Rijksmonumentenregister · Netherlands
Kunstmin
Dordrecht, Zuid-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Welzijn, kunst en cultuur
- Function
- Schouwburg
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1889
- Address
- Sint Jorisweg 76, 3311 PL Dordrecht
- Place
- Dordrecht
- Province
- Zuid-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.81366, 4.67655
- Monument number
- 522321
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
TU Delft LibraryUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
4 historical maps cover this location, the earliest the 1875 map "Niederlande Und Belgien." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Op initiatief van de Dordtse Vereeniging "Kunstmin" gebouwde SCHOUWBURG uit 1889, naar ontwerp van architect J. Verheul Dzn.(1860-1948) in de stijl van de Neo-Hollandse Renaissance, in 1938-1940 inwendig gewijzigd en uitgebreid naar ontwerp van architect Sybold van Ravesteijn (1889-1983). Van Ravesteijn bouwde aan de oostgevel een nieuwe entreepartij, en richtte de voormalige ingangspartij en foyer tot feestzaal (kleine zaal) in. Het interieur werd naar zijn ideeën verbouwd in een Organische bouwstijl met invloeden van de Barok. De schouwburgzaal (grote zaal) werd met een derde verkleind en zodoende geschikt gemaakt voor toneeluitvoeringen. De zaal werd rondom voorzien van een ruime foyer. De plastische ornamenten in de gangen en zalen werden vervaardigd door Johan Uiterwaal (1897-1972), terwijl de muurschilderingen in de gang van de hand van Agnes Canta zijn.
In 1975 werd de kleine zaal gesloopt en is naar ontwerp van architect Schamhart een multifunctionele ruimte met een kleine zaal, filmzaal, foyer en lift ingebouwd. In 1993-94 werden deze verbouwingen ongedaan gemaakt, toen de schouwburg werd uitgebreid door het bureau Rouw en de Kock. Hierbij is de entreepartij deels ingericht tot theatercafé, achter de entree een nieuwe, eenlaags filmzaal gebouwd en aan de achterzijde de toneeltoren uitgebreid. Het interieur werd zoveel mogelijk in de stijl van Van Ravesteijn ingericht. De schouwburg staat schuin ten opzichte van de St. Jorisweg en is enigszins teruggerooid zodat aan de voorzijde het trottoir overgaat in een plein dat aan de rechterzijde wordt geflankeerd met een plantsoenstrook.
Omschrijving
Het oorspronkelijke volume van de schouwburg heeft een rechthoekige plattegrond en is voornamelijk opgetrokken in schone, met speklagen doorsneden baksteen over twee bouwlagen met kaplaag onder een samengesteld dak. Het middendeel heeft een zadeldak en aan weerszijden lessenaarsdaken, het achterste deel van het zadeldak is hoger (de toneeltoren). De schouwburg heeft rechthoekige en boogvensters aan de bovenzijde voorzien van segmentbogen met gestucte hoek- en sluitstenen of met rondbogen van rode verblendsteen. De gevels zijn verlevendigd met gepleisterde banden, diamantknoppen, cordonlijsten, krulmotieven en gebeeldhouwde koppen.
De zeven-assige voorgevel heeft een hardstenen plint, een hardstenen cordonlijst die de onderdorpels van de vensters op de begane grond vormt, een brede, geprofileerde cordonlijst ter hoogte van de verdiepingsvloer en een brede, geprofileerde gootlijst. Op de hoeken uitgemetselde één-assige risalieten. De vensters op de begane grond zijn geplaatst onder segmentbogen met gestucte hoekstenen en diamantkopvormige sluitstenen en met metselwerk in de boogtrommels, de vensters op de verdieping staan in teruggemetselde rondboogvlakken met gestucte aanzet- en sluitstenen. De vensters hebben ijzeren kozijnen. De middenas heeft smalle dubbele deuren met twee zijlichten, die alle zijn geplaatst onder één segmentboog. Aan weerszijden van deze voormalige hoofdentree staan twee grote, rechthoekige vensters. De identieke hoekrisalieten hebben dubbele deuren met hardstenen traptreden. Op de verdieping in het midden een rondboogkozijn met twee zijramen en in de kap een grote dakkapel met klauwstukken met krulmotieven en twee smalle rondboogvensters geflankeerd door stenen vazen. Daarboven staat een vierkante gevelsteen met reliëf en een gebeeldhouwde kop, bekroond met een timpaan en een grote vaas met decoratieve piron. Aan weerszijden nog een kleine dakkapel met pironbekroning en tweedelig venster.
