Rijksmonumentenregister · Netherlands
Veehouderij, Mr. P.J. Troelstraweg 193
Leeuwarden, Fryslân, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Boerderij
- Function
- Veehouderij
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1889
- Address
- Mr. P.J. Troelstraweg 193, Locatie: Buitengebied, 8919 AB Leeuwarden
- Place
- Leeuwarden
- Province
- Fryslân
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 53.22428, 5.77826
- Monument number
- 523373
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUtrecht University LibraryUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1868 map "Topografische atlas van het Koninkrijk der Nederlanden" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Blokvormig VOORHUIS EN HEK van een boerderij bestaand uit schuur, hals en voorhuis, bijgebouwen en hek, in 1889 mogelijk naar ontwerp van Hendrik Kramer gebouwd in Neo-Renaissancestijl in het noordelijk buitengebied van Leeuwarden, aan de oude uitvalsweg naar Stiens. Aan het einde van de negentiende eeuw liet de boerenfamilie Wassenaar drie grote en buitengewoon representatieve boerderijen links en rechts van de oude Middelzeedijk bouwen. Rechts, nabij Jelsum zijn dat Vijverzathe en Haskerzathe op het oude land (beide eveneens beschermd) en links, halfweg Leeuwarden-Jelsum een naamloze op het nieuwe land. Het waren en zijn indrukwekkende boerderijen. Omstreeks 1900 schreef de reiziger Jacob Hepkema in zijn Eenvoudige Memories: "Het eerste deel van onzen weg in de open ruimte voert ons nog door greiden, waar het excelleerende Friesche rundvee bewonderd kan worden; gelijk men hier tevens ziet eenige boerderijen van den eersten rang, zooals men die in gansch Friesland niet bij en naast elkander zal terugvinden; ze zijn der bezichtiging overwaard, bovenal den vreemdeling aanbevolen, voor wien ze de aantrekkelijkheid van 't nieuwe bezitten, zo wat den bouw als de indeeling betreft". Naast boerderijen bouwden telgen van de familie Wassenaar aan de Harlingerstraatweg in Leeuwarden, een villa omstreeks 1880 op nummer 11 en ruim een generatie later op nummer 9a, in de tuin van de voorgaande, een volgende.
De boerderij aan de Troelstraweg 193, vroeger Stienserweg, draagt in de zuidelijke zijgevel de stichtingssteen met het opschrift: "Dit gebouw is gesticht door N.A. Wassenaar en R.F. Noordenbos, eerste steen gelegd door Janke N. Wassenaar den 7 augustus 1889". Er is geen bouwdocumentatie gevonden. Mogelijk is Hendrik Kramer de architect. Omstreeks 1890 is hij de belangrijkste architect in Leeuwarden en wijde omgeving die op zijn ontwerpen voor de gegoeden een duidelijk stempel drukt van de overdadig decoratieve Neo-Renaissance. Dat is vooral te zien aan de herenhuizen en villa's, maar Kramer ontwierp in die periode ook een aantal boerderijen; hij kende het genre.
De boerderij bestaande uit schuur, korte hals en voorhuis met enkele bijgebouwen beantwoordt niet aan de traditie van de boerderijbouw; het voorhuis is aangepakt als een stadse villa. De schuur moest in de Tweede Wereldoorlog sterk afgetopt worden, omdat de bezetter vlak bij de boerderij op het vliegveld Leeuwarden een basis voor jagers ontwikkelde. Nadat het bedrijf zijn oorspronkelijke functie had verloren, zijn de schuur en bijgebouwen voor opslag in gebruik genomen. Geen van alle verkeren ze meer in oorspronkelijke staat. Ze vallen dan ook buiten de bescherming. De bescherming geldt alleen het VOORHUIS en het HEK. Eenzelfde monumentaal hek enkele honderden meters noordelijker is afzonderlijk beschermd.
