Rijksmonumentenregister · Netherlands
R.K. Corneliuskerk
Beuningen Gld, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kerk en kerkonderdeel
- Function
- Parochiekerk
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1900 - 1901
- Address
- Dorpssingel 1, 6641 BE Beuningen Gld (Beuningen 25)
- Place
- Beuningen Gld
- Municipality
- Beuningen
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.86371, 5.77323
- Part of complex
- 523146
- Monument number
- 523147
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1904 map "Bl. 26 Nijmegen, 1904" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Omschrijving
Neogotische Kerk, gelegen op een kerkhof, dat wordt omgeven door een eenvoudig smeedijzeren HEKWERK. De kerk heeft een forse westtoren, bestaande uit een viertal deels met blinde spitsboognissen versierde geledingen, bekroond met een hoge ingesnoerde naaldspits. Op deze toren sluit een driebeukig basilicaal schip aan dat vijf traveeën telt, waarop weer een éénbeukig koor aansluit met een koortravee en 5/8 sluiting. De zijbeuken sluiten zowel aan de west- als de oostzijde recht af en zijn voorzien van een lessenaarsdak met een vrij flauwe dakhelling. De noorderzijbeuk heeft tegen de westelijke sluitgevel een vijfzijdig gesloten, steunbeerloze doopkapel met een schilddak. Het middenschip heeft een zadeldak, dat is doorgetrokken over de éénbeukige koorpartij als schilddak met schilden op de 5/8 sluiting. Op de nok van het dak staat bij de overgang tussen schip en koor een houten achtzijdige dakruiter (angelustorentje) met driepasboogopeningen, bekroond door houten gesloten wimbergen, van waaruit een slanke achtzijdige spits oprijst. Aan de noordzijde van het koor staat een fors rechthoekig bijgebouw (sacristie) met een schilddak en een deels in de noordgevel ingebouwde achtzijdige traptoren met een achtzijdige spits. Het gebouw steekt (sinds de uitbreiding) verder in oostelijke richting door dan de koorsluiting. Op de zuidgevel van de sacristie sluit achter het koor een laag rechthoekig bijgebouw aan. Tegen de sluitgevel van de zuiderzijbeuk en de zuidgevel van het koor sluit ook een klein, later toegevoegd bijgebouw aan met geknikte gevels.
In de toren zijn de twee geledingen van de oude middeleeuwse toren van de dorpskerk opgenomen. Deze toren werd in baksteen ommanteld en verhoogd. In het ontwerp van de toren zijn invloeden uit de Nederrijnse gotiek (die zich in deze streken in de Late Middeleeuwen manifesteerde) verwerkt, zich onder meer uitend in de spitsboogvormige spaarvelden van de tweede en derde geleding en de steunbeerloze opbouw van de bovenste geledingen. Toepassing van een slanke hoge naaldspits past ook binnen dit kader (vergelijk bijvoorbeeld met de Martinustoren te Doesburg). De toren van Beuningen vertoont verwantschap met het ontwerp van Franssen voor de toren van Weurt welke in 1898 tot stand kwam. De toren van Beuningen heeft bijvoorbeeld steunberen op de gevelhoeken, welke zich dusdanig verjongen, dat ze ter hoogte van de derde geleding nog slechts bestaan uit liseenvormige verzwaringen. Net als bij de Weurtse toren paste Franssen ook hier spitsboogspaarvelden ter geleding van de gevels toe. Een van de Nederrijnse gotiek afgeleid "vensternis-portaal", zoals toegepast in Weurt, treffen we in Beuningen niet aan. In Beuningen paste Franssen een hiervan afgeleid portaal toe, waarbij een spitsboognis (met dagkanten met een hol profiel in rode verblendsteen) is gevuld met een deuropening onder een segmentboog met gemetselde boogtrommel en een spitsboogvenster daarboven met een driedelige getrapte lancettracering in rode verblendsteen. De deuropening zelf is omgeven door dagkanten in rode verblendsteen met kwart-hol profiel terwijl de boogtrommel siermetselwerk heeft. Het deurkozijn heeft een dubbele opgeklampte deur met fraai smeedijzeren beslag, met zijtakken met bladwerk. Het gehele portaal blijft binnen het kader van de eerste geleding, terwijl het "vensternis-portaal" van Weurt zich net als bij de laatgotische Nederrijnse torens (Zaltbommel, Tiel, Doesburg, Arnhem) uitstrekt over twee geledingen (Mogelijk hangt het niet toepassen van een dergelijk portaal met het hergebruik van de oude torenromp samen, dat bij toepassing van een vensternis-portaal in de tweede geleding doorbroken zou moeten worden voor het aanbrengen van een groot venster, boven de toegang). De tweede geleding heeft per zijde vier spitsboognissen en de derde geleding heeft per zijde drie spitsboognissen.
