Rijksmonumentenregister · Netherlands
Hofje, Berkelsingel 38
Zutphen, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Sociale zorg, liefdadigheid
- Function
- Hofje
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1897 - 1898
- Address
- Berkelsingel 38, 7201 BL Zutphen (and others)
- Place
- Zutphen
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.14255, 6.20123
- Monument number
- 523408
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
TU Delft LibraryUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1889 map "05. Zutphen (1889)" (TU Delft Library).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
HOFJE gebouwd in 1897/ 1898 naar ontwerp van stadsarchitect F.H. VAN ETTEGER in neo-hollandse renaissance. Het ruitershofje is gelegen aan de zuidzijde van de Berkelsingel binnen de bebouwde kom van Zutphen, aan de westzijde begrensd door de Halve Maanstraat, aan de oostzijde door de Melatensteeg.
De naam Ruitershofje is afkomstig van de oprichters Zwene en Hendrick Ruyter. In 1512 kocht Zwene Ruyter een huis in de Bakkerstraat, dat mogelijk direct de bestemming van armenhuis kreeg. Vervolgens werden in 1545 in opdracht van Hendrik Ruyter in de voormalige Lookenstraat (Gasthuisstraat) de eerste huizen van het Ruitershofje gebouwd, dat in 1570-71 werd uitgebreid tot een totaal van negentien woningen op de Nieuwstad. De gevelsteen ter voltooiing van deze uitbreiding bevindt zich momenteel in de gevel van de poort. Nadat in 1784 het St. Anthonis Grote Broederschap het recht van collatie van het Ruitershofje kocht, besloot het bestuur twee jaar later tot de sloop van de bestaande woningen en de bouw van een nieuw hofje naar ontwerp van de architect Wittenberg. De nieuwe gedenksteen met het (foutieve) wapen van de familie Ruyter met daarop de tekst Ruiters Hofjen gesticht 1571 vernieuwd door Anthony Grote Broederschap' bevindt zich momenteel in de voorgevel van het poortgebouw met portierswoning. In 1897 besloot het bestuur een nieuw stuk grond aan de Berkelsingel te kopen voor de bouw van een nieuw hofje bestaande uit een hoofdgebouw met in het midden een poort met portierswoning en twee dubbele bovenwoningen, waarop aan weerszijden een blok woningen aansloot bestaande uit één dubbele en vier enkele woningen. Om de ruime binnentuin werden nogmaals achttien woningen gebouwd. Het hoekpand op de hoek van de Berkelsingel en de Halve Maanstraat was bestemd als vergaderkamer voor het bestuur, een archiefkamer met een brandvrije kluis en een vertrek voor het uitdelen van brood en geld. Alle woningen werden aangesloten op de water- en gasleiding en in 1924 op de riolering tegelijk met de installatie van een closetinrichting. In 1932 werd een aantal panden uit de Melatensteeg aangekocht en toegevoegd aan het hofje. Na de renovatie is het aantal teruggebracht tot 17 woningen, nog altijd in het bezit van het St. Anthony Grote Broederschap.
