TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Begraafplaatsaula, Postweg 62

Nijmegen, Gelderland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Begraafplaats en -onderdelen
Function
Begraafplaatsaula
Category
onroerend gebouwd
Built
1921
Address
Postweg 62, Locatie: Kwakkenberg, 6523 LD Nijmegen (and others)
Place
Nijmegen
Province
Gelderland
Country
Netherlands
Coordinates
51.83085, 5.88295
Part of complex
522934
Monument number
522936

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1899 map "Composite: 327. Cleve." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

1. De AULA, de BEHEERDERSWONING, de POORT en de MUUR.

Inleiding

De AULA, de BEHEERDERSWONING, de POORT en de MUUR zijn in 1921 gebouwd naar ontwerp van Oscar Leeuw. Hij had in 1913 ook de nieuwe synagoge van Nijmegen ontworpen. Bovendien had hij in Oss fabrieken en kantoren gebouwd voor de industriëlen Van den Bergh en Hartog, beide bestuurslid van de Isr. Gemeente van Nijmegen. De architectuur van het voornamelijk in baksteen uitgevoerde complex vertoont invloeden van het expressionisme en Art Deco-elementen. De begraafplaats vertoont stilistische overeenkomst met het Museum Kam en behoort tot de tweede periode van Leeuw.

De aula bestaat uit één grote zaal en de kohanimruimte, beide met een eigen ingang. De kohanimruimte bevindt zich in het portaal aan de voorzijde (westzijde) en staat enkel via een rondboogvormig gesloten opening met een rooster van siersmeedwerk in verbinding met de aula. De Kohanim (afstammelingen van de hogepriesters) mogen om redenen van rituele reinheid nl. niet nabij een overledene komen. In de beheerderswoning bevindt zich een zaaltje, dat wordt gebruikt door de Joodse gemeente en toegankelijk is via de deur in de linker zijgevel (noordgevel).

Omschrijving

De AULA heeft op een rechthoekig grondplan één bouwlaag onder een plat dak met bitumineuze dakbedekking. Aan de smallere westzijde bevindt zich een lagere rechthoekige uitbouw (de kohanimruimte).

De aula is opgetrokken uit donkere baksteen, gemetseld in halfsteens verband. De hoge plint is afgesloten met een éénsteens rollaag, die op de hoeken en bij de deuropeningen wordt onderbroken door natuurstenen blokken. De vier hoeken van het gebouw steken boven de goot uit, waardoor de suggestie van hoektorens wordt gewekt. De hoekpartijen hebben op de hoeken natuurstenen blokjes en zijn aan twee zijden voorzien van langwerpige velden met siermetselwerk. Boven de siervelden bevinden zich natuurstenen blokken met gebeeldhouwde Davidsterren. De muurvlakken tussen de hoekpartijen hebben aan de bovenzijde gemetselde uitkragende lisenen, waartussen zich de vensters bevinden. De vensters hebben gemetselde lekdorpels en 4-ruits stalen ramen met kathedraalglas, die deels als valraam zijn uitgevoerd. De vensters worden aan de bovenzijde afgesloten met een rollaag. Tussen de vensters en de goot bevinden zich velden met siermetselwerk. Over de uitkragende lisenen liggen houten bakgoten met gesneden sierranden.

De symmetrisch ingedeelde VOORGEVEL (WESTGEVEL) heeft in het midden een vooruitspringend, rechthoekig voorportaal met een later vernieuwde dubbele deur. Het portaal heeft aan de bovenzijde een uitkragend deel dat rust op vier gemetselde consoles. Het uitkragend deel is voorzien van verdiepte velden en wordt afgesloten door een uitspringende rollaag met hardstenen hoekblokjes. Boven het portaal bevindt zich een reeks van vier vensters zoals eerder beschreven.

De symmetrisch ingedeelde RECHTER ZIJGEVEL heeft in het midden een dubbele houten paneeldeur. De deuropening wordt afgesloten met een rollaag en een tandlijst. Boven de deur bevindt zich een reeks van zeven vensters.

De symmetrisch ingedeelde ACHTERGEVEL (OOSTGEVEL) heeft in het midden een dubbele paneeldeur. De deuropening wordt afgesloten met een rollaag en een tandlijst. Boven de deur bevindt zich een reeks van vier vensters.

De LINKER ZIJGEVEL (BUITENGEVEL) heeft aan de bovenzijde een reeks van zeven vensters.

