TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Stationsgebouw, Stationsplein 1

Dordrecht, Zuid-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Transport
Function
Stationsgebouw
Category
onroerend gebouwd
Built
1871 - 1872
Address
Stationsplein 1, 3311 JV Dordrecht (and others)
Place
Dordrecht
Province
Zuid-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
51.80750, 4.66833
Part of complex
522308
Monument number
522309

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

4 historical maps cover this location, the earliest the 1846 map "Kaart van de provincie Zuid-Holland / opgemaakt op last van de Provinciale Staten" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

STATIONSGEBOUW met perronoverkapping van de Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij (H.IJ.S.(M)) op het traject Rotterdam - Antwerpen. Het evenwijdig aan het spoor staande stationsgebouw van Dordrecht is honderdacht meter lang (breed) en is gebouwd als een station van de tweede klasse. Het van 1871-1872 daterende station kan zowel zijn ontworpen door de bouw- en werktuigbouwkundige K.H. van Brederode als door architect N.J. Kamperdijk, die destijds voor meerdere stations van de H.IJ.S. de ontwerpen leverden. Het gebouw heeft de stilistische kenmerken van de voor veel stationsgebouwen uit die tijd gangbare rondbogenstijl.

Het stationsgebouw vormt een complex met de perronoverkapping van het eilandperron.

Omschrijving

Het langgerekte stationsgebouw heeft een uit rechthoekige onderdelen samengestelde plattegrond. Het stationsgebouw bestaat uit een hoog opgaand centraal gedeelte met verdieping en een verdiepingloze vleugel aan weerszijden, die worden beëindigd door dwarsvleugels die eveneens een tweede bouwlaag hebben en van een lage, teruggerooide uitbouw zijn voorzien. De diverse bouwdelen staan onder zadel- en schilddaken, die oorspronkelijk waren gedekt met zinken roeven. De gevels zijn opgetrokken in schone baksteen en worden verlevendigd door accenten van gepleisterde baksteen en grijze hardsteen. De bouwvolumes verspringen aan de voorzijde ten opzichte van elkaar. Het stationsgebouw heeft een symmetrisch vooraanzicht met hardstenen plint en rondboogvormige gevelopeningen met hardstenen onderdorpels en geprofileerde neggen, waartussen kruisramen onder driedelige bovenramen. De voorgevel van het hoog opgaande en onder een flauw hellend schilddak staande centrale volume is vertikaal geleed door bloklisenen (begane grond) en lisenen met boogspiegels (verdieping) die ook de hoeken accentueren en telt drie, drie-assige traveeën. Tussen beide bouwlagen ligt een geprofileerde cordonlijst die doorloopt als kroonlijst over de vleugels en de uitbouwtjes, en tevens de dwarsvleugels horizontaal geleedt.

De begane grond van de middentravee bevat drie terugliggende vensters met kruisramen onder driedelige rondboog-bovenramen met tussenstijlen. De vensters hebben geprofileerde neggen en staan onder witte, gekoppelde profielbogen die op kraagsteentjes staan. De traveeën aan weerszijden van de middenrisaliet bevatten een toegang tot de stationshal, die evenals de vensters aan weerszijden onder een rondboog-bovenlicht staan. De negen gevelopeningen op de begane grond waren oorspronkelijk alle ingevuld met deuren en staan onder gekoppelde profielbogen. De geprofileerde cordonlijst is verkropt over de vier lisenen. De negen rondboog-vensters op de verdieping hebben gepleisterde borstweringen en ramen die vergelijkbaar zijn met de ramen op de begane grond, maar de profilering in de neggen is anders. De middentravee wordt beëindigd door een gepleisterd fronton met een houten kroonlijst, een uurwerk in het timpaan met aan weerszijden een driezijdig spaarveld in de zwikken. Tussen het fronton en de verdiepingsvensters ligt een gepleisterd veld met de opschrift 'STATION DORDRECHT'. De traveeën aan weerszijden van de middentravee hebben als beëindiging een mezzanino met drie rechthoekige vensters tussen een boogfries en een geprofileerde daklijst. De zijgevels van voornoemd hoofdvolume zijn wit gepleisterd en blind. De terugliggende zes-assige vleugels zijn vrijwel identiek aan elkaar en bevatten oorspronkelijk de wachtkamers. De geprofileerde raamomlijstingen van de vensters zijn vergelijkbaar met die op de verdieping van de middentravee. De bovenramen zijn hier dichtgezet, evenals de bovenlichten van de de deuren voor de diverse achterliggende ruimtes. De gevelopeningen staan onder een reeks gekoppelde profielbogen. De lateraal van de voornoemde vleugels staande gevels zijn de kopgevels van de dwarsvleugels. De hoeken hiervan zijn geaccentueerd door lisenen als die van het hoofdvolume. De begane grond bevat een pseudo-triplet met in het midden een groot venster met roedenverdeling en een venster aan de ene en een deur aan de andere kant. Ook deze gevelopeningen waren oorspronkelijk ingevuld met deuren en zijn van elkaar gescheiden door deelzuiltjes met fantasiekapiteeltjes. Onder de cordonlijst ligt een gepleisterd veld zonder opschrift. De verdiepingsvensters zijn voorzien van ramen die staat binnen vlakke neggen en tussen gepleisterde borstweringen en gekoppelde profielbogen. De geveltop bevat een blind, cirkelvormig oeil de boeuf. De gevelbeëindiging is een gebroken kroonlijst met een cassettenfries en een attiekverhoging met tuit. De zijgevels zijn gepleisterd op de verdieping en blind.

