TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Vinkendael

Beuningen Gld, Gelderland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Woonhuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1910
Address
Van Heemstraweg 58, 6641 AE Beuningen Gld (Beuningen 25)
Place
Beuningen Gld
Municipality
Beuningen
Province
Gelderland
Country
Netherlands
Coordinates
51.86375, 5.77720
Monument number
523170

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1904 map "Bl. 26 Nijmegen, 1904" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

De statige fabrikanten VILLA "VINKENDAEL" is gelegen aan de noordzijde van de Van Heemstraweg, in het centrum van het dorp Beuningen. Bij de oprit aan de achterzijde van de villa bevindt zich een smeedijzeren INRIJHEK.

De villa heeft een fraaie ligging. Tussen het huis en de grote doorgaande weg ligt een ruime tuin met monumentale bomen, waartussen de rijk uitgevoerde gevel van het huis oprijst. De villa is gebouwd in 1910 voor H.J.J. (Harrie) Verstraaten en A.H.A.M. Bolsius. H.J.J. Verstraaten was een broer van de jamfabrikant en bierbrouwer W.J. (Willem) Verstraaten. De eerste steen werd gelegd op 27 april 1910. Het beroep van zijn broer, W.J. Verstraaten, die zelf het gesloopte huis "De Asdonck" bewoonde, is ook afleesbaar aan het pand, want in een groot fraai glas-in-lood raam in de linker zijgevel komt naast een landelijke voorstelling met verwijzingen naar het verbouwen van gerst en hop de volgende tekst voor:"Uit gerst en hop wordt het edel nat gebrouwen Wie het met mate drinkt die zal het niet berouwen." De brouwerij, annex appelgeleifabriek "De Asdonck" (voluit "N.V. Verstraaten's Appelgeleifabriek "De Asdonck" geheten) stond enige tientallen meters westwaarts aan de Van Heemstraweg ten noorden van de R.K. Corneliuskerk. Het huis "De Asdonck" was in dit fabriekscomplex geïntegreerd. De fabriek bleef voortbestaan tot in de jaren twintig van de 20ste eeuw. W.J. Verstraaten was een bekende persoon in Beuningen, en was dan ook naast fabrikant van 1900 tot 1923 burgemeester van Beuningen. Het huis is gebouwd in een mengvorm van stijlen, waarin met name elementen uit de op dat moment nog populaire Jugendstil en van de op dat moment reeds ouderwets geworden neo-renaissance de boventoon voeren. Het betegelde fries, met grijze en witte tegels in een schaakbordpatroon was op dat moment een populair motief. Opvallend zijn verder ook de elementen die van de op dat moment tevens populaire, traditionele Um-1800 architectuur lijken te zijn afgeleid. Dit zijn onder meer de barokke, gebogen bovendorpels in de dakkapellen, van het venster boven in de toren van de voorgevel en het venster met glas-in-lood in de linker zijgevel. Dit element keert verder ook terug in de deuren. Een ander opmerkelijk detail wordt gevormd door de op de gevelhoeken door de daklijsten heengestoken bakstenen dammen die afsluiten met een gestileerd Ionisch kapiteel. Typerend voor villa's uit de vroege 20ste eeuw is tevens de gecompliceerde, enigszins schilderachtig werkende hoofdvorm, met aanbouwen, topgevels en torenachtige elementen. De detaillering van deze villa met zijn fraaie tuin is nog opmerkelijk gaaf bewaard gebleven. Gezien de gehanteerde details en opzet van de kap is deze villa vermoedelijk ontworpen door dezelfde (nog onbekende) architect die ook ontwerpen leverde voor de villa's "Betsy" en "Torenzicht", gelegen bij de R.K. St.-Corneliuskerk, een tweehonderd meter westwaarts aan de zuidzijde van de Van Heemstraweg.

