Rijksmonumentenregister · Netherlands
Woonhuis, Slotstraat 18
Culemborg, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Woonhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1895
- Address
- Slotstraat 18, 4101 BH Culemborg (and others)
- Place
- Culemborg
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.95926, 5.22557
- Monument number
- 523137
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
TU Delft LibraryUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
4 historical maps cover this location, the earliest the 1879 map "De Nieuwe Hollandsche Waterlinie en de stelling in de Geldersche Vallei / ontworpen door M.H.J. Plantenga ; geteekend door M. van Meurs" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Drie geschakelde woningen met eindgevel van het type HERENHUIS, deel uitmakend van een gesloten straatwand, gebouwd in 1895 in een stijl die invloeden vertoont van de neorenaissance door stadsarchitect Gijsbartus Prins (1852-1933). De voorgevel wordt horizontaal geleed door een plint, een cordonlijst en een hoofdgestel. De steense segmentbogen boven de vensters zijn alle voorzien van een gepleisterde uitgemetselde sluitsteen (diamantkop). De symmetrisch ingedeelde gevel kent een middenrisaliet die door een bescheiden dakhuis visueel wordt verlengd. De panden zijn gesitueerd aan de oostzijde van het centrum en maken deel uit van het beschermde stadsgezicht. De woningen zijn gelegen tegenover het voormalige kasteelterrein. De woningen grenzen met hun gemeenschappelijke voorgevel direct aan de straat en volgen het verloop van de straat die hier een lichte bocht vertoont.
Omschrijving
De drie geschakelde woningen, nrs 18,20,22 zijn uitgelegd op een veelvormige plattegrond, zijn in twee bouwlagen opgetrokken in baksteen (kruisverband) en worden gedekt door één mansardedak. De dakschilden aan de voorzijde en die van de eindgevel zijn belegd met gesmoorde kruispannen. Het achterschild is voorzien van gesmoorde verbeterde Hollandse pan en bevat enkele moderne dakramen en een dakkapel. Op de evenwijdig aan de straat gelegen nokas zijn enkele schoorstenen geplaatst.
De VOORGEVEL met gecementeerde plint, telt tien vensterassen die alle segmentboogvormig worden afgesloten. De vensters bevatten begane gronds 7 schuiframen en 3 beglaasde, al dan niet van een deurrooster voorziene schijn-vleugeldeuren. De ramen op de verdieping betreffen alle T-schuiframen. De centrale middenas die wordt gevormd door een risaliet (Slotstraat nr. 20) wordt door de gepleisterde en onderling verbonden omlijstingen van de twee bovenlichten per bouwlaag extra benadrukt. De vensters rusten alle op een hardstenen vensterdorpel die zich als waterlijst over de gevel voortzet. Geklemd tussen de geprofileerde cordonlijst en deze lijst bevindt zich onder de ramen een verdiept veld waarin een siertegeltableau is gevat. Onder de geprofileerde daklijst sluit een van casementen voorzien fries aan. Het gemetselde dakhuis, dat alleen boven het risaliet voorkomt is met een getopte tuitgevel beëindigd. Aansluitend aan de gekorniste daklijst zijn houten wangen aanwezig die een T-schuifraam flankeren dat is geplaatst onder een segmentboog met gepleisterde sluit- en aanzetstenen. Een gepleisterde sierband, ter hoogte van het lege boogveld reikt tot de op de hoek geplaatste uitkraging onder de tuitgevel. Onder de kruin komt een dichtgezet rondvenster voor met in de kwartieren van het door een rollaag omsloten raampje, een sluitsteen. De LINKER ZIJGEVEL van het woonblok betreft een scheidingsmuur.
De ACHTERGEVEL van het woonblok wordt gekenmerkt door twee geschakelde veranda's met bovenliggende balkons (nrs 18 en 20), een vermoedelijk tot serre verbouwde veranda (nr 22) en eenlaags uitbouwen. Van de te spiegelen achtergevels nrs 18 en 20, is die van de eerstgenoemde het minst aangetast. Bij nr 20 is een gedeelte van de bijkeuken/schuurtje uitgebreid en een raam toegevoegd. In het geval van nr 22 is een uitbouw (toiletruimte) afgebroken en zijn balkondeuren met balkonhek modern. Opmerkelijk zijn daarnaast de grillige vormen van de percelen. Vanuit de kamers en suite van nrs 18 en 20 geven dubbele deuren onder een bovenlicht toegang tot de houten veranda's. Tussen de hoekkolom en de scheidingswand ondersteunen twee dunne kolommen het balkon, waarbij het midden de grootste doorgang bezit. De bovenzijde van deze openingen zijn dichtgezet met diagonaal geplaatst lattenwerk. Het balkonhek is modern. Op de verdieping komen T-schuiframen voor en balkondeuren onder een bovenlicht geven toegang tot het balkon. In de ten opzichte van elkaar gespiegelde keuken komt nog een kantelraampje (rozet) voor.