De teruggerooide lage uitbouwen aan de zijgevels van de dwarsvleugels bevatten aan de voorzijde twee vensters (oorspronkelijk deuren) met ramen met roedenverdeling onder vlakke boogtrommels en geprofileerde rondbogen. Tegen de kroonlijst ligt een boogfries. De zijgevels zijn gepleisterd en staan tussen bloklisenen die zowel de hoeken van de voor- als van de achtergevel accentueren. De gevel van de linker uitbouw (die oorspronkelijk de toiletruimtes bevatte) is enigszins verstoord door een nieuwe, vergrote gevelopening.

De op het spoor georiënteerde, ook van een hardstenen plint voorziene achtergevel toont in tegenstelling tot de voorzijde geen verspringingen, waardoor de verschillende volumes onder de houten hangluifel alleen door de bloklisenen van elkaar zijn te onderscheiden. De lagere bouwdelen worden beëindigd door een doorlopende kroonlijst, die tevens fungeert als cordonlijst van de hogere volumes. De gevelopeningen op de begane grond zijn rondboogvormig en zijn voorzien van geprofileerde neggen. De vensters op de begane grond hebben een roedenverdeling, evenals de onder bovenlichten staande deuren. De venster- en deurbogen worden geaccentueerd door witte profielbogen, die contrasteren met de donkere gevel.
In het hoofdvolume staat op de verdieping een reeks van acht, boven gepleisterde borstweringen staande, getoogde vensters met zesruits ramen binnen de geprofileerde neggen. De gevelbeëindiging met een fries van rondbogen onder een mezzanino - waarin acht venstertjes - is te vergelijken met die aan de voorzijde. De verdiepingen van de dwarsvleugels bevatten onder gekoppelde profielbogen staande rondboogvensters die voor een groot deel zijn dichtgezet.

De kopgevels van de rechter dwarsvleugel (oorspronkelijk het goederenkantoor) is afgedekt met een kroonlijst, heeft een kleine tuit als bekroning en op de lisenen liggende schouderstukken. De kopgevel van de linker dwarsvleugel is op de verdieping vergelijkbaar met de kopgevel aan de voorzijde.

De met tuien aan de achtergevel opgehangen perronoverkapping bestaat uit vakwerkspanten van welijzer met opwaarts gerichte onderranden, waarop een houten lessenaardak ligt.

