Rijksmonumentenregister · Netherlands
Woonhuis, Utrechtseweg 102
Renkum, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Woonhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built (approximately)
- 1920 - 1930
- Address
- Utrechtseweg 102, 6871 DT Renkum
- Place
- Renkum
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.97711, 5.74845
- Monument number
- 523658
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamTU Delft LibraryUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1914 map "Verklaring van het algemeen nut der onteigening van eigendommen in de gemeente Horssen, noodig voor den aanleg van eene wetering door het waterschap "de Gecombineerde waterlossing der polderdistricten Rijk van Nijmegen en Maas en Waal"" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Deze VILLA is tussen 1920 en 1930 gebouwd in Gooise landhuisstijl. Volgens de bewoner ten tijde van de inventarisatie is het pand omstreeks 1920 gebouwd naar ontwerp van de Oosterbeekse architect A. Kraaijenvanger. Het gemeentelijk register van bouwvergunningen geeft A. Visser aan als opdrachtgever, 1928-1929 als bouwjaar en De Groot als bouwmeester.
Kenmerkend voor dit ontwerp zijn o.a. de gevarieerde hoofdvorm met een overhoeks op de hoofdbouw staande vleugel; erkers, balkon en terras als schakels tussen huis en tuin; de variatie qua grootte en type van de glas-in-loodramen; het samengestelde rieten dak met aankappingen en dakruiter; de gevarieerde plattegrond met vertrekken van verschillende grootte en specialisatie van functies.
Het vrijstaande pand bevindt zich aan de zuidwestelijke rand van de bebouwde kom van Heelsum, en is gesitueerd op de zuidwestelijke hoek van de Utrechtseweg en de Heidesteinlaan.
Omschrijving
VILLA van één bouwlaag en hoge kap (waarin een verdieping en een zolder) op samengesteld grondplan. De hoofdbouw heeft een min of meer rechthoekig grondplan met kleine uitbouwen in de vorm van erkers en een halfrond overdekt terras. De garage is overhoeks tegen de noordoost-hoek van de hoofdbouw gebouwd. De gevels van gele baksteen zijn in Vlaams verband gemetseld met terugliggende voegen en hebben een trasraam van rode baksteen. De uitgespaarde muuropeningen worden afgesloten door rollagen. De vensters op de begane grond zijn voorzien van houten spiegelluiken, met uitzondering van de vensters in de achtergevel waar rolluiken zijn aangebracht (de oorspronkelijke rolluiken zijn op één na allemaal vernieuwd). De ramen hebben een houten roedenverdeling of zijn voorzien van transparant glas-in-lood. De venstertralies zijn niet oorspronkelijk. In de plaats van lekdorpels zijn loden slabben aangebracht. Het hoge gebroken schilddak heeft aankappingen van verschillende grootte en nokhoogte ter plaatse van een brede afgewolfde geveltop aan de voorzijde, de overhoeks geplaatste garage aan de linker voorzijde, een over twee bouwlagen opgetrokken erker aan de achterzijde, en een brede lage erker aan de rechter zijde. Het samengestelde dak is gedekt met riet. Op de nokken zijn gesmoorde rietvorsten gemetseld. Onder het dakoverstek zijn knelplanken aangebracht (niet oorspronkelijk). Op de nok van het gebroken schilddak is een vierzijdige dakruiter geplaatst met rieten tentdakje (klokje verwijderd). Aan de achterzijde is ter hoogte van de verdieping een breed balkon in de kap uitgespaard. Voorts zijn ter hoogte van de zolder drie dakkapellen in het rieten dak aangebracht. De hoge schoorstenen zijn nog grotendeels oorspronkelijk (later toegevoegde vonkenvangers).