De klokkenverdieping bevat aan elke zijde twee grote galmgaten, afgesloten met een spitsboog. De klokkenverdieping wordt bekroond door een gemetselde balustrade met spitsboogopeningen, op uitkragende bakstenen bloktand- en muizetandlijsten en in grondvorm vierkante bakstenen hoekposten met spitsboognisjes, bekroond door een vierzijdig hoekspitsje. Deze balustrade omgeeft de forse, steile, achtzijdige licht ingesnoerde naaldspits. De ronde wijzerplaten van het uurwerk zijn opgenomen in een dakkapelachtige uitbouw met zadeldakje met wolfeind, welke de balustrade onderbreken. De gevelwerk van de toren is geheel uitgevoerd in baksteen in kruisverband.
Het eveneens geheel in baksteen opgetrokken kerkgebouw is driebeukig en basilicaal van opzet. Het schip bezit vijf traveeën met een koortravee en 5/8 sluiting en rechtgesloten zijbeuken. Zijbeuken en lichtbeuk bezitten per travee een driedelige vensterpartij, bestaande uit drie spitsboogvensters, waarvan de middelste hoger is (zgn. tripletvenster). In het koor grote hoge spitsboogvensters. De vensterdagkanten zijn in oranje/rode baksteen uitgevoerd, terwijl het metselwerk verder grauw/bruin is. De daken en spitsen zijn gedekt met leien in Maasdekking. De traveeën van het middenschip en de zijbeuken zijn van elkaar gescheiden door steunberen met natuurstenen dekplaten. De wanden van de zijbeuken en koor bezitten een bakstenen plint, afgesloten door een hardstenen waterslaglijst, welke ook over de steunberen is doorgetrokken. De zijbeuksteunberen versnijden ter hoogte van de vensterafzaten éénmaal en hebben op deze plaats een natuurstenen afzaat. De topgevels van de zijbeuken hebben getrapt oplopende spitsboognissen, met een gezamenlijke natuurstenen afzaat en een natuurstenen deklijst. Zowel de noorder- als zuiderbeuk hebben in de vierde travee (geteld vanaf de toren) in de onderbouw een tussen de steunberen uitgebouwde biechtstoelruimte met kleine driepasboogvensters in de gevel. Tegen de westelijke sluitgevel van de noorderzijbeuk staat een vijfzijdige gesloten doopkapel met op de gevelhoeken een liseen. De knikken van deze lisenen bij de schuine sluitingszijden zijn uitgevoerd in rode verblendsteen. De liseenvelden bezitten elk een spitsboogvenster met geprofileerde dagkanten in rode verblendsteen en sluiten onder de daklijst af met een bloktandlijst en twee uitkragende muizetandlijsten. Het schilddakje heeft leien in maasdekking met een zinken piron op het nokeinde en een eenvoudige, houten vlakke gootlijst. In de westgevel van de zuiderzijbeuk is een grote deuropening aangebracht afgesloten met een rondboog en gemetselde boogtrommel met siermetselwerk en dubbele opgeklampte deuren met sierbeslag.