Het interieur van het stationsgebouw is voor een deel in de oorspronkelijke staat bewaard gebleven. De zich in het hoge, centrale volume van het stationsgebouw bevindende stationshal met de loketten is een hoge, ongedeelde ruimte met gestucte wanden en plafond. De hal is breed, maar ondiep en wordt voorzien van daglicht door de twee keer negen gevelopeningen in de voorgevel. De twee korte halwanden zijn gewijzigd op de begane grond. Boven de brede geprofileerde cordonlijsten staan twee blinde rondboogvensters binnen een omlijsting. De doorgetrokken cordonlijst scheidt ook de twee in de lange wand staande reeksen gevelopenigen, die binnen een geprofileerde houten omlijsting staan. De vensters en deuren op de begane grond - met lambrizering van geglazuurde baksteen en hardstenen elementen - staan onder uitkragende, geprofileerde kroonlijsten. De vensters hierboven hebben geprofileerde onderdorpels. Recht tegenover deze vensters staat boven de loketten een reeks van acht blinde vensters binnen een identieke houten omlijsting. Het deel van deze wand onder de cordonlijst heeft over de gehele breedte een borstwering van gepolijste zwarte natuursteen. De wand is in het midden voorzien van een gebogen deel, waarachter zich de loketten bevinden. Deze loketwand is voorzien van drie rondboogvensters met aan weerszijden pilasters, die worden bekroond door met goudverf geaccentueerde composietkapitelen. De vensters aan weerszijden van de loketwand zijn als de loketvensters, maar staan onder geprofileerde kroonlijsten, evenals de deuren links in de hal, waarvan het houten boogveld is ingevuld met twee kwartcirkels met geprofileerde lijst. De pilasters in de hoeken van de hal worden eveneens bekroond door kapitelen. Het plafond is verdeeld in twee, tussen koven en profiellijsten liggende vlakken.

Waardering

Het stationsgebouw is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische, de stedenbouwkundige en de architectuurische waarde.

- Het stationsgebouw is van cultuurhistorisch belang als een bijzondere en representatief voorbeeld van een typologische ontwikkeling.

- Het stationsgebouw heeft stedenbouwkundige waarde vanwege de bijzondere ligging aan een plein en aan de belangrijkste toegangsweg naar de binnenstad. Het heeft bovendien ensemblewaarde vanwege de sterke visuele en functionele samenhang met de perronoverkappingen.

- Het stationsgebouw heeft architectuurhistorische waarde als een goed voorbeeld van een voor de bouwtijd karakteristieke bouwstijl, vanwege de kwaliteit van het ontwerp en vanwege het materiaalgebruik en de detaillering.

- Het stationsgebouw is tevens van belang vanwege de herkenbaarheid en de grote mate van gaafheid van het exterieur en delen van het interieur.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

STATION BUILDING with platform canopy of the Hollandsche IJzeren Spoorweg Maatschappij (H.IJ.S.(M)) on the Rotterdam - Antwerpen line. The station building of Dordrecht, standing parallel to the railway, is one hundred and eight metres long (wide) and was built as a second-class station. The station, dating from 1871-1872, may have been designed either by the civil and mechanical engineer K.H. van Brederode or by architect N.J. Kamperdijk, who supplied designs for several stations of the H.IJ.S. at that time. The building exhibits the stylistic characteristics of the round-arch style common to many station buildings of that period.

The station building forms a complex with the platform canopy of the island platform.

Description

The elongated station building has a ground plan composed of rectangular components. The station building consists of a tall central section with an upper storey and single-storey wings on either side, which are terminated by transverse wings that likewise have a second storey and are provided with a low, recessed extension. The various building sections stand under gabled and hipped roofs, which were originally covered with zinc guttering. The facades are built in fine brickwork and are enlivened by accents of rendered brickwork and grey stone. The building volumes step back at the front relative to one another. The station building has a symmetrical front elevation with a stone plinth and round-arch-shaped facade openings with stone sills and profiled mouldings, between which are cross windows with three-part fanlights. The front elevation of the tall central volume, standing under a shallow-pitched hipped roof, is vertically articulated by block pilasters (ground floor) and pilasters with arch panels (upper storey) which also emphasize the corners, and contains three, three-bay bays. Between both storeys lies a profiled string course which continues as a cornice across the wings and small extensions, and likewise articulates the transverse wings horizontally.

The ground floor of the central bay contains three recessed windows with cross windows under three-part round-arch fanlights with intermediate mullions. The windows have profiled mouldings and stand under white, coupled profile arches which rest on corbels. The bays on either side of the central risalit contain an entrance to the station hall, which like the windows on either side stand under a round-arch fanlight. The nine facade openings on the ground floor were originally all filled with doors and stand under coupled profile arches. The profiled string course is stepped over the four pilasters. The nine round-arch windows on the upper storey have rendered parapets and frames comparable to those on the ground floor, but the moulding in the openings is different. The central bay is terminated by a rendered pediment with a wooden cornice, a clock in the tympanum with on either side a three-sided spandrel in the spandrels. Between the pediment and the upper-storey windows lies a rendered field with the inscription 'STATION DORDRECHT'. The bays on either side of the central bay are terminated by a mezzanine with three rectangular windows between an arch frieze and a profiled eaves line. The side elevations of the aforementioned main volume are white rendered and blind. The recessed six-bay wings are virtually identical to one another and originally contained the waiting rooms. The profiled window surrounds of the windows are comparable to those on the upper storey of the central bay. The upper windows are closed here, as are the fanlights of the doors to the various rear spaces. The facade openings stand under a series of coupled profile arches. The elevations standing laterally to the aforementioned wings are the end elevations of the transverse wings. The corners of these are emphasized by pilasters such as those of the main volume. The ground floor contains a pseudo-triplet with in the centre a large window with glazing bars and a window on one side and a door on the other. These facade openings were also originally filled with doors and are separated from one another by subsidiary shafts with fantasy capitals. Under the string course lies a rendered field without inscription. The upper-storey windows are provided with frames set within flat mouldings and between rendered parapets and coupled profile arches. The gable top contains a blind, circular oculus. The gable termination is a broken cornice with a cassette frieze and an attic heightening with spout. The side elevations are rendered on the upper storey and blind.

