Rijksmonumentenregister · Netherlands
Woonhuis, Het Voorburg 1
Culemborg, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Woonhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built (approximately)
- 1891
- Address
- Het Voorburg 1, 4101 KK Culemborg
- Place
- Culemborg
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.95937, 5.22628
- Monument number
- 523143
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamTU Delft LibraryUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
4 historical maps cover this location, the earliest the 1879 map "De Nieuwe Hollandsche Waterlinie en de stelling in de Geldersche Vallei / ontworpen door M.H.J. Plantenga ; geteekend door M. van Meurs" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
VILLA met TUINHEK, gebouwd in ca. 1891. Het huis is uitgevoerd in een eclectische stijl waarbij invloeden van de neorenaissance zijn te onderscheiden als de toepassing van siermetselwerk in spekbanden en in de vullingen van de boogvelden boven vensters. In de drie eindgevels verwijzen beschoten topgevels naar de chaletstijl. De briefpanelen in de voordeur zijn afgeleid van de gotiek.
Het pand is gesitueerd aan de oostzijde van het centrum en maakt deel uit van het uitgelegde beschermde stadsgezicht en is gesitueerd in een straatgevel van overwegend 19de eeuwse bebouwing. De woning is gelegen tegenover het voormalige, onbebouwde kasteelterrein en wordt door een diepe tuin met een gietijzeren spijlenhek gescheiden van de straat.
Omschrijving
De VILLA heeft een samengestelde plattegrond met een in hoofdvorm T-vormig grondvlak en is opgetrokken in baksteen (kruisverband). De gevels boven het uitgemetselde omlopende trasraam, worden door gele bakstenen sierbanden geleed die deels zijn ingevuld met zwarte bakstenen. De afgeschuinde dagkanten van de vensters zijn in rode verblendsteen uitgevoerd. De hardstenen vensterdorpels rusten alle op de omlopende waterlijsten van keramische tegels. Alle, tenzij anders vermeld, rondboogvormige boogvelden boven de diverse typen (schuif)ramen zijn met deze genoemde materialen in rijk siermetselwerk ingevuld. De met een zadeldak uitgeruste rechterbeuk van het huis grijpt in het hoger reikende zadeldak van de linkerbeuk dat met de nokas haaks op de straat is geplaatst. Het dak is met leien in maasdekking belegd. De eindgevels zijn van beschoten, spitsboogvormige schijnspanten voorzien; alleen de eindgevel van de rechter zijbeuk is als een meerlobbige boog uitgevoerd. De schijnspanten rusten op gepaarde korbelen en worden door een piron beëindigd. Alleen in het linker dakschild van de linkerbeuk komt een dakkapel voor. De bakgoten worden door zware klossen gedragen.
De VOORGEVEL bestaat uit een naar voren springende linkerbeuk en een evenwijdig aan de straat gesitueerde rechterbeuk. De linkerbeuk bezit een vijfzijdige erker waarvan drie zijden zijn beglaasd (modern). De vensters worden met een segmentboogvormig boogveld beëindigd. Op het door een sierlijk balkonhek afgesloten balkon boven de erker sluiten twee dubbele balkondeuren aan met oorspronkelijke gepaarde bovenlichten waartussen een houten kolommetje. Dergelijke bovenlichten kwamen ook voor in onder meer de erker. In het rondboogvormige boogveld boven beide deuren komt identiek siermetselwerk voor dat ook boven het stolpraam in de topgevel aanwezig is. De rechter zijbeuk bevat links de entree in een inpandig portiek dat door een hardstenen door consoles ondersteunde latei wordt afgesloten. Hierop rust een deelzuiltje dat in het midden van twee rondbogen is geplaatst waarboven siermetselwerk voorkomt in het hierdoor beperkte boogveld. De vleugel(paneel)deur is voorzien van briefpanelen en is beglaasd. Hierboven bevinden zich gepaarde oorspronkelijke en hiervoor beschreven bovenlichten onder een rechtgesloten veld van siermetselwerk. Het gebiljoeneerde deurkozijn rust op hardstenen neuten en dito dorpel; van hetzelfde materiaal is het bordes voor de deur. Het houten plafond van het portiek is verdeeld in cassetten. Rechts van de deur bevindt zich een venster van het standaardtype, met gekoppeld raam met bovenlicht. Op de verdieping komen acht segmentboogvormige spaarvelden voor waarvan er per twee van schuiframen met gedeelde bovenlichten zijn voorzien die door twee spaarvelden worden gescheiden. Op de hoek komen de laatste twee spaarvelden van de acht voor.
