Rijksmonumentenregister · Netherlands
Villa De Wolfskuyl
Nijmegen, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Woonhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1913
- Address
- Graafseweg 232, 6531 ZZ Nijmegen (and others)
- Place
- Nijmegen
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.83617, 5.84205
- Monument number
- 523054
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
2 historical maps cover this location, the earliest the 1907 map "Bl. 26 Nijmegen, 1907" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Dit pand werd in 1913 als VILLA DE WOLFSKUYL gebouwd aan de noordelijke zijde van de Graafseweg op een ruim perceel, omsloten door de Graafseweg, de Looimolenweg, de Floraweg en de Wolfkuilseweg. De naam van het pand, villa Wolfskuyl, verwijst (volgens overlevering) naar de geaccidenteerdheid van het omringende terrein waar vroeger wolven voorkwamen.
Het pand werd ontworpen door architect C. de GROOT uit Hilversum. De Groot liet zich bij dit ontwerp inspireren door invloeden uit de Engelse en Duitse landhuisarchitectuur. In 1923 ontwierp hij in Hilversum een villa waarin hij vergelijkbare stijlelementen en eenzelfde bouwvolume toepaste. De eerste steen voor het pand aan de Graafseweg werd op 17 april 1913 gelegd door W.H. Hoijer. Deze steen bevindt zich ingemetseld in de voorgevel. Tussen 1933 en 1941 werd het pand bewoond door de Kanunnikessen van het Heilig Graf. Architect CHARLES ESTOURGIE bouwde voor hen rond 1935 een KAPEL tegen de linker zijgevel van het pand. In 1948 werd het gebouw betrokken door de broeders van Oudenbosch die er tot 1989 bleven. Rond het vrij gesitueerde pand bevindt zich een ruim, parkachtig en openbaar gebied dat niet onder de bescherming valt.
Omschrijving
De in Vlaams verband opgetrokken, onderkelderde, VILLA heeft twee bouwlagen en bestaat uit een rechthoekig bouwblok, voorzien van een overstekend schilddak. Het trasraam is in een donkere steen uitgevoerd. Aan de rechterzijde is het bouwvolume verlengd met een even hoog, maar iets smaller bouwdeel (dienstvleugel), waarvan het schilddak een iets lagere nok- en gootlijn heeft dan het schilddak op het hoofdvolume. Beide schilddaken hebben licht gezwenkte schilden en zijn belegd met leien in maasdekking. Rond het dak bevinden zich mastgoten. Het voor- en het achterschild van het hoofdvolume zijn voorzien van dakkapellen en karakteristieke schoorstenen op de nokeinden en op het achter- en zijschild. Het aansluitende schilddak heeft een hoge schoorsteen en een dakkapel op het zijschild. De vierkante schoorstenen (in totaal 5), die in hoogte van elkaar verschillen, kragen aan de bovenzijde iets uit en zijn daar voorzien van hardstenen hoekblokjes. Alle schoorstenen zijn afgesloten door een metalen rookkap met een sierlijst en een spitsje met bolbekroning. Hoewel de gevels een asymmetrische indeling hebben, is er in het ontwerp door de evenwichtige verdeling en vormgeving van de gevelopeningen en de dakopbouw een bepaalde symmetrie ontstaan. Alle gevelhoeken worden geaccentueerd door in gemetseld blokverband vormgegeven lisenen. Opvallend is de zorgvuldige baksteendetaillering, van bijvoorbeeld waterlijsten, dorpels, lisenen en balustraden.
