TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Woonhuis, Singel 268

Dordrecht, Zuid-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Woonhuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1908 - 1909
Address
Singel 268, 3311 HK Dordrecht
Place
Dordrecht
Province
Zuid-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
51.80897, 4.66716
Monument number
522330

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1890 map "16. Dordrecht (Tweede uitgave, 1890)" (TU Delft Library).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Een in de negentiende-eeuwse schil van Dordrecht gesitueerd, vrijstaand WOONHUIS van het type villa, met TOEGANGSHEK. De villa is in 1908-1909 gebouwd in opdracht van de wijnkoper C. van Oldenborgh. De ontwerper van de villa is architect Eduard Cuypers, die voor het zeer rijk uitgevoerde interieur van het pand bijzondere en kostbare materialen gebruikte, waaronder door H.Veldhuis ontworpen gebrandschilderd glas-in-lood uit het Delftse atelier 't Prinsenhof. De villa is gebouwd in een voor de bouwtijd karakteristieke, traditionalistische Overgangsstijl met invloeden van de negentiende-eeuwse en klassieke bouwkunst. De villa is sinds 1964 in gebruik als bankgebouw van de Generale Bank.

Omschrijving

Vanuit een in hoofdlijnen rechthoekige plattegrond, in schone baksteen opgetrokken woonhuis met souterrain en twee bouwlagen onder een samengestelde, met leien in Maasdekking gedekt schilddak met octogonale, gemetselde schoorstenen. De boven een sokkel van Pouillenay zandsteen (polynée) staande gevels worden verlevendigd en geaccentueerd door details van zandsteen in de dorpels, lateien, aanzetstukken, deklijsten en diverse andere constructieve en decoratieve onderdelen. De gevelopeningen zijn over het algemeen rechtgesloten en staan onder rollagen en lateien. De bovenramen en de bovenlichten zijn voorzien van een roedenverdeling.

De voorgevel (noord) wordt gedomineerd door de hoog opgaande ingangsrisaliet met in- en uitzwenkende geveltop, die staat voor een met leien (Maasdekking) gedekte dwarskap met ankerbevestiging. De symmetrische risalietgevel bevat een grotendeels uit zandsteen vervaardigde entreepartij met een nieuwe deur tussen boven- en zijlichten, waarvan de bovenlichten achter decoratieve hekwerken van smeedijzer staan. De risalerende entreepartij staat op een hardstenen basis. De deur staat onder een entablement en een gebogen fronton met oeil-de-boeuf. Aan weerszijden van de entreepartij bevindt zich een tweelicht met zandstenen deelzuiltje. De verdieping bevat een samengestelde, onder latei staande vensterpartij met een groot middenraam en twee kleinere zijramen, die van elkaar worden gescheiden door gebeeldhouwde deelzuiltjes. Aan weerszijden hiervan staat een gebogen erker met een zandstenen voet, gebogen ramen met roedenverdeling in het bovenraam en een eveneens gebogen zandstenen kroon. De geveltop bevat een klein venster met roedenverdeling, een oeil-de-boeuf met brede zandstenen lijst en smeedijzeren sierankers in een uitgemetselde omlijsting. De geveltop wordt bekroond door een halfronde tuit. Het geveldeel rechts van de middentravee bevat een souterrainvenster, waarboven een venster. Hierboven staat een grotendeels zandstenen balkonbalustrade. Op het balkon komt een in het terugliggende geveldeel staande deur met bovenlicht uit. De gevel staat onder een geprofileerde, op gesneden klampen rustende gootlijst. Geheel rechts een getoogd deurtje in de kopgevel van een ommuurde gang die zich langs de rechter zijgevel bevindt en naar de dienstingang voert. De gevelpartij links van de risaliet bevat zowel op de bel-etage als op de verdieping een venster. De linker gevelhoek is afgerond en bevat twee vensters met gebogen ramen. Uit het dakschild hierboven steekt een dakkapel met openslaande ramen onder een geprofileerde, gewelde dakrand. Tegen de gevelronding staat een met de rechte muurdelen van de voor- en zijgevel verbonden, rechthoekig muurtje met smeedijzeren hekwerken tussen gemetselde hekstijlen.

Ook de linker zijgevel (oost) wordt gedomineerd door een hoger opgaande travee met in- en uitzwenkende geveltop voor een met leien (Maasdekking) gedekte dwarskap met ankerbevestiging. Op de bel-etage staat een op een zandstenen voet staande erker met samengesteld venster, waarvan het middelste bovenraam is gewelfd. Het dakje is bekleed met koperen platen. Het rechter deel van deze zijgevel bevat drie vensters als die in de voorgevel links van de risaliet en een kleiner venster. De naar voren doorgetrokken gootlijst is als die rechts van de voorgevelrisaliet. Uit het dakschild boven het rechter deel van de zijgevel steekt een dakkapel als die aan de voorzijde. Het samengestelde verdiepingsvenster en de in- en uitzwenkende geveltop hierboven zijn vergelijkbaar met de risaliet van de voorgevel. Het lagere linker geveldeel bevat twee vensters en staat onder een ver uitkragende, op gesneden klampen liggende dakrand met geprofileerde gootlijst.

De achtergevel (zuid) wordt ook gedomineerd door een hoger opgaand, symmetrisch middenrisaliet met in- en uitzwenkende topgevel voor een met leien (Maasdekking) gedekte dwarskap en ankerbevestiging. De bel-etage is te bereiken via een gemetselde trap en een over de gehele breedte van de gevel staand terras met ijzeren hekwerken tussen gemetselde hekstijlen met bolbekroning. Geheel links loopt het terras met een helling door naar de tuin. Het bredere, betegelde en gebogen midden van het terras rust op zandstenen zuilen voor een open ruimte onder het terras. Op het terras komt een tussen een boven- en zijlichten staande deur van de voormalige eetkamer uit. De deur staat onder een zandstenen bekroning en wordt geflankeerd door een venster. De verdieping bevat drie vensters en staat onder een geveltop die vergelijkbaar is met die van de noord- en de zuidgevel. Het oeil-de-boeuf is hier voorzien van een ijzeren kap. De rechter gevelpartij heeft drie venstertjes voor het souterrain, een groot samengesteld venster met gemetselde penanten op de bel-etage en een vergelijkbaar, maar iets minder hoog venster op de verdieping. De gevelpartij links van de middenrisaliet heeft een brede getoogde gevelopening in het souterrain en bevat op de verdieping een deur met zijraam. De bovenlichten van deze samengestelde gevelopening staan tussen de gemetselde consoles van het balkon op de verdieping. Het balkon heeft een smeedijzeren balkonhek en er komt een tussen boven- en zijlichten en gemetselde pilasters staande deur op uit. Aan weerszijden hiervan staat een blind venster. De gevelpartijen aan weerszijden van de risaliet staan onder een ver uitkragende, op gesneden klampen liggende dakrand met geprofileerde gootlijst. Uit beide dakschilden erboven steekt een dakkapel als de al eerder genoemde.

De rechter zijgevel (west) heeft een risalerende rechter gevelpartij met een venster op de bel-etage. Tussen voornoemde en de terugliggende linker gevelpartij staat een torenachtige, halfronde uitbouw met gebogen, tussen gemetselde penanten staande vensters boven een vierkante basis. In de noordzijde van deze basis staat de rondboogdeur van de dienstingang. De linker gevelpartij bevat een laag in de gevel staand ovaal venster en een hoog in gevel geplaatst venster. De gevelrