TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Nieuwbijdorp

Ulft, Gelderland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Woonhuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1921 - 1923
Address
Bongersstraat 60, 7071 CP Ulft (Oude IJsselstreek 25)
Place
Ulft
Municipality
Oude IJsselstreek
Province
Gelderland
Country
Netherlands
Coordinates
51.88569, 6.38515
Monument number
523702

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

A historical map covers this location.

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

VILLA ("Nieuw Bijdorp", de naam is later tot stand gekomen), naar het ontwerp uit 1921-23, met HEK, gebouwd als woning voor Bernhard Bongers, directeur van de Ulftse IJzergieterij 'Becking en Bongers'. Het pand is in een Nieuw-Historiserende stijl uitgevoerd waarbij karakteristiek is de dakoverstek en gedetailleerd metselwerk in de lijst onder het dak en de consoles in de ingangspartij. Het interieur bezit in geornamenteerde stucplafonds en trapleuningen met trappaal in Art Deco stijl alsook klassieke wanddecoraties in de hal en vestibule, interessante onderdelen. De Bongersstraat ligt evenwijdig aan de oostelijk gelegen stroom van de Oude IJssel en verandert in zuidelijke richting, naar Gendringen, in Ulftseweg. Samen met de villa's op nr. 22 en 62, alle van de familie Bongers (en die alle aan de westzijde van de straat gesitueerd zijn), verschaften zij aan deze weg een bepaald -voornaam- karakter maar tevens de naam. Door de toegenomen bedrijfsbebouwing is het algemene straatbeeld aangetast, vooral daar waar de voor het overige nog grotendeels aanwezige oude laanbeplanting van voornamelijk beuken is verwijderd. De villa is ten opzichte van de weg iets verhoogd gelegen in een ruime tuinaanleg met geboomte. De tuin wordt van de berm van de weg gescheiden door een tuinafscheiding van een gemetselde plint met kolommen en twee inrijpoorten, met hekken van smeedijzer en uit metaalplaat gevormde delen.

Omschrijving

Het twee bouwlagen tellende huis is opgetrokken op een vierkante plattegrond, in baksteen (kruisverband). De gevels rusten alle op een trasraam met rollaag en worden door een licht uitgemetselde laag van rechtopgezette bakstenen beëindigd. Het ver overstekende tentdak is voorzien van een opgewipte dakvoet die is voorzien van een geprofileerde houten bakgoot (waarin een gietijzeren goot) op gesneden klossen. Op de kruin van het met gesmoorde verbeterde Hollandse pannen gedekte dak, is een schoorsteen geplaatst. Het achterschild bezit twee schoorstenen waarvan er een hoog is opgemetseld. Aan de voorzijde bevindt zich een originele dakkapel, (platgedekt met een overstek) met driemaal vierruits draairamen, waarvan het middelste raam vast is. De vensteropeningen zijn boven voorzien van een strek en een hardstenen lekdorpel. De ramen bezitten nog de oorspronkelijke houten rolluiken in eenvoudige, mogelijk vernieuwde kasten welke de strekken boven de vensters aan het oog onttrekken. Het merendeel van de brede ramen is door een middenstijl gedeeld. De schuiframen bevatten oorspronkelijk alle glas-in-lood maar thans merendeel kathedraalglas.

De symmetrisch opgezette VOORGEVEL bezit drie gevelvlakken. Het licht risalerende middengedeelte, bevat een deur in een getoogd portiek onder een uitgebouwd balkon dat door trapsgewijs uitgemetselde bakstenen consoles wordt ondersteund. De toegangsdeur is bereikbaar middels een terrazzovloer welke rust op een hardstenen plaat. Het deurkozijn is geplaatst op hardstenen neuten en dorpel.

De paneeldeur bezit een veelvormig deurruitje en wordt geflankeerd door smalle zijlichten met glas in lood gevuld. Een kalf scheidt de met de deur en zijlichten in breedte overeenkomende glas-in-lood bovenlichten. De toog van de portiek wordt gevormd door een éénsteense boog die ter plaatse van de sluitsteen straalsgewijs is uitgebreid en tot aan het overstek van de hardstenen vloer van het balkon reikt. In deze zg. sluitsteen is het naambordje van de villa opgenomen. De balustrade van het balkon is een rijkere versie van het ijzeren tuinhek. Het balkon is bereikbaar via een eveneens teruggelegde ruitdeur met bovenlicht. De opening wordt met een rondboog afgesloten. Het risaliet zet zich in de dakgoot voort, die daarmee ook iets vooruitspringt.