Het middenschip, de zijbeuken en het koor sluiten onder de daklijst af met een bakstenen driepasboogfries in rode verblendsteen en bakstenen muizetandlijsten. Het koor heeft per travee een hoog lancetvenster. Onder de vensters bevindt zich een door natuurstenen waterlijsten afgescheiden strook met per travee vier gekoppelde spitsboognissen. De steunberen van het koor versnijden drie maal. De onderste versnijding sluit af met een hardstenen schuin aflopende afzaat, met daarboven een gedeelte dat bij de tweede versnijding afsluit met een hardstenen ezelsrug. Dit gedeelte heeft aan de voorzijde een driepasboognis. De derde versnijding bevindt zich halverwege de koorvensters en sluit weer af met een natuurstenen afzaat. De steunberen sluiten tenslotte af met hardstenen aflopende dekplaten. In de oostelijke sluitingszijde is boven de plint een stichtingssteen (Eerste Steen) opgenomen met de tekst: "Prim. Lap. posuit, H. Van Der Loo, Parochus Beuningen, 10 junii 1900".
De daken bezitten dakkapellen met een luik en een met leien gedekt schilddakje met een tweezijdige sluiting, bekroond met een zinken piron. De sacristie, welke ten opzichte van de gevel van de noorderzijbeuk flink naar voren uitspringt, heeft door middel van lisenen in traveeën verdeelde gevels met onder de daklijst bakstenen lijsten (bloktandlijst, rechthoekige lijsten en een muizetandlijst). De gevels hebben een bakstenen plint met hardstenen waterslaglijst en verder een hardstenen waterslaglijst welke bij de vensters dienst doet als lekdorpel. In de korte kopgevels bevindt zich een kruisvenster (met hardstenen onder- en bovendorpel en hardstenen middenstijl en kalf en bakstenen dagkanten) met luiken, afgesloten door een segmentboog met gemetselde boogtrommel. De noordgevel heeft twee toegangen, met een gemetselde trap ervoor. De doorgangen sluiten af met een natuurstenen geprofileerde latei op imposten en een rondboog met gemetselde boogtrommel. Tussen beide doorgangen springt het driezijdige gedeelte van de in de muur opgenomen achtzijdige traptoren uit. Oorspronkelijk was deze traptoren ook meteen een hoektoren. Het gedeelte links van de toren is namelijk enige jaren later (omstreeks 1910-15?) tot stand gekomen, waarbij de detaillering van het oudere deel is gekopieerd. Rechts van deze doorgangen bevinden zich kloostervensters met luiken en een segmentboog met gemetselde boogtrommel. De lagere, ook later tot stand gekomen rechthoekige uitbouw tegen de zuidgevel ten oosten van het koor heeft een plat dak en een kruisvenster in de oostgevel.
De aanbouw tegen de zuidgevel van het koor is weer van jonger datum (jaren '30) dan de uitbreidingen van de sacristie en heeft een plat dak. De plattegrond is onregelmatig en bestaat in feite uit een L-vorm, waarvan beide delen onderling zijn verbonden door een in grondvlak driehoekig gedeelte. In de oostgevel bevindt zich een opgeklampte deur met bovenlicht. In het INTERIEUR van de kerk zijn verschillende onderdelen in schoon metselwerk uitgevoerd, zoals de rijk geprofileerde bundelpijlers, de dagkanten van de vensters en de gewelfribben. De zijbeukwanden zijn voorzien van kleurige betegeling. De overige onderdelen zijn gepleisterd en voorzien van beschilderingen. Het middenschip heeft een spitsboogarcade. De profielen van de bogen gaan zonder tussenkomst van een kapiteel over in de profielen van de bundelpijlers. Een deel van de pijlers is als een muurschalk doorgetrokken langs de schipwand tot aan een horizontale lijst, waar een bladkapiteel de muraalbogen, gordelbogen en diagonaalribben van de gewelven opvangt. De lichtbeuk van het middenschip heeft een pseudotriforium, bestaande uit bakstenen nissen, waarvan de gemetselde muurdammen zijn doorgetrokken naar boven als scheiding van de drie lichten van het tripletvenster. Een horizontale lijst scheidt het triforium van het venster. Een dergelijke oplossing, gebruikelijk bij kerken met een gedrukt basilicaal schip, is in de middeleeuwen in het gebied van de Maas en Nederrijn vaak toegepast (o.a. Sint Christoffel te Roermond, Sint Petrus te Sittard, kerk van Leende om enige voorbeelden te noemen). De zijbeuken hebben kruisribgewelven welke worden opgevangen op kraagstenen met bladkapitelen aan de buitenzijde en op een colonnet met bladkapiteel aan schipzijde. In de eerste travee bij de toren staat de zangerstribune met drie kruisribgewelven, aan schipzijde rustende op twee natuurstenen rondzuilen met bladkapitelen. Op deze tribune ook het ORGEL, van een anonieme maker, vermoedelijk bouwjaar 1865, met 2 klavieren en pedaal en 19 registers.