De verdieping heeft aan weerszijden van de middenas twee grote, rechthoekige vensters en in beide hoekrisalieten een rondboogvenster met een bovendorpel van rode verblendsteen en aan weerszijden een rechthoekige nis. Boven de nissen en in het rondboogvlak een rondgemetseld motief met gestucte diamantknoppen. In de kap op beide hoeken een dakkapel met tweedelig rondboogvenster, kleine klauwstukken met krulmotieven en een kroonlijst. De dakkapel heeft een schilddak bekroond met decoratieve piron.
De rechter zijgevel (oostzijde) heeft links een vier-assig, hoger opgaand geveldeel en ter plaatse van de voormalige negentiende eeuwse veranda, een eenlaagse aanbouw van staal en glas, waarin de huidige hoofd- en een zijentree en tenslotte de aangebouwde filmzaal. Het eerste deel heeft op de begane grond twee rondboogvensters met aan weerszijden een groot venster onder segmentboog. De verdieping heeft hier twee vierkante vensters met aan weerszijden een rondboogvenster, geplaatst in een teruggemetseld rondboogvlak. De gevelverlevendiging is gelijk aan die van de voorgevel.
De aanbouw uit 1938-1940 beslaat een halve cirkel waarvan het middelst deel is verhoogd met raamstroken met ijzeren kozijnen. Het geheel heeft een plat dak met mastiekdekking. De aanbouw heeft een gemetseld trasraam waarop grote vierkante ramen rusten, geplaatst in ijzeren kozijnen. De hoofdentree heeft een royaal natuurstenen bordes met twee traptreden. Boven het gehele bordes een luifel met afgeronde hoeken die steunt op ijzeren kolommen, die zijn bekleed met brons. De slanke kolommen staan in grote ronde betonnen basementen met een marmeren dekplaat. De entree heeft zes naar voren geschoven, dubbele stalen deuren met aan weerszijden twee ramen met ijzeren roeden in de vorm van een staande ellips met twee ringen. Achter de deuren een glazen tochtportaal en nog een reeks van vier dubbele deuren. De zij-entree heeft drie dubbele deuren en een kleine luifel. Het eveneens natuurstenen bordes heeft twee traptreden en op beide hoeken een betonnen basement met een grote bal. De zolder heeft nog diverse korfboogramen met aan de binnenzijde een steekvenster met geprofileerd lijstwerk.
In de gemetselde zijgevel bevinden zich op de verdieping nog een reeks van drie ijzeren rondboogvensters met decoratieve roedenverdeling en drie vensters met houten schuifkozijnen, geplaatst onder segmentbogen. Geheel rechts heeft de verdieping vier dubbele deuren met bovenlichten onder segmentbogen.
De linker zijgevel heeft op de verdieping een gelijke gevelindeling. De begane grond heeft diverse dichtgemetselde vensters. In het achterste deel zijn vier tweedelige souterrainvensters en op de begane grond twee smalle en drie dubbele vensters met kruisramen geplaatst. Geheel links dubbele deuren.
De achtergevel heeft halverwege twee kleine vierruits vensters en bovenin drie kleine, tweedelige vensters, alle met houten kozijnen onder hanenkammen en met hardstenen onderdorpels.
Het interieur wordt gekenmerkt door golvende lambriseringen en trappen van geaderd wit marmer, kersenhouten deuren en wanden en verchroomd hang- en sluitwerk. Qua vorm overheerst het golvend lijnenspel dat terug komt in de rondboogvormige deuren, gebogen traptreden en vide-openingen, afgeronde hoeken en in de speelse, stalen trapbalustrades. De glasdeuren hebben gegolfde raamomlijstingen. Op diverse plaatsen witte melkglazen lampen met afbeeldingen van vogeltjes en met krulmotieven omgeven sierlijk stucwerk met zeepaardmotieven. Vanaf de entree bieden vier dubbele glasdeuren toegang tot de foyer. De wanden van de foyer zijn betegeld met diagonaal geplaatste houten tegels tot aan de gestucte plafonds. Aan weerszijden van de grote zaal leiden gebogen marmeren trappen naar boven. De dubbele rondboogdeuren naar de zaal zijn voorzien van enkele marmeren treden, de hoeken van het stucwerk worden met houtwerk beschermd. Langs de zijwanden garderobes met ijzeren kapstokken en een stucplafond met vissen en zeemeerminnen. In de wanden zijn diverse nissen aangebracht waarin gipsen beelden staan. Bij de hoofdentree liggen marmeren vloerplaten, in het restaurant een parketvloer. Op diverse plaatsen in de aanbouw heeft het stucplafond reliëfstukken met balletbenen, schelpmotieven en gemaskerde figuren omgeven met golvende, sliertige lijnen.