De achtergevel van nr 22 wordt gedomineerd door de grote serre die links ten opzichte van de zijgevel van het huis uitsteekt. De serre op stenen voetmuur met gele verblendstenen sierbanden, is aan de voorzijde drie stroken breed met in de bovenlichten vierruits en ter plaatse van de schuifdeuren vijfruits glas-in-loodruitjes. Het boven de serre liggende balkon bezit een modern hekwerk boven de gesneden klosjes onder de bakgoot, waarvan er enkele door een console worden gedragen. De rechter zijkant van de serre is één, de linker zijkant, twee stroken diep; in de achterzijde komt doordat de serre zoals gezegd ten opzichte van de hoek uitsteekt, een smaller raam voor met tweeruits bovenlicht. Rechts in de achtergevel komen in de gepleisterde begane grond twee modern uitgevoerde deuren voor. Boven de linker is een rondvenster aanwezig dat ook bij de hiervoor besproken nrs 18 en 20 voorkwam; de rechter is voorzien van een zijlicht en bovenlichten onder een steense segmentboog.
De RECHTER ZIJGEVEL betreft de eindgevel van nr 22 die beneden twee vensters bezit dat als type identiek is aan dat welk voorkomt in de voorgevel maar hier van persiënnes is voorzien. Op de verdieping is links nog een venster te zien en rechts enkel een getoogd spaarveld.
Haaks op de gevel maar evenwijdig aan de voorgevel sluit in oostwaartse richting een gietijzeren SPIJLENHEK aan dat vanuit de erfafscheiding als brugleuning doorloopt.
De INTERIEURS van de drie woningen bezitten enkele waardevolle onderdelen. De binnenruimten worden gekenmerkt door niet-haakse muren vanwege de aanpassing van het bouwblok aan het verloop van de straat. Een centrale gang die oorspronkelijk doorloopt naar achter deelt de huizen in tweeën. Alleen bij nr 22 komen oorspronkelijke vestibuledeuren met zijlichten voor waarin mousselineglas. Alleen hier is de trap haaks op de gang gesitueerd. De kamer en suite-indeling met schuifdeuren (soms gesloten, soms met glas-in-lood) is overal bewaard. De kamers bezitten veelal geornamenteerde stucplafonds, schouwen en aan de voorzijde binnenklapluiken in de van niervormige vensterbankjes op consoles voorziene vensters. In de drie woningen zijn naast de meeste paneeldeuren ook de twee dubbele schuifdeuren - een stel gesloten, het andere beglaasd - bewaard, die in de opening van achterkamer naar veranda/serre zijn geplaatst.
Waardering
Drie geschakelde HERENHUIZEN, gebouwd in 1895 in een stijl die invloeden vertoont van de neorenaissance.
- Van architectuurhistorisch belang als goed en gaaf voorbeeld van een bouwblok van herenhuizen die hun karakteristieke bouwvolume, architectuur, decoratie en materiaalgebruik hebben behouden.
- Van stedenbouwkundig belang vanwege de ligging aan de rand van het centrum. De straat bezit nog een in vrij gave staat bewaard gebleven bestand aan historische huizen die een aantrekkelijk en waardevol straatbeeld vormen.
- Van cultuurhistorische waarde als goed voorbeeld van drie herenhuizen voor de gegoede burgerij gebouwd, die zich in het laatste kwart van de negentiende eeuw vestigde aan de rand van het centrum.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
Three terraced dwellings with end gable of the TOWNHOUSE type, forming part of a closed street frontage, built in 1895 in a style showing influences of the neo-renaissance by municipal architect Gijsbartus Prins (1852-1933). The front facade is articulated horizontally by a plinth, a stringcourse and a main cornice. The brick segmental arches above the windows are all provided with a plastered rubbed ashlar keystone (diamond head). The symmetrically arranged facade features a central risalit that is visually extended by a modest dormer. The buildings are situated on the east side of the town centre and form part of the protected townscape. The dwellings are located opposite the former castle grounds. The dwellings are adjacent to the street with their shared front facade and follow the course of the street which makes a slight bend here.
Description
The three terraced dwellings, nos. 18, 20, 22 are laid out on a varied ground plan, are constructed in two storeys in brickwork (flemish bond) and are covered by one mansard roof. The roof tiles on the front and those of the end gable are covered with smoked cross tiles. The rear slope is provided with smoked improved Dutch pan tiles and contains several modern roof windows and a roof dormer. On the roof ridge running parallel to the street several chimneys are placed.