De VOORGEVEL van het hoofdvolume heeft vier vensterassen, elk met een afwijkende invulling. De linkeras bestaat uit een uitgemetselde driezijdige erker over de gehele bouwhoogte. Op elke bouwlaag bevat de erker vier smalle ramen waarvan de 2-ruits bovenlichten zijn ingevuld met roze en wit getint glas-in-lood. De buitenste ramen zijn voorzien van opgeklampte luiken. Alle vensterdorpels zijn in baksteen uitgevoerd. De rechteras heeft op de begane grond twee smalle, geheel met genoemd glas-in-lood gevulde 4-ruits draairamen met 2-ruits bovenlichten. Daarboven bevindt zich op de verdieping een in het gevelvlak liggend balkon, waarvan het balkondeurkozijn een 5-ruits bovenlicht en luiken heeft. De bakstenen balkonbalustrade is licht gebogen en bevindt zich op uitkragend metselwerk. De rechthoekige balkonopening in het gevelvlak wordt aan de bovenzijde afgesloten door een bewerkte houten balk op consoles. In de derde vensteras van links bevindt zich een portiek met daarin de ingangspartij, die bestaat uit een van profiellijsten voorziene voordeur in een kozijn met zijlichten en een bovenlicht in de vorm van een gedrukte rondboog. De zijlichten en het bovenlicht zijn voorzien van glas-in-lood. Het portiek wordt geaccentueerd door een gedeeltelijke omlijsting in natuursteen en in metselwerk. Op de verdieping bevindt zich een gekoppeld kozijn met twee 6-ruits ramen. De vensteras links hiervan heeft op de begane grond en op de verdieping een kozijn met drie gekoppelde 6-ruits ramen. Daartussen bevindt zich een in zandsteen gesneden reliëf waarop de naam van de villa en een landschap met een wolf wordt afgebeeld. In het dakvlak bevinden zich drie originele dakkapellen. De middelste kapel heeft twee kwartrond gebogen ramen met aan weerszijden twee kleine vierkante ramen, allen onder een doorlopende sierlijst. Aan elke zijde van deze brede dakkapel bevindt zich een halfrond afgesloten dakkapel met een draairaam en een gebogen sierlijst.
Tegen de LINKER ZIJGEVEL bevindt zich een rond 1935 door architect Estourgie ontworpen rechthoekige kapel met één bouwlaag en een plat dak. De aanbouw is in stijl en materiaalgebruik aangepast aan het hoofdblok en bestaat uit in Vlaams verband opgetrokken gevels op een donker trasraam en met in gemetseld blokverband uitgevoerde hoeklisenen. Het trasraam is ter plaatse van de gevelhoeken uitgemetseld. De detaillering van de balkonbalustrade op het platte dak is overgenomen van de balustradedetaillering in de voorgevel. De balustrade wordt afgedekt door een hardstenen deklijst met bolbekroningen op de hoeken. De zijgevel van de kapel wordt bepaald door drie gekoppelde rondbogen met waterlijsten en gepleisterde geboorte- en sluitstenen. De bogen lopen tot op het trasraam. In de terug liggende boogvelden bevinden zich per boog drie gekoppelde rondboogramen. De ramen zijn verschillend van hoogte en bevatten glas-in-loodramen. Ook de zwikvullingen zijn in glas-in-lood uitgevoerd. De aan de voorgevel grenzende (achter)gevel van de kapel bevat eenzelfde rondboog met een blindnis en een console waarop zich vroeger een beeld moet hebben bevonden. De korte gevel aan de andere zijde bevat de eenvoudige, rondboogvormige entree, voorzien van een houten deur en een zadeldakvormige luifel op houten consoles. Op het balkon komen de balkondeuren van de ruimten op de verdieping uit. In het dakvlak bevindt zich aan elke zijde van de schoorsteen een vierkante dakkapel.
De RECHTER ZIJGEVEL is de zijgevel van de dienstvleugel. Deze gevel heeft op de begane grond een zijingang met een 3-ruits bovenlicht met daarnaast een groot 6-delig kozijn en een kleiner 2-delig kozijn. De ramen hebben roedenverdelingen. Op de verdieping bevinden zich één gekoppeld en twee enkele kozijnen met 6-ruits ramen en luiken. In tegenstelling tot de rollagen waarmee de meeste vensteropeningen in de voorgevel zijn afgesloten, bevinden zich hier forse strekken boven de ramen. Het aan de voorgevel van het hoofdblok grenzende geveldeel van de dienstvleugel heeft eenzelfde geveldetaillering en beëindiging als het hoofdblok. De begane grond bevat vier smalle 6-ruits ramen, de verdieping een driezijdige erker met raamluiken. De aan de achtergevel grenzende gevel van de dienstvleugel heeft op de begane grond een gekoppeld kozijn met enkelruits ramen en gedeelde bovenlichten. De verdieping heeft een driedelig kozijn met 6-ruits ramen.