Het INTERIEUR verkeert in oorspronkelijke staat. De aula bestaat uit één grote ruimte en het portaal. In het portaal is de kohanimruimte, die enkel via een rondboogvormig gesloten opening met een rooster van siersmeedwerk in verbinding staat met de aula. Vanaf de vensterzone springt de witgepleisterde ruimte naar boven toe trapsgewijs in. In de noordoostelijke hoek bevindt zich een marmeren schouw met een grote gietijzeren kachel. Boven de deur in de oostgevel, die toegang geeft tot de begraafplaats is een marmeren plaquette aangebracht met een tekst in het Hebreeuws en in het Nederlands: "SEPT. 1921/ werd dit gebouw gesticht uit giften en rentelooze/ bijdragen van Leden en/ Pieuse Instellingen/ der Nederl. Isr. Gem. alhier/ BESTUUR/ H. Hartog Voorz./ Jos. Lion v. Voorz./ Ph. Polak Thesaur./ M.S. Polak Secr./ J.D. v.d. Bergh Eerelid/ A.M. Frank. L. Heimans./ F. Knurr. L.J. Prins./ J. Vromen. S. v. Zwanenberg.".

De BEHEERDERSWONING heeft nagenoeg dezelfde vorm als de aula. De woning heeft een rechthoekig grondplan en twee bouwlagen onder een plat dak. Tegen de rechter zijgevel bevindt zich een rechthoekige éénlaags uitbouw met plat dak. De hoekpartijen, vensterreeksen en gevelbeëindigingen zijn op dezelfde wijze vormgegeven als bij de aula. De symmetrisch ingedeelde VOORGEVEL heeft i.p.v. het portaal een reeks van vier vensters met gemetselde dorpels en 4-ruits stalen ramen en 4-ruits bovenlichten. De LINKER ZIJGEVEL is asymmetrisch ingedeeld en heeft links een paneeldeur. De reeks van zeven vensters aan de bovenzijde is blind.

De ACHTERGEVEL heeft in de eerste bouwlaag vijf vensters van hetzelfde type als in de voorgevel.

De RECHTER ZIJGEVEL heeft in de eerste bouwlaag links twee vensters van hetzelfde type als in de voor- en achtergevel. Rechts van de vensters bevindt zich de uitbouw, waarin zich de voordeur van de beheerderswoning bevindt. Boven de afsluitende rollaag en de tandlijst bevindt zich een veld met siermetselwerk. In de rechter zijgevel van de uitbouw zijn twee kleine vensters aangebracht. Van de reeks van zeven vensters in de tweede bouwlaag zijn de middelste vier blind uitgevoerd.

Het INTERIEUR is deels bewaard gebleven. In het zaaltje aan de achterzijde bevinden zich oorspronkelijke interieurelementen zoals een schouw van roze marmer en paneeldeuren in vlakke omlijstingen.

De twee blokvormige bouwvolumes d.w.z. de aula en de beheerderswoning zijn met elkaar verbonden door een gemetselde POORT, die t.o.v. de voorgevels één steen terug springt. De poort bestaat uit twee verticaal gemetselde muurdammen, afgesloten met rollagen, die een gemetselde pseudo-boogconstructie dragen. De 'binnenboog' bestaat uit trapsgewijs naar het midden toelopende bakstenen, telkens verspringend ter grootte van een kwart baksteen. Het middendeel is recht en wordt gevormd door een rollaag. Boven de rollaag bevindt zich een blauw geschilderd veld met een Hebreeuws opschrift in goud: "Huis der levenden". De rechte bovenzijde van de poort wordt beëindigd met een tweemaal verspringende bakstenen lijst en een uitspringende rollaag. Tussen de muurdammen wordt de opening afgesloten door een dubbel geornamenteerd smeedijzeren hek, waar ook plaatijzer met gaatjespatronen in is verwerkt. De middenstijl van het hekwerk wordt bekroond met een Davidster in een cirkel.

De MUUR van de begraafplaats sluit links aan op de achtergevel van de aula en ligt in één lijn met de linker zijgevel van de aula. Rechts sluit de muur aan op de rechter zijgevel van de beheerderswoning en ligt op één lijn met de achtergevel van de woning.