Omschrijving
Het ruitershofje bestaat uit twee blokken aaneengesloten woningen op een driehoekig perceel. Eén blok woningen met L-vormige plattegrond bevindt zich aan de Berkelsingel op de hoek met de Halve Maanstraat. De 'L' wordt gesloten tot een driehoek door een tweede blok aaneengesloten woningen waardoor een driehoekig binnenplein wordt gevormd. De gevels met gepleisterde plint, trasraam en rollaag zijn opgetrokken in bruinrode baksteen in kruisverband. De gevels eindigen aan de straatzijde met een zaagtandlijst en geprofileerde bakgoot. De gevels aan de binnenzijde hebben in plaats van een zaagtandlijst een uitkragende laag strekken. In de lange zijde van het L-vormig woonblok, aan de zuidzijde van de Berkelsingel, bevindt zich het poortgebouw bestaande uit twee bouwlagen afgesloten door een zadeldak gedekt met leien in maasdekking. Eveneens met leien gedekt zijn de daken van de hoekwoningen van één bouwlaag met een hoog opgetrokken gevel. De hoekwoningen en het poortgebouw zijn iets rijker gedecoreerd dan de tussenwoningen van één bouwlaag afgesloten door een zadeldak gedekt met gesmoorde gegolfde Friese pannen. De hoekwoningen en het poortgebouw worden van de tussenwoningen gescheiden door een bakstenen brandmuur met een trapgevel. De muuropeningen worden grotendeels afgesloten door segmentbogen. Voor de segmentbogen in de hoekwoningen en de portierswoning is gebruik gemaakt van natuurstenen aanzetstenen. In de gevels aan het binnenhof zijn de segmentbogen eveneens voorzien van natuurstenen sluitstukken. Overal bevinden zich boogtrommels voorzien van siermetselwerk met uitzondering van de vensters van de tussenliggende woningen aan de straatzijde. Deze worden afgesloten door een natuurstenen latei met vellingkanten en een segmentboog zonder boogtrommel. De middenas van het poortgebouw, die van de tussenwoningen en de afgeschuinde hoeken van het blok worden benadrukt door een Vlaamse gevel. Dit zijn tevens licht risalerende assen. Deze Vlaamse gevel begint ter hoogte van de wisseldorpel met lisenen die zich ter hoogte van de bovendorpel verdikken. De lisenen zijn met elkaar verbonden door een rondboog met in het spaarveld een rondvenster omsloten door een rollaag van rode baksteen. Boven het spaarveld wordt de Vlaamse gevel afgesloten door een trapgevel waarvan de vijf treden zijn afgedekt door natuurstenen platen met in de top een smeedijzeren muuranker. Aan de hofzijde bevinden zich eveneens licht risalerende partijen bestaande uit twee of drie assen met in het zadeldak een dakkapel met hals/trapgevel. De hals wordt aan weerszijden geflankeerd door een natuurstenen klauwstuk. De dakkapel bestaat uit een vierruits raam afgesloten door een segmentboog met siermetselwerk in de boogtrommel met achterliggend aangekapt zadeldak en bakstenen zijgevels. Voor de imitatie-speklagen is gebruik gemaakt van drie lagen rode verblendsteen ter hoogte van de bovendorpels. Voor het siermetselwerk in de boogtrommels en in de friezen is gebruik gemaakt van gele, rode en grijze verblendsteen in verschillende patronen. In de gevels bevinden zich regelmatige muuropeningen met voornamelijk T-vensters, onderramen met tweeruits klapramen en twee gekoppelde drieruits ramen alle met loodstrips. Ter hoogte van de boven- en de wisseldorpel en tussen de onder- en wisseldorpel worden de vensteropeningen benadrukt door een natuurstenen blok. In de straatgevels zijn de natuurstenen lekdorpels doorgetrokken over de hele breedte. Aan de hofzijde zijn het afzonderlijk gepleisterde bakstenen lekdorpels die de grijze bakstenen rollaag van het trasraam onderbreken. Op de nok bevinden zich regelmatig verdeelde rechthoekige, bakstenen schoorsteenschachten met in het dakschild authentieke tweeruits dakramen aan de hofzijde en zinken dakkapellen met rondvensters aan de straatzijde.