De ACHTERGEVEL van het hoofdblok heeft een symmetrische indeling. Tussen twee gebogen erkers met balkon bevindt zich een dubbele tuindeur met een meerruits bovenlicht. Elke erker is voorzien van vier ramen en een tuindeur, allen met bovenlichten. Op de balkons komen links twee deuren uit, rechts een dubbele deur met een meerruits bovenlicht. Tussen beide balkons bevinden zich op de verdieping drie smalle enkelruits ramen. Alle oorspronkelijke wel aanwezige luiken aan deze gevel zijn verdwenen. In het dakvlak bevinden zich drie, in grootte van elkaar verschillende maar in detaillering overeenkomende, dakkapellen. Tegen de achtergevel bevindt zich een verhoogd terras dat via enkele traptreden uitkomt in de tuin. Het metselwerk dat het terras begrensd is een voortzetting van het trasraam.
De RUIMTELIJKE INDELING is geheel bewaard gebleven. Een in rood-groen-wit tegelwerk uitgevoerde entree gaat over in een hal waarop diverse kamers uitkomen. Een gebogen trappartij voert naar een ruime overloop, waar via een kleine trap de zolder kan worden bereikt. Ook de oorspronkelijke INTERIEURDELEN zijn grotendeels bewaard gebleven. Tegel- en houten vloeren, balkenzolderingen, eiken betimmeringen, deuren (kamer-, schuif- en kastdeuren), gemetselde en in hout uitgevoerde schoorsteenmantels in onder meer de hal en de kamers op de begane grond, de trappartij, keukenkasten, glas-in-loodramen, zitjes ter plaatse van de erkers aan de achterzijde, kasten die in de lambriseringen zijn opgenomen. Het eenvoudige interieur van de aangebouwde kapel wordt bepaald door een balkenzoldering en een rondboog in het midden van de ruimte. Op enkele in gele steen gemetselde consoles zullen vroeger beelden hebben gestaan.
Waardering
VILLA uit 1913, ontworpen door architect C. de Groot onder invloed van de Engelse en Duitse landhuisarchitectuur en rond 1935 voorzien van een KAPEL door Ch. Estourgie.
- Van architectuurhistorische waarde als goed en gaaf bewaard voorbeeld van een grote villa, ontworpen aan één van de uitvalswegen van Nijmegen. De villa is zowel wat betreft exterieur als wat betreft het interieur gaaf bewaard gebleven en is gebouwd in een bouwstijl die onder invloed stond van de landhuisarchitectuur in Engeland en Duitsland. Opvallend is het zeer rijk gedetailleerde baksteenwerk en de forse kap met overstek. Het gaaf bewaard gebleven interieur versterkt de architectuurhistorische waarde. De in stijl aangebouwde kapel geeft tevens een cultuurhistorische meerwaarde. Zowel het woonhuis als de kapel vertolken een representatieve rol binnen het oeuvre van architecten C. de Groot en Ch. Estourgie.
- Van stedenbouwkundige waarde als oorspronkelijk onderdeel van de bebouwing aan deze uitvalsweg van Nijmegen en vanwege de opvallende situering in een parkachtige open omgeving, bekend onder de naam Wolfskuyl.
- Van cultuurhistorische waarde vanwege de aan het pand zichtbare functiewisseling die rond 1935 heeft plaats gevonden toen het in gebruik werd genomen als kloostergebouw voor de Kanunnikessen van het Heilig Graf. Hiermee verwijst het gebouw naar het rijke kloosterleven dat Nijmegen in die tijd kenmerkte. Tevens cultuurhistorische waarde als oorspronkelijke huisvesting voor een nieuwe en kapitaalkrachtige stedelijke elite, die zich bij voorkeur vestigde in kapitale herenhuizen in nieuw aangelegde straten rond de oude stad.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
This property was built in 1913 as VILLA DE WOLFSKUYL on the northern side of the Graafseweg on a spacious plot, enclosed by the Graafseweg, the Looimolenweg, the Floraweg and the Wolfkuilseweg. The name of the property, villa Wolfskuyl, refers (according to tradition) to the uneven terrain of the surrounding area where wolves once occurred.