Links van het risaliet bevindt zich op de begane grond een driezijdige erker waarvan de drie, licht hellende dakschilden tegen de muur eindigen. Het middenraam is als enkelruits schuifraam uitgevoerd. De twee zijramen zijn smaller maar van hetzelfde type. Het zinken dak is voorzien van eenvoudige (zinken) bakgoot op ijzeren beugels. Rechts van de deurpartij bevindt zich een eerder omschreven venster met middenstijl.

De vensters op de verdieping ter weerszijden van het risaliet zijn beide van dit type.

De LINKER ZIJGEVEL wordt gedomineerd door de plaatsing van een rechthoekige serre aan de rechterzijde. De voorzijde bestaat uit een venster dat door twee verticale stijlen en een kalf wordt onderverdeeld. Het middenvenster is (zorgvuldig) gewijzigd en bevatte oorspronkelijk een deur hetgeen ook in de voetmuur nog is te zien waar zich nog de hardstenen treden bevinden. De zijlichten zijn als draairaam uitgevoerd, de drie bovenlichten als klapraam. De twee zijden van de serre (zonder rolluiken) zijn identiek en bezet met gekoppelde ramen, zoals eerder beschreven. De serre wordt afgesloten met een dakoverstek als bij de dakkapel aan de voorgevel en een ijzeren balustrade als bij het balkon aan de voorzijde. Toegang tot het balkon bieden openslaande deuren met boven elke deur een bovenlicht. In de twee bouwlagen van de linkerzijde bevinden zich twee identieke gekoppelde ramen zoals die in de voorgevel voorkomen.

De ACHTERGEVEL is asymmetrisch ingedeeld. Deze is thans niet meer geheel oorspronkelijk door de inboeting van dubbele tuindeuren in het rechtergedeelte van de gevel die verder geheel is gesloten. Links wordt de gevel door een lage platgedekte uitbouw in beslag genomen. Deze wijkt met de linker zijgevel ten opzichte van de gevellijn van het woonhuis iets terug.

In de middenas bevindt zich een vermoedelijk moderne paneeldeur. Het deurkozijn wordt door de oorspronkelijke uitbouw links, bijna verdrongen. In de tweede bouwlaag is boven de deur en de uitbouw, een venster geplaatst met enkelruits schuifraam. De uitbouw bezit een overstekende dakrand op gesneden klossen die afwijken van het type onder het tentdak van het woonhuis. In de voorgevel is een eensteens getoogd venster opgenomen met een gietijzeren vierruitsraam met een bovenlicht, uitgevoerd als tweeruits klapraam. De linkerzijgevel van de uitbouw bezit een opgeklampte deur met enkelruits bovenlicht. Het deurkozijn rust op hardstenen neuten en dito dorpel. In de RECHTER ZIJGEVEL is een paneeldeur met acht ruitjes van geslepen glas opgenomen. Het deurkozijn rust op hardstenen neuten en dito dorpel. Het wordt door een 1½ steense strek afgesloten. Boven de deur bevinden zich gepaard boven elkaar twee glas-in-lood ramen in het trappenhuis. De vensters worden door een steense strek beëindigd. Rechts van de bovenste ramen die reiken tot de gemetselde sierband onder het dak, is een klein vierkant (toilet)raam opgenomen dat ook rechts van de deur op de begane grond voorkomt. Rechts hiervan komt een raam voor van het type gelijk aan dat voorkomende in de voorgevel.

Het INTERIEUR bezit gave en waardevolle onderdelen zoals geornamenteerde stucplafonds in Art Deco stijl. De paneeldeuren en dubbele schuifdeuren tussen voor- en achterkamer zijn eveneens aanwezig. In de voorkamer komt een marmeren schouw voor en een geornamenteerd stucplafond met in het midden een medaillon door een koof- en perklijst begrensd. De muren en plafonds in de hal en in het tochtportaal zijn rijk sjabloon beschilderd met diverse motieven. De terrazzovloer is rood-wit afgebiesd; de trappaal en balusters zijn eveneens in Art Deco stijl. Het trappenhuis bezit glas-in-loodramen.