De VOORGEVEL is de noordgevel gelegen aan de Berkelsingel met zicht op de Berkel bestaande uit vijf traveeën met het schema C-A-B-A-D, totaal een lengte van achttien vensterassen. Centraal bevindt zich het poortgebouw (B) bestaande uit drie vensterassen en twee bouwlagen afgesloten door een zadeldak gedekt met leien in maasdekking tussen twee haaks op de straat staande trapgevels. In de licht risalerende middenas van het poortgebouw bevindt zich op de begane grond een korfboogvormige doorgang naar het binnenhof. De doorgang wordt afgesloten door een ijzeren hek met op de eerste verdieping centraal een gevelplaat met draperie en het opschrift Ruitershofje/ gesticht/ CIC.IC.LXXI/ vernieuwd/ door/ Anthony groot broederschap/ CIC.IC LXXXVII. Boven het opschrift bevindt zich een enkelruits raam aan weerszijden geflankeerd door dubbele natuurstenen zuiltjes aan de boven- en onderzijde afgesloten door een natuurstenen dorpel. Het venster wordt boven de natuurstenen dorpel afgesloten door een rondboog met siermetselwerk in de boogtrommel. Ter hoogte van de bakgoot bevindt zich in dezelfde as een rondvenster. Vanaf de waterlijst wordt de gevelplaat, venster en rondvenster aan weerszijden geflankeerd door dubbele lisenen aan de bovenzijde met elkaar verbonden door een centrale grote rondboog aan weerszijden geflankeerd door kleine rondbogen. De middenas eindigt in een trapgevel. Aan weerszijden van de middenas bevinden zich identieke vensterassen met in iedere bouwlaag twee gekoppelde drieruitsramen geplaatst in een rechthoekig spaarveld gevormd door lisenen. De begane grond wordt afgesloten door een natuurstenen waterlijst. de gevel eindigt in een gekorniste bakgoot met een tweeruits dakraam in het zadeldak. Het poortgebouw (B) wordt aan weerszijden geflankeerd door een identieke symmetrische travee (A) van één bouwlaag en vijf vensterassen breed. De vijf vensterassen worden afgesloten door een zadeldak gedekt met gegolfde Friese pannen met centraal een aangekapt zadeldak van de Vlaamse gevel. De Vlaamse gevel is de beëindiging van de licht risalerende middenas. In deze as bevinden zich twee gekoppelde drieruits ramen aan weerszijden geflankeerd door een ondiepe staande rechthoekige nis. De Vlaamse gevel met hardstenen bekroning bevindt zich boven de gekoppelde vensters. De gevel boven de nissen is iets hoger opgetrokken boven de geprofileerde bakgoot. Aan weerszijden van de middenas bevinden zich twee identieke zesruits ramen met daartussen een identieke nis. Alle vensters worden afgesloten door een natuurstenen bovendorpel met vellingen, aansluitende segmentboog zonder boogtrommel. De uiterst linker- (C) en rechtertravee (D) zijn hoekwoningen met een een iets rijker fries en een iets hoger opgetrokken gevel afgesloten door een geprofileerde bakgoot. Een bakstenen brandmuur met trapgevel scheidt de hoekwoningen (C en D) van de tussenwoningen (A). De linker hoekwoning (C) bestaat uit twee T-vensters met daartussen een ondiepe nis. Onder de bakgoot bevindt zich een decoratief fries met regelmatig verdeeld drie consoles. De hoek is afgeschuind en bestaat uit één vensteras met een T-venster en een identieke Vlaamse gevel. De hoekwoning wordt afgesloten door een omlopend zadeldak met een voorschild op de afgeschuinde hoek. De gevels van de rechter hoekwoning (D) zijn evenals de linker hoekwoning hoger en rijker gedecoreerd bestaande uit drie vensterassen. In iedere as bevindt zich een T-venster met op de scheidingen een ondiepe nis. Oorspronkelijke bevond zich in de middenas een deur. Ook deze hoek is afgeschuind en eindigt in een Vlaamse gevel met achterliggend hoog omlopend schilddak waarvan de top versierd is met smeedijzeren hekwerk. De LINKERZIJGEVEL is de blinde oostgevel van de linker hoekwoning (C).