The recessed low extensions on the side elevations of the transverse wings contain on the front two windows (originally doors) with frames with glazing bars under flat arch barrels and profiled round arches. Against the cornice lies an arch frieze. The side elevations are rendered and stand between block pilasters which emphasize the corners of both front and rear elevations. The elevation of the left extension (which originally contained the toilet facilities) is somewhat disrupted by a new, enlarged facade opening.

The rear elevation, oriented towards the railway, also provided with a stone plinth, shows in contrast to the front no step-backs, whereby the different volumes under the wooden wall-hung canopy can only be distinguished from one another by the block pilasters. The lower building sections are terminated by a continuous cornice, which also serves as the string course of the higher volumes. The facade openings on the ground floor are round-arch-shaped and are provided with profiled mouldings. The windows on the ground floor have glazing bars, as do the doors standing under fanlights. The window and door arches are emphasized by white profile arches, which contrast with the dark facade.

In the main volume on the upper storey stands a series of eight, above rendered parapets, round-arch windows with six-pane frames within the profiled mouldings. The gable termination with a frieze of round arches under a mezzanine - in which eight small windows - is comparable to that at the front. The upper storeys of the transverse wings contain round-arch windows standing under coupled profile arches, many of which are closed.

The end elevation of the right transverse wing (originally the goods office) is topped with a cornice, has a small spout as a crown and shoulder pieces lying on the pilasters. The end elevation of the left transverse wing is on the upper storey comparable to the end elevation at the front.

The platform canopy hung with spouts at the rear elevation consists of lattice trusses of wrought iron with upward-directed lower edges, on which a wooden lean-to roof lies.

The interior of the station building has been preserved in part in its original state. The station hall with the ticket windows located in the tall central volume of the station building is a tall, undivided space with stuccoed walls and ceiling. The hall is broad, but shallow and is provided with daylight through the two times nine facade openings in the front elevation. The two short hall walls have been modified on the ground floor. Above the broad profiled string courses stand two blind round-arch windows within a surround. The continuous string course also separates the two series of facade openings in the long wall, which stand within a profiled wooden surround. The windows and doors on the ground floor - with cladding of glazed brickwork and stone elements - stand under overhanging, profiled cornices. The windows above have profiled sills. Directly opposite these windows stands above the ticket windows a series of eight blind windows within an identical wooden surround. The part of this wall below the string course has over its entire width a parapet of polished black natural stone. The wall is in the centre provided with a curved section, behind which the ticket windows are located. This ticket window wall is provided with three round-arch windows with pilasters on either side, which are crowned by composite capitals emphasized with gold paint. The windows on either side of the ticket window wall are like the ticket windows, but stand under profiled cornices, as do the doors on the left in the hall, of which the wooden arch field is filled with two quarter-circles with profiled moulding. The pilasters in the corners of the hall are likewise crowned by capitals. The ceiling is divided into two fields lying between coves and profile mouldings.

Valuation

The station building is of general importance because of its cultural-historical, urban planning and architectural value.

- The station building is of cultural-historical importance as a particular and representative example of a typological development.

- The station building has urban planning value because of its particular location on a square and on the most important access route to the city centre. It furthermore has ensemble value because of the strong visual and functional relationship with the platform canopies.

- The station building has architectural-historical value as a good example of a building style characteristic of its construction period, because of the quality of the design and because of the use of materials and detailing.

- The station building is furthermore of importance because of the recognizability and the high degree of integrity of the exterior and parts of the interior.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map