Omschrijving

De VILLA heeft in grondvorm een rechthoekige plattegrond. Dit blok heeft een opbouw van twee bouwlagen met een samengestelde kap, bestaande uit een langs de voorgevel, rechter zijgevel en deel van de achtergevel en gedeelte van de linker zijgevel doorgetrokken schilddak, gedekt met leien in Maasdekking. Het andere deel (links achter) is van een plat dak voorzien. De middenpartij van de voorgevel is boven de daklijn doorgetrokken en sluit als een soort toren af met een met leien gedekt tentdak met zinken piron. De rondomlopende kap van het bouwblok begint halverwege bij de linker zijgevel met een afgeplatte, dwars op de kap geplaatste, zadeldakvormige steekkap boven de topgevel in de middenas van deze gevel, zet zich vervolgens via de voorgevel en rechter zijgevel voort en eindigt midden boven de achtergevel weer in een zadeldakvormige steekkap boven een topgevel, bekroond door een bakstenen schoorsteen. Ook de rechter zijgevel heeft rechts van het midden tenslotte een afgeplatte zadeldakvormige steekkap boven een topgevel. Deze complexe kap heeft kleine dakkapellen met een lessenaarsdakje waarvan de raampjes afsluiten met een gebogen bovendorpel. Op de nokeinden staan zinken pirons. De overstekende houten bakgoten op gedecoreerde klossen worden op de gevelhoeken onderbroken door doorgestoken bakstenen hoekdammen die afsluiten met een gepleisterd, gestileerd Ionisch kapiteel met dekplaat. Verder wordt de goot in de beide zijgevels doorsneden door een hoge, ten opzichte van de gevel uitspringende schoorsteen. Tegen dit blok is links achter een rechthoekig, anderhalflaags koetshuis met een plat dak geplaatst. Dit koetshuis heeft dito goten als het hoofdblok. Tegen het rechter deel van de rechter zijgevel van het huis staat een forse vijfzijdige serre met plat dak en balkon en rechts tegen de voorgevel staat een gebogen erker met balkon. Het huis heeft een hoog gepleisterd plint, afgesloten door een waterlijst met twee uitgespaarde groeven, bakstenen gevels in kruisverband, met in de eerste bouwlaag een gepleisterde speklaag ter hoogte van het kalf van de vensters. De gevels sluiten boven af met een gepleisterde band, betegeld fries (grijze en witte tegels in schaakbordpatroon) en houten goot op klossen. De vensters hebben hardstenen lekdorpels, eveneens aan de voorzijde voorzien van groeven. Alle vensters in de gevels sluiten af met een gepleisterde forse lateibalk, met ter decoratie vierpassen op de hoeken en dubbele horizontale groeven daartussen (geometrische Jugendstil-motieven). De lateien van de vensters van de tweede bouwlaag zijn in het betegelde fries geplaatst. De statige VOORGEVEL heeft een nagenoeg symmetrische indeling. De symmetrie is slechts doorbroken door toevoeging van de erker rechts. In de plint van deze erker bevindt zich de stichtingssteen met de inscriptie: "H.J.J. Verstraaten / A.H.A.M. Bolsius / 27 april 1910". In de middenas bevindt zich een rondboogportiek met daarin een blank-houten deur met forse weldorpel, paneel met stroken en rechthoekig raampje en in het bovendeel een raam met gebogen bovendorpel, met een guirlande-omlijsting. De deur heeft onder het raam en in de weldorpel een rechthoekige strook met daarin een reeks uitgesneden cirkels. Het getoogde bovenlicht heeft een glas-in-lood raam in Jugendstilvormen met het familiewapen (wapenschild met drie opstaande pijlen, bekroond met een helm, waarop een mannetje is geplaatst met uitgestoken rechterarm, met in de hand weer drie elkaar kruisende pijlen. Vanuit de helm ontspringen verder aan weerszijden plantenmotieven in Jugendstil-vormgeving). De deur wordt geflankeerd door smalle zijlichten met in de rondboog opgenomen bovenlichten, ook gevuld met glas-in-lood. In het portiek drie hardstenen stoeptreden, met op de bovenste trede een terrazzovloertje. Het portiek heeft een gepleisterde rondboog, verhoogd met een gepleisterd trapgevelvormig vlak, met op de trappen geprofileerde deklijsten. Het gepleisterde vlak heeft uitgespaarde parellijsten. Op de hoeken van het portiek springt de plint naar voren en ondersteunt een gepleisterde voluut, die in de hoek van het muurwerk aan weerszijden van het portiek is opgenomen. Boven de trapgevelvormige bekroning van het portiek is de middenas uitgevoerd als een terugliggend veld, dat zich geflankeerd door lisenen boven de gootlijst voortzet en in het dakhuis afsluit met een horizontale lijst. In dit veld boven het portiek op de verdieping een rechthoekig venster, afgesloten door een gepleisterde lateibalk. Het venster heeft een enkelruits raam met tweeruits, als klapraam uitgevoerd bovenlicht. In het dakhuis bevindt zich een venster, waarvan het getoogde bovenlicht aan weerszijden wordt geflankeerd door een klein zijlicht (melkmeisje-motief). Het bovenlicht en zijlichten sluiten af met een gezamenlijke gebogen beëindiging (golflijn) met gepleisterde geboortestenen. Het venster heeft een enkelruits raam en tweeruits getoogd bovenlicht met enkelruits zijlichten. Tussen beide vensters in dit vlak bevindt zich een witte gevelsteen met de naam "Vinckendael". De gevelhoeken sluiten af met bakstenen lisenen, op wederom gepleisterde voluten, die zich boven de daklijst voortzetten als de al eerder genoemde hoekdammen met Ionische kapitelen. Het linker deel van de voorgevel heeft zowel onder als boven een groot rechthoekig venster, afgesloten door een gepleisterde lateibalk, met een drielichtkozijn. Het brede middenraam (onder enkelruits, boven stolpraam) heeft een drieruits bovenlicht en smalle enkelruits zijlichten met bovenlicht. De gebogen erker heeft drie gebogen vensters met schuiframen met drieruits bovenlichten, met voor de kozijnen houten rolluiken. De vensters sluiten boven af met een gezamenlijke gepleisterde band. Het balkon heeft een gemetselde, vertinde balustrade, met tussen de posten een smeedijzeren hekwerk in Jugendstil-vormen (o.a. zweepslagmotieven). Op dit balkon komen dubbele balkondeuren uit met grote ramen, drieruits bovenlicht en smalle enkelruits zijlichten met bovenlichten. Deze balkondeuropening sluit ook af met een gepleisterde lateibalk, opgenomen in het betegelde fries.