Het zaaloppervlak van de grote zaal loopt taps toe in de richting van het toneel. Aan weerszijden van het podium wit gepleisterde wanddelen met twee loges die zijn geplaatst op twee niveaus. De uitbollende logebalustrades zijn gedecoreerd met reliëfs van engeltjes, schapenkoppen, schelpen en Venusfiguren. De zaalwanden hebben een mahoniehouten lambrisering met een golvende bovenrand. De bovenzijde is afgezet met een gedraaid koord. Langs alle wanden een koperen plint. De wanden zijn betegeld met poreuze, gebakken tegels die overhoeks zijn gezet met brede kraalvormige witte voegen. Zeven bij zeven tegels vormen een vierkant met op de hoeken witte gipstegels met reliëfornamenten.
In beide zijwanden bevinden zich twee ingangen en achter in de zaal een achteringang. De zich bij het podium bevindende entrees bestaan uit rechtgesloten dubbele deuren onder een houten plafonnetje. Langs de bovenzijde ligt een gebeeldhouwde Venus in een schelp omgeven door een golvend lijnenspel in reliëf. De verder naar achter staande dubbele deuren zijn rondboogvormig en geheel in de houten lambrisering opgenomen. De deur in de achterwand heeft een gipsen latei met golfmotieven.
Tegen het naar achter oplopende plafond is een decoratief lijnenspel van stucprofiel aangebracht dat op bepaalde punten is verrijkt met reliëfstukken. Bij een langgerekt, ovaal galmgat zijn harp en trompet aangebracht, bij de twee kleinere galmgaten een dolfijn met spelend kind en golvende lijnen. Het plafonddeel voor het podium is gestuct en voorzien van koperen sterren waarin de lampen zijn geplaatst. De rest van het plafond is grofkorrelig gestuct en grijsgroen van kleur. Diverse bolle lampen waarvan de geprofileerde omlijstingen onderling zijn verbonden. Achter in de zaal bevindt zich een balkon over de gehele zaalbreedte. Het balkon wordt ondersteund door twee kolommen met Ionisch kapiteel. De bol gewelfde borstwering heeft op beide hoeken een Venusfiguur en in het midden een groot stucwerk van een godenfiguur met hert en allerlei muziekinstrumenten. De onderzijde van het balkon is grofkorrelig gestuct en grijsgroen van kleur. Ook hier koperen sterren met daarin de lampen. In de zaal staan nog de originele stoelen met verchroomd buiswerk en armleggers van bronskleurig bespoten hout. De stoffering is vernieuwd.
Waardering
De schouwburg is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische, de architectuurhistorische en de stedenbouwkundige waarde.
- De schouwburg is van cultuurhistorisch belang als een representatief voorbeeld van een negentiende-eeuwse schouwburg die in de jaren dertig op zorgvuldige wijze is aangepast aan de eisen van de tijd, met een grote betekenis binnen het culturele leven van Dordrecht.
- De schouwburg is van architectuurhistorisch belang vanwege de kwaliteiten van de ontwerpen van Verheul en van Van Ravesteijn, vanwege de bijzondere detaillering en de materiaaltoepassing en vanwege de plaats die het gebouw inneemt in de oeuvres van deze architecten. Het interieur heeft daarbij zeldzaamheidswaarde als een van de weinige, goed bewaard gebleven ontwerpen van Van Ravesteijn
- De schouwburg heeft stedenbouwkundige waarde vanwege de prominente situering in de negentiende eeuwse-schil van Dordrecht.