Omschrijving
EXTERIEUR: Blokvormig voorhuis van royale afmetingen, vijf brede venstervakken breed en ruim vier vakken diep. De woning telt slechts één volledige bouwlaag, maar zij is rijzig dankzij de ruime maten en een flink basement. De grandeur wordt in belangrijke mate versterkt door de overdadige verrijkingen in Neo-Renaissancestijl die vooral de voorgevel hebben gekregen, maar die de zijgevels evenmin voorbij zijn gegaan. Het basement is zwaar; aan de voorzijde is de gehele borstwering bekleed met grijze natuursteen platen die in het vensterritme geleed zijn in vakken met consoles die met zwarte verf gedetailleerd zijn. De consoles onder de kozijnen zijn gecanneleerd. Tegen de zijgevels ongedetailleerde en van ronde roostertjes voorziene natuursteenplaten te halver hoogte, bij wijze van spatlijst. Op alle hoeken een paneelvormige vulling. In alle gevels over de volle breedte doorgetrokken onderdorpellijsten, waarop de vertikale elementen zijn geplaatst. Op de hoeken getand gevormde hoekblokken van kunststeen met afwisselend holle en bolle velden. In het midden van de voorgevel de enigszins risalerende toegangspartij, geflankeerd door gepleisterde dubbele pilasters met maskarons op de basementen, gecanneleerde schachten en composiete kapitelen met bloemenmandjes in het midden. Tussen de pilasters de portiek, in stuc omvat door een op saterkoppen rustende, halfronde geprofileerde lijst met kuifstuk en inwendig gestuct met velden gevormd door profiellijsten; het plafond voorzien van een middenornament. De dubbele, gebeeldhouwde deur met lichten en halfrond bovenlicht is eveneens geprofileerd omlijst.
In voor- en zijgevels omlijste vensterkozijnen; in de zijgevels enkele in het metrum passende, gelijkvormige blindnissen. De schuifvensters en nissen bezitten omlijstingen van sierpleister die gedekt worden door in kroonlijsten gevatte kuiven. De gevels worden beëindigd door een kroonlijst met door profielen gevormde vakken, schildvormige ornamenten op de hoeken en bloemenguirlandes boven de ingangspartij, gevolgd door fijne tandlijsten en geprofileerde goten.
De woning heeft een duidelijk afgelijste, afgeknotte schildkap, gedekt met blauw geglazuurde Lucas IJsbrandspannen en voorzien van vier flinke hoekschoorstenen met borden, waar de oorspronkelijke pinakels aan ontbreken. Boven de ingangspartij een forse dakkajuit; op de hoeken op basementen staande dubbele gecanneleerde halfzuiltjes met korintische kapitelen, wangen met rolwerk en een kroonlijst met consoles onder een geprofileerde gootlijst; twee gekoppelde, rondgesloten vensters, omvat door pilasters en profiellijsten. Midden op het noordelijk zijschild een eveneens forse kapel in een andere decoratieve vorm: wangen op basementen, kroonlijst op consoles, ingezwenkt geveltopje met obelisken op de schouders en een halfrond timpaan met schelpmotief en bekronende pinakel; twee segmentvormig gesloten T-vensters. In het zuidelijk schild twee recent aangebrachte dakvensters.
Van de tuininrichting resteert niets, maar bij de ingang van het terrein is het forse ijzeren toegangsHEK nog aanwezig. De zware gietijzeren penanten zijn gevormd als fasces, roedenbundels die door meerledige bolle banden bijeen worden gehouden en bekroond worden door een meervoudig geprofileerde pinakel. Aan de penanten gebogen draaihekken en vleugelstukken in een eenvoudige spijlenvorm tussen liggers en verstevigd door een diagonale verbinding.
INTERIEUR: De interne hoofdstructuur bestaat uit een centraal gelegen meer dan twee meter brede gang met achter een haaks daarop gelegen gang naar de noordelijke deur in de hals. Aan weerszijden liggen de vertrekken. De gang bestaat uit een grote hal met zeer uitbundig sierpleisterwerk met achter aan de noordzijde een zijboog met een paar treden van een opkamer boven de kelder en aan de achterzijde een rondbogige poort naar het achterste gedeelte van de gang. De hal is geleed en versierd met een ionische pilasterordonnantie, wandvakken met grote, schildvormige pleisterornamenten van een flink reliëf, een hoge lambrizering ingevuld met facettegels met een lichtblauw marmermotief en een gestuct plafond met meervoudige, zeer uitbundige randen en middenornamenten. De poort naar het tweede gedeelte van de gang is eveneens uitbundig door stucwerk omlijst en voorzien van een dubbele glasdeur met gestraalde ruiten met veel ornament en medaillons met paarden. Het tweede gedeelte van de gang is eveneens maar dan op rustiger wijze van sierpleisterwerk voorzien. De lambrizering is hier van afgesnoten, onversierde tegels met ornamenttegeltjes in de zwikken. In de hal van de achterdeur aan de noordzijde is deze betegeling tot het plafond doorgetrokken.
