Rijksmonumentenregister · Netherlands
Oud Groevenbeek
Ermelo, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kasteel, buitenplaats
- Function
- Landhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1907 - 1908
- Address
- Van Schermbeeklaan 2, 3851 VH Ermelo
- Place
- Ermelo
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.27725, 5.61324
- Part of complex
- 523870
- Monument number
- 523871
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1893 map "Amsterdam-Rheinkanal : frei von Kanalabgaben / [getekend door] J.H. Schmüll" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Omschrijving onderdeel 1: Hoofdgebouw (Oud Groevenbeek, Putterweg 230, op de bijbehorende kaart aangegeven met nummer 1).
Het HOOFDGEBOUW kwam tot stand in de jaren 1907-1908 naar ontwerp van architectenbureau Van Essen en Van Zeggeren. Het huis is uitgevoerd in Art Nouveau stijl. Het is gesitueerd nabij het kruispunt van de Torenlaan en de Oude Laan, die deel uitmaken van het historische lanenstelsel van het landgoed. Het huis heeft een onregelmatig grondvlak en in hoogte en diepte ten opzichte van elkaar verspringende gevels. Deze gevels zijn gemetseld in kruisverband met een witte verblendsteen. De omlopende plint is gemetseld in een rode baksteen en voorzien van een afsluitende rollaag. Een opvallend element van het landhuis is de grote toren op een vierkant grondvlak die naar boven toe overgaat in een achtzijdig gedeelte en bekroond is met een koepeldak met klokkentoren. Over het algemeen heeft het landhuis twee volwaardige bouwlagen en een grote zolderverdieping. Op sommige plaatsen bevindt zich een dubbele zolder. Het dak is samengesteld en voorzien van diverse dakschilden, steekkappen en dakopbouwen. Deze dakopbouwen zijn allemaal voorzien van geprofileerde windveren en ijzeren sierspitsen. Alle dakschilden zijn belegd met rode geglazuurde Tuiles du Nord pannen. Veel van de nokken zijn bekroond met ijzeren siersmeedijzeren spitsen. Alle dakkapellen zijn oorspronkelijk en hebben een vierruits raampje met een houten omlijsting en een als een naaldspits eindigende bekroning. Op veel plaatsen bevinden zich schoorstenen die gemetseld zijn in verblendsteen. Veel van de schoorstenen hebben siermotieven in rode baksteen, uitkragende gedeelten en aardewerk bekroningen met een gedraaid motief. Alle gevels zijn onder de dakschilden beëindigd met een tegelfries. Dit fries is samengesteld uit een omlopende horizontale blauwgrijze band, waarboven zich vierkante gevelvlakken bevinden die telkens zijn samengesteld uit zestien met bloemmotieven beschilderde tegels. De vierkante tegelvelden worden gescheiden door verticale blauwgrijze tegelstrookjes en decoratief gesneden houten consoles die de zwaar geprofileerde gootlijsten dragen. De bloemmotieven op de tegels zijn in blauwe, rode en groene tinten uitgevoerd.
Tegels met andere florale voorstellingen komen ook voor boven de meeste vensters van het huis. Boven nagenoeg alle raam- en deurpartijen bevinden zich decoratief bewerkte lateien met daarboven in verblendsteen en geel geglazuurde steen uitgevoerde segmentbogen en tegels in het boogveld. De gevels worden horizontaal geleed door omlopende sierbanden in gele steen ter plaatse van de wisseldorpels van de ramen op de begane grond en op de verdieping.