- De schouwburg is tevens van belang vanwege de herkenbaarheid en de ruime mate van gaafheid van in- en exterieur.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
A THEATRE built in 1889 on the initiative of the Dordrecht Association "Kunstmin", designed by architect J. Verheul Dzn. (1860-1948) in the style of Neo-Dutch Renaissance, internally modified and extended in 1938-1940 to designs by architect Sybold van Ravesteijn (1889-1983). Van Ravesteijn built a new entrance section on the east facade, and converted the former entrance section and foyer into a banquet hall (small hall). The interior was rebuilt according to his ideas in an Organic architectural style with Baroque influences. The theatre hall (large hall) was reduced by a third and thus made suitable for theatrical performances. The hall was provided with a spacious foyer all around. The sculptural ornaments in the corridors and halls were made by Johan Uiterwaal (1897-1972), while the wall paintings in the corridor are by Agnes Canta.
In 1975 the small hall was demolished and a multifunctional space with a small hall, film hall, foyer and lift was built in to designs by architect Schamhart. In 1993-94 these alterations were undone when the theatre was extended by the office Rouw and de Kock. The entrance section was partly converted into a theatre café, behind the entrance a new single-storey film hall was built and the stage tower was extended on the rear side. The interior was furnished as much as possible in the style of Van Ravesteijn. The theatre stands at an angle to the St. Jorisweg and is somewhat set back so that the pavement at the front opens onto a square flanked on the right side by a planted strip.
Description
The original volume of the theatre has a rectangular floor plan and is constructed primarily in neat brick with speckled joints over two storeys with a capping course under a composite roof. The central section has a gabled roof and on both sides lean-to roofs, the rear part of the gabled roof is higher (the stage tower). The theatre has rectangular and arched windows at the upper level furnished with segmental arches with plastered corner and keystone blocks or with round arches of red facing brick. The facades are enlivened with plastered bands, diamond knops, cornice lines, curl motifs and sculptured heads.
The seven-bay front facade has a hard stone plinth, a hard stone string course that forms the sills of the windows on the ground floor, a wide, moulded string course at the level of the floor joists and a wide, moulded cornice. Corner risalits with one bay, built up on the corners. The windows on the ground floor are placed beneath segmental arches with stuccoed corner stones and diamond-shaped keystones and with masonry in the arch drums, the windows on the first floor stand in set-back round-arch recesses with stuccoed springer and keystone. The windows have iron frames. The central bay has narrow double doors with two side lights, all placed beneath one segmental arch. On either side of this former main entrance stand two large rectangular windows. The identical corner risalits have double doors with hard stone steps. On the first floor in the centre a round-arch frame with two side lights and in the roof a large roof dormer with claws with curl motifs and two narrow round-arch windows flanked by stone urns. Above this stands a square facade stone with relief and a sculptured head, crowned with a pediment and a large urn with decorative finial. On either side another small roof dormer with finial crowning and two-part window.
The first floor has on either side of the central bay two large rectangular windows and in both corner risalits a round-arch window with a sill of red facing brick and on either side a rectangular niche. Above the niches and in the round-arch recess a round-arched motif with stuccoed diamond knobs. In the roof on both corners a roof dormer with two-part round-arch window, small claws with curl motifs and a cornice. The roof dormer has a hipped roof crowned with decorative finial.
The right side facade (east side) has on the left a four-bay, higher rising facade section and in the place of the former nineteenth-century veranda, a single-storey timber-frame and glass extension, in which the current main entrance and a side entrance and finally the attached cinema auditorium. The first section has on the ground floor two round-arch windows with on either side a large window beneath segmental arch. The first floor has here two square windows with on either side a round-arch window, placed in a set-back round-arch recess. The facade embellishment is the same as that of the front facade.
The extension from 1938-1940 spans a half circle of which the middle section is raised with window bands with iron frames. The whole has a flat roof with mastic covering. The extension has a masonry lime-mortar frame upon which large square windows rest, placed in iron frames. The main entrance has a spacious natural stone platform with two steps. Above the entire platform a canopy with rounded corners which rests on iron columns, which are clad with bronze. The slender columns stand in large round concrete bases with a marble top plate. The entrance has six projecting double steel doors with on either side two windows with iron bars in the form of a standing ellipse with two rings. Behind the doors a glazed draught vestibule and another series of four double doors. The side entrance has three double doors and a small canopy. The likewise natural stone platform has two steps and on both corners a concrete base with a large ball. The attic has still various basket-arch windows with on the interior a narrow window with moulded frame.
In the mortared side facade, on the upper storey there is a series of three iron round-arched windows with decorative glazing bars and three windows with wooden sash frames, placed under segmental arches. At the far right, the upper storey has four double doors with fanlights under segmental arches.