De asymmetrisch ingedeelde VOORGEVEL heeft ongeveer in het midden van de hoofdbouw een brede, over twee bouwlagen opgetrokken, afgewolfde geveltop. Deze geveltop heeft rechts van het midden een verdiept gelegen en rondboogvormig afgesloten ingangspartij, waarin een rondboogdeur met glas en smeedijzeren rooster in het bovenste paneel. Links van de ingang bevindt zich een uitstulpend venster dat bestaat uit twee gekoppelde halve cilindervormen met stalen roedenverdeling. Links hiervan bevindt zich een w.c.-raampje. De geveltop heeft op de verdieping (ter plaatse van het trappenhuis) een groot driedelig kozijn met polychrome glas-in-loodramen. Dit trappenhuisvenster wordt aan weerszijden geflankeerd door een klein smal venster met valraampje.
De brede afgewolfde geveltop wordt op de begane grond aan weerszijden geflankeerd door een erker. De driezijdige erker rechts heeft een vierdelig kozijn met draairamen. De tweezijdige erker links heeft een driedelig kozijn met vast kalf: zesruits draairamen met luiken en vierruits bovenlichten. Op de linker erker sluit de garage aan. De garage heeft aan de rechter zijde een vensterstrook met drie zesruits valramen, en aan de smalle voorzijde een korfboogvormig afgesloten opgeklampte garagedeur. De RECHTER ZIJGEVEL heeft in de eerste bouwlaag vensteropeningen met per twee gekoppelde ijzeren draairamen.
De LINKER ZIJGEVEL heeft in het uitgebouwde gedeelte een dienstingang (paneeldeur in twee delen), twee vierruits valramen en een keukenraam (kruiskozijn met vierruits draairamen, luiken en valraampjes bovenin). Het met pannen gedekte afdak is niet oorspronkelijk. De linker zijgevel van het hoofdbouw-gedeelte is over twee bouwlagen opgemetseld en heeft enkelvoudige kozijnen en een hoekvenster.
De onregelmatig ingedeelde ACHTERGEVEL heeft links in de eerste bouwlaag een grote ijzeren pui met tuindeuren tussen afgeronde muurdammen. In het midden bevindt zich een overdekt halfrond terras (houten plat dak op stijlen en gemetselde plint). De rechter travee heeft een over twee bouwlagen doorgaande gemetselde erker met vierdelige kozijnen. Op de verdieping is links hiervan in de kap een balkon uitgespaard. Het balkon heeft een terrazzovloer en is bereikbaar vanuit de drie aangrenzende vertrekken. Het flankerende vertrek aan de linker zijde heeft gepotdekselde gevels. De hall annex trappenhuis en garderobe is het centrale element in de RUIMTELIJKE INDELING van deze villa. De hall wordt geflankeerd door de voormalige bibliotheek aan de rechter zijde en de zogenaamde "groene kamer" aan de linker zijde. De "groene kamer" fungeert als een soort sluis tussen de dienstafdeling in het noordoostelijke deel van het huis (garage, dienstingang, kelders, keuken, pantry) en het woongedeelte. Aan de achterzijde van het huis bevinden zich de op het zuiden georiënteerde eetkamer en de salon (tussenmuur weggebroken). De salon en de bibliotheek staan met elkaar in verbinding door schuifdeuren. De villa bezit een groot aantal oorspronkelijke INTERIEURELEMENTEN, zoals eikenhouten paneeldeuren met schouderbogen en geprofileerde omlijstingen; parketvloeren in visgraat-motief; terrazzovloeren in badkamer en toiletten; een haardzitje met houten schoorsteenmantel (boogjesfries, metalen haard) en flankerende muurbanken in de salon; een pantry met vitrinekast, doorgeefluik en wandtegels (fruitmand en -schalen, veelkleurig); een bordestrap met twee armen, getordeerde spijlen, geprofileerde handlijsten, lambrizering en trappaal met bol; decoratieve wandtegels in de garderobe (kinderspelen / zee- en zeilgezichten, blauw op wit); stook- en proviantkelder met troggewelven en vloer van rode plavuizen.
Waardering
VILLA uit 1920-1930.