De LINKER ZIJGEVEL heeft in de plint twee kelderlichten met gepleisterde koekoeken. De kelderlichtkozijnen hebben dubbele enkelruits draairamen, diefijzers en aan de buitenzijde twee schoepenluiken. In het rechter deel van de gevel bevindt zich een vanaf de speklaag in de eerste bouwlaag uitkragend rookkanaal, dat zich langs de gevel naar boven voortzet. In de tweede bouwlaag komt hier een tweede rookkanaal bij, waarna beide rookkanalen als één brede uitgemetselde schoorsteen zich door de goot voorzetten tot ver boven de gootlijst. Het boeibord is wel langs de schoorsteen doorgetrokken. De uitkragende rookkanalen steunen op gepleisterde gedecoreerde kraagstenen, met profielen en driehoekige decoraties. De middenas heeft onder een deurpartij met ervoor een bordestrap met hardstenen treden met op het bordes een ijzeren rooster met daaronder een kelderlicht. In het kozijn met rechthoekige enkelruits zijlichten, met geel kathedraalglas, verder een groen geschilderde deur met forse weldorpel, paneel met stroken en rechthoekig raampje en in het bovendeel een raam met gebogen bovendorpel (versoberde variant van de voordeur). Het raampje heeft een fraaie smeedijzeren glasbeschermer. De deurpartij wordt bekroond door een platte driezijdige gesloten luifel op gesneden houten consoles. De luifel heeft in het fries uitgesneden decoraties, bestaande uit vierpassen en horizontale lijnen (dezelfde decoraties als in de lateien). In de as boven de deur bevindt zich een hoog trappenhuisvenster met een volgens een golflijn gebogen bovendorpel (schouderboogvorm). De gemetselde toog heeft gepleisterde geboortestenen. In het venster een fraai glas-in-lood raam met een voorstelling van een landschap met akkers, bergen en een op- of ondergaande zon. Op het akkerland is een boer met paard en ploegschaar weergegeven. In het onderpaneel een tekst, omgeven door Jugendstil-motieven. De tekst luidt: "Uit gerst en hop wordt het edel nat gebrouwen / Wie het met mate drinkt / die zal het niet berouwen." Dit venster wordt aan weerszijden geflankeerd door een smal rechthoekig, korter venster onder een gepleisterde lateibalk met glas-in-lood raam, waarin zich de voorstelling van het landschap van het middenraam voortzet. De topgevel hierboven heeft links en rechts onder een rechthoekige opening met ventilatierooster. De geveltop heeft weer een betegeling, afgesloten met een gepleisterde band eronder. Op deze band sluit aan de onderzijde een halfrond, op zijn kop geplaatst venstertje aan met ijzeren raampje.

Het linker deel van deze gevel heeft onder een breed venster, afgesloten door een gepleisterde lateibalk, met een drielichtkozijn. Het brede enkelruits stolpraam heeft een 3-ruits bovenlicht en smalle enkelruits zijlichten met bovenlicht. Op de verdieping hierboven bevindt zich een venster met enkelruits stolpraam met 3-ruits bovenlicht. De ACHTERGEVEL is links naast de aansluiting van het koetshuis nagenoeg geheel blind uitgevoerd. In de plint bevindt zich een keldertoegang met ervoor een trap naar beneden. De trap heeft gepleisterde zijwanden met ter afsluiting een ijzeren zadeldakje en op de zijmuren verder buishekken. De topgevel boven de aansluiting van het koetshuis heeft links en rechts onder een rechthoekige opening met ventilatierooster. De geveltop heeft weer een betegeling, afgesloten met een gepleisterde band eronder. Onder deze topgevel een vensteropening met schuifraam en 3-ruits bovenlicht.