The left side facade has an identical facade arrangement on the upper storey. The ground floor has various bricked-up windows. In the rear section there are four two-part basement windows and on the ground floor two narrow and three double windows with cross windows placed under them. At the far left, double doors.
The rear facade has halfway up two small four-pane windows and at the top three small two-part windows, all with wooden frames under cock's combs and with sandstone underdorpels.
The interior is characterized by undulating wall panelling and staircases of veined white marble, cherry wood doors and walls, and chrome-plated hanging and closing hardware. As regards form, the undulating line pattern predominates, which recurs in the round-arched doors, curved stair treads and void openings, rounded corners and in the playful, steel stair balustrades. The glass doors have corrugated frame mouldings. In various places, white milk-glass lamps with depictions of little birds and with scroll motifs surround decorative stucco work with seahorse motifs. From the entrance, four double glass doors provide access to the foyer. The walls of the foyer are tiled with diagonally placed wooden tiles up to the stuccoed ceilings. On either side of the large hall, curved marble staircases lead upward. The double round-arched doors to the hall are provided with several marble steps, the corners of the stucco work are protected with woodwork. Along the side walls cloakrooms with iron coat racks and a stucco ceiling with fish and mermaids. In the walls various niches are provided in which plaster figures stand. At the main entrance lie marble floor plates, in the restaurant a parquet floor. In various places in the extension, the stucco ceiling has relief pieces with ballet legs, shell motifs and masked figures surrounded by undulating, flowing lines.
The hall area of the large hall tapers towards the stage. On either side of the podium white plastered wall sections with two boxes which are placed on two levels. The bulging box balustrades are decorated with reliefs of little angels, sheep's heads, shells and Venus figures. The hall walls have a mahogany wall panelling with an undulating top edge. The top is set off with a twisted rope. Along all walls a copper plinth. The walls are tiled with porous, fired tiles which are set at right angles with broad beaded white joints. Seven by seven tiles form a square with white plaster tiles with relief ornaments at the corners.
In both side walls there are two entrances and at the rear of the hall a rear entrance. The entrances located at the podium consist of straight-edged double doors under a wooden small ceiling. Along the top lies a sculptured Venus in a shell surrounded by an undulating line pattern in relief. The double doors further back are round-arched and entirely incorporated into the wooden panelling. The door in the rear wall has a plaster lintel with wave motifs.
Against the sloping ceiling a decorative linear pattern of stucco moulding has been applied, enriched at certain points with relief pieces. At an elongated, oval sound hole a harp and trumpet have been placed, at the two smaller sound holes a dolphin with playing child and undulating lines. The ceiling section in front of the stage is stuccoed and provided with copper stars in which the lamps are placed. The rest of the ceiling is coarse-grained stuccoed and grey-green in colour. Various curved lamps whose profiled surrounds are linked to each other. At the back of the auditorium there is a balcony across the full width of the hall. The balcony is supported by two columns with Ionic capitals. The curved barrel vault balustrade has a Venus figure on both corners and in the middle a large stucco work of a deity figure with deer and various musical instruments. The underside of the balcony is coarse-grained stuccoed and grey-green in colour. Here too copper stars with lamps inside. In the hall there are still the original seats with chromium-plated tubular steel and armrests of bronze-sprayed wood. The upholstery has been renewed.
Appreciation
The theatre is of general interest because of its cultural-historical, architectural-historical and urban planning value.
- The theatre is of cultural-historical importance as a representative example of a nineteenth-century theatre which was carefully adapted to the demands of the times in the nineteen-thirties, with great significance within the cultural life of Dordrecht.
- The theatre is of architectural-historical importance because of the qualities of the designs by Verheul and Van Ravesteijn, because of the special detailing and material application and because of the place which the building occupies in the oeuvres of these architects. The interior has rarity value as one of the few, well-preserved designs by Van Ravesteijn
- The theatre has urban planning value because of its prominent location in the nineteenth-century urban fabric of Dordrecht.
- The theatre is furthermore of importance because of the recognisability and the considerable extent of preservation of interior and exterior.
Nearby in the register
- Woonhuis, Sint Jorisweg 50Woonhuisunder 1 mi
- Modelwoning, De Vereniging 1Woonhuisunder 1 mi
- Villa De BeukenhofWoonhuisunder 1 mi
- Tuinkoepel, Singel bij 87Tuin, park en plantsoenunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.