Rijksmonumentenregister · Netherlands
Woonhuis, Stationsstraat 38
Kesteren, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Woonhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built (approximately)
- 1886 - 1890
- Address
- Stationsstraat 38, 4041 CJ Kesteren (Neder-Betuwe 25)
- Place
- Kesteren
- Municipality
- Neder-Betuwe
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.93158, 5.58320
- Part of complex
- 522900
- Monument number
- 522902
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamTU Delft LibraryUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
4 historical maps cover this location, the earliest the 1875 map "Niederlande Und Belgien." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Omschrijving
Het aan de zuidzijde van het stationsplein gelegen bijzonder rijk uitgevoerde schilderachtige voormalige WOONHUIS van de stationschef met DIENSTRUIMTEN is gebouwd op een rechthoekige plattegrond en bestaat uit een tweelaags bouwmassa en een éénlaags bouwmassa, beiden onder zadeldaken met de nok evenwijdig aan het spoor. In het dakschild aan de pleinzijde bevinden zich twee tegen de nok aan geplaatste groepen van drie gekoppelde schoorstenen. In beide dakschilden bevinden zich twee door spitsen bekroonde dakkapellen. Het gebouw grenst met de linker zijgevel aan het stationsplein en met de rechterzijgevel aan het perron aan de zuidzijde. De tweelaags hoofbouwmassa bevat een eenbeukige kelder. De begane grond bezit een inpandig portiek met trap naar de woning, een toilet en portaal met een hiernaast gelegen bergplaats en oorspronkelijk niet met de woning in verbinding staande ruimten voor arbeiders en lampen. Op de verdieping bevinden zich de kamers-en-suite, keuken en een voormalige slaapkamer. De ruime zolderverdieping is tegenwoordig van slaapkamers en een badkamer voorzien. De lagere aanbouw aan de achterzijde bevat diverse ruimten die oorspronkelijk bedoeld waren als ruimte voor de waterstoven, een mannentoilet en brandstoffenopslag. De gevels zijn opgetrokken in baksteen, gemetseld in kruisverband, en zijn voorzien van een omlopende licht uitgemetselde plint die deels afgesloten wordt door een hardstenen lijst (pleinzijde) en deels door een in rode geprofileerde verblendsteen uitgevoerde lijst (perronzijde). De gevels worden verlevendigd door gepleisterde speklagen en een tussen de begane en de verdieping van het woonhuis aangebrachte aan drie zijden omlopend tegelfries. De ruitvormige tegels zijn blauw geglazuurd met een centraal geplaatste wit geglazuurde ster. De ramen in de gevels zijn met uitzondering van de gietijzeren ramen in de dienstruimten en een venster in de linker zijgevel vernieuwd.
De rijzige VOORGEVEL is twee traveeën breed en wordt afgesloten door een tuitgevel die overgaat in een trapgevel. De begane grond heeft in de linker travee een portiek dat voorzien is van een omlijsting in rode verblendsteen, onderbroken door gepleisterde wit gesausde blokken. Het portiek heeft een hardstenen trap en een in gele en rode verblendsteen uitgevoerd vierdelig kruisribgewelf. De gewelfribben rusten op consoles met een gestileerd bladmotief. De voordeur is voorzien van twee briefpanelen en twee glasruiten die oorspronkelijk geopend konden worden en die voorzien zijn van gereconstrueerde smeedijzeren raamhekjes. De verdieping bezit twee door blinde rondbogen afgesloten vensters. De boogtrommels zijn voorzien van siermetselwerk. In de geveltop bevinden zich drie smalle gekoppelde vensters waarvan het middelste venster hoger is. De vensters worden afgesloten door blinde rondboogjes met siermetselwerk in de boogtrommels. Het middelste venster bezit twee enkelruits ramen. De twee vensters aan weerszijden bezitten ieder een enkelruits raam. In de geveltop bevindt