Aan de balkenplafonds te oordelen heeft het zuidelijk gedeelte van de woning bestaan uit twee vertrekken met een tussenliggende alkoof. Thans zijn deze ruimten bijeengetrokken tot een zeer groot vertrek. Het plafond bestaat uit zware dwarsbalken en meervoudig omlijste tussenvakken; op de plaats van het voormalige alkoof iets zwaarder dan elders. Tegen de zuidwand in het plafond sporen die mogelijk van de verdwenen schouwen zijn; thans staat daar een pseudo-historische en vrij vlakke, maar brede schouw in renaissance trant. In de voormalige voorkamer een omlijste, zeer brede paneeldeur, omlijste vensters met vensterbanken. De overige vertrekken hebben verlaagde board-plafonds. De voorsalon aan de noordzijde bezit een rijk gevormde mameren schouw en omlijste vensters met vensterbanken; overigens verniewd. De opkamer daarachter eveneens vernieuwd, maar wel met omlijst venster. De daar weer achter liggende keukenkamer vernieuwd met omlijst venster met vensterbank.
WAARDERING
Voorhuis en hek van de boerderij zijn cultuurhistorisch, architectuurhistorisch en landschappelijk van algemeen belang vanwege:
- de uitzonderlijke sociaal-economische uitdrukking van representatie van de welstand in de veehouderij;
- de sociaal-maatschappelijke betekenis van de samenhang met twee eveneens beschermde boerderijen in de nabijheid, onder Jelsum, en twee villa's in Leeuwarden, alle in opdracht van telgen van de familie Wassenaar gebouwd;
- de uitzonderlijke waarde van de esthetische ambitie van het ontwerp in rijke Neo-Renaissance;
- de uitwendige gaafheid en inwendige redelijke mate van gaafheid van het voorhuis en hek;
- de opmerkelijke ligging in de landschappelijke omgeving.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
Block-shaped FRONT HOUSE AND GATE of a farmstead consisting of barn, neck section and front house, outbuildings and gate, possibly built in 1889 to a design by Hendrik Kramer in Neo-Renaissance style in the northern countryside of Leeuwarden, on the old exit road to Stiens. At the end of the nineteenth century, the farmer family Wassenaar had three large and extraordinarily representative farmsteads built on either side of the old Middelzeedijk. On the right, near Jelsum, these are Vijverzathe and Haskerzathe on the old land (both likewise protected) and on the left, halfway between Leeuwarden and Jelsum, an unnamed one on the new land. They were and are impressive farmsteads. Around 1900, traveller Jacob Hepkema wrote in his Eenvoudige Memories: "The first part of our journey in the open countryside still leads us through pastures, where the excellent Friesland cattle can be admired; and one sees here also some farmsteads of the first rank, such as one will not find together and side by side anywhere in all of Friesland; they are worth viewing, above all recommended to the stranger, for whom they possess the attractiveness of the new, both in terms of construction and layout". Besides farmsteads, members of the Wassenaar family built along the Harlingerstraatweg in Leeuwarden, a villa around 1880 at number 11 and more than a generation later at number 9a, in the garden of the previous one, another.
The farmstead on Troelstraweg 193, formerly Stienserweg, bears in its southern side gable a foundation stone with the inscription: "This building was founded by N.A. Wassenaar and R.F. Noordenbos, first stone laid by Janke N. Wassenaar on 7 August 1889". No building documentation has been found. Hendrik Kramer is possibly the architect. Around 1890 he is the most important architect in Leeuwarden and the wider surrounding area who stamps his designs for the wealthy with a clearly marked character of the excessively decorative Neo-Renaissance. This is especially seen in the mansions and villas, but Kramer also designed a number of farmsteads in that period; he knew the genre.
The farmstead consisting of barn, short neck section and front house with a few outbuildings does not correspond to the tradition of farmstead construction; the front house has been treated as an urban villa. The barn had to be substantially reduced during the Second World War, because the occupier developed a fighter base on the nearby Leeuwarden airfield. After the operation lost its original function, the barn and outbuildings were taken into use for storage. None of them are any longer in original condition. They therefore fall outside the protection. The protection applies only to the FRONT HOUSE and the GATE. An identical monumental gate several hundred metres further north is separately protected.
Description
EXTERIOR: Block-shaped front house of generous dimensions, five broad window bays wide and well over four bays deep. The dwelling has only one complete storey, but it is lofty thanks to the spacious proportions and a substantial basement. The grandeur is substantially enhanced by the excessive embellishments in Neo-Renaissance style which have especially adorned the front facade, but which have not bypassed the side gables either. The basement is heavy; at the front the entire plinth is clad with grey natural stone slabs which are articulated in the window rhythm into bays with consoles that are detailed in black paint. The consoles beneath the window frames are fluted. Against the side gables undetailed natural stone slabs provided with round grilles at half height, by way of a plinth strip. On all corners a panel-shaped filling. In all gables throughout their full width continuous sill-lines on which the vertical elements are placed. On the corners toothed-shaped corner blocks of artificial stone with alternating hollow and convex fields. In the centre of the front facade the slightly projecting entrance section, flanked by plastered double pilasters with mascarons on the bases, fluted shafts and composite capitals with flower baskets in the centre. Between the pilasters the porch, enclosed in stucco by a half-round profiled moulding resting on satyrs' heads with a cymatium and internally plastered with fields formed by profiled mouldings; the ceiling provided with a central ornament. The double, sculptured door with lights and half-round fanlight is likewise profiled and framed.