Gemetselde rondboognissen, met boogtrommels uitgevoerd in siermetselwerk bevatten de ingebouwde biechtstoelen met houten deuren (vierde travee van de zijbeuken, gerekend vanuit westen). Koor en schip zijn in visueel opzicht van elkaar gescheiden door een in schoon metselwerk uitgevoerde triomfboog, welke iets naar binnen springt. In de boog hangt een neogotisch triomfkruis. Tegen een vijftal schippijlers is op een in de pijler ingemetselde natuurstenen bladconsole een neogotisch heiligenbeeld geplaatst. De ribben van het kruisribgewelf en het straalgewelf van het koor worden opgevangen door ronde bakstenen schalken, met een bladkapiteel. De middenschipgewelven hebben gepleisterde witte velden met daarop schilderingen van planten en bloemen. Het straalgewelf in de koorsluiting heeft op de gepleisterde velden klapwiekende engelen.
Van de oorspronkelijke aankleding en rijke INVENTARIS is nog veel in originele staat bewaard gebleven, zoals onder meer:
- de originele neogotische blankhouten BANKENBLOKKEN
- HOOGALTAAR (neogotiek, stenen mensa en opbouw, H. van der Geld, 1901, opnieuw gepolychromeerd in 1970).
- MARIA-ALTAAR (neogotiek, H. van der Geld, 1901, opnieuw gepolychromeerd in 1970).)
- JOSEF-ALTAAR (neogotiek, H. van der Geld, 1901, opnieuw gepolychromeerd in 1970).)
- DOOPVONT (geel koper deksel uit 1919 door Jonkergouw, Den Bosch, stenen neogotisch vont)
- Vijf eikenhouten BEELDEN, gepolychromeerd, tegen de pijlers van het middenschip neogotiek, onbekend atelier).
- MISSIEKRUIS (kruisbeeld van 95 cm hoogte, gepolychromeerd hout uit 1879).
- PASSIEKRUIS (kruisbeeld met Arma Christi, hoogte 1,45 m hout, neogotiek omstreeks 1880.
- TROMFKRUIS (kruisbeeld in triomfboog op scheiding schip en koor, levensgroot, hout, neogotiek 1901 met hoeken evangelisten-symbolen)
- WIJWATERVAT (staande stenen neogotische wijwaterbak, zwarte hardsteen, tweede helft 19de eeuw)
- Polychromie schip- en koorgewelf uit 1907/08 door Emmanuel Perey uit Venlo. Gotische bloemen voorstellingen in schip en engelen in koor met gebruikmaking van sjablonen.
- Gebrandschilderd glas (in totaal zeven centrale scènes voorstellende de zeven sacramenten, gehaald uit hun oorspronkelijk geheel en in 1968 geplaatst in vernieuwde zetting met oud glas) uit 1901 van atelier F. Nicolas en zonen Roermond in de koorvensters. De centrale voorstellingen bestaan van links naar rechts uit: huwelijk, eucharistie, biecht, doopsel, vormsel, priesterschap, oliesel.