De muur is opgetrokken in dezelfde donkere baksteen als de gebouwen en gemetseld in Vlaams verband. De muur wordt op regelmatige afstand onderbroken door vierkante, boven de muur uitstekende pijlers. Bovendien zijn de muren langs de Postweg en de Kwakkenbergweg voorzien van een drietal torenachtige constructies, die tevens als steunbeer fungeren. De kohanimpaden op de begraafplaats lopen langs de muren en onder de torens door. In het midden van de muur aan de achterkant van de begraafplaats bevindt zich ook nog een toren van hetzelfde type. De torens bestaan uit vier gemetselde pijlers die d.m.v. pseudo-boogconstructies, d.w.z. trapsgewijs inspringende bakstenen, aan de bovenzijde met elkaar worden verbonden.

De muur heeft een hoge, met een éénsteens rollaag afgesloten plint. Het metselwerk van de muurvlakken boven de plint, de pijlers en de torens wordt verlevendigd door verticaal gemetselde stenen en uitspringende strekken en koppen. De muur wordt afgesloten met een anderhalfsteens rollaag.

Waardering

AULA, BEHEERDERSWONING, POORT en MUUR uit 1921 gebouwd naar ontwerp van Oscar Leeuw.

- Van architectuurhistorische waarde als goed en gaaf voorbeeld van een aula, beheerderswoning, poort en muur van een Israëlitische begraafplaats in een stijl die invloeden vertoont van het expressionisme en de Art Deco met hoogwaardige esthetische kwaliteiten in het ontwerp zoals een bijzondere hoofdvorm, goede verhoudingen en een bijzondere detaillering. De begraafplaats is van belang binnen het oeuvre van Oscar Leeuw, omdat de architectuur van de begraafplaats samen met het Museum Kam het einde markeert van zijn tweede periode.

- Van stedenbouwkundige waarde wegens de markante situering op een splitsing van wegen.

- Van cultuurhistorische waarde als functionele en kenmerkende onderdelen van een Joodse begraafplaats, die een belangrijke herinnering vormen aan de Joodse gemeente van Nijmegen.

Oscar Leeuw De Nijmeegse architect Oscar Leeuw (1866-1944) werd geboren te Roermond als zoon van de beeldhouwer Henri Jean Leeuw (1819-1909). In 1886 ging Oscar Leeuw werken bij de Nijmeegse stadsarchitect ir. Jan Jacob Weve. In 1897 vestigde Oscar zich als zelfstandig architect. Hij werkte samen met zijn broer Henri jr. (1861-1918), die al langer als kunstschilder en beeldhouwer in Nijmegen werkzaam was. Geheel volgens de idealen van die jaren realiseren zij bouwwerken die beschouwd kunnen worden als 'Gesamtkunstwerke' door de nauwe relatie tussen architectuur, beeldhouwkunst en schilderkunst. Voorbeelden hiervan zijn de villa Dennenheuvel (Ubbergen 1899-1903), het jachtslot 'De Mookerheide' (Mook 1902-1909) en het belangrijkste werk van de gebroeders, het concertgebouw De Vereeniging in Nijmegen (1914/1915).

Het vroege werk van Oscar Leeuw is sterk beïnvloed door de zowel de Duits-Oostenrijkse Jugendstil als de Frans-Belgische Art Nouveau. Daarnaast is er ook sprake van invloeden van het werk van architecten als K.P.C. de Bazel (1869-1923), M. Lauweriks (1864-1932) en H.P. Berlage (1856-1934) en de ontwerper Jac. van den Bosch (1868-1948).

Het werk uit de jaren tien en de eerste helft van de jaren twintig, de tweede periode van Leeuw, wordt gekenmerkt door zowel historiserende als expressionistische elementen. Belangrijk later werk van Oscar Leeuw vormen de merendeels verdwenen warenhuizen voor Vroom & Dreesman in Nijmegen, Venlo, Den Bosch, Heerlen, Eindhoven en Tilburg. In zijn laatste periode laat Leeuw zich beïnvloeden door het werk van Frank Lloyd Wright. Oscar Leeuw bouwde in Nijmegen, naast bovengenoemde werken, vele herenhuizen en villa's, een aantal winkels en andere gebouwen zoals een synagoge (1913), de Israëlitische Begraafplaats (1921), een garage, een bankgebouw (1920) en het museum Kam (1922) te Nijmegen. De architectuur van het museum vertoont naast historiserende tendensen ook expressionistische en Art Deco-stijlinvloeden en behoort tot de tweede periode van Leeuw.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

1. The AULA, the CARETAKER'S HOUSE, the GATE and the WALL.

Introduction

The AULA, the CARETAKER'S HOUSE, the GATE and the WALL were built in 1921 after a design by Oscar Leeuw. In 1913 he had also designed the new synagogue of Nijmegen. Moreover, he had built factories and offices in Oss for the industrialists Van den Bergh and Hartog, both board members of the Isr. Congregation of Nijmegen. The architecture of the complex, executed mainly in brickwork, shows influences from expressionism and Art Deco elements. The cemetery displays stylistic similarity to the Museum Kam and belongs to the second period of Leeuw.