In front and side gables framed window frames; in the side gables some blind niches matching the rhythm and congruent. The sash windows and niches possess ornamental plaster framings which are covered by cornices containing cymatia. The gables are terminated by a cornice with compartments formed by profiles, shield-shaped ornaments on the corners and floral garlands above the entrance section, followed by fine toothed mouldings and profiled gutters.
The dwelling has a clearly defined, truncated hipped roof, covered with blue glazed Lucas IJsbrandspannen tiles and provided with four substantial corner chimneys with caps, where the original finials are missing. Above the entrance section a substantial roof gable; on the corners on bases standing double fluted half-columns with Corinthian capitals, cheeks with scrollwork and a cornice with consoles beneath a profiled drip moulding; two coupled, rounded-closed windows, enclosed by pilasters and profiled mouldings. In the middle of the northern roof slope equally substantial a chapel in different decorative form: cheeks on bases, cornice on consoles, inflected gable top with obelisks on the shoulders and a half-round tympanum with shell motif and crowning finial; two segment-shaped closed T-windows. In the southern roof slope two recently inserted roof windows.
Nothing remains of the garden layout, but at the entrance to the grounds the substantial iron entrance GATE is still present. The heavy cast iron piers are formed as fasces, bundles of rods held together by multi-membered convex bands and crowned by a multiply profiled finial. To the piers curved hinged gates and wing sections in a simple bar form between girders and reinforced by a diagonal connection.
INTERIOR: The internal principal structure consists of a centrally located corridor more than two metres wide with behind it a corridor at right angles leading to the northern door in the neck section. On either side lie the rooms. The corridor consists of a large hall with exceptionally exuberant ornamental plasterwork with at the rear on the north side a transverse arch with a couple of steps of an upper chamber above the cellar and at the rear a rounded arch doorway to the back part of the corridor. The hall is articulated and decorated with an Ionic pilaster order, wall panels with large, shield-shaped plaster ornaments of substantial relief, a high wainscot filled with faceted tiles with a light blue marble motif and a plastered ceiling with multiple, very exuberant mouldings and central ornaments. The doorway to the second part of the corridor is likewise elaborately framed by stuccowork and provided with a double glazed door with radiating lights with much ornament and medallions with horses. The second part of the corridor is likewise but in a more restrained manner provided with ornamental plasterwork. The wainscoting here consists of plain, undecorated tiles with ornamental tiles in the spandrels. In the hall of the rear door on the north side this tiling is continued to the ceiling.
Judging by the beam ceilings, the southern part of the dwelling consisted of two rooms with an intervening alcove. These spaces are now brought together into a very large room. The ceiling consists of heavy cross beams and multiply framed intermediate panels; at the position of the former alcove somewhat heavier than elsewhere. Against the south wall in the ceiling traces that may be from lost fireplaces; now stands there a pseudo-historical and fairly flat but broad fireplace in Renaissance manner. In the former front room a framed, very broad panelled door, framed windows with window seats. The remaining rooms have lowered board ceilings. The front salon on the north side possesses a richly formed marble fireplace and framed windows with window seats; otherwise renewed. The upper chamber behind it likewise renewed, but with a framed window. The kitchen room lying behind that likewise renewed with a framed window with window seat.
EVALUATION
Front house and gate of the farmstead are of general cultural-historical, architectural-historical and landscape-historical importance because of:
- the exceptional socio-economic expression of the representation of wealth in cattle farming;
- the socio-cultural significance of the relationship with two likewise protected farmsteads nearby, under Jelsum, and two villas in Leeuwarden, all built on behalf of members of the Wassenaar family;
- the exceptional value of the aesthetic ambition of the design in rich Neo-Renaissance;
- the external integrity and internal reasonable degree of integrity of the front house and gate;
- the remarkable location in the landscape setting.
Nearby in the register
- Toegangshek, Mr. P.J. Troelstraweg bij 193Erfscheidingunder 1 mi
- HaskerazatheBoerderijunder 1 mi
- HaskerazatheBijgebouwen kastelen enz.under 1 mi
- Legeringsgebouw, Mr. P.J. Troelstraweg 248 AMilitair verblijfsgebouwunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.