De ACHTERGEVEL is de zuidgevel met hetzelfde ritme als de noordgevel, van links naar rechts D-A-B-A-C, waarbij de hoekwoning (D) slechts bestaat uit een enkele paneeldeur in de afgeschuinde binnenhoek. Centraal bevindt zich het poortgebouw (B) bestaande uit drie vensterassen en twee bouwlagen. In de licht risalerende middenas van het poortgebouw bevindt zich een korfboogvormige doorgang naar het binnenhof aan weerszijden geflankeerd door twee gekoppelde drieruits ramen. De begane grond wordt afgesloten door een natuurstenen waterlijst met op de eerste verdieping drie regelmatig verdeelde, identieke vensters met afwijkend siermetselwerk in de buitenste boogtrommels. Het middenvenster op de eerste verdieping wordt aan weerszijden geflankeerd door twee kleine enkelruits valramen afgesloten door een rollaag. Aan weerszijden van het poortgebouw (B) bevinden zich identieke traveeën (A) bestaande uit acht vensterassen met het ritme aba ab aba. In vensteras a bevindt zich een zesruits raam, in vensteras b een paneeldeur met tweeruits bovenlicht. De licht risalerende middenpartij (ab) wordt in het dakvlak benadrukt door een dakkapel met hals/trapgevel. De drie assen (aba) aan weerszijden van de middenpartij zijn identiek en bestaan uit een enkele houten deur met tweeruits bovenlicht aan weerszijden geflankeerd door een klein enkelruits raam respectievelijk door een zesruits raam. Alle vensters worden afgesloten door een segmentboog met siermetselwerk in de boogtrommels afwijkend boven deuren en ramen. De RECHTERZIJGEVEL van het L-vormig blok bestaat uit de westgevel van hoekwoning (D). Aansluitend herhaalt travee A zich die uiterst rechts wordt afgesloten door een licht risalerende vensteras (E). In de westgevel van hoekwoning (D) bevinden zich drie regelmatig verdeelde T-vensters, vervolgens vijf vensterassen als in de voorgevel (A) afgesloten door een vensteras (E) met daarin twee gekoppelde drieruits ramen met verhoogde gevel boven de geprofileerde bakgoot. De blinde zijgevel van deze vensteras eindigt in een trapgevel.
De ACHTERGEVEL van de rechterzijgevel bestaat uit tien vensterassen met het ritme ba aba ab aba.
Parallel aan de woningen aan de Berkelsingel bevindt zich een tweede blok woningen die zorgt dat een binnenhof ontstaat door afsluiting van de L-vormige plattegrond. Het blok bestaat aan de noordzijde uit achttien vensterassen te verdelen in twee identieke traveeën met het ritme aba aba aba. De licht risalerende middenpartij bestaande uit drie vensterassen wordt benadrukt door een dakkapel met hals/trapgevel. De zuidzijde is de achtergevel van dit blok bestaande uit twaalf vensterassen te verdelen in drie traveëen met het ritme ba-ab.Voorheen bevonden zich in deze gevel alleen schuiframen, met de renovatie is een aantal vensters vervangen door een houten deur met zesruits glasindeling met twee-ruits bovenlicht (b). De gevel eindigt in een bakgoot op klossen.
Waardering
RUITERSHOFJE gebouwd in 1897/98 naar ontwerp van F.H. VAN ETTEGER (1838-1919) in neo-hollands renaissance in opdracht van Sint Anthony Groote Broederschap.
- Van architectuurhistorische waarde als goed bewaard zeldzaam voorbeeld van een hofje uit 1898 in neo hollands renaissance van de F.H. ETTEGER, stadsarchitect van Zutphen van 1878 tot 1911. Deze bouwstijl wordt gekenmerkt door het gebruik van onder andere natuursteenblokken, imitatie-speklagen van rode verblendsteen en trapgevels.
- Van stedenbouwkundige waarde vanwege de ligging van het hofje aan de Berkel binnen de bebouwde kom van Zutphen.