zich een vlakke pilaster die wordt bekroond door een smeedijzeren kruisbloem. De aan de pleinzijde gelegen LINKER ZIJGEVEL wordt gevormd door de rechts gelegen rijzige tweelaags bouwmassa van het woonhuis en de links hiervan gelegen éénlaags vleugel met dienstruimten. De dienstvleugel bezit drie door segmentboogjes afgesloten kleine hoog geplaatste smalle vensters met gietijzeren ramen waarnaast een forse ingehakte opening met een laad- en losdeur. De symmetrisch ingedeelde gevel van het woonhuis is drie traveeën breed waarbij de middelste travee licht risaleert en wordt afgesloten door een trapgevel. De rijkelijke van gepleisterde speklagen voorziene risaliet, waarachter het trappenhuis is gelegen, heeft tussen de begane grond en de verdieping drie trapsgewijs verspringende door hardstenen lateien afgesloten vensters. Ieder venster is voorzien van een drieruits raam. In de geveltop bevindt zich een rechtgesloten venster met een zesdelig raam. Aan weerszijden van het venster bevindt zich ter hoogte van de uitkragende delen van de gevel een brede gepleisterde ban met gestileerde bloemmotieven. Boven het venster is recent de tekst KEERPUNT aangebracht. Hierboven bezit de gevel een pinakel bekroond door een smeedijzeren kruisbloem. De traveeën aan weerszijden bezitten in het souterrain ieder twee gekoppelde, door hardsteen omlijste, keldervensters die worden afgesloten door een blinde segmentboog. Ieder venster is voorzien van een decoratief gietijzeren raamhek. Op de begane grond bevindt zich in iedere zijtravee vervolgens een rondboogvenster dat voorzien is van een vierruits raam met een drieruits halfrond bovenlicht. De verdieping heeft in iedere zijtravee een door een blinde segmentboog afgesloten venster als in de linker zijgevel met ramen als in de voorgevel. De symmetrische ingedeelde ACHTERGEVEL heeft in de gevel van de dienstvleugel twee door segmentboogjes afgesloten deuropeningen waarin zich van fraai smeedijzeren beslag voorziene houten deuren bevinden waarboven gietijzeren bovenlichten. Aan weerszijden van iedere deuropening bevindt zich een smal door een segmentboogje afgesloten venster met een gietijzeren raampje. In de geveltop bevindt zich een ronde opening waarin zich een gietijzeren roosvenster bevindt. In de topgevel van de hoofdbouwmassa bevindt zich aan weerszijden van een uitgemetseld veelhoekig schoorsteenkanaal een door een blinde segmentboog afgesloten venster met een enkelruits raam. De topgevel wordt verlevendigd door twee tegelbanden. De aan de perronzijde gelegen RECHTER ZIJGEVEL wordt gevormd door de links gelegen rijzige tweelaags bouwmassa van het woonhuis annex dienstruimte en de rechts hiervan gelegen éénlaags vleugel met dienstruimten. De begane grond heeft twee door segmentboogjes afgesloten deuropeningen waarin zich van fraai smeedijzeren beslag voorziene houten deuren bevinden waarboven gietijzeren bovenlichten. Aan weerszijden van iedere deuropening bevindt zich een smal door een segmentboogje afgesloten venster met een gietijzeren raampje. De verdieping bezit twee vensters als in de linker zijgevel met ramen als in de voorgevel. In het INTERIEUR zijn door leegstand eind jaren tachtig van de twintigste eeuw meerdere oorspronkelijke onderdelen verdwenen die vervolgens in de jaren negentig met behulp van oude, van elders afkomstige, materialen deels gereconstrueerd zijn zoals de balustrade van het trappenhuis, de schuifdeuren van de kamers-en-suite en de schoorsteenmantels in deze kamers. Bewaard gebleven zijn onder meer een kelder met troggewelfjes voorzien van een met rode estrikken belegde vloer, het portaal met dubbele bogen in de hal en troggewelfjes, een vloer met grijze estrikken en een granieten wasbak in de voormalige bergplaats op de begane grond.