De RECHTER ZIJGEVEL heeft links onder en boven een venster met schuifraam en drieruits bovenlicht, met voor het kozijn een houten rolluik. Rechts daarnaast een vanaf de speklaag in de eerste bouwlaag uitkragend rookkanaal dat zich naar boven langs de gevel voortzet. In de tweede bouwlaag komt hier een tweede rookkanaal bij, waarna ze zich gezamenlijk als één brede schoorsteen tot ver boven de daklijst voortzetten. Deze schoorsteen doorbreekt de gootlijst. Het boeibord van de goot is echter wel langs de schoorsteen doorgetrokken. De rookkanalen rusten onder op gedecoreerde gepleisterde kraagstenen, met profielen en driehoekige decoraties. In de plint bevinden zich in dit gedeelte twee rechthoekige kelderlichten met gepleisterde koekoeken. De kelderlichtkozijnen hebben dubbele enkelruits draairamen, diefijzers en aan de buitenzijde dubbele schoepenluiken.

Tegen het rechter deel van deze gevel staat een forse houten serre op een gepleisterd plint. Deze serre heeft afgeschuinde hoeken en een houten borstwering, rustend op een hardstenen onderdorpel, met hardstenen neuten voor de stijlen. De borstwering heeft verticaal geplaatste houten delen, waarvan de naden zijn afgedekt met een latje. Op de borstwering dubbele en enkele ramen tussen kozijnstijlen met vellingkanten met bovenlichten met glas-in-lood. Aan de voorzijde heeft de serre tuindeuren met een trap met hardstenen treden er voor. Op de serre een balkon met balustrade met houten posten en leuning en fraaie smeedijzeren hekwerken als vullingen tussen de posten. Op dit balkon komen dubbele balkondeuren uit met grote ramen, drieruits bovenlicht en smalle enkelruits zijlichten met bovenlichten. Deze balkondeuropening sluit ook af met een gepleisterde lateibalk. De topgevel hierboven heeft links en rechts onder een rechthoekige opening met ventilatierooster. De geveltop heeft weer een betegeling, afgesloten met een gepleisterde band eronder. Op deze band sluit aan de onderzijde een halfrond, op zijn kop geplaatst venstertje aan met ijzeren raampje.

De hoek bij de rechter zijgevel en achtergevel is ter hoogte van de eerste bouwlaag afgeschuind met een venster met schuifraam met drieruits bovenlicht, met tegen het kozijn een rolluik. In het plint bevindt zich weer een kelderlicht als in de rechter zijgevel, echter zonder koekoek. De overgang van deze schuin geplaatste hoekgevel naar de overkragende rechte hoek van de tweede bouwlaag wordt gevormd door trapsgewijs naar voren springende en naar boven toe smaller wordende gepleisterde lateibalken met een ojiefprofiel.

Het rechthoekige KOETSHUIS tegen de achtergevel heeft wat betreft de uitvoering van het gevelwerk dezelfde opzet als het huis, met een hoog gepleisterd plint met waterlijst, bakstenen muurwerk met speklaag (alleen in achtergevel) en ter afsluiting een gepleisterde band, betegeld fries en houten bakgoot met overstek op klossen. Het dak is plat.

In de ACHTERGEVEL bevindt zich onder een rechthoekige (later ingebroken of gewijzigde) deuropening met dubbele opgeklampte inrijdeuren. Op de verdieping bevindt zich een laag breed venster, afgesloten door een gepleisterde lateibalk met een drielichtkozijn met drie draairamen met roeden in een kruispatroon, omgeven door een ovaal. De linkerzijgevel (de westgevel) heeft onder een breed venster met drielichtkozijn met drie enkelruits draairamen met als klapramen uitgevoerde tweeruits bovenlichten. Aan de binnenzijde heeft dit venster opgeklampte luiken. Het venster sluit af met een lateibalk net als het kleine venster er rechts naast, met tweeruits raampje en diefijzer in het kozijn. Op de verdieping bevindt zich weer een venster als achter (een laag breed venster, afgesloten door een gepleisterde lateibalk met een drielichtkozijn met drie draairamen met roeden in een kruispatroon, omgeven door een ovaal). De rechter zijgevel van het koetshuis heeft rechts onder een (thans dichtgemetselde) deuropening afgesloten met een gepleisterde lateibalk. Links boven in deze gevel, bij de aansluiting op de achtergevel van het huis een venster met enkelruits draairaam en 3-ruits bovenlicht.