The aula consists of one large hall and the kohanim room, each with its own entrance. The kohanim room is located in the portico at the front (west side) and communicates with the aula only through a semicircular closed opening with a grille of ornamental ironwork. The Kohanim (descendants of the high priests) are not permitted for reasons of ritual purity to be near a deceased person. In the caretaker's house there is a small room, which is used by the Jewish congregation and is accessible via the door in the left side gable (north gable).

Description

The AULA has a rectangular floor plan of one storey under a flat roof with bituminous roof covering. On the narrower west side there is a lower rectangular extension (the kohanim room).

The aula is built of dark brickwork, laid in half-brick bond. The high plinth is finished with a one-brick roll course, which is interrupted at the corners and at door openings by natural stone blocks. The four corners of the building project above the gutter, creating the suggestion of corner towers. The corner sections have natural stone blocks at the corners and are provided on two sides with elongated fields of ornamental brickwork. Above the ornamental fields there are natural stone blocks with carved Stars of David. The wall surfaces between the corner sections have projecting pilasters with brickwork at the top, between which the windows are located. The windows have brickwork drip moulds and 4-light steel frames with cathedral glass, some of which are executed as drop windows. The windows are finished at the top with a roll course. Between the windows and the gutter there are fields with ornamental brickwork. Over the projecting pilasters are wooden gutters with carved ornamental edges.

The symmetrically arranged FRONT FACADE (WEST FACADE) has in the centre a projecting rectangular front portico with a later renovated double door. The portico has at the top a projecting section resting on four brickwork consoles. The projecting section is provided with recessed fields and is finished by a projecting roll course with hardstone corner blocks. Above the portico there is a series of four windows as previously described.

The symmetrically arranged RIGHT SIDE GABLE has in the centre a double wooden panel door. The door opening is finished with a roll course and a dentil course. Above the door there is a series of seven windows.

The symmetrically arranged BACK FACADE (EAST FACADE) has in the centre a double panel door. The door opening is finished with a roll course and a dentil course. Above the door there is a series of four windows.

The LEFT SIDE GABLE (OUTER GABLE) has at the top a series of seven windows.

The INTERIOR is in original condition. The aula consists of one large space and the portico. In the portico is the kohanim room, which communicates with the aula only through a semicircular closed opening with a grille of ornamental ironwork. From the window zone the whitewashed space steps inward as it rises. In the north-eastern corner there is a marble fireplace with a large cast-iron stove. Above the door in the east facade, which gives access to the cemetery, a marble plaque has been placed with text in Hebrew and in Dutch: "SEPT. 1921/ this building was founded/ by donations and interest-free/ contributions from Members and/ Pious Institutions/ of the Dutch Isr. Congr. here/ BOARD/ H. Hartog Chairman./ Jos. Lion v. Vice-Chairman./ Ph. Polak Treasurer./ M.S. Polak Secretary./ J.D. v.d. Bergh Honorary Member/ A.M. Frank. L. Heimans./ F. Knurr. L.J. Prins./ J. Vromen. S. v. Zwanenberg.".

The CARETAKER'S HOUSE has virtually the same form as the aula. The house has a rectangular floor plan and two storeys under a flat roof. Against the right side gable there is a rectangular one-storey extension with flat roof. The corner sections, window series and facade terminations are formed in the same manner as the aula. The symmetrically arranged FRONT FACADE has instead of the portico a series of four windows with brickwork drip moulds and 4-light steel frames and 4-light fanlights. The LEFT SIDE GABLE is arranged asymmetrically and has a panel door on the left. The series of seven windows at the top is blind.

The BACK FACADE has in the first storey five windows of the same type as in the front facade.

The RIGHT SIDE GABLE has in the first storey on the left two windows of the same type as in the front and back facades. To the right of the windows is the extension, in which the front door of the caretaker's house is located. Above the finishing roll course and dentil course there is a field with ornamental brickwork. In the right side gable of the extension are two small windows. Of the series of seven windows in the second storey the middle four are executed as blind.

The INTERIOR is partly preserved. In the small room at the rear there are original interior elements such as a fireplace of pink marble and panel doors in flat surrounds.