Waardering
Voormalig WOONHUIS van de STATIONSCHEF met dienstruimten uit ca.1886-1890 gebouwd naar een ontwerp van M.A. van Wadenooijen onder invloed van de Neo-Renaissance en in mindere mate door Neo-Gotiek
- Van architectuurhistorische waarde als goed en bijzonder rijk uitgevoerd voorbeeld van een stationschefwoning uit de jaren tachtig van de negentiende eeuw in een voor de toenmalige overheidsarchitectuur representatieve combinatie van Neo-Renaissance en Neo-Gotiek. De met name voor wat betreft het exterieur gaaf bewaarde bebouwing valt op door de hoogwaardige esthetische kwaliteiten van de ontwerpen zoals deze onder meer tot uitdrukking komen in de schilderachtige hoofvorm van met woonhuis, de rijke detaillering met siermetselwerk, tegelbanden en pinakels en het bijzondere materiaalgebruik zoals gietijzeren van een opvallende indeling voorzien ramen en gietijzeren goten. Het gebouw is tevens van belang voor het oeuvre van M.A. van Wadenooijen. Van Wadenooijen ontwierp met name in Gelderland en Limburg een groot aantal kleinere stations waarvan echter nog slechts weinigen in een gave staat resteren. Het stationscomplex van Kesteren vormt bovendien het enige door hem ontworpen dubbelstation.
- Van stedenbouwkundige waarde als onderdeel van het stationscomplex. Het woonhuis is tevens als begrenzing van de zuidzijde van het stationspleintje. Vanuit het zuiden gezien bepaalt het pand door de ligging evenwijdig aan het spoor in hoge mate het beeld van het stationscomplex.
- Van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van de ontwikkeling van de spoorwegen in de tweede helft van de negentiende eeuw. Het woonhuis is typologisch van belang als onderdeel van een relatief zeldzaam wig- of vorkstation en als een in deze vorm weinig voorkomend voorbeeld van in opdracht van een spoorwegmaatschappij in de jaren tachtig van de negentiende eeuw gebouwd woonhuis met dienstruimten.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Description
The particularly richly executed picturesque former DWELLING HOUSE of the station master with SERVICE ROOMS, located on the south side of the station square, is built on a rectangular plan and consists of a two-storey building mass and a single-storey building mass, both under gabled roofs with the ridge parallel to the railway. In the roof slope on the square side are two groups of three coupled chimneys placed against the ridge. In both roof slopes are two roof dormers crowned by spires. The building adjoins the station square with its left side elevation and the platform on the south side with its right side elevation. The two-storey main building mass contains a single-aisle cellar. The ground floor has an internal porch with stairs to the dwelling, a toilet and vestibule with an adjacent storage area and rooms originally not connected to the dwelling for workers and lamps. On the first floor are the interconnected rooms, kitchen and a former bedroom. The spacious attic floor is currently furnished with bedrooms and a bathroom. The lower extension on the rear contains various rooms originally intended as space for water stoves, a men's toilet and fuel storage. The facades are built in brick, laid in header bond, and are provided with a running lightly mortared plinth which is partly finished by a stone list (square side) and partly by a list executed in red profiled facing brick (platform side). The facades are enlivened by plastered speckled courses and a tile frieze running on three sides between the ground floor and first floor of the dwelling house. The diamond-shaped tiles are blue glazed with a centrally placed white glazed star. The windows in the facades, with the exception of the cast-iron windows in the service rooms and one window in the left side elevation, have been renewed.
