek voor de klokken in het klokkentorentje. Het uurwerk is in 1912 in Bussum gemaakt.
Waardering
Het landhuis Oud-Bussem uit 1930 is van algemeen belang vanwege de cultuur- en architectuurhistorisch waarde als historisch-functioneel hoofdonderdeel van het gelijknamige complex en als uit- en inwendig grotendeels gaaf bewaard gebleven voorbeeld van een landhuis in nieuw-historiserende trant, geïnspireerd op 18de-eeuwse voorbeelden, naar ontwerp van architect prof. D.F. Slothouwer. Het landhuis heeft tevens situationele waarde vanwege de beeldbepalende ligging op de buitenplaats Oud-Bussem, in de landgoederenstrook in de Gooise noordflank.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
Country house Oud-Bussem from 1930, principal component of the complex of the same name.
Description
The country house has an irregular floor plan with cross wings, risalits, conservatories and balconies. The largely cellared building consists of two storeys under a composite truncated hipped roof covered with Norwegian slate. In the roof slopes stand various roof dormers with triangular pediment tops, simple cheeks and windows with small glazing bars. The projecting gutter cornice rests on brackets. On the left side gable, at right angles to the main volume, stands a rectangular single-storey (original service) wing, in which the kitchen is situated among other things. This extension is screened from view at the front by a high rendered garden wall provided with pilasters with natural stone ornamental spheres. The wall is crowned on top with a natural stone moulding. The gables are rendered above a natural stone plinth and whitewashed. The corners of the front gable are emphasized by blocked plasterwork. The sash windows have 18th-century small glazing bars, as do the composite windows and glass doors, which on the ground floor are provided with a semicircular fanlight. In front of the right side gable and rear gable lies a continuous raised mortared terrace, paved with flagstones and provided with various steps down to the surrounding lawn. The front gable (SW) has 7 window bays, of which the right one is in a risalit under an attached hipped roof that is crowned by a small bell tower with domed roof. The weathervane in the form of a running doe refers to the Hinlopen family, who in the 17th century owned the country house Oud-Bussum. In the middle of the gable a broad natural stone stair of four steps leads to the lightly risaliting entrance pavilion which gives access to the central hall on the ground floor. The double glass door under a semicircular fanlight is flanked by two narrow sidelights. Along the fanlight and above the sidelights decorative stucco work in relief. Above the entrance pavilion is a shallow broad balcony with iron railing on which a double glass door opens between sidelights. Above the balcony door a segmental arch-shaped pediment with centrally the clock face between decorative stucco work in relief. In the remaining window bays sash windows, in the side gable of the risalit narrow windows. In the roof slope four roof dormers and two chimneys. The main entrance is located in a risalit under a saddle roof slightly to the right of the centre of the left side gable (NW). On the ground floor a double glass door in a surround of natural stone blocks under a far projecting canopy. On the first floor a Palladian window under a segmental arch-shaped moulding. On either side of the entrance pavilion two window bays with sash windows and on the left set back into the gable a narrow arched window over two storeys that lights the rear service stair. To the left of the garden wall a risaliting gable bay with two narrow sash windows on the first floor and a substantial rendered chimney in the roof slope. The right side gable (SE) consists of two gable sections offset in relation to each other with for the right recessed part a large balcony on natural stone columns. The left gable section contains two window bays with on the left a double glass door under a fanlight to the terrace and on the right broad three-part composite windows. In the recessed section on the right a double glass door under a semicircular fanlight that opens onto the terrace under the balcony. The door is flanked by two bay windows under semicircular fanlights. On the first floor two narrow glass doors under recessed semicircular arch profiles. Approximately in the middle of the rear gable (NE) a risaliting entrance pavilion as in the front gable that gives access to the central hall. Here too a double glass door under a semicircular fanlight between sidelights and on the first floor a shallow balcony, on which a double glass door opens between two sidelights. To the right of the entrance pavilion a cross wing which in the side gable has three window bays with on the ground floor bay windows under semicircular fanlights and on the first floor sash windows. At the rear gable of the cross wing on the left a large semicircular conservatory with steel frames under a copper domed roof and above it a smaller semicircular bay window, also with steel frames. On the right on the ground floor the connection with the later extension and on the first floor two sash windows. To the left of the central entrance pavilion a broad risalit under a truncated hipped roof with on the ground floor a semicircular conservatory with steel frames under a copper domed roof and on the first floor four sash windows. To the left of the risalit a semicircular arched single door and on the first floor a narrow glass door that opens onto the balcony at the right side gable.
The floor plan layout and interior finish from the building period have been largely well preserved. On the ground floor the interior finish varies from room to room, with the multitude of (neo-) styles and the diversity of material use being particularly striking. The large central hall has among other things a marble floor and a wooden coffered ceiling, the doors to the various rooms are decoratively executed in different types of wood veneer. At the front on the right is the so-called gentleman's room with adjoining cabinet provided with walnut panelling and a marble fireplace. At the rear on the right the "white salon" provided with rich woodcarving and a monumental fireplace in Neo-Louis style. The "green dining room" is throughout provided with panelling in Neo-Louis style in which among other things a sideboard cabinet is incorporated. On either side of the entrance to the dining room are two cabinets with curved doors. The structure of the first floor appears reasonably authentic, partly because the alterations have been carried out in keeping with the style. In the attic stands the clockwork of the clock in the pediment, connected with a striking mechanism for the bells in the bell tower. The clockwork was made in Bussum in 1912.
Valuation
The country house Oud-Bussem from 1930 is of general importance because of its cultural and architectural historical value as a historically-functional principal component of the complex of the same name and as an inside and outside largely well-preserved example of a country house in new-historicizing style, inspired by 18th-century examples, designed by architect prof. D.F. Slothouwer. The country house also has situational value because of its image-defining location on the country house Oud-Bussem, in the country estates strip on the northern edge of the Gooise region.
Nearby in the register
- Oud-BussemTuin, park en plantsoenunder 1 mi
- Dienstwoning(K4), Flevolaan 59Dienstwoningunder 1 mi
- Garage(L), Flevolaan bij 69Bijgebouwen kastelen enz.under 1 mi
- Woonhuis, Flevolaan 55Woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.