- Gebrandschilderd glas (vier ramen, A. Asperlach in de doopkapel uit 1961)
- KRUISWEG, veertien staties op paneel, door Frans Kops (1873-1951) uit 's-Hertogenbosch geschilderd in 1918/19, aan achterzijde gesigneerd
- WANDARMATUREN, vijf stuks, geel koper in S-lijn met kaarsenhouder tegen pijlers onder de beelden, omstreeks 1900 neogotiek
Waardering
KERK uit 1900-1901 naar ontwerp van Franssen
- Van architectuurhistorische waarde doordat de Corneliuskerk een goed en vrij gaaf bewaard voorbeeld is van een neogotische dorpskerk, met een fraaie karakteristieke toren gebouwd naar ontwerp van C. Franssen, tevens van belang voor het oeuvre van de architect. Het interieur bevat daarnaast zeer waardevolle onderdelen, waaronder altaren van de vermaarde beeldhouwer H. van der Geld, glas-in-lood van het atelier Nicolas en zonen en schilderingen van de bekende kerkschilder Perey. Bovendien bezit de kerk nog restanten van het middeleeuwse kerkgebouw in de vorm van de 14de eeuwse torenromp, opgenomen in de huidige toren.
- Van stedenbouwkundige waarde omdat de kerk, zonder twijfel het meest bekende en opvallendste gebouw van het dorp, is gelegen in het oude dorpshart van Beuningen aan de zuidzijde van de belangrijke doorgaande Van Heemstraweg en bepaalt met haar markante silhouet met forse toren met naaldspits het beeld in deze omgeving. De kerk met kerkhof en tegenover gelegen pastorie maken deel uit van de oude historische structuur van dit dorpshart, dat ter plaatse nog vrij gaaf bewaard is gebleven.
- Van cultuurhistorische waarde van een oude dorpskerk is bijzonder hoog, vanwege de grote rol die de kerk gedurende de eeuwen in het leven van het dorp heeft gespeeld. Vanuit de kerk zijn diverse gebouwen gesticht en instellingen ondersteund, zoals het klooster van de Zusters van Liefde aan de Kloosterstraat. Ook in het persoonlijke leven van veel inwoners speelde of speelt de kerk een bepalende rol. Veel inwoners zijn hier gedoopt, getrouwd en begraven en hebben andere herinneringen aan de kerk en haar pastoors. De huidige kerk staat op een terrein dat al sinds eeuwen is gebruikt voor religieuze doeleinden en fungeert als een "herinnering in steen" voor alle gebeurtenissen uit het verleden, waarin de kerk zowel op algemeen als persoonlijk niveau een rol heeft gespeeld. De geschiedenis van deze religieuze plaats gaat zeker terug tot de 13de eeuw en het terrein is derhalve ook in archeologisch opzicht van groot belang.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Description
Neogothic Church, located on a churchyard surrounded by simple wrought-iron fencing. The church has a substantial west tower, consisting of four storeys, partly decorated with blind pointed-arch recesses, crowned with a tall constricted spire. Attached to this tower is a three-aisled basilica nave with five bays, followed by a single-aisled choir with one choir bay and 5/8 closure. The side aisles terminate straight at both the west and east ends and are fitted with catslide roofs with a relatively gentle pitch. The north aisle has against the western gable a five-sided closed buttress-free baptistery chapel with a hipped roof. The nave has a gabled roof, continued over the single-aisled choir section as a hipped roof with hips on the 5/8 closure. On the roof ridge at the transition between nave and choir stands a wooden octagonal roof turret (bell-cote) with three-lobe arch openings, crowned with wooden closed crockets, from which rises a slender octagonal spire. On the north side of the choir stands a substantial rectangular annexe (sacristy) with a hipped roof and an octagonal stair turret, partly built into the north gable, with an octagonal spire. The building extends (since the extension) further eastward than the choir closure. A low rectangular annexe is attached to the south facade of the sacristy behind the choir. Against the gable of the south aisle and the south facade of the choir is also attached a small, later-added annexe with angled gables.