- Van cultuurhistorische waarde als zeldzaam voorbeeld representatief voor de ontwikkeling van het type hofjeswoning in Nederland.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
COURTYARD HOUSING built in 1897/1898 designed by city architect F.H. VAN ETTEGER in neo-Dutch renaissance. The Ruitershofje is located on the south side of the Berkelsingel within the built-up area of Zutphen, bounded on the west side by the Halve Maanstraat, on the east side by the Melatensteeg.
The name Ruitershofje derives from the founders Zwene and Hendrick Ruyter. In 1512 Zwene Ruyter purchased a house on the Bakkerstraat, which possibly was immediately designated as a poorhouse. Subsequently in 1545 by order of Hendrik Ruyter the first houses of the Ruitershofje were built in the former Lookenstraat (Gasthuisstraat), which in 1570-71 was expanded to a total of nineteen dwellings on the Nieuwstad. The foundation stone commemorating this expansion is currently located in the gable of the gate. After in 1784 the St. Anthonis Grote Broederschap purchased the right of collation of the Ruitershofje, the board decided two years later to demolish the existing dwellings and construct a new hofje designed by architect Wittenberg. The new commemorative stone with the (incorrect) coat of arms of the Ruyter family inscribed 'Ruiters Hofjen founded 1571 renewed by Anthony Grote Broederschap' is currently located in the front facade of the gate building with porter's dwelling. In 1897 the board decided to purchase a new plot of land on the Berkelsingel for the construction of a new hofje consisting of a main building with a gate and porter's dwelling in the middle and two double upper dwellings, to which on either side a block of dwellings was attached consisting of one double and four single dwellings. Around the spacious inner courtyard eighteen dwellings were built once more. The corner building at the corner of the Berkelsingel and the Halve Maanstraat was designated as a meeting room for the board, an archive room with a fireproof safe and a room for the distribution of bread and money. All dwellings were connected to water and gas supply and in 1924 to sewers together with the installation of toilet facilities. In 1932 a number of buildings from the Melatensteeg were purchased and added to the hofje. After renovation the number was reduced to 17 dwellings, still owned by the St. Anthony Grote Broederschap.
Description
The Ruitershofje consists of two blocks of attached dwellings on a triangular plot. One block of dwellings with L-shaped plan is located on the Berkelsingel at the corner with the Halve Maanstraat. The 'L' is closed into a triangle by a second block of attached dwellings thereby forming a triangular inner courtyard. The facades with plastered plinth, tuff stone and roll moulding are constructed in reddish-brown brick in English bond. The facades end on the street side with a sawtooth frieze and moulded brick gutter. The facades on the inner side have instead of a sawtooth frieze a projecting course. On the long side of the L-shaped dwelling block, on the south side of the Berkelsingel, is the gate building consisting of two storeys closed by a gabled roof covered with slate in Dutch bond. Also covered with slate are the roofs of the corner dwellings of one storey with a high facade. The corner dwellings and the gate building are somewhat more richly decorated than the intermediate dwellings of one storey closed by a gabled roof covered with dark Spanish tiles. The corner dwellings and the gate building are separated from the intermediate dwellings by a brick firewall with a stepped gable. The wall openings are largely closed by segmental arches. For the segmental arches in the corner dwellings and the porter's dwelling natural stone voussoirs were used. In the facades facing the inner courtyard the segmental arches are likewise provided with natural stone keystones. Everywhere are found arch drums provided with decorative brickwork except for the windows of the intermediate dwellings on the street side. These are closed by a natural stone lintel with chamfered edges and a segmental arch without arch drum. The central axis of the gate building, that of the intermediate dwellings and the bevelled corners of the block are emphasized by a Flemish gable. These are also slightly projecting axes. This Flemish gable begins at the height of the middle mullion with pilaster strips that thicken at the height of the upper mullion. The pilaster strips are connected to each other by a round arch with in the spandrel a round window enclosed by a roll moulding of red brick. Above the spandrel the Flemish gable is closed by a stepped gable of which the five steps are covered by natural stone slabs with in the apex a wrought-iron wall anchor. On the courtyard side are likewise slightly projecting sections consisting of two or three axes with in the gabled