De voorgevel (de zuidgelijke ingangsgevel) van het huis heeft een licht risalerend gevelgedeelte met drie vensterassen. In de rechteras bevindt zich de ingangspartij, bestaande uit een paneeldeur met boven-en zijlichten waarvoor smeedwerk is aangebracht. Een grote met zink beklede luifel op smeedijzeren consoles en een houten windscherm, beschutten de ingangspartij tegen de weersinvloeden. Boven de luifel is nog net de segmentboog met het betegelde boogveld zichtbaar. Links van de ingangspartij bevinden zich twee schuiframen met een enkelruits onderraam en een achtruits bovenraam met een verdikte middenroede. De dorpels zijn in steen uitgevoerd. Boven de gedecoreerde lateien bevinden zich betegelde boogvelden en een segmentboog. Op de verdieping bevinden zich drie van deze ramen. Dit gedeelte heeft een eigen dakschild en een verhoogd middengedeelte met een dakopbouw waarin een schuifraam als genoemd is aangebracht. De geveltop is gedecoreerd met in rode baksteen uitgevoerde motieven. Het zadeldak van de dakopbouw heeft een smeedijzeren sierelement. Aan weerszijden van de dakopbouw een dakkapel. Links van dit gedeelte bevindt zich een iets terug liggende vensteras met boven elkaar twee schuiframen als genoemd. Links daarvan is de gevel ter breedte van één vensteras risalerend uitgevoerd en schuin geplaatst. Op de begane grond heeft deze vensteras een vijfzijdig uitgebouwde erker met bovengelegen balkon. De geveluiteinden worden geaccentueerd met natuursteenvlaggen. De schuingeplaatste zijde van de erker heeft een schuifraam als genoemd. In twee van de smalle gevelzijden bevinden zich smalle schuiframen met een vierruits bovenlicht. Het balkon heeft een bakstenen balustrade en op het balkon komt een dubbele balkondeur uit met een dubbel vierruits bovenlicht. Daarboven heeft dit risaliet een dakopbouw met zadeldak, smeedijzeren spits en schuifraam als genoemd. Ook hier is de geveltop gedecoreerd met rode baksteenmotieven.
De linker zijgevel heeft links van het schuin geplaatste risaliet een vensteras met op de begane grond een dubbele tuindeur met een dubbel vierruits bovenlicht en een schuifraam als genoemd op de verdieping. Voor de tuindeuren ligt een bordes met een mozaïek- en tegelbekleding in de kleuren van het huis. Op één van de hoeken bevindt zich een gedecoreerd hardstenen paaltje waardoor oorspronkelijk een ketting of touw gespannen was als begrenzing van dit bordes. Links van deze vensteras bevindt zich opnieuw een risalerend gedeelte met een topgevel en een zadeldak, waarop een smeedijzeren spits. In dit risaliet bevindt zich het trappenhuis. Op de begane grond zitten twee enkelruits ramen met een glas-in-lood vulling en een detaillering als genoemd. Daarboven bevinden zich drie gekoppelde hoge vensters waarin een glas-in-lood vulling is gezet. Daarboven twee schuiframen met enkelruits bovenlichten en op de zolder een schuifraam met een achtruits bovenlicht. Links van het trappenhuisrisaliet een grote veranda met een oorspronkelijke tegelvloer. De veranda heeft met glas afgedichte zijwanden en een met kruisvormige, gedecoreerde schoren en houten stijlen opengewerkte voorzijde. De flauw hellende dakschilden zijn met pannen belegd en op het platte gedeelte bevindt zich een gedecoreerd houten balkonhek. Op het balkon komen een dubbele balkondeur en een schuifraam met elk een achtruits bovenlicht uit. Boven de balkondeuren bevindt zich de torenopbouw. In het dakschild tussen de torenopbouw en het trappenhuisrisaliet bevindt zich een oorspronkelijke dakkapel. De torenopbouw bestaat uit twee achtzijdige bouwlagen. In de eerste bouwlaag zijn in drie van de acht zijden schuiframen als genoemd aangebracht. De overige zijden zijn blind en hebben een geleidelijke overgang naar het vierzijdige gedeelte daaronder. De gevelhoeken zijn geaccentueerd. Tegen één van de zijden bevindt zich een schoorsteen. De eerste ring eindigt met een kroonlijst. De tweede iets smallere ring heeft vier kozijnen met tweeruits onderramen en achtruits bovenramen. In de andere vier gevelzijden bevindt zich een grote rechthoekige bronzen of koperen plaat waarop jachtmotieven zijn afgebeeld. De ramen zijn in tegenstelling tot alle overige ramen niet met tegels afgesloten, maar met een strek boven de lateibalk. Onder de forse kroonlijst bevindt zich wel weer een tegelfries. De uivormige spits heeft een opengewerkte klokkenstoel met een smeedijzeren spits. De rechthoekige onderbouw van de toren heeft aan de zijde van de achtergevel een schuifraam als genoemd. Het wordt geflankeerd door twee smalle schuiframen met een vierruits bovenlicht. Op de verdieping bevindt zich nog eenzelfde schuifraam. De linkergevel heeft alleen op de begane grond twee smalle schuiframen.