Het INTERIEUR is nog vrij gaaf bewaard gebleven, met een gang met marmeren vloer en marmeren lambrizeringen, fraaie tochtpui met glas-in-lood, schouwen, waaronder schouw in linker voorkamer met op schouwbalk de tekst "Eigen haard is goud waard", oude binnendeurkozijnen met bijbehorende paneeldeuren, trappenhuis en dergelijke. In de keuken links achter in het huis bevindt zich nog een tegelvloer. De kamer rechts achter staat door middel van schuivende serredeuren met grote ramen en 5-ruits bovenlicht met gekleurd Jugendstil glas-in-lood in verbinding met de serre. De stijl van interieur is overwegend Jugendstil (de Nederlandse, meer geometrisch getinte variant), met reeds Art Deco-achtige invloeden en in sommige gevallen nog klassiek getinte details. Het gehele huis is onderkelderd.

Het INRIJHEK aan de achterzijde bestaat uit een draaiend deel tussen 'open' pijlers en (gebogen) slootkantstukken aan weerszijden.

Waardering

VILLA "VINKENDAEL" met HEK uit 1910.

- Van architectuurhistorische waarde als een statige villa heeft een harmonische opzet met rijk gedetailleerde gevels. Het is een zeer goed voorbeeld van een villatype dat in het begin van de 20ste eeuw zeer populair was, namelijk een schilderachtig opgezette villa met Jugendstildetaillering, vaak uitgevoerd met ingewikkelde kapvormen met topgevels en forse uitbouwen, zoals serre's en dergelijke. Deze villa is vooral ook bijzonder, omdat ze enigszins eclectisch van aard is. De schilderachtige Jugendstil is namelijk gecombineerd met een strakke blokvormige opzet, welke onder andere bij de traditionele klassieke architectuur zeer populair was en vervolgens ook weer terugkeerde bij de vroeg 20ste eeuwse Um-1800 architectuur, waarvan dit huis verder ook enige stilistische elementen vertoont (gebogen raamafsluitingen, Ionische kapitelen en dergelijke). De villa is ook wat betreft de detaillering zeer gaaf bewaard gebleven. Daarnaast is het in fraaie materialen uitgevoerde interieur nog nagenoeg geheel voorhanden. Ook het aangebouwde, geheel op het huis aangepaste koetshuis heeft waardevolle details zoals de ramen met ovale roeden en dergelijke.

- Van stedenbouwkundige / situeringswaarde vanwege de zeer monumentale ligging, aan de hoofdweg van Beuningen, met voor de villa een forse tuin met monumentaal geboomte, waartussen de statige gevel oprijst. De villa draagt in belangrijke mate bij tot de instandhouding van het historische straatbeeld van deze omgeving.

- Van sociaal-economisch / cultuurhistorische waarde als herinnering aan het fabriekscomplex van de Verstraaten's. Deze fabrikantenvilla van broer Harrie Verstraaten is nog de enige belangwekkende "herinnering in steen" aan het invloedrijke fabrikanten-geslacht Verstraaten-Bolsius, dat zowel in economisch als politiek opzicht een belangrijke rol heeft gespeeld in de geschiedenis van het dorp. Een belangrijke rol binnen deze herinneringsfunctie spelen met name ook het glas-in-lood raam met het wapen van de familie en het "bierbrouwersraam" in de linker zijgevel.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

The stately manufacturers' villa "VINKENDAEL" is located on the north side of the Van Heemstraweg, in the centre of the village of Beuningen. At the entrance at the rear of the villa there is a wrought-iron entrance gate.