roof a roof dormer with neck/stepped gable. The neck is flanked on either side by a natural stone claw piece. The roof dormer consists of a four-pane window closed by a segmental arch with decorative brickwork in the arch drum with underlying pitched gabled roof and brick side facades. For the imitation speckled courses three courses of red decorative brick are used at the height of the upper mullions. For the decorative brickwork in the arch drums and in the friezes yellow, red and grey decorative brick are used in various patterns. In the facades are found regular wall openings with mainly T-windows, lower panes with two-pane casement windows and two coupled three-pane windows all with lead strips. At the height of the upper and middle mullion and between the lower and middle mullion the window openings are emphasized by a natural stone block. In the street facades the natural stone drip moulds are carried across the entire width. On the courtyard side are individually plastered brick drip moulds that interrupt the grey brick roll moulding of the tuff stone. On the ridge are regularly distributed rectangular brick chimney shafts with in the roof panel authentic two-pane roof windows on the courtyard side and zinc roof dormers with round windows on the street side.
The FRONT FACADE is the north facade located on the Berkelsingel with view of the Berkel consisting of five bays with the pattern C-A-B-A-D, in total a length of eighteen window axes. Centrally is the gate building (B) consisting of three window axes and two storeys closed by a gabled roof covered with slate in Dutch bond between two stepped gables perpendicular to the street. In the slightly projecting central axis of the gate building on the ground floor is a basket arch-shaped passage to the inner courtyard. The passage is closed by an iron gate and on the first floor centrally a facade plate with drapery and the inscription 'Ruitershofje/ founded/ CIC.IC.LXXI/ renewed/ by/ Anthony groot broederschap/ CIC.IC LXXXVII. Above the inscription is a single-pane window on either side flanked by double natural stone columns at the top and bottom closed by a natural stone mullion. The window is above the natural stone mullion closed by a round arch with decorative brickwork in the arch drum. At the height of the brick gutter is in the same axis a round window. From the drip moulding the facade plate, window and round window are on either side flanked by double pilaster strips at the top connected to each other by a central large round arch flanked on either side by small round arches. The central axis ends in a stepped gable. On either side of the central axis are identical window axes with in each storey two coupled three-pane windows placed in a rectangular spandrel formed by pilaster strips. The ground floor is closed by a natural stone drip moulding. The facade ends in a corniced brick gutter with a two-pane roof window in the gabled roof. The gate building (B) is flanked on either side by an identical symmetrical bay (A) of one storey and five window axes wide. The five window axes are closed by a gabled roof covered with Spanish tiles with centrally a pitched gabled roof of the Flemish gable. The Flemish gable is the termination of the slightly projecting central axis. In this axis are two coupled three-pane windows flanked on either side by a shallow upright rectangular niche. The Flemish gable with stone coping is above the coupled windows. The gable above the niches is somewhat higher raised above the moulded brick gutter. On either side of the central axis are two identical six-pane windows with between them an identical niche. All windows are closed by a natural stone upper mullion with chamfered edges, adjoining segmental arch without arch drum. The far left (C) and right bay (D) are corner dwellings with somewhat richer frieze and somewhat higher raised facade closed by a moulded brick gutter. A brick firewall with stepped gable separates the corner dwellings (C and D) from the intermediate dwellings (A). The left corner dwelling (C) consists of two T-windows with between them a shallow niche. Below the brick gutter is a decorative frieze with regularly distributed three corbels. The corner is bevelled and consists of one window axis with a T-window and an identical Flemish gable. The corner dwelling is closed by an L-shaped gabled roof with a front section on the bevelled corner. The facades of the right corner dwelling (D) are like the left corner dwelling higher and more richly decorated consisting of three window axes. In each axis is a T-window with on the divisions a shallow niche. Originally in the central axis was a door. This corner too is bevelled and ends in a Flemish gable with underlying high L-shaped hipped roof of which the apex is decorated with wrought-iron fencing. The LEFT SIDE FACADE is the blind east facade of the left corner dwelling (C).