The two block-shaped building volumes, that is the aula and the caretaker's house, are connected to each other by a brickwork GATE, which projects one brick back in relation to the front facades. The gate consists of two vertically laid brick wall piers, finished with roll courses, which carry a brickwork pseudo-arch construction. The 'inner arch' consists of bricks stepping towards the centre, each time offsetting by the size of a quarter brick. The central section is straight and is formed by a roll course. Above the roll course there is a blue painted field with a Hebrew inscription in gold: "House of the Living". The straight upper side of the gate is finished with a twice offsetting brick course and a projecting roll course. Between the wall piers the opening is closed by a double ornamented wrought-iron gate, in which sheet metal with hole patterns is also incorporated. The central post of the ironwork is crowned with a Star of David in a circle.

The WALL of the cemetery adjoins the back facade of the aula on the left and lies in line with the left side gable of the aula. On the right the wall adjoins the right side gable of the caretaker's house and lies in line with the back facade of the house.

The wall is built of the same dark brickwork as the buildings and laid in Flemish bond. The wall is interrupted at regular intervals by square piers projecting above the wall. Moreover, the walls along the Postweg and the Kwakkenbergweg are provided with three tower-like structures, which also function as buttresses. The kohanim paths in the cemetery run along the walls and under the towers. In the middle of the wall at the back of the cemetery there is also another tower of the same type. The towers consist of four brickwork piers which are connected to each other at the top by means of pseudo-arch constructions, that is bricks stepping inward, thereby forming a structure.

The wall has a high plinth finished with a one-brick roll course. The brickwork of the wall surfaces above the plinth, the piers and the towers is enlivened by vertically laid stones and projecting stretchers and headers. The wall is finished with a one-and-a-half-brick roll course.

Valuation

AULA, CARETAKER'S HOUSE, GATE and WALL built in 1921 after a design by Oscar Leeuw.

- Of architectural historical value as a fine and intact example of an aula, caretaker's house, gate and wall of a Jewish cemetery in a style showing influences from expressionism and Art Deco with high aesthetic qualities in the design such as a particular main form, good proportions and particular detailing. The cemetery is of significance within the oeuvre of Oscar Leeuw, because the architecture of the cemetery together with the Museum Kam marks the end of his second period.

- Of urban planning value due to its striking location at the junction of roads.

- Of cultural historical value as functional and characteristic components of a Jewish cemetery, which form an important reminder of the Jewish congregation of Nijmegen.

Oscar Leeuw The Nijmegen architect Oscar Leeuw (1866-1944) was born in Roermond as the son of sculptor Henri Jean Leeuw (1819-1909). In 1886 Oscar Leeuw began working for Nijmegen's municipal architect ir. Jan Jacob Weve. In 1897 Oscar established himself as an independent architect. He worked together with his brother Henri jr. (1861-1918), who had long been active in Nijmegen as an artist and sculptor. Entirely in keeping with the ideals of those years, they realized buildings that can be considered 'Gesamtkunstwerke' through the close relationship between architecture, sculpture and painting. Examples of this are the villa Dennenheuvel (Ubbergen 1899-1903), the hunting lodge 'De Mookerheide' (Mook 1902-1909) and the brothers' most important work, the concert hall De Vereeniging in Nijmegen (1914/1915).

Oscar Leeuw's early work is strongly influenced by both German-Austrian Jugendstil and French-Belgian Art Nouveau. There are also influences from the work of architects such as K.P.C. de Bazel (1869-1923), M. Lauweriks (1864-1932) and H.P. Berlage (1856-1934) and designer Jac. van den Bosch (1868-1948).

The work from the nineteen-tens and the first half of the nineteen-twenties, Leeuw's second period, is characterized by both historicizing and expressionistic elements. Important later work by Oscar Leeuw comprises mostly vanished department stores for Vroom & Dreesman in Nijmegen, Venlo, Den Bosch, Heerlen, Eindhoven and Tilburg. In his final period Leeuw is influenced by the work of Frank Lloyd Wright. Oscar Leeuw built in Nijmegen, besides the aforementioned works, many townhouses and villas, a number of shops and other buildings such as a synagogue (1913), the Israëlitische Begraafplaats (1921), a garage, a bank building (1920) and the museum Kam (1922) in Nijmegen. The architecture of the museum shows, besides historicizing tendencies, also expressionistic and Art Deco style influences and belongs to Leeuw's second period.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map