De tuin wordt van de openbare weg gescheiden door een HEKWERK, bestaande uit hekken van smeedijzer en uit metaalplaat gevormde delen, geplaatst op gemetselde voetmuurtjes tussen gemetselde kolommen en twee inrijpoorten in dezelfde vormgeving.

Waardering

Villa Nieuw Bijdorp, naar het ontwerp uit 1921-23, met HEKWERK, gebouwd als woning voor Bernhard Bongers, directeur van de Ulftse IJzergieterij 'Becking en Bongers'.

- Van architectuurhistorische waarde vanwege het goede en redelijk gave voorbeeld van een villa uit het interbellum in Nieuw-Historiserende stijl. Kenmerkend zijn het overstekend dak en zorgvuldig gedetailleerd metselwerk. Voor wat betreft de sobere maar goed verzorgde en uitgebalanceerde uitwerking in verhoudingen en detaillering bezit het pand belangrijke esthetische kwaliteiten. In de rijk uitgevoerde hekwerken van het pand wordt de specifieke verbondenheid met de Ulftse ijzerindustrie herinnerd. Het interieur bezit waardevolle onderdelen zoals twee geornamenteerde stucplafonds in Art Deco stijl, de muren en plafonds in de hal en in het tochtportaal zijn rijk beschilderd met motieven, een trappaal en balusters eveneens in Art Deco stijl en glas-in-loodramen in het trappenhuis.

- Van stedenbouwkundige waarde omdat het object deel uit maakt van een historisch gegroeid straatbeeld, waarin het door de samenhang met de overige "Bongersvilla's" een beeldbepalend onderdeel vormt.

- Van cultuurhistorisch belang vanwege de bijzondere plaats die de bouwheer en zijn familie in de dorpsgemeenschap innamen, en aan welke familie de straat haar naam ontleent.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

VILLA ("Nieuw Bijdorp", the name came into being later), designed in 1921-23, with FENCE, built as a residence for Bernhard Bongers, director of the Ulft Iron Foundry 'Becking en Bongers'. The building is executed in a Neo-Historicist style, characterised by the roof overhang and detailed brickwork in the cornice below the roof and the consoles in the entrance section. The interior features ornamental stucco ceilings and stair railings with newel posts in Art Deco style, as well as classical wall decorations in the hall and vestibule, interesting components. The Bongersstraat runs parallel to the easterly flowing stream of the Oude IJssel and changes in a southern direction, towards Gendringen, into Ulftseweg. Together with the villas at no. 22 and 62, all belonging to the Bongers family (and all situated on the west side of the street), they gave this road a certain prominent character and also its name. Due to increased industrial building development, the general street scene has been affected, especially where the otherwise still largely present old avenue planting of mainly beeches has been removed. The villa is situated somewhat elevated in relation to the road in an extensive garden layout with trees. The garden is separated from the road verge by a garden fence consisting of a brick plint with columns and two drive gates, with wrought iron fences and parts formed from sheet metal.

Description

The two-storey house is built on a square floor plan, in brick (English bond). All the facades rest on a sill with a drip moulding and are finished by a lightly coursed layer of upright-set bricks. The far-projecting hipped roof is provided with a curved eaves that is fitted with a profiled wooden gutter (containing a cast-iron gutter) on carved corbels. On the ridge of the roof covered with smoothed Dutch tiles, a chimney is placed. The rear face has two chimneys, one of which is built high. At the front there is an original roof dormer, (flat roof with overhang) with three times four-pane pivot windows, the middle window of which is fixed. The window openings are provided above with a lintel and a stone sill. The windows still possess the original wooden roller shutters in simple, possibly renewed frames which conceal the lintels above the windows from view. Most of the wide windows are divided by a central mullion. The sash windows originally contained all leaded glass but now mostly cathedral glass.

The symmetrically arranged FRONT FACADE has three facade planes. The slightly projecting central section contains a door in an arched porch under a built-out balcony that is supported by stepwise corbelled brick consoles. The entrance door is accessed via a terrazzo floor which rests on a stone slab. The door frame is placed on stone corner posts and sill.