The villa has a fine location. Between the house and the main through road lies a spacious garden with monumental trees, among which the richly executed facade of the house rises. The villa was built in 1910 for H.J.J. (Harrie) Verstraaten and A.H.A.M. Bolsius. H.J.J. Verstraaten was a brother of the jam manufacturer and brewer W.J. (Willem) Verstraaten. The foundation stone was laid on 27 April 1910. The profession of his brother, W.J. Verstraaten, who himself lived in the demolished house "De Asdonck", is also evident from the building, as in a large fine stained-glass window in the left side facade next to a rural scene with references to the cultivation of barley and hops the following text appears: "From barley and hops is brewed the noble liquid. Whoever drinks it in moderation will not regret it." The brewery, together with apple-jelly factory "De Asdonck" (in full "N.V. Verstraaten's Apple Jelly Factory "De Asdonck"" so called) stood some tens of metres westwards at the Van Heemstraweg north of the R.K. Cornelius Church. The house "De Asdonck" was integrated into this factory complex. The factory continued to exist until the nineteen-twenties of the 20th century. W.J. Verstraaten was a well-known person in Beuningen, and from 1900 to 1923 was also burgomaster of Beuningen in addition to being a manufacturer. The house was built in a mixed style, in which elements from the still popular Art Nouveau at that time and from the by then already old-fashioned neo-renaissance are predominant. The tiled frieze, with grey and white tiles in a chessboard pattern, was at that time a popular motif. Striking also are the elements that seem to be derived from the likewise popular, traditional architecture of around 1800. These include the baroque, curved upper lintels in the roof dormers, of the window above in the tower of the front facade and the window with stained glass in the left side facade. This element also recurs in the doors. Another remarkable detail is formed by the brick corner posts at the gable corners that extend through the eaves lines and end with a stylized Ionic capital. Typical of villas from the early 20th century is also the complicated, somewhat picturesque main form, with extensions, gabled roofs and tower-like elements. The detailing of this villa with its fine garden has been preserved in a remarkably intact state. Given the details employed and the design of the roof, this villa was presumably designed by the same (still unknown) architect who also provided designs for the villas "Betsy" and "Torenzicht", located at the R.K. St.-Cornelius Church, two hundred metres westwards on the south side of the Van Heemstraweg.

Description

The VILLA has a rectangular ground plan. This block has a structure of two storeys with a combined roof, consisting of a hipped roof running along the front facade, right side facade and part of the rear facade and part of the left side facade, covered with slates in Maas laying. The other part (left rear) has a flat roof. The middle section of the front facade is drawn up above the eaves line and closes like a sort of tower with a tent roof covered with slates with a zinc roof finial. The continuous roof of the building block begins halfway along the left side facade with a flat, transverse to the roof placed, gabled roof-like saddle roof above the gabled roof in the middle axis of this facade, continues via the front facade and right side facade and ends in the middle above the rear facade again in a gabled roof-like saddle roof above a gabled roof, crowned by a brick chimney. The right side facade also has a flat gabled roof-like saddle roof above a gabled roof to the right of the middle. This complex roof has small roof dormers with a lean-to roof whose windows close with a curved upper lintel. Zinc roof finials stand on the ridge ends. The overhanging wooden raintroughs on decorated corbels are interrupted at the gable corners by through-set brick corner posts that end with a plastered, stylized Ionic capital with coping stone. Furthermore, the gutter is cut through in both side facades by a high chimney projecting relative to the facade. Against this block is placed a rectangular, one-and-a-half storey coach house with a flat roof on the left rear. This coach house has gutters like the main block. Against the right part of the right side facade of the house stands a substantial five-sided conservatory with flat roof and balcony and to the right against the front facade stands a curved bay window with balcony. The house has a high plastered plinth, closed off by a drip moulding with two recessed grooves, brick facades in Flemish bond, with in the first storey a plastered speckle layer at the height of the window sill. The facades close off above with a plastered band, tiled frieze (grey and white tiles in chessboard pattern) and wooden gutter on corbels. The windows have sandstone sill stones, also provided on the front with grooves. All windows in the facades close off with a plastered substantial lintel, with as decoration quatrefoils on the corners and double horizontal grooves in between (geometric Art Nouveau motifs). The lintels of the windows of the second storey are placed in the tiled frieze. The stately FRONT FACADE has a nearly symmetrical arrangement. The symmetry is only broken by the addition of the bay window on the right. In the plinth of this bay window is the foundation stone with the inscription: "H.J.J. Verstraaten / A.H.A.M. Bolsius / 27 April 1910". In the middle axis is a round-arched portico with in it a plain-wood door with substantial sill moulding, panel with strips and rectangular window and in the upper part a window with curved upper lintel, with a garland surround. The door has under the window and in the sill moulding a rectangular strip with a series of cut-out circles. The arched fanlight has a stained-glass window in Art Nouveau forms with the family coat of arms (shield with three upright arrows, crowned with a helmet, on which a figure is placed with outstretched right arm, with in the hand three crossing arrows again. From the helmet at both sides extend plant motifs in Art Nouveau design). The door is flanked by narrow side lights with fanlights taken up in the round arch, also filled with stained glass. In the portico three sandstone doorsteps, with on the top step a terrazzo floor. The portico has a plastered round arch, raised with a plastered stepped gable-shaped surface, with profiled coping stones on the steps. The plastered surface has recessed bead mouldings. At the corners of the portico the plinth springs forward and supports a plastered volute, which is incorporated in the corner of the masonry on both sides of the portico. Above the stepped gable-shaped crowning of the portico, the middle axis is executed as a recessed field, which continues flanked by pilasters above the eaves line and closes in the roof structure with a horizontal moulding. In this field above the portico on the first floor is a rectangular window, closed off by a plastered lintel. The window has a single-pane frame with a two-pane fanlight executed as a casement. In the roof structure is a window, whose arched fanlight is flanked on both sides by a small side light (maidservant motif). The fanlight and side lights close off with a joint curved end (undulating line) with plastered ashlar stones. The window has a single-pane frame and two-pane arched fanlight with single-pane side lights. Between both windows in this surface is a white facing stone with the name "Vinckendael". The gable corners close off with brick pilasters, on again plastered volutes, which continue above the eaves line as the aforementioned corner posts with Ionic capitals. The left part of the front facade has both below and above a large rectangular window, closed off by a plastered lintel, with a three-light window frame. The wide middle window (below single-pane, above sash window) has a three-pane fanlight and narrow single-pane side lights with fanlight. The curved bay window has three curved windows with sash windows with three-pane fanlights, with wooden roller shutters in front of the frames. The windows close off above with a joint plastered band. The balcony has a mortared, tinned balustrade, with between the posts wrought-iron framework in Art Nouveau forms (including whiplash motifs). On this balcony are double balcony doors with large windows, three-pane fanlight and narrow single-pane side lights with fanlights. This balcony door opening also closes off with a plastered lintel, incorporated in the tiled frieze.