The FRONT FACADE with cemented plinth has ten window bays which are all closed with segmental arches. The windows contain on the ground floor 7 sash windows and 3 glazed false hinged doors, with or without a door grille. The windows on the upper floor are all T-sash windows. The central middle bay formed by a risalit (Slotstraat no. 20) is further emphasized by the plastered and mutually connected mouldings of the two fanlights per storey. The windows all rest on a stone window sill that continues as drip moulding across the facade. Clamped between the profiled stringcourse and this moulding is located below the windows a recessed field in which a decorative tile tableau is set. Below the profiled cornice joins a frieze furnished with casements. The brick dormer, which occurs only above the risalit, is terminated with a topped spout gable. Adjacent to the corniced cornice are wooden consoles present that flank a T-sash window that is placed under a segmental arch with plastered keystone and springing stones. A plastered decorative band, at the level of the empty arch field extends to the corbel placed at the corner under the spout gable. Below the ridge comes a closed round window with in the quarters of the window framed by a roll moulding, a keystone. The LEFT SIDE GABLE of the dwelling block is a party wall.
The REAR FACADE of the dwelling block is characterised by two terraced verandas with overlying balconies (nos. 18 and 20), a veranda presumably converted to a conservatory (no. 22) and single-storey outbuildings. Of the mirrored rear facades nos. 18 and 20, that of the former is least altered. At no. 20 part of the back kitchen/shed has been extended and a window added. In the case of no. 22 an outbuilding (toilet room) has been demolished and balcony doors with balcony railing are modern. Remarkable besides are the irregular shapes of the plots. From the interconnected rooms of nos. 18 and 20 double doors under a fanlight give access to the wooden verandas. Between the corner column and the party wall two slender columns support the balcony, with the centre having the largest opening. The upper side of these openings are closed with diagonally placed latticework. The balcony railing is modern. On the upper floor T-sash windows are present and balcony doors under a fanlight give access to the balcony. In the kitchens mirrored in relation to each other a tilting window (rosette) is still present.
The rear facade of no. 22 is dominated by the large conservatory that projects to the left in relation to the side gable of the house. The conservatory on stone base wall with yellow facing brick decorative bands is three bays wide at the front with in the fanlights four-light and in the location of the sliding doors five-light leaded windows. The balcony above the conservatory possesses modern railwork above the turned balusters under the gutter, some of which are supported by a console. The right side of the conservatory is one, the left side two bays deep; on the rear side, because the conservatory as stated projects in relation to the corner, a narrower window occurs with two-light fanlight. To the right in the rear facade come two modern executed doors in the plastered ground floor. Above the left is a round window present that also occurred in the previously discussed nos. 18 and 20; the right is provided with a sidelight and fanlights under a brick segmental arch.
The RIGHT SIDE GABLE is the end gable of no. 22 which below has two windows of the type identical to that which occurs in the front facade but here provided with venetian blinds. On the upper floor to the left a window can still be seen and to the right only a recessed spandrel.
At right angles to the facade but parallel to the front facade a cast iron BALUSTRADE joins in an easterly direction that runs as bridge railing from the boundary fence.
The INTERIORS of the three dwellings possess several valuable components. The interior spaces are characterized by non-rectangular walls due to the adaptation of the building block to the course of the street. A central hallway that originally runs to the rear divides the houses in two. Only at no. 22 are original vestibule doors with sidelights present in which muslin glass. Only here is the staircase situated at right angles to the hallway. The interconnected room layout with sliding doors (sometimes closed, sometimes with leaded glass) is preserved throughout. The rooms mostly possess ornamental stucco ceilings, chimneys and at the front interior folding shutters in the windows provided with kidney-shaped window seats on consoles. In the three dwellings, alongside most panel doors, the two double sliding doors - one set closed, the other glazed - are also preserved, which are placed in the opening from back room to veranda/conservatory.
Valuation
Three terraced TOWNHOUSES, built in 1895 in a style showing influences of the neo-renaissance.
- Of architectural-historical importance as a good and intact example of a block of townhouses which have retained their characteristic building volume, architecture, decoration and material use.
- Of urban planning importance because of its location at the edge of the town centre. The street still possesses a stock of historical houses preserved in fairly intact condition which form an attractive and valuable street scene.
- Of cultural-historical value as a good example of three townhouses built for the affluent bourgeoisie, which settled at the edge of the town centre in the last quarter of the nineteenth century.
Nearby in the register
- Woonhuis, Slotstraat 12Woonhuisunder 1 mi
- Tuinkoepel, Lange Meent bij 11Tuin, park en plantsoenunder 1 mi
- Dienstwoning, Slotstraat 10Dienstwoningunder 1 mi
- Woonhuis, Ridderstraat 2Woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.