The two storeys of the old medieval tower of the village church are incorporated into the tower. This tower was encased in brick and heightened. The tower design incorporates influences from Lower Rhine gothic (which manifested itself in this region in the Late Middle Ages), expressed among other things in the pointed-arch spandrels of the second and third storeys and the buttress-free construction of the upper storeys. The application of a slender tall spire also fits within this framework (compare for example with the Martinus tower in Doesburg). The Beuningen tower shows affinity with Franssen's design for the Weurt tower, which was constructed in 1898. The Beuningen tower has, for instance, buttresses on the gable corners, which taper in such a way that at the level of the third storey they consist only of lisene-like thickening. As with the Weurt tower, Franssen also applied pointed-arch spandrels here for articulating the facades. A "window-niche portal" derived from Lower Rhine gothic, as applied in Weurt, is not found in Beuningen. In Beuningen Franssen applied a portal derived from this, whereby a pointed-arch niche (with arrises with a hollow profile in red facing brick) is filled with a door opening under a segmental arch with moulded arch drum and a pointed-arch window above with three-part stepped lancet tracery in red facing brick. The door opening itself is surrounded by arrises in red facing brick with quarter-hollow profile while the arch drum has decorative brickwork. The door frame has a double butt-hinged door with fine wrought-iron fittings, with side arms with leafwork. The entire portal remains within the frame of the first storey, while the "window-niche portal" of Weurt, like the late-gothic Lower Rhine towers (Zaltbommel, Tiel, Doesburg, Arnhem), extends over two storeys. (It is possible that the non-application of such a portal is connected with the reuse of the old tower carcass, which would have to be broken through in the second storey for the insertion of a large window above the entrance). The second storey has four pointed-arch recesses per side and the third storey has three pointed-arch recesses per side.
The bell chamber contains on each side two large sound openings, closed with a pointed arch. The bell chamber is crowned with a moulded balustrade with pointed-arch openings, on projecting brick dentil and mouse-tooth mouldings and at the base square brick corner posts with pointed-arch niches, crowned with a four-sided corner spire. This balustrade surrounds the substantial, steep, octagonal slightly constricted tall spire. The round clock faces are incorporated in a roof-hood-like projection with a small saddle roof with half-hip, which interrupts the balustrade. The facade work of the tower is entirely executed in brick in stretcher bond.
The church building, also entirely constructed in brick, is three-aisled and basilica in layout. The nave has five bays with a choir bay and 5/8 closure and straight-closed side aisles. Side aisles and clerestory have per bay a three-part window composition, consisting of three pointed-arch windows, of which the middle one is taller (so-called triplet window). In the choir large tall pointed-arch windows. The window arrises are executed in orange/red brick, while the remaining brickwork is grey/brown. The roofs and spires are covered with slate in gutter-lap covering. The bays of the nave and side aisles are separated from each other by buttresses with natural stone coping. The walls of the side aisles and choir have a brick plinth, closed with a hardstone drip moulding, which is also carried over the buttresses. The side aisle buttresses are stepped once at the height of the window bands and have a natural stone offset at this point. The gable walls of the side aisles have stepped rising pointed-arch recesses, with a common natural stone offset and a natural stone coping. Both the north and south aisles have in the fourth bay (counted from the tower) in the lower structure a confessional booth built out between the buttresses with small three-lobe arch windows in the facade. Against the western gable of the north aisle stands a five-sided closed baptistery chapel with lisenes on the gable corners. The joints of these lisenes at the slanting closure sides are executed in red facing brick. The lisene fields each have a pointed-arch window with moulded arrises in red facing brick and finish below the cornice with a dentil moulding and two projecting mouse-tooth mouldings. The small hipped roof has slate in gutter-lap covering with a zinc finial on the ridge end and a simple wooden flat gutter moulding. In the west facade of the south aisle a large door opening is provided closed with a round arch and moulded arch drum with decorative brickwork and double butt-hinged doors with decorative fittings.