The LEFT SIDE FACADE has in the plinth two cellar lights with plastered covers. The cellar light frames have double single-pane casement windows, theft bars and on the outside two panel shutters. In the right part of the facade is a flue that extends from the speckle layer in the first storey, which continues along the facade upwards. In the second storey a second flue is added here, after which both flues continue as one broad built-up chimney through the gutter far above the eaves line. The bargeboard is however drawn through along the chimney. The extending flues rest on plastered decorated corbel stones, with profiles and triangular decorations. The middle axis has below a door section with in front of it a front-door landing with sandstone steps with on the platform an iron grille with a cellar light below. In the frame with rectangular single-pane side lights, with yellow cathedral glass, further a green painted door with substantial sill moulding, panel with strips and rectangular window and in the upper part a window with curved upper lintel (simplified variant of the front door). The window has a fine wrought-iron glass protector. The door section is crowned by a flat three-sided closed canopy on carved wooden consoles. The canopy has in the frieze cut-out decorations, consisting of quatrefoils and horizontal lines (the same decorations as in the lintels). In the axis above the door is a high stair-hall window with an upper lintel bent according to an undulating line (shouldered arch form). The built-up jamb has plastered ashlar stones. In the window a fine stained-glass window with a representation of a landscape with fields, mountains and a rising or setting sun. On the field is a farmer with horse and ploughshare depicted. In the lower panel a text, surrounded by Art Nouveau motifs. The text reads: "From barley and hops is brewed the noble liquid / Whoever drinks it in moderation / will not regret it." This window is flanked on both sides by a narrow rectangular, shorter window under a plastered lintel with stained-glass window, in which the representation of the landscape from the middle window continues. The gabled roof above has left and right below a rectangular opening with ventilation grille. The gable top has again tiling, closed off with a plastered band underneath. On this band closes at the bottom a half-round, placed upside down small window with iron frame.

The left part of this facade has below a broad window, closed off by a plastered lintel, with a three-light window frame. The broad single-pane sash window has a 3-pane fanlight and narrow single-pane side lights with fanlight. On the first floor above is a window with single-pane sash window with 3-pane fanlight. The REAR FACADE is executed almost entirely blind to the left of the junction of the coach house. In the plinth is a cellar entrance with in front of it a downward stair. The stair has plastered side walls with as closure an iron roof and on the side walls further tube railings. The gabled roof above the junction of the coach house has left and right below a rectangular opening with ventilation grille. The gable top has again tiling, closed off with a plastered band underneath. Below this gabled roof a window opening with sash window and 3-pane fanlight.

The RIGHT SIDE FACADE has left below and above a window with sash window and three-pane fanlight, with a wooden roller shutter in front of the frame. To the right of it a flue that extends from the speckle layer in the first storey and continues upwards along the facade. In the second storey a second flue is added here, after which they continue jointly as one broad chimney far above the eaves line. This chimney breaks through the eaves line. The bargeboard of the gutter is however drawn through along the chimney. The flues rest below on decorated plastered corbel stones, with profiles and triangular decorations. In the plinth are in this section two rectangular cellar lights with plastered covers. The cellar light frames have double single-pane casement windows, theft bars and on the outside double panel shutters.