Het gevelgedeelte links van de torenuitbouw is symmetrisch en voorzien van een eigen schilddak met een dakopbouw in het midden en twee flankerende dakkapellen. Op de begane grond en op de verdieping bevinden zich twee schuiframen als genoemd. In de dakopbouw bevindt zich een vernieuwd dubbel raam, waarboven de met rode baksteen gedecoreerde geveltop een stalen hijsbalk is aangebracht. Tegen de linkerzijgevel van dit bouwdeel bevindt zich een hoge uitgebouwde schoorsteen. Op de begane grond bevindt zich hier een platgedekte enkellaagse aanbouw waarin zich onder meer de keuken bevindt. De ramen in deze aanbouw hebben dezelfde detaillering als de overige ramen en bestaan uit gedeelde onderramen en achtruits bovenramen.
De rechter zijgevel heeft een smal risaliet waartegen op de begane grond diverse aanbouwen zijn geplaatst. Daarboven bevindt zich een dubbele balkondeur met een achtruits bovenlicht en twee smalle zijlichten. In de geveltop daarboven een schuifraam als genoemd. Het risaliet heeft rechts een uitgebouwde schoorsteen. De rechterzijgevel van het risaliet heeft twee smalle ramen met daartussen, boven elkaar, twee achtruits ramen. Alle ramen in deze gevel zijn getralied. Tegen de linkerzijde van het risaliet bevindt zich een aanbouw met één en twee bouwlagen. Deze voormalige dienstingang vormt nu de ingang naar de bovenwoning. In de aanbouw bevinden zich schuiframen als genoemd en een houten paneeldeur met bovenlicht.
Het interieur van het landhuis is nog geheel oorspronkelijk bewaard gebleven. In het huis bevinden zich nog overal rolluiken aan de binnenzijde, marmeren vloeren, gaskranen, tochtportaal, tegels, plafonds, glas-in-lood etc. De begane grond heeft een haaks op de middengang staande ingangspartij met een tochtportaal. Links van die aan beide zijden betegelde en met een marmervloer belegde gang bevinden zich onder meer de voormalige salon met een stucplafond en de jachtkamer, waarin zich een fraaie neorenaissance betimmering, een houten plafond en enkele op gobelins weergegeven jachttaferelen bevinden. In diverse kamers bevinden zich marmeren schoorsteenmantels met een betegeling aan de binnenzijde. De gang is van het trappenhuis gescheiden door een tochtportaal met geëtst glazen deuren. De trap is in hout uitgevoerd en heeft houtsnijwerk en ijzeren balusters. Het eenvoudige glas-in-lood heeft florale motieven en is van de fa. Bouvy uit Dordrecht. Aan de rechterzijde van de gang zijn de kamers veel eenvoudiger uitgevoerd. In de lage uitbouw bevindt zich de geheel betegelde keuken. Sommige tegels zijn voorzien van Oud Hollandse voorstellingen. In de keuken bevinden zich nog de oude tegelvloer, de oude pompen en de oude schouw. De verdieping heeft in het trappenhuis van de dienstingang nog een trappartij, een betegelde toiletruimte en een deels betegelde keuken. De overige kamers zijn eenvoudig uitgevoerd. Enkele ervan zijn nog voorzien van de oorspronkelijke schouwen. In de hoekkamer met de schuine gevelzijde boven de jachtkamer bevindt zich nog een houten plafond. De grote zolders zijn niet nader ingedeeld. Sommige ramen hebben hier nog een glas-in-lood vulling.
Waardering
Het HOOFDGEBOUW uit 1907-1908 is van algemeen cultuurhistorisch, architectonisch en stedenbouwkundig belang:
- wegens de ouderdom;
- als gaaf en goed voorbeeld van een landhuis uit de vroege twintigste eeuw, onder meer ontworpen onder invloed van de Art Nouveau;
- wegens de esthetische kwaliteiten, gave verhoudingen en een bijzondere en rijke detaillering in vormgeving en materiaalgebruik;
- als één van de hoogtepunten in het architectonische oeuvre van architectenbureau L.A. van Essen en J. van Zeggeren uit Harderwijk;
- wegens de goed bewaard gebleven indeling en afwerking van het interieur;
- als middelpunt van de omringende parkaanleg;
- wegens de visuele en functioneel-ruimtelijke relatie met het park en de zich daarin bevindende opstallen.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Description of component 1: Main building (Oud Groevenbeek, Putterweg 230, indicated on the accompanying map with number 1).