De LINKER ZIJGEVEL bezit in het midden twee rondboogvormige spaarvelden geflankeerd door een rechtgesloten raam onder een drieruits bovenlicht zoals in de balkondeuren boven de erker voorkomen. Op de verdieping is een tweeruits raampje temidden van twee spaarvelden gesteld.
De ACHTERGEVEL is in 1936 onder meer met een serre aan de rechterzijde uitgebreid, terwijl ook de serre links later met een lessenaarsdak is vergroot. Tussen beide vooruitspringende volumen bevindt zich een klein in omvang platgedekte oorspronkelijke uitbouw met tweeruits raampje. Links hiervan in de achtergevel is de oorspronkelijke met sierroeden beglaasde deur aanwezig onder een segmentboogvormig boogveld. Boven de deur komt een raam voor met schijnroede in het bovenlicht, geplaatst onder een licht getoogde ontlastingsboog. Links en rechts hiervan komen een in vieren gedeeld valraam en een klein toiletraampje voor. De rechterzijde van de achtergevel springt naar voren en was vermoedelijk identiek aan de eindgevel zoals in de voorgevel. Op het balkon boven de serre sluiten twee deuren aan waarvan het linker is vergroot. Het stolpraam in de topgevel mist evenals in de twee bovenlichten boven de balkondeuren, de gedeelde roede.
De symmetrisch ingedeelde RECHTER ZIJGEVEL bevat drie vensterassen met T-schuiframen met gedeelde bovenlichten onder een halfrond afgesloten boogveld. In de middenas komt in de geveltop nog eenzelfde type raam voor.
Het INTERIEUR wordt door een centrale hal gedeeld. De vestibuledeuren en zijlichten zijn voorzien van geëtst glas. De tegelvloer van de gang is in een patroon van zwart-gele tegels gelegd. In de hal sluit een bordestrap aan met trappaal en houten gedraaide trapstijlen. Alle paneeldeuren zijn aanwezig en enkele schouwen alsook de binnen(klap)luiken begane gronds. Bijzonder onderdeel in het interieur vormen drie beschilderde plafonds (gang, hal en rechter voorkamer) door profiellijsten in vakken verdeeld waarbij in twee van de drie plafonds bloemen zijn weergegeven en in de derde enkele timmermansgereedschappen in een bed van bloemen. De achterkamer van de kamer en suite (met beglaasde schuifdeuren en rijke houten lambrizering) bezit een wit geschilderd plafond met perklijsten.
Het ijzeren TUINHEK aan de voorzijde scheidt de tuin van de straat en van het naast het huis gelegen pad. Het hek dat rust op een plint die met een ezelsrug is afgesloten, bestaat uit spijlen die eindigen in pieken. De hoekposten bij het draaihek en de overige posten worden bekroond door een pijnappel.
Waardering
VILLA met smeedijzeren HEKWERK gebouwd ca. 1891.
- Van architectuurhistorisch belang als goed en gaaf voorbeeld van een evenwichtig ontworpen villa met hoogwaardige esthetische kwaliteiten in het materiaalgebruik en ornamentatie. Het interieur is van bijzonder belang door onder meer de aanwezigheid van beschilderde plafonds.
- Van stedenbouwkundig belang vanwege zijn ligging aan de rand van het centrum. De straat bezit nog een in vrij gave staat bewaard gebleven bestand aan historische huizen met tuinhekken die een aantrekkelijk en waardevol straatbeeld vormen.
- Van cultuurhistorische waarde als herkenbaar element uit een maatschappelijke ontwikkeling. Het pand is gebouwd als huisvesting voor de nieuwe en kapitaalkrachtige stedelijke elite, die zich bij voorkeur vestigde in kapitale herenhuizen in de nieuw aangelegde straten ronde de oude stad.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
VILLA with GARDEN GATE, built circa 1891. The house is executed in an eclectic style in which influences of the neorenaissancecan be distinguished such as the application of ornamental brickwork in diaper patterns and in the infilling of the arch fields above windows. In the three end gables, render-faced pitched gables refer to the chalet style. The letter panels in the front door are derived from gothic.
The property is situated on the east side of the centre and forms part of the designated protected townscape and is situated in a street facade of predominantly 19th-century buildings. The dwelling is located opposite the former, undeveloped castle grounds and is separated from the street by a deep garden with a cast-iron railed fence.
Description
The VILLA has a composite floor plan with a T-shaped ground plan in principal form and is constructed in brick (English bond). The facades above the rendered continuous lime mortar frame are articulated by yellow brick ornamental bands which are partly infilled with black bricks. The bevelled day edges of the windows are executed in red facing brick. The hardstone window sills all rest on the continuous drip mouldings of ceramic tiles. All, unless otherwise stated, semicircular arch fields above the various types of (sash) windows are infilled with these mentioned materials in rich ornamental brickwork. The right aisle of the house, equipped with a gabled roof, engages with the higher-reaching gabled roof of the left aisle which is positioned with its ridge at right angles to the street. The roof is laid with slate in Dutch bond. The end gables are provided with render-faced, pointed-arch false hammer-beam trusses; only the end gable of the right side aisle is executed as a multi-lobed arch. The false hammer-beam trusses rest on paired corbels and are terminated by a finial. Only in the left roof slope of the left aisle is there a roof dormer. The gutters are carried by heavy blocks.