Against the right part of this facade stands a substantial wooden conservatory on a plastered plinth. This conservatory has chamfered corners and a wooden breast wall, resting on a sandstone sill stone, with sandstone neats for the uprights. The breast wall has vertically placed wooden parts, the joints of which are covered with a lath. On the breast wall double and single windows between frame uprights with shiplap with fanlights with stained glass. On the front the conservatory has garden doors with a step with sandstone steps in front of it. On the conservatory a balcony with balustrade with wooden posts and rail and fine wrought-iron railings as infill between the posts. On this balcony are double balcony doors with large windows, three-pane fanlight and narrow single-pane side lights with fanlights. This balcony door opening also closes off with a plastered lintel. The gabled roof above has left and right below a rectangular opening with ventilation grille. The gable top has again tiling, closed off with a plastered band underneath. On this band closes at the bottom a half-round, placed upside down small window with iron frame.

The corner at the right side facade and rear facade is at the height of the first storey chamfered with a window with sash window with three-pane fanlight, with a roller shutter against the frame. In the plinth is again a cellar light as in the right side facade, however without cover. The transition from this obliquely placed corner facade to the overhung straight corner of the second storey is formed by step-like forwards-springing and upwards decreasing plastered lintels with an ogee profile.

The rectangular COACH HOUSE against the rear facade has as regards the execution of the facade work the same design as the house, with a high plastered plinth with drip moulding, brick masonry with speckle layer (only in rear facade) and as closure a plastered band, tiled frieze and wooden raintroughs with projection on corbels. The roof is flat.

In the REAR FACADE is below a rectangular (later broken through or modified) door opening with double clamped carriage doors. On the first floor is a low broad window, closed off by a plastered lintel with a three-light frame with three casement windows with bars in a cross pattern, surrounded by an oval. The left side facade (the west facade) has below a broad window with three-light frame with three single-pane casement windows executed as casement windows with two-pane fanlights. On the inside this window has clamped shutters. The window closes off with a lintel like the small window to the right of it, with two-pane window and theft bar in the frame. On the first floor is again a window like the rear (a low broad window, closed off by a plastered lintel with a three-light frame with three casement windows with bars in a cross pattern, surrounded by an oval). The right side facade of the coach house has to the right below a (now bricked-up) door opening closed off with a plastered lintel. To the left above in this facade, at the junction with the rear facade of the house is a window with single-pane casement window and 3-pane fanlight.

The INTERIOR has been preserved in a fairly intact state, with a hallway with marble floor and marble wall panelling, fine front-door surround with stained glass, fireplaces, including fireplace in left front room with on the fireplace beam the text "One's own hearth is worth gold", old internal door frames with corresponding panel doors, stairwell and the like. In the kitchen to the left rear in the house there is still a tiled floor. The room to the right rear is connected by means of sliding conservatory doors with large windows and 5-pane fanlight with coloured Art Nouveau stained glass to the conservatory. The style of interior is predominantly Art Nouveau (the Dutch, more geometrically tinged variant), with already Art Deco-like influences and in some cases still classically tinged details. The entire house is cellar-ed.

The ENTRANCE GATE at the rear consists of a rotating section between 'open' pillars and (curved) watercourse-edge sections on both sides.

Valuation

VILLA "VINKENDAEL" with GATE from 1910.

- Of architectural-historical value as a stately villa has a harmonious design with richly detailed facades. It is a very good example of a villa type that was very popular in the early 20th century, namely a picturesquely set-up villa with Art Nouveau detailing, often executed with complicated roof forms with gabled roofs and substantial extensions, such as conservatories and the like. This villa is especially remarkable because it is somewhat eclectic in nature. The picturesque Art Nouveau is namely combined with a taut block-shaped design, which among other things was very popular in traditional classical architecture and subsequently also returned in the early 20th century Around-1800 architecture, from which this house further also exhibits some stylistic elements (curved window closures, Ionic capitals and the like). The villa has also remained very intact as regards the detailing. In addition, the interior executed in fine materials is still almost entirely present. The adjoining, entirely adapted to the house coach house also has valuable details such as the windows with oval bars and the like.

- Of urban planning / situating value because of the very monumental location, on the main road of Beuningen, with in front of the villa a substantial garden with monumental trees, among which the stately facade rises. The villa contributes significantly to the preservation of the historical street image of this environment.

- Of social-economic / cultural-historical value as a reminder of the factory complex of the Verstraaten's. This manufacturers' villa of brother Harrie Verstraaten is still the only noteworthy "reminder in stone" of the influential manufacturers' family Verstraaten-Bolsius, which played an important role both economically and politically in the history of the village. An important role within this memorial function is particularly played by the stained-glass window with the family coat of arms and the "brewer's window" in the left side facade.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map