The tall FRONT FACADE is two bays wide and is terminated by a spout gable that transitions into a stepped gable. The ground floor has a porch in the left bay that is provided with a surround in red facing brick, interrupted by plastered white-washed blocks. The porch has a stone step and a four-part cross-ribbed vault executed in yellow and red facing brick. The vault ribs rest on consoles with a stylised leaf motif. The front door is provided with two letter panels and two glass panes that originally could be opened and which are provided with reconstructed wrought-iron window grilles. The first floor has two windows closed off by blind round arches. The arch drums are provided with ornamental brickwork. In the gable top are three narrow coupled windows of which the central window is higher. The windows are closed off by blind round arches with ornamental brickwork in the arch drums. The central window has two single-pane windows. The two windows on either side each have a single-pane window. In the gable top is a flat pilaster crowned by a wrought-iron cross flower. The LEFT SIDE ELEVATION on the square side is formed by the tall two-storey building mass of the dwelling house on the right and the single-storey service wing on the left. The service wing has three small narrowly spaced windows placed high and closed by segmental arches with cast-iron frames, next to a substantial recessed opening with a loading and unloading door. The symmetrically arranged facade of the dwelling house is three bays wide with the central bay slightly projecting and terminated by a stepped gable. The lavishly plastered speckled course-provided projection, behind which the staircase is located, has between ground floor and first floor three windows staggered in steps and closed by stone lintels. Each window is provided with a three-pane window. In the gable top is a straight-headed window with a six-pane window. On either side of the window, at the height of the projecting parts of the facade, is a broad plastered band with stylised flower motifs. Above the window the text KEERPUNT has recently been added. Above this the facade has a pinnacle crowned by a wrought-iron cross flower. The bays on either side have in the basement each two coupled cellar windows framed by stone, closed by a blind segmental arch. Each window is provided with a decorative cast-iron window grille. On the ground floor in each side bay is then a round-arch window provided with a four-pane window with a three-pane semicircular fanlight. The first floor has in each side bay a window closed by a blind segmental arch as in the left side elevation with windows as in the front facade. The symmetrically arranged REAR FACADE has in the facade of the service wing two door openings closed by segmental arches in which are doors with fine wrought-iron fittings, above which are cast-iron fanlights. On either side of each door opening is a narrow window closed by a segmental arch with a cast-iron window pane. In the gable top is a round opening in which is a cast-iron grid window. In the top gable of the main building mass on either side of a brick-laid polygonal flue is a window closed by a blind segmental arch with a single-pane window. The top gable is enlivened by two tile bands. The RIGHT SIDE ELEVATION on the platform side is formed by the tall two-storey building mass of the dwelling house and service room on the left and the single-storey service wing on the right. The ground floor has two door openings closed by segmental arches in which are doors with fine wrought-iron fittings, above which are cast-iron fanlights. On either side of each door opening is a narrow window closed by a segmental arch with a cast-iron window pane. The first floor has two windows as in the left side elevation with windows as in the front facade. In the INTERIOR several original components were lost through vacancy in the late 1980s, which were subsequently partly reconstructed in the 1990s with the aid of old materials from elsewhere, such as the banister of the staircase, the sliding doors of the interconnected rooms and the fireplace mantels in these rooms. Preserved are among others a cellar with trough vaults provided with a floor laid with red brickwork, the vestibule with double arches in the hall and trough vaults, a floor with grey brickwork and a granite wash basin in the former storage area on the ground floor.
Appraisal
Former DWELLING HOUSE of the STATION MASTER with service rooms built c.1886-1890 after a design by M.A. van Wadenooijen under the influence of Neo-Renaissance and to a lesser extent by Neo-Gothic
- Of architectural-historical value as a well and particularly richly executed example of a station master's house from the 1880s in a representatively designed combination of Neo-Renaissance and Neo-Gothic for the government architecture of that time. The building, which is well preserved especially as regards the exterior, stands out for the high aesthetic qualities of the designs as these are expressed among others in the picturesque main form of the dwelling house, the rich detailing with ornamental brickwork, tile bands and pinnacles and the exceptional use of materials such as cast-iron windows provided with a striking pattern and cast-iron gutters. The building is also of importance for the oeuvre of M.A. van Wadenooijen. Van Wadenooijen designed in particular in Gelderland and Limburg a large number of smaller stations, of which however only few remain in a well-preserved state. The railway station complex at Kesteren moreover forms the only double station designed by him.
- Of urban planning value as part of the station complex. The dwelling house also forms a boundary of the south side of the station square. Viewed from the south, the building by its location parallel to the railway to a large extent determines the appearance of the station complex.
- Of cultural-historical value as a particular expression of the development of the railways in the second half of the nineteenth century. The dwelling house is typologically important as part of a relatively rare wedge or fork station and as a seldom occurring example of a dwelling house with service rooms built at the commission of a railway company in the 1880s in this form.
Nearby in the register
- Stationsgebouw, Stationsstraat 40Transportunder 1 mi
- Nutsbedrijf, Stationsstraat 15Industrieunder 1 mi
- Boerderij, Boveneindsestraat 15Boerderijunder 1 mi
- Vanwege onderdelen kerk, Kerkstraat 4Vanwege onderdelen kerkunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.