The property was designed by architect C. de GROOT from Hilversum. De Groot was inspired in this design by influences from English and German country house architecture. In 1923 he designed a villa in Hilversum in which he applied comparable style elements and the same building volume. The foundation stone for the property on the Graafseweg was laid on 17 April 1913 by W.H. Hoijer. This stone is built into the front facade. Between 1933 and 1941 the property was occupied by the Canonesses of the Holy Sepulchre. Architect CHARLES ESTOURGIE built a CHAPEL for them against the left side facade of the property around 1935. In 1948 the building was taken over by the brothers of Oudenbosch, who remained there until 1989. Around the freely situated property is a spacious, park-like and public area that is not under protection.
Description
The VILLA, built in Flemish bond, with a basement, has two storeys and consists of a rectangular building block, provided with an overhanging hipped roof. The travertine base course is executed in dark stone. On the right side the building volume is extended with an equally high but slightly narrower building part (service wing), whose hipped roof has a slightly lower ridge and gutter line than the hipped roof on the main volume. Both hipped roofs have slightly curved hips and are covered with slate in Dutch bond. Around the roof are mastergutters. The front and rear hips of the main volume are provided with roof dormers and characteristic chimneys at the ridge ends and on the rear and side hips. The adjoining hipped roof has a tall chimney and a roof dormer on the side hip. The square chimneys (five in total), which differ in height, project slightly at the top and are provided there with hard stone corner blocks. All chimneys are closed by a metal chimney cap with a decorative moulding and a spire with ball finial. Although the facades have an asymmetrical layout, a certain symmetry has been achieved in the design through the balanced distribution and formation of the facade openings and the roof structure. All facade corners are accentuated by pilaster strips formed in laid brick block bond. Striking is the careful brickwork detailing of, for example, drip mouldings, lintels, pilaster strips and balustrades.
The FRONT FACADE of the main volume has four window bays, each with a different design. The left bay consists of a three-sided bay window extending the full height of the building. On each storey the bay window contains four narrow windows whose 2-light fanlights are filled with rose and white tinted leaded glass. The outer windows are provided with hinged shutters. All window lintels are executed in brick. The right bay has on the ground floor two narrow, fully filled with said leaded glass 4-light casement windows with 2-light fanlights. Above it on the first floor is a balcony lying in the facade plane, whose balcony door frame has a 5-light fanlight and shutters. The brick balcony balustrade is slightly curved and is located on projecting masonry. The rectangular balcony opening in the facade plane is closed at the top by a worked wooden beam on consoles. In the third window bay from the left is a portico containing the entrance section, which consists of a front door with profile mouldings in a frame with side lights and a fanlight in the form of a depressed arch. The side lights and the fanlight are provided with leaded glass. The portico is accentuated by a partial surround in natural stone and in masonry. On the first floor is a coupled frame with two 6-light windows. The window bay to the left of this has on the ground floor and on the first floor a frame with three coupled 6-light windows. Between them is a relief cut in sandstone depicting the name of the villa and a landscape with a wolf. In the roof plane are three original roof dormers. The middle dormer has two quarter-round curved windows with on either side two small square windows, all under a continuous decorative moulding. On each side of this wide roof dormer is a half-round closed roof dormer with a casement window and a curved decorative moulding.
Against the LEFT SIDE FACADE is a rectangular chapel designed around 1935 by architect Estourgie with one storey and a flat roof. The extension is adapted in style and material use to the main block and consists of facades executed in Flemish bond on a dark travertine base course and with corner pilaster strips executed in laid brick block bond. The travertine base course is laid out at the facade corners. The detailing of the balcony balustrade on the flat roof is taken from the balustrade detailing in the front facade. The balustrade is covered with a hard stone coping with ball finials at the corners. The side facade of the chapel is determined by three coupled round arches with drip mouldings and plastered impost and springer stones. The arches extend to the travertine base course. In the recessed arch fields three coupled round-arch windows are found per arch. The windows are different in height and contain leaded glass windows. The spandrel fillings are also executed in leaded glass. The (rear) facade of the chapel adjoining the front facade contains the same round arch with a blind opening and a console on which an image must have stood previously. The short facade on the other side contains the simple, round-arch-shaped entrance, provided with a wooden door and a saddle-roof-shaped canopy on wooden consoles. On the balcony the balcony doors of the rooms on the first floor open out. In the roof plane on each side of the chimney is a square roof dormer.