- Van architectuurhistorische waarde als representatief en vrijwel gaaf voorbeeld van een villa uit de jaren twintig in Gooise landhuisstijl. Het huis is van belang wegens de hoogwaardige esthetische kwaliteiten van het ontwerp, zoals deze tot uitdrukking komen in de voor deze bouwtrant kenmerkende gevarieerde hoofdvorm, het schilderachtige silhouet en de vrije plattegrond. Het goed bewaard gebleven interieur heeft een vrije plattegrond met een min of meer gescheiden dienst- en woonafdeling, een grote differentiatie aan vertrekken/functies, en een groot aantal karakteristieke interieurelementen zoals een haardzitje in de salon.
- Van stedenbouwkundige waarde als onderdeel van een voor de periode 1850-1940 in de gemeente Renkum kenmerkend bebouwingspatroon dat bestaat uit een lint van verspreid liggende villa's aan de Utrechtseweg: de langgerekte ruggegraat' die de kernen Renkum, Heelsum, Doorwerth en Ooosterbeek aan elkaar rijgt.
- Van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een voor de gemeente Renkum kenmerkende sociaal-maatschappelijke ontwikkeling tussen 1850 en 1940, namelijk de immigratie van (nieuwe) welgestelden naar fraaie landelijke gebieden in de omgeving van een stad; in casu een villa in het geaccidenteerde en bosrijke gebied van de zuidelijke Veluwezoom nabij Arnhem. Het pand is voorts van belang voor de typologische ontwikkeling van het landhuis in Nederland gedurende het interbellum.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
This VILLA was built between 1920 and 1930 in Gooise country house style. According to the occupant at the time of the inventory, the property was built around 1920 to designs by the Oosterbeek architect A. Kraaijenvanger. The municipal building permit register lists A. Visser as the client, 1928-1929 as the construction date and De Groot as the master builder.
Characteristic of this design are, among other things, the varied roof form with a wing positioned at an angle to the main building; oriels, balcony and terrace as links between house and garden; the variation in size and type of leaded windows; the composite thatched roof with gable slopes and roof turret; the varied floor plan with rooms of different sizes and functional specialisation.
The detached property is situated on the southwestern edge of the built-up area of Heelsum, and is located on the southwestern corner of Utrechtseweg and Heidesteinlaan.
Description
VILLA of one storey with high roof structure (containing an upper floor and an attic) on a composite ground plan. The main building has a more or less rectangular ground plan with small projections in the form of oriels and a semi-circular covered terrace. The garage is positioned at an angle against the northeast corner of the main building. The facades of yellow brickwork are laid in Flemish bond with recessed joints and have a masonry frame of red brickwork. The recessed wall openings are closed by arch stones. The windows on the ground floor are provided with wooden mirror shutters, with the exception of the windows in the rear facade where roller shutters have been installed (the original roller shutters have been renewed except for one). The windows have wooden glazing bars or are fitted with transparent leaded glass. The window grilles are not original. In place of lead drip mouldings, lead slabs have been installed. The high broken hipped roof has gable slopes of varying size and ridge height at the location of a broad curved curved gable top at the front, the garage positioned at an angle on the left front, an oriel extending over two storeys on the rear side, and a broad low oriel on the right side. The composite roof is covered with thatch. At the ridges, compressed thatch hips are laid in mortar. Under the roof overhang, short boards have been installed (not original). On the ridge of the broken hipped roof is a four-sided roof turret with a thatched tent roof (the bell removed). At the rear, at the level of the upper floor, a broad balcony is recessed into the roof structure. Furthermore, at attic level, three roof dormers are installed in the thatched roof. The tall chimneys are still largely original (spark arresters added later).
The asymmetrically arranged FRONT FACADE has approximately in the middle of the main building a broad, extending over two storeys, curved gable top. This gable top has to the right of centre a recessed and round-arch-shaped entrance bay, in which a round-arch door with glass and wrought-iron grille in the upper panel. To the left of the entrance is a projecting window consisting of two coupled half-cylinder forms with steel glazing bars. To the left of this is a w.c. window. The gable top has on the upper floor (at the location of the stairwell) a large three-part window frame with polychrome leaded glass windows. This stairwell window is flanked on either side by a small narrow window with a drop window.