The MAIN BUILDING was built in 1907-1908 according to designs by the architectural firm Van Essen and Van Zeggeren. The house is executed in Art Nouveau style. It is situated near the intersection of Torenlaan and Oude Laan, which form part of the historic lane system of the estate. The house has an irregular ground plan and facades that are staggered in height and depth relative to each other. These facades are built in Flemish bond with white facing brick. The continuous plinth is built in red brick and provided with a closing roll course. A striking feature of the country house is the large tower on a square ground plan that transitions upwards into an octagonal section and is crowned with a cupola roof with bell tower. In general the country house has two full storeys and a large attic storey. In some places there is a double attic. The roof is composite and provided with various roof slopes, gable ends and roof structures. These roof structures are all provided with profiled wind ridges and ornamental iron spires. All roof slopes are covered with red glazed Tuiles du Nord tiles. Many of the ridges are crowned with ornamental wrought iron spires. All roof dormers are original and have a four-pane window with wooden surround and a termination ending in a needle-like point. In many places there are chimneys built in facing brick. Many of the chimneys have ornamental motifs in red brick, projecting sections and earthenware crowns with a twisted motif. All facades are finished under the roof slopes with a tile frieze. This frieze is composed of a continuous horizontal blue-grey band, above which are square gable panels each composed of sixteen tiles painted with floral motifs. The square tile fields are separated by vertical blue-grey tile strips and decoratively carved wooden consoles that support the heavily profiled gutters. The floral motifs on the tiles are executed in blue, red and green tones.
Tiles with other floral representations also appear above most windows of the house. Above virtually all window and door units are decoratively worked lintels with segmental arches above them executed in facing brick and yellow glazed stone and tiles in the arch field. The facades are horizontally articulated by continuous ornamental bands in yellow stone at the level of the transom rails of windows on the ground floor and on the first floor.
The front facade (the south-facing entrance facade) of the house has a slightly projecting gable section with three window bays. In the right bay is the entrance unit, consisting of a panelled door with upper and side lights above which wrought ironwork has been applied. A large zinc-clad canopy on wrought iron consoles and a wooden wind screen protect the entrance unit against the elements. Above the canopy the segmental arch with the tiled arch field is just visible. To the left of the entrance unit are two sash windows with a single-pane lower sash and an eight-pane upper sash with a thickened glazing bar. The sills are executed in stone. Above the decorated lintels are tiled arch fields and a segmental arch. On the first floor there are three such windows. This section has its own roof slope and a raised central section with a roof structure in which a sash window as described is installed. The gable top is decorated with motifs executed in red brick. The gabled roof of the roof structure has a wrought iron ornamental element. On either side of the roof structure a roof dormer. To the left of this section is a slightly recessed window bay with two sash windows as described arranged vertically. To the left of that the facade to the width of one window bay is executed as projecting and placed at an angle. On the ground floor this window bay has a five-sided projecting bay window with an overlying balcony. The gable ends are accented with natural stone flags. The angled side of the bay window has a sash window as described. In two of the narrow gable sides are narrow sash windows with a four-pane fanlight. The balcony has a brick balustrade and on the balcony a double balcony door opens with a double four-pane fanlight. Above this risalit has a roof structure with gabled roof, wrought iron spire and sash window as described. Here too the gable top is decorated with red brick motifs.