The panel door has a multiformed door light and is flanked by narrow side lights filled with leaded glass. A bar separates the leaded glass fanlights corresponding in width to the door and side lights. The arch of the porch is formed by a single-course arch which at the point of the keystone is radially expanded and extends to the overhang of the stone floor of the balcony. In this so-called keystone is incorporated the nameplate of the villa. The balustrade of the balcony is a richer version of the iron garden fence. The balcony is accessed via a similarly recessed glazed door with fanlight. The opening is closed with a round arch. The risalit continues in the gutter, which thereby also projects slightly.

To the left of the risalit there is on the ground floor a three-sided bay window of which the three, slightly sloping roof planes end against the wall. The middle window is executed as a single-light sash window. The two side windows are narrower but of the same type. The zinc roof is provided with simple (zinc) gutter on iron brackets. To the right of the door section there is a previously described window with central mullion.

The windows on the upper storey on either side of the risalit are both of this type.

The LEFT SIDE FACADE is dominated by the placement of a rectangular conservatory on the right side. The front consists of a window that is subdivided by two vertical mullions and a bar. The middle window is (carefully) altered and originally contained a door, which is still evident in the foundation wall where stone steps are still present. The side lights are executed as pivot windows, the three fanlights as casement windows. The two sides of the conservatory (without shutters) are identical and fitted with coupled windows, as previously described. The conservatory is closed with a roof overhang as at the roof dormer at the front facade and an iron balustrade as at the balcony at the front. Access to the balcony is provided by glazed doors with above each door a fanlight. In the two storeys of the left side there are two identical coupled windows as those in the front facade.

The REAR FACADE is asymmetrically arranged. This is now no longer entirely original due to the insertion of double garden doors in the right section of the facade which is otherwise completely closed. On the left the facade is occupied by a low flat-roofed extension. This recedes with the left side facade in relation to the facade line of the residential building somewhat.

In the central axis there is a presumably modern panel door. The door frame is almost displaced by the original extension on the left. On the second storey above the door and the extension, a window is placed with a single-light sash window. The extension has an overhanging roof edge on carved corbels that differs from the type under the hipped roof of the residential building. In the front facade a single-course arched window is incorporated with a cast-iron four-pane window with a fanlight, executed as a two-pane casement window. The left side facade of the extension has an attached door with single-light fanlight. The door frame rests on stone corner posts and stone sill. In the RIGHT SIDE FACADE a panel door with eight panes of cut glass is incorporated. The door frame rests on stone corner posts and stone sill. It is closed by a 1½-course lintel. Above the door there are paired leaded glass windows one above the other in the stairwell. The windows are finished with a stone lintel. To the right of the upper windows which extend to the brick decorative band below the roof, a small square (toilet) window is incorporated which also appears to the right of the door on the ground floor. To the right of this is a window of the type found in the front facade.

The INTERIOR possesses intact and valuable components such as ornamental stucco ceilings in Art Deco style. The panel doors and double sliding doors between front and back rooms are likewise present. In the front room there is a marble fireplace and an ornamental stucco ceiling with in the centre a medallion bordered by a cove and beam line. The walls and ceilings in the hall and in the draught porch are richly stencilled with various motifs. The terrazzo floor is bevelled red-white; the stair newel and balusters are also in Art Deco style. The stairwell has leaded glass windows.

The garden is separated from the public road by FENCING, consisting of wrought iron fences and parts formed from sheet metal, placed on brick plinths between brick columns and two drive gates in the same design.

Valuation

Villa Nieuw Bijdorp, designed in 1921-23, with FENCING, built as a residence for Bernhard Bongers, director of the Ulft Iron Foundry 'Becking en Bongers'.

- Of architectural historical value as a good and reasonably intact example of an interwar villa in Neo-Historicist style. Characteristic are the projecting roof and carefully detailed brickwork. With regard to the sober but well-maintained and well-balanced execution in proportions and detailing, the building possesses important aesthetic qualities. In the richly executed fencing of the building, the specific connection with the Ulft iron industry is recalled. The interior possesses valuable components such as two ornamental stucco ceilings in Art Deco style, the walls and ceilings in the hall and in the draught porch are richly painted with motifs, a stair newel and balusters also in Art Deco style and leaded glass windows in the stairwell.

- Of urban planning value because the object forms part of a historically developed street scene, in which it forms an image-determining component through its relationship with the other "Bongers villas".

- Of cultural-historical importance due to the special place that the building patron and his family held in the village community, and to which family the street owes its name.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map