Rijksmonumentenregister · Netherlands
ARTI
Oosterbeek, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Woonhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built (approximately)
- 1896 - 1900
- Address
- Jan van Embdenweg 2, 6861 ZT Oosterbeek (Renkum 25)
- Place
- Oosterbeek
- Municipality
- Renkum
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.98706, 5.84697
- Monument number
- 523664
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1893 map "Amsterdam-Rheinkanal : frei von Kanalabgaben / [getekend door] J.H. Schmüll" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
In de jaren tussen 1896 en 1900 onder invloed van de Neo-Renaissance en de Chaletstijl gebouwde vrij gaaf bewaarde en rijk gedetailleerde VILLA met HEKWERK genaamd ARTI. De eerste eigenaar was de kunstschilder Bernardus Arps die het huis in 1901 betrok. Het huis droeg in de loop der tijd meerdere namen. Oorspronkelijk had het pand een de van de eerste eigenaar afgeleide naam BERNANCO, later kreeg het de naam COLLEHEIM en weer later verkreeg het pand zijn huidige naam. Het pand valt met name op door de ver overstekende, van zeer fraaie spitsbogige sierspanten voorziene, kappen boven de topgevels. Een andere bijzonder aspect vormen de diverse van eenvoudig lijstwerk en rozetten voorziene plafonds op de begane grond en verdieping die oorspronkelijk vrijwel geheel van sjabloonschilderingen voorzien waren. Deze schilderingen zijn onder latere verflagen nog bewaard gebleven. Het pand heeft in de loop der tijd nog enige wijzigingen ondergaan. Zo werden kort na de bouw van het pand de kamers van de rechterbeuk op zowel de begane grond als de verdieping uitgebouwd en werd vervolgens in 1938 het raam van de uitbouw op de begane grond vergroot. De serre van de voorgevel was oorspronkelijk een veranda en had een detaillering die aansloot bij die van de sierspanten. Het sterk beeldbepalende pand is gebouwd op de hoek van de Utrechtseweg en Jan van Embdenweg in de kern van Oosterbeek en maakt deel van de met name uit villa's uit de periode 1850-1940 bestaande lintbebouwing aan de Utrechtseweg. Links van het pand bevindt zich een in dezelfde trant uitgevoerde dubbele villa, op de andere hoek is het voormalige gemeentehuis van Oosterbeek gelegen. Het pand waarvan de ingang aan de zijde van de Jan van Embdenweg gelegen is bevindt zich op een naar de Utrechtseweg aflopend terrein. Hierdoor is de achtertuin hoger gelegen dan de voortuin. De tuin wordt van de weg gescheiden door een ijzeren spijlenhek met aan de zijde van de Jan van Embdenweg een dubbel draaihekje. Oorspronkelijk was er sprake van een duidelijke architectonische tuinaanleg met perken. Deze aanleg is tegenwoordig nauwelijks meer aanwezig.