The RIGHT SIDE FACADE is the side facade of the service wing. This facade has on the ground floor a side entrance with a 3-light fanlight with next to it a large 6-part frame and a smaller 2-part frame. The windows have glazing bars. On the first floor there are one coupled and two single frames with 6-light windows and shutters. In contrast to the roller shutters with which most window openings in the front facade are closed, there are substantial lintels above the windows here. The part of the service wing facade adjoining the front facade of the main block has the same facade detailing and termination as the main block. The ground floor contains four narrow 6-light windows, the first floor a three-sided bay window with window shutters. The facade of the service wing adjoining the rear facade has on the ground floor a coupled frame with single-light windows and divided fanlights. The first floor has a three-part frame with 6-light windows.
The REAR FACADE of the main block has a symmetrical layout. Between two curved bay windows with balcony is a double garden door with a multi-light fanlight. Each bay window is provided with four windows and a garden door, all with fanlights. On the balconies on the left two doors open out, on the right a double door with a multi-light fanlight. Between both balconies on the first floor are three narrow single-light windows. All original shutters that were present on this facade have disappeared. In the roof plane are three roof dormers, different in size but matching in detailing. Against the rear facade is a raised terrace that leads via a few steps into the garden. The masonry bordering the terrace is a continuation of the travertine base course.
The SPATIAL LAYOUT is completely preserved. An entrance executed in red-green-white tilework leads into a hall onto which various rooms open. A curved staircase leads to a spacious landing, from where the attic can be reached via a small staircase. The original INTERIOR FEATURES have also largely been preserved. Tiled and wooden floors, beam ceilings, oak wall panelling, doors (room, sliding and cupboard doors), built-in and timber fireplaces in, among others, the hall and the rooms on the ground floor, the staircase, kitchen cabinets, leaded glass windows, window seats at the bay windows on the rear side, cabinets incorporated in the wainscoting. The simple interior of the attached chapel is determined by a beam ceiling and a round arch in the centre of the space. On some consoles built in yellow stone, images must have stood previously.
Valuation
VILLA from 1913, designed by architect C. de Groot under the influence of English and German country house architecture and provided with a CHAPEL around 1935 by Ch. Estourgie.
- Of architectural-historical value as a well and soundly preserved example of a large villa, designed on one of the main exit roads of Nijmegen. The villa has been well and soundly preserved both in terms of exterior and interior and is built in an architectural style that was under the influence of country house architecture in England and Germany. The very richly detailed brickwork and the substantial roof with overhang are striking. The well-preserved interior reinforces the architectural-historical value. The chapel built in keeping with the style also gives cultural-historical added value. Both the residence and the chapel play a representative role within the oeuvre of architects C. de Groot and Ch. Estourgie.
- Of urban-planning value as an original component of the development on this main exit road of Nijmegen and because of the striking location in a park-like open environment, known under the name Wolfskuyl.
- Of cultural-historical value because of the change of use visible on the property that took place around 1935 when it was taken into use as a convent building for the Canonesses of the Holy Sepulchre. With this the building refers to the rich monastic life that characterized Nijmegen at that time. Also of cultural-historical value as original housing for a new and wealthy urban elite, who preferred to settle in substantial manor houses in newly laid out streets around the old city.
Nearby in the register
- De Witte MolenIndustrie- en poldermolenunder 1 mi
- Pastorie(F), Groenestraat 231Kerkelijke dienstwoningunder 1 mi
- Tuinmuur, BY Groenestraat 229Tuin, park en plantsoenunder 1 mi
- 'Jannetje' en 'Johanna'Woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.