The REAR FACADE is the south facade with the same rhythm as the north facade, from left to right D-A-B-A-C, whereby the corner dwelling (D) consists only of a single panel door in the bevelled inner corner. Centrally is the gate building (B) consisting of three window axes and two storeys. In the slightly projecting central axis of the gate building is a basket arch-shaped passage to the inner courtyard flanked on either side by two coupled three-pane windows. The ground floor is closed by a natural stone drip moulding and on the first floor three regularly distributed, identical windows with different decorative brickwork in the outer arch drums. The centre window on the first floor is flanked on either side by two small single-pane drop windows closed by a roll moulding. On either side of the gate building (B) are identical bays (A) consisting of eight window axes with the rhythm aba ab aba. In window axis a is a six-pane window, in window axis b a panel door with two-pane fanlight. The slightly projecting central section (ab) is emphasized in the roof plane by a roof dormer with neck/stepped gable. The three axes (aba) on either side of the central section are identical and consist of a single wooden door with two-pane fanlight flanked on either side by a small single-pane window respectively by a six-pane window. All windows are closed by a segmental arch with decorative brickwork in the arch drums different above doors and windows. The RIGHT SIDE FACADE of the L-shaped block consists of the west facade of corner dwelling (D). Adjacent to this bay A repeats which on the far right is closed by a slightly projecting window axis (E). In the west facade of corner dwelling (D) are three regularly distributed T-windows, followed by five window axes as in the front facade (A) closed by a window axis (E) with therein two coupled three-pane windows with raised facade above the moulded brick gutter. The blind side facade of this window axis ends in a stepped gable.
The REAR FACADE of the right side facade consists of ten window axes with the rhythm ba aba ab aba.
Parallel to the dwellings on the Berkelsingel is a second block of dwellings which creates an inner courtyard by closing the L-shaped plan. The block consists on the north side of eighteen window axes to be divided into two identical bays with the rhythm aba aba aba. The slightly projecting central section consisting of three window axes is emphasized by a roof dormer with neck/stepped gable. The south side is the rear facade of this block consisting of twelve window axes to be divided into three bays with the rhythm ba-ab. Previously only sash windows were located in this facade, with the renovation a number of windows were replaced by a wooden door with six-pane glazing with two-pane fanlight (b). The facade ends in a brick gutter on corbels.
Valuation
RUITERSHOFJE built in 1897/98 designed by F.H. VAN ETTEGER (1838-1919) in neo-Dutch renaissance by order of Sint Anthony Groote Broederschap.
- Of architectural historical value as well-preserved rare example of a hofje from 1898 in neo-Dutch renaissance by F.H. ETTEGER, city architect of Zutphen from 1878 to 1911. This building style is characterized by the use of among others natural stone blocks, imitation speckled courses of red decorative brick and stepped gables.
- Of urban planning value because of the location of the hofje on the Berkel within the built-up area of Zutphen.
- Of cultural historical value as rare example representative of the development of the type of hofje dwelling in the Netherlands.
Nearby in the register
- Inlaatsluis, Berkelsingel tegenover 38Waterkering en -doorlaatunder 1 mi
- Fort, vesting en -onderdelen, Hagepoortplein ZutphenFort, vesting en -onderdelenunder 1 mi
- Fort, vesting en -onderdelen, Hagepoortplein 5Fort, vesting en -onderdelenunder 1 mi
- Fort, vesting en -onderdelen, Ommuring van de Nieuwstad ZutphenFort, vesting en -onderdelenunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.