The broad curved gable top is flanked on the ground floor on both sides by an oriel. The three-sided oriel on the right has a four-part window frame with casement windows. The two-sided oriel on the left has a three-part window frame with fixed calves: six-pane casement windows with shutters and four-pane fanlights. The garage adjoins the left oriel. The garage has on the right side a strip of windows with three six-pane drop windows, and on the narrow front a basket-arch-shaped closed-up garage door. The RIGHT SIDE FACADE has in the first storey window openings with pairs of coupled iron casement windows.
The LEFT SIDE FACADE has in the built-out section a service entrance (panelled door in two parts), two four-pane drop windows and a kitchen window (cross window with four-pane casement windows, shutters and drop windows at the top). The tiled roof canopy is not original. The left side facade of the main building section is built up over two storeys and has simple window frames and a corner window.
The irregularly arranged REAR FACADE has on the left in the first storey a large iron shop front with garden doors between rounded wall piers. In the centre is a covered semi-circular terrace (wooden flat roof on posts and stone plinth). The right bay has a cast-stone oriel extending over two storeys with four-part window frames. On the upper floor to the left of this a balcony is recessed into the roof structure. The balcony has a terrazzo floor and is accessible from the three adjacent rooms. The flanking room on the left side has pot-domed ceilings. The hall including stairwell and cloakroom is the central element in the SPATIAL LAYOUT of this villa. The hall is flanked by the former library on the right side and the so-called "green room" on the left side. The "green room" functions as a kind of airlock between the service section in the northeastern part of the house (garage, service entrance, cellars, kitchen, pantry) and the living section. At the rear of the house are the south-facing dining room and salon (partition wall removed). The salon and library are connected by sliding doors. The villa possesses a large number of original INTERIOR ELEMENTS, such as oak-panelled doors with shouldered arches and moulded surrounds; parquet floors in herringbone pattern; terrazzo floors in bathroom and toilets; a fireplace seating area with wooden fireplace mantel (arch frieze, metal hearth) and flanking wall benches in the salon; a pantry with display cabinet, serving hatch and wall tiles (fruit baskets and dishes, multicoloured); a staircase with two flights, twisted balusters, moulded handrails, wainscoting and newel post with finial; decorative wall tiles in the cloakroom (children's games / seascapes and sailing scenes, blue on white); coal and storage cellar with barrel vaults and floor of red tiles.
Valuation
VILLA from 1920-1930.
- Of architectural-historical value as a representative and virtually intact example of a villa from the nineteen-twenties in Gooise country house style. The house is of significance because of the high-quality aesthetic qualities of the design, as expressed in the varied roof form characteristic of this building type, the picturesque silhouette and the free floor plan. The well-preserved interior has a free floor plan with a more or less separated service and living section, a large differentiation of rooms/functions, and a large number of characteristic interior elements such as a fireplace seating area in the salon.
- Of urban planning value as part of a building pattern characteristic of the period 1850-1940 in the municipality of Renkum consisting of a ribbon of scattered villas along Utrechtseweg: the elongated 'backbone' that links the centres of Renkum, Heelsum, Doorwerth and Oosterbeek together.
- Of cultural-historical value as a particular expression of a social and economic development characteristic of the municipality of Renkum between 1850 and 1940, namely the immigration of (new) wealthy people to beautiful rural areas in the vicinity of a city; in this case a villa in the hilly and wooded area of the southern Veluwezoom near Arnhem. The property is furthermore of significance for the typological development of the country house in the Netherlands during the interwar period.
Nearby in the register
- HeidesteinKasteel, buitenplaatsunder 1 mi
- Kerk, Koninginnelaan 24Kerk en kerkonderdeelunder 1 mi
- OpheemWoonhuisunder 1 mi
- Archeologie, De KeijenbergArcheologieunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.