The left side facade has, to the left of the angled risalit, a window bay with on the ground floor a double garden door with a double four-pane fanlight and a sash window as described on the first floor. In front of the garden doors is a terrace with mosaic and tile cladding in the colours of the house. On one of the corners is a decorated sandstone bollard which originally had a chain or rope stretched across it as a boundary for this terrace. To the left of this window bay is again a projecting section with a gable top and gabled roof, on which a wrought iron spire. In this risalit is the staircase. On the ground floor are two single-pane windows with leaded glass filling and details as described. Above are three coupled tall windows with leaded glass filling. Above these two sash windows with single-pane fanlights and on the attic a sash window with an eight-pane fanlight. To the left of the staircase risalit a large veranda with an original tile floor. The veranda has side walls closed with glass and an open front with cross-shaped, decorated braces and wooden posts. The gently sloping roof slopes are covered with tiles and on the flat section is a decorated wooden balcony railing. On the balcony a double balcony door and a sash window each with an eight-pane fanlight open. Above the balcony doors is the tower structure. In the roof slope between the tower structure and the staircase risalit is an original roof dormer. The tower structure consists of two octagonal storeys. In the first storey sash windows as described are installed in three of the eight sides. The remaining sides are blind and have a gradual transition to the four-sided section beneath. The gable corners are accented. Against one of the sides is a chimney. The first ring ends with a cornice. The second slightly smaller ring has four window frames with two-pane lower sashes and eight-pane upper sashes. In the other four gable sides is a large rectangular bronze or copper plate on which hunting motifs are depicted. The windows, unlike all other windows, are not closed with tiles but with a course above the lintel beam. Below the substantial cornice is again a tile frieze. The owl-shaped spire has an open bell chamber with a wrought iron spire. The rectangular base of the tower has, on the side of the rear facade, a sash window as described. It is flanked by two narrow sash windows with a four-pane fanlight. On the first floor is another such sash window. The left facade has only two narrow sash windows on the ground floor.
The gable section to the left of the tower structure is symmetrical and provided with its own hipped roof with a roof structure in the middle and two flanking roof dormers. On the ground floor and on the first floor are two sash windows as described. In the roof structure is a renewed double window, above which the gable top decorated with red brick has a steel lifting beam installed. Against the left side of this building section is a tall built-out chimney. On the ground floor is a flat-roofed single-storey extension in which, among other things, the kitchen is located. The windows in this extension have the same detailing as the other windows and consist of divided lower sashes and eight-pane upper sashes.
The right side facade has a narrow risalit against which various extensions are placed on the ground floor. Above is a double balcony door with an eight-pane fanlight and two narrow side lights. In the gable top above is a sash window as described. The risalit has a built-out chimney on the right. The right side facade of the risalit has two narrow windows with between them, stacked vertically, two eight-pane windows. All windows in this facade are barred. Against the left side of the risalit is an extension with one and two storeys. This former service entrance now forms the entrance to the upper apartment. In the extension are sash windows as described and a wooden panelled door with fanlight.
The interior of the country house has been completely preserved in its original state. Throughout the house are original internal shutters, marble floors, gas taps, draught vestibule, tiles, ceilings, leaded glass etc. The ground floor has an entrance unit perpendicular to the central corridor with a draught vestibule. To the left of the corridor which is tiled on both sides and laid with a marble floor are, among others, the former salon with a stucco ceiling and the hunting room, which contains fine neo-Renaissance panelling, a wooden ceiling and some hunting scenes depicted in tapestries. In various rooms are marble fireplace mantels with tiling on the inside. The corridor is separated from the staircase by a draught vestibule with etched glass doors. The stairs are executed in wood and have woodcarving and iron balusters. The simple leaded glass has floral motifs and is from Bouvy of Dordrecht. On the right side of the corridor the rooms are much more simply executed. In the low extension is the fully tiled kitchen. Some tiles are provided with Old Dutch representations. In the kitchen are still the old tile floor, the old pumps and the old hearth. The first floor has in the staircase of the service entrance another stair section, a tiled toilet room and a partly tiled kitchen. The remaining rooms are simply executed. Some still have original hearths. In the corner room with the angled gable side above the hunting room is still a wooden ceiling. The large attics are not further subdivided. Some windows here still have a leaded glass filling.
Valuation
The MAIN BUILDING of 1907-1908 is of general cultural-historical, architectural and urban planning significance:
- due to its age;
- as an intact and fine example of a country house from the early twentieth century, designed among other things under the influence of Art Nouveau;
- due to its aesthetic qualities, well-proportioned composition and particular and rich detailing in design and material use;
- as one of the highlights in the architectural work of the architectural firm L.A. van Essen and J. van Zeggeren from Harderwijk;
- due to the well-preserved layout and finish of the interior;
- as the centrepiece of the surrounding park layout;
- due to the visual and functional-spatial relationship with the park and the structures within it.
Nearby in the register
- Oud GroevenbeekBijgebouwen kastelen enz.under 1 mi
- Oud GroevenbeekBijgebouwen kastelen enz.under 1 mi
- Oud GroevenbeekNijverheidunder 1 mi
- Oud GroevenbeekBoerderijunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.