The nave, side aisles and choir finish below the cornice with a brick three-lobe arch frieze in red facing brick and brick mouse-tooth mouldings. The choir has per bay a tall lancet window. Beneath the windows is a zone separated by natural stone drip mouldings with per bay four coupled pointed-arch recesses. The buttresses of the choir are stepped three times. The lowest step finishes with a hardstone sloping offset, with above it a section that finishes at the second step with a hardstone sawtooth offset. This section has on the front a three-lobe arch recess. The third step is located halfway up the choir windows and again finishes with a natural stone offset. The buttresses finally finish with hardstone sloping coping. In the eastern closure side above the plinth a foundation stone (First Stone) is incorporated with the text: "Prim. Lap. posuit, H. Van Der Loo, Parochus Beuningen, 10 junii 1900".
The roofs have roof dormers with a hatch and a slate-covered hipped roof with a two-sided closure, crowned with a zinc finial. The sacristy, which projects considerably forward in relation to the facade of the north aisle, has facades divided into bays by means of lisenes with under the cornice brick mouldings (dentil moulding, rectangular mouldings and a mouse-tooth moulding). The facades have a brick plinth with hardstone drip moulding and further a hardstone drip moulding which serves at the windows as a drip edge. In the short gable walls is a cross window (with hardstone under- and over-sill and hardstone mullion and transom and brick arrises) with shutters, closed by a segmental arch with moulded arch drum. The north facade has two entrances, with a moulded step in front. The passages finish with a natural stone moulded lintel on imposts and a round arch with moulded arch drum. Between both passages the three-sided section of the octagonal stair turret built into the wall projects out. Originally this stair turret was also immediately a corner tower. The section to the left of the tower was in fact built some years later (circa 1910-15?), whereby the detailing of the older section was copied. To the right of these passages are monastic windows with shutters and a segmental arch with moulded arch drum. The lower, also later-constructed rectangular extension against the south facade east of the choir has a flat roof and a cross window in the east facade.
The extension against the south facade of the choir is again of more recent date (1930s) than the extensions of the sacristy and has a flat roof. The plan is irregular and in fact consists of an L-shape, of which both sections are connected to each other by a section triangular in plan. In the east facade is a butt-hinged door with fanlight. In the INTERIOR of the church various components are executed in fair-faced brickwork, such as the richly-moulded bundle piers, the arrises of the windows and the vault ribs. The side aisle walls are provided with coloured tiling. The remaining sections are plastered and provided with paintings. The nave has a pointed-arch arcade. The profiles of the arches merge without the intervention of a capital into the profiles of the bundle piers. Part of the piers continues as a wall corbel along the nave wall to a horizontal moulding, where a leaf capital receives the wall arches, transverse arches and diagonal ribs of the vaults. The clerestory of the nave has a pseudo-triforium, consisting of brick niches, of which the moulded wall mullions are carried upward as division of the three lights of the triplet window. A horizontal moulding separates the triforium from the window. Such a solution, customary in churches with a compressed basilica nave, was often applied in the Middle Ages in the region of the Meuse and Lower Rhine (among others Sint Christoffel in Roermond, Sint Petrus in Sittard, church of Leende, to name some examples). The side aisles have ribbed vaults which are received on corbels with leaf capitals on the outside and on a small column with leaf capital on the nave side. In the first bay at the tower stands the choir gallery with three ribbed vaults, on the nave side resting on two natural stone round columns with leaf capitals. Also on this gallery the ORGAN, by an anonymous maker, presumed date of construction 1865, with 2 manuals and pedal and 19 registers.
Moulded round-arch recesses, with arch drums executed in decorative brickwork contain the built-in confessionals with wooden doors (fourth bay of the side aisles, counted from the west). Choir and nave are visually separated from each other by a triumphal arch executed in fair-faced brickwork, which projects inward slightly. A neogothic rood cross hangs in the arch. Against five nave piers is placed on a natural stone leaf console set into the pier a neogothic sacred image. The ribs of the ribbed vault and the vault of the choir closure are received by round brick corbels, with a leaf capital. The nave vaults have plastered white fields with paintings of plants and flowers. The vault in the choir closure has fluttering angels on the plastered fields.