Omschrijving
De villa is gebouwd op een samengestelde plattegrond en bezit twee bouwlagen onder een samengesteld overstekend dak gedekt met gesmoorde opnieuw verbeterde Hollandse die de oorspronkelijke uit gesmoorde platte Friese pannen bestaande dakbedekking vervangen. De dakoverstek rust op zware consoles de gevels zijn opgetrokken in baksteen gemetseld in kruisverband en worden onder meer verlevendigd door gepleisterde speklagen ter hoogte van onder-, wissel- en bovendorpels. De venster- en deuropeningen in de gevel worden afgesloten door blinde segmentbogen, tenzij in de onderstaande tekst anders vermeld, met gepleisterde aanzet- en sluitstenen voorzien van diamantkoppen. De boogtrommels zijn voorzien van siermetselwerk waarin soms diamantkoppen zijn verwerkt. De vensters zijn voorzien van cementstenen lekdorpels en bezitten voor een aanzienlijk nog persiennes (luiken). Het pand bezit een omlopende grijs gesausde plint. Alle gevels zijn asymmetrisch ingedeeld teneinde een zekere schilderachtigheid te bereiken. De ruimtelijke indeling van het huis is nagenoeg tweebeukig waarbij één beuk op de begane grond de kamers en suite bevat en de andere beuk een zijkamer, de vestibule, gang, toilet, trappenhuis en de keuken waaronder de kelder. De verdieping bezit meerdere slaapkamers en een badkamer. De zolderverdieping is deels ook nog van kamers voorzien. De VOORGEVEL is twee traveeën breed waarbij de linker travee door een afgeknotte puntgevel wordt afgesloten. Deze travee heeft op de begane grond een tot serre verbouwde veranda op een gepleisterd basement dat aan de bovenzijde langs de randen voorzien is van hardstenen lijsten waarvoor twee door hardsteen afgedekte treden. De uit een stijl en regelwerk bestaande houten constructie van de serre rust op hardstenen neuten. Tussen de gedecoreerde stijlen bevinden zich panelen die een borstwering vormen. Aan de voorzijde van de serre bevinden zich twee schuifdeuren met aan weerszijden glasruiten. Hierboven bevinden zich twee tweeruits en een drieruits bovenlicht. De korte zijden van de serre zijn eveneens voorzien van panelen daarnaast zijn er glasruiten met roedenverdelingen aangebracht. De serre wordt afgesloten door een samengesteld zinken roevendak. De verdieping bezit een breed venster met persiennes en een meerdelig raamkozijn waarin een stolpraam met smalle enkelruits zijlichten en bovenlichten. In de geveltop bevindt zich een klein zoldervenster dat afgesloten wordt door een blinde rondboog en voorzien is van een stolpraam met een drieruits bovenlicht. Onder het venster is een cementstenen waterlijst aangebracht waaronder zich vervolgens een fries bevindt bestaande uit segmentboogjes met in de boogvelden diamantkoppen. De forse dakoverstek is voorzien van een gedecoreerde sierspant die rust op forse korbelen. De uitgebouwde, door een zinken lessenaarsdak afgesloten rechter travee heeft op de begane grond een venster met persiennes en een van thermopane voorzien raam en bovenlicht. De vierdieping bezit een venster met T-schuifraam. In het bovenliggende dakschild van de hoofbouwmassa bevindt zich een dakkapel met een door een piron bekroond spits. De LINKER ZIJGEVEL bezit op de begane grond geheel rechts een venster met een enkelruits schuifraam en op de verdieping een centraal geplaatst venster met een stolpraam en enkelruits bovenlicht. Tussen de begane grond en de verdieping zijn op regelmatige afstand gedecoreerde muurankers geplaatst. De ACHTERGEVEL heeft op de begane grond links een paneeldeur en een bovenlicht en rechts een dubbele schuifdeur