The FRONT FACADE consists of a projecting left aisle and a right aisle positioned parallel to the street. The left aisle possesses a five-sided bay window of which three sides are glazed (modern). The windows are terminated with a segmental arch field. Two double balcony doors with original paired fanlights with a wooden small column between them adjoin the balcony above the bay window, which is closed off by a decorative balcony railing. Such fanlights also occurred in, among others, the bay window. In the semicircular arch field above both doors identical ornamental brickwork is present which also appears above the sash window in the end gable. The right side aisle contains on the left the entrance in an internal porch which is closed off by a hardstone lintel supported by consoles. On this rests a small half-column which is positioned in the middle of two semicircular arches above which ornamental brickwork appears in the arch field thereby limited. The wing (panel) door is provided with letter panels and is glazed. Above this are situated paired original fanlights as described for this above, under a rectilinear field of ornamental brickwork. The moulded door frame rests on hardstone thresholds and a similar sill; of the same material is the step before the door. The wooden ceiling of the porch is divided into cassettes. To the right of the door is a window of the standard type, with coupled frame with fanlight. On the first floor there are eight segmental spare fields of which two each are provided with sash windows with divided fanlights which are separated by two spare fields. At the corner the last two spare fields of the eight are located.
The LEFT SIDE GABLE possesses in the middle two semicircular spare fields flanked by a rectilinear window under a three-pane fanlight such as occurs in the balcony doors above the bay window. On the first floor a two-pane small window is placed in the midst of two spare fields.
The REAR GABLE was extended in 1936 in particular with a conservatory on the right side, while the conservatory on the left was later enlarged with a lean-to roof. Between these two projecting volumes is situated a small in extent flat-roofed original outbuilding with a two-pane window. To the left of this in the rear gable is the original door with ornamental glazing bars present under a segmental arch field. Above the door is a window with false glazing bar in the fanlight, placed under a slightly arched relieving arch. To the left and right of this are a window divided into four and a small toilet window. The right side of the rear gable projects forward and was presumably identical to the end gable as in the front facade. Two doors adjoin the balcony above the conservatory, of which the left is enlarged. The sash window in the end gable lacks, as do the two fanlights above the balcony doors, the divided glazing bar.
The symmetrically arranged RIGHT SIDE GABLE contains three window axes with T-sash windows with divided fanlights under a semicircular arch field. In the middle axis there is also a similar type of window in the gable apex.
The INTERIOR is divided by a central hallway. The vestibule doors and sidelights are provided with etched glass. The tile floor of the passage is laid in a pattern of black-yellow tiles. In the hall a staircase with newel and wooden turned stair strings adjoins. All panel doors are present and some chimneypieces as well as the internal (hinged) shutters on the ground floor. Particularly notable components in the interior are three painted ceilings (passage, hall and right front room) divided by mouldings into panels wherein in two of the three ceilings flowers are depicted and in the third some carpenter's tools in a bed of flowers. The rear room of the suite (with glazed sliding doors and rich wooden wainscoting) possesses a white painted ceiling with edge mouldings.
The iron GARDEN GATE at the front separates the garden from the street and from the path adjacent to the house. The gate which rests on a plinth which is finished with a half-round moulding, consists of spikes which end in points. The corner posts at the swing gate and the other posts are crowned by a pine cone.
Valuation
VILLA with wrought-iron RAILINGS built circa 1891.
- Of architectural-historical importance as a good and well-preserved example of an evenly designed villa with high-quality aesthetic qualities in the use of materials and ornamentation. The interior is of particular importance due to, among other things, the presence of painted ceilings.
- Of town-planning importance because of its location at the edge of the centre. The street still possesses a stock of historic houses with garden gates preserved in fairly good condition which form an attractive and valuable streetscape.
- Of cultural-historical value as a recognizable element of a societal development. The property was built as housing for the new and wealthy urban elite, who preferred to establish themselves in substantial townhouses in the newly laid out streets around the old town.
Nearby in the register
- Woonhuis, Het Voorburg 8Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Slotstraat 18Woonhuisunder 1 mi
- Tuinkoepel, Lange Meent bij 11Tuin, park en plantsoenunder 1 mi
- Woonhuis, Slotstraat 12Woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.