Much of the original fittings and rich INVENTORY has been preserved in original condition, such as among others:
- the original neogothic plain-wood PEWS
- HIGH ALTAR (neogothic, stone mensa and superstructure, H. van der Geld, 1901, repainted in 1970).
- MARY ALTAR (neogothic, H. van der Geld, 1901, repainted in 1970).)
- JOSEPH ALTAR (neogothic, H. van der Geld, 1901, repainted in 1970).)
- FONT (yellow copper cover of 1919 by Jonkergouw, Den Bosch, stone neogothic font)
- Five oak STATUES, polychrome, against the piers of the nave neogothic, unknown workshop).
- CRUCIFIX (crucifix of 95 cm height, polychrome wood from 1879).
- PASSION CROSS (crucifix with Arma Christi, height 1.45 m wood, neogothic circa 1880.
- ROOD CROSS (crucifix in triumphal arch at separation of nave and choir, life-size, wood, neogothic 1901 with evangelist symbols at corners)
- HOLY WATER STOUP (standing stone neogothic holy water basin, black hardstone, second half 19th century)
- Polychromy of nave and choir vault from 1907/08 by Emmanuel Perey from Venlo. Gothic flower representations in nave and angels in choir using stencils.
- Stained glass (in total seven central scenes depicting the seven sacraments, removed from their original setting and placed in 1968 in renewed setting with old glass) from 1901 from the workshop F. Nicolas and sons Roermond in the choir windows. The central representations consist from left to right of: marriage, eucharist, confession, baptism, confirmation, priesthood, anointing of the sick.
- Stained glass (four windows, A. Asperlach in the baptistery chapel from 1961)
- STATIONS OF THE CROSS, fourteen stations on panel, painted by Frans Kops (1873-1951) from 's-Hertogenbosch in 1918/19, signed on the reverse
- WALL FITTINGS, five pieces, yellow copper in S-curve with candle holder against piers below the images, circa 1900 neogothic
Valuation
CHURCH from 1900-1901 designed by Franssen
- Of architectural-historical value because the Cornelius Church is a good and fairly well-preserved example of a neogothic village church, with a fine characteristic tower built to the design of C. Franssen, also of importance for the architect's oeuvre. The interior moreover contains very valuable components, including altars by the renowned sculptor H. van der Geld, stained glass by the workshop Nicolas and sons, and paintings by the well-known church painter Perey. Furthermore, the church still possesses remnants of the medieval church building in the form of the 14th-century tower carcass, incorporated into the present tower.
- Of urban-planning value because the church, without doubt the most well-known and conspicuous building of the village, is located in the old village centre of Beuningen on the south side of the important through route Van Heemstraweg and determines with its distinctive silhouette with substantial tower with spire the image of this area. The church with churchyard and the parsonage opposite form part of the old historic structure of this village centre, which has remained fairly well-preserved.
- The cultural-historical value of an old village church is exceptionally high, because of the significant role the church has played in the life of the village through the centuries. Various buildings have been founded from the church and institutions supported, such as the convent of the Sisters of Charity on Kloosterstraat. Also in the personal lives of many residents the church played or plays a determining role. Many residents have been baptised, married and buried here and have other memories of the church and its vicars. The present church stands on a site that has been used for religious purposes for centuries and functions as a "memory in stone" for all events of the past, in which the church has played a role both on a general and personal level. The history of this religious site certainly dates back to the 13th century and the site is therefore also of considerable archaeological importance.
Nearby in the register
- Baarhuisje, Dorpssingel bij 1Begraafplaats en -onderdelenunder 1 mi
- Tuinmuur, Dorpssingel 2Tuin, park en plantsoenunder 1 mi
- Tuinbeeld, Dorpssingel 2Tuin, park en plantsoenunder 1 mi
- Pastorie(F), Dorpssingel 2Kerkelijke dienstwoningunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.