met een driedelig bovenlicht. De verdieping bezit twee brede vensters met een meerdelig raam als in de voorgevel. De RECHTER ZIJGEVEL heeft in het midden een risalerend in een puntgevel eindigend geveldeel waarachter het trappenhuis gelegen is. De risaliet heeft op de begane grond een breed venster met drie gekoppelde tweedelige ramen, op de verdieping een breed venster als in de achtergevel en in de geveltop een door een rondboog afgesloten venster met een stolpraam en een halfrond bovenlicht. De overstekende kap is voorzien van een sierspant als in de voorgevel. Deze wordt hier echter bekroond door een piron met kruisbloemachtige versieringen en een windvaan. Links van de risaliet bevindt zich de ingang van het pand. Deze is middels een aantal hardstenen treden te bereiken en is voorzien van een fraaie Neo-Renaissance paneeldeur met twee gietijzeren van ornamenten voorziene deurroosters. Het bovenlicht bezit glas-in-lood. Boven de ingang is een luifel aangebracht die van een gesneden houten ondersteuning is voorzien. De verdieping bezit ter hoogte van de ingang een klein venster met een tweedelig klapraam. Links hiervan bezit de gevel een uitgemetseld schoorsteenkanaal dat het dakschild doorbreekt en eindigt in een schoorsteen. Het uiterst links gelegen uitgebouwde gevelddeel bezit een venster met persiennes en een van thermopane voorzien raam. Het rechts van de risaliet gelegen geveldeel heft op de begane grond een venster met een T-schuifraam. Het INTERIEUR is voor betreft de indeling gaaf bewaard gebleven en bezit nog meerdere oorspronkelijke onderdelen. Onder meer bewaard gebleven zijn: de gesneden tochtpui met tochtdeur en twee halfronde bovenlichten, het trappenhuis met ijzeren balusters en gesneden trappaal waarvan de bekroning niet meer aanwezig is, in de kamers en suite de schuifdeuren waarin later deels glas-in-lood is aangebracht, zwartmarmeren schoorsteenmantels, een beschilderd plafond in de voorkamer alsmede meerdere in oorsprong rijk beschilderde en later overgeschilderde plafonds met lijstwerk en een in een decoratief patroon gelegde tegelvloer in de kleuren zwart, wit, oker en rood in de serre.
Waardering
VILLA met HEKWERK uit de jaren 1896-1900 met elementen van de Neo-Renaissance en de Chaletstijl.
- Van architectuurhistorische waarde als een met name voor wat betreft het exterieur gaaf bewaard voorbeeld van een in een rijke combinatie van de Neo-Renaissancestijl en de Chaletstijl uitgevoerde schilderachtige schilderachtige villa. Het huis is van belang vanwege de hoogwaardige esthetische kwaliteiten van het ontwerp, zoals deze tot uitdrukking komen in de gevarieerde hoofdvorm, de schilderachtige en rijk uitgevoerde detaillering met gepleisterde speklagen en bijzonder fraaie gedeoreerde sierspanten. Het pand waarvan de ruimtelijke indeling nog aanwezig bezit meerdere oorspronkelijke interieuronderdelen waaronder in oorsprong rijkelijk van geschilderde decoraties voorziene plafonds die nog steeds onder latere verflagen aanwezig zijn.
- Van stedenbouwkundige waarde als onderdeel van de voornamelijk uit de tweede helft van de negentiende eeuw daterende villabebouwing aan de Utrechtseweg in de kern van Oosterbeek. Deze weg, die de langgerekte 'ruggegraat' vormt die de kernen Oosterbeek, Doorwerth, Heelsum en Renkum aan elkaar rijgt, bezit een voor de gemeente Renkum kenmerkend bebouwingspatroon bestaande uit een lint van verspreid liggende villa's.
Door de situering op de hoek van de Utrechtseweg en de Jan van Emdenweg neemt het pand een prominente plaats in het straatbeeld in.
- Van cultuurhistorische waarde als uitdrukking van een voor de gemeente Renkum kenmerkende sociaal-maatschappelijke ontwikkeling tussen 1850 en 1940, namelijk de immigratie van (nieuwe) welgestelden naar fraaie landelijke gebieden in de omgeving van een stad: in casu een villa in de kern van Oosterbeek dat in de tweede helft van de negentiende eeuw uit zou groeien tot een villadorp, gelegen in het bosrijke gebied van de zuidelijke Veluwezoom nabij Arnhem. Als voormalige woning van de kunstschilder Bernardus Arps herinnert het pand met name aan de jaren tusen 1850 en 1900 toen veel schilders zich in Oosterbeek vestigden. Het pand is verder van typologisch belang als een in plattegrond, opstand en detaillering goed voorbeeld een schilderachtige villa uit het laatste kwart van de negentiende eeuw.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
A well-preserved and richly detailed VILLA with FENCING named ARTI, built between 1896 and 1900 under the influence of Neo-Renaissance and Chalet style. The first owner was the painter Bernardus Arps who moved into the house in 1901. The house bore several names over time. Originally the property had a name derived from the first owner, BERNANCO, later it was given the name COLLEHEIM and subsequently the property acquired its present name. The property is particularly striking for its far-projecting roofs above the gable ends, furnished with very fine ornamental pointed-arched roof trusses. Another special aspect is formed by the various ceilings furnished with simple moulding work and rosettes on the ground floor and first floor which were originally provided almost entirely with stencilled paintings. These paintings have been preserved under later paint layers. The property has undergone some modifications over time. Thus, shortly after the construction of the property the rooms of the right aisle on both the ground floor and the first floor were extended, and subsequently in 1938 the window of the extension on the ground floor was enlarged. The conservatory of the front facade was originally a veranda and had detailing that matched that of the ornamental roof trusses. The strongly image-defining property is built on the corner of the Utrechtseweg and Jan van Embdenweg in the centre of Oosterbeek and forms part of the ribbon development along the Utrechtseweg consisting mainly of villas from the period 1850-1940. To the left of the property is a double villa executed in the same style, on the other corner is the former municipal building of Oosterbeek. The property, whose entrance is located on the Jan van Embdenweg side, is situated on terrain sloping towards the Utrechtseweg. This means the back garden is higher than the front garden. The garden is separated from the road by an iron picket fence with a double swing gate on the Jan van Embdenweg side. Originally there was a clear architectural garden layout with borders. This layout is nowadays barely present anymore.
Description
The villa is built on a compound plan and has two storeys under a compound projecting roof covered with reclay improved Dutch tiles which replace the original roof covering consisting of reclay flat Frisian tiles. The roof overhang rests on heavy corbels; the facades are constructed of brickwork laid in English bond and are enlivened by among other things plastered string courses at the height of the lintels and upper lintels. The window and door openings in the facade are closed by blind segmental arches, unless stated otherwise in the description below, provided with plastered setting and keystones furnished with diamond-shaped studs. The arch barrels are furnished with decorative brickwork in which diamond-shaped studs are sometimes incorporated. The windows are furnished with cement stone drip moulds and still possess a considerable number of shutters. The property has a running grey-tinted plinth. All facades are asymmetrically arranged in order to achieve a certain picturesque quality. The spatial arrangement of the house is almost two-aisled whereby one aisle on the ground floor contains the rooms en suite and the other aisle a side room, the vestibule, corridor, toilet, stairwell and the kitchen below which the cellar. The first floor has multiple bedrooms and a bathroom. The attic floor is also partly furnished with rooms. The FRONT FACADE is two bays wide with the left bay closed off by a truncated pointed gable. This bay has on the ground floor a veranda converted to a conservatory on a plastered basement furnished at the top along the edges with stone lists for which two stone-covered steps. The wooden structure of the conservatory consisting of stiles and rails rests on stone plinths. Between the decorated stiles are panels forming a parapet. At the front of the conservatory are two sliding doors with glazed panes on either side. Above these are two two-pane and one three-pane fanlights. The short sides of the conservatory are likewise furnished with panels; in addition glazed panes with glazing bars have been fitted. The conservatory is closed off by a compound zinc sash roof. The first floor has a broad window with shutters and a multi-part window frame in which a pivot window with narrow single-pane side lights and fanlights. In the gable top is a small attic window which is closed off by a blind round arch and furnished with a pivot window with a three-pane fanlight. Below the window a cement stone drip moulding has been applied below which there is then a frieze consisting of segmental arches with diamond-shaped studs in the arch spandrels. The substantial roof overhang is furnished with a decorated ornamental roof truss which rests on substantial corbels. The extended right bay, closed off by a zinc shed roof, has on the ground floor a window with shutters and a window furnished with thermopane and a fanlight. The first floor has a window with a T-sash window. In the roof panel of the main building mass is a roof dormer with a spire crowned by a finial. The LEFT SIDE FACADE has on the ground floor a window with a single-pane sash window at the far right, and on the first floor a centrally placed window with a pivot window and single-pane fanlight. Between the ground floor and the first floor decorated wall anchors are placed at regular intervals. The REAR FACADE has on the ground floor on the left a panelled door and a fanlight and on the right a double sliding door with a three-part fanlight. The first floor has two broad windows with a multi-part frame as on the front facade. The RIGHT SIDE FACADE has in the middle a projecting gable end section containing the stairwell. The risalit has on the ground floor a broad window with three coupled two-part frames, on the first floor a broad window as on the rear facade, and in the gable top a window closed off by a round arch with a pivot window and a semi-circular fanlight. The projecting roof is furnished with an ornamental roof truss as on the front facade. Here, however, it is crowned by a finial with cross-like ornamentation and a weather vane. To the left of the risalit is the entrance to the property. This is reached by means of a number of stone steps and is furnished with a fine Neo-Renaissance panelled door with two cast-iron door grilles furnished with ornamentation. The fanlight has glass-in-lead. Above the entrance a canopy has been fitted furnished with carved wooden support. The first floor has at the height of the entrance a small window with a two-part casement window. To the left of this the facade has an exposed chimney flue which pierces the roof panel and ends in a chimney. The far left extended gable part has a window with shutters and a window furnished with thermopane. The gable section located to the right of the risalit has on the ground floor a window with a T-sash window. The INTERIOR is well preserved as regards the layout and possesses several original components. Among those preserved are: the carved draught lobby with draught door and two semi-circular fanlights, the stairwell with iron balusters and carved newel post of which the finial is no longer present, in the rooms en suite the sliding doors in which glass-in-lead has partly been fitted later, black marble mantelpieces, a painted ceiling in the front room as well as several ceilings originally richly painted and subsequently overpainted with moulding work, and a floor decorated with tiles in a decorative pattern in the colours black, white, ochre and red in the conservatory.
Valuation
VILLA with FENCING from the years 1896-1900 with elements of Neo-Renaissance and Chalet style.
- Of architectural historical value as a particularly well-preserved example, with regard to the exterior, of a picturesque villa executed in a rich combination of Neo-Renaissance style and Chalet style. The house is important because of the high aesthetic qualities of the design, as expressed in the varied roof form, the picturesque and richly executed detailing with plastered string courses and particularly fine decorated ornamental roof trusses. The property, of which the spatial arrangement is still present, possesses several original interior components including ceilings originally richly furnished with painted decorations that are still present beneath later paint layers.
- Of urban planning value as part of the villa development along the Utrechtseweg in the centre of Oosterbeek, dating mainly from the second half of the nineteenth century. This road, which forms the elongated 'backbone' connecting the centres of Oosterbeek, Doorwerth, Heelsum and Renkum, has a building pattern characteristic of the municipality of Renkum consisting of a ribbon of scattered villas.
Due to its location on the corner of the Utrechtseweg and the Jan van Embdenweg the property takes a prominent place in the streetscape.
- Of cultural historical value as an expression of a socio-cultural development characteristic of the municipality of Renkum between 1850 and 1940, namely the immigration of (new) wealthy persons to beautiful rural areas in the vicinity of a city: in this case a villa in the centre of Oosterbeek which would develop in the second half of the nineteenth century into a villa village, located in the wooded area of the southern Veluwezoom near Arnhem. As the former residence of the painter Bernardus Arps, the property is in particular reminiscent of the years between 1850 and 1900 when many painters settled in Oosterbeek. The property is furthermore of typological importance as a good example in plan, elevation and detailing of a picturesque villa from the last quarter of the nineteenth century.
Nearby in the register
- Woonhuis, Utrechtseweg 111Woonhuisunder 1 mi
- Gemeentehuis, Utrechtseweg 107Bestuursgebouw en onderdlunder 1 mi
- Koetshuis (G), Utrechtseweg bij 107Opslagunder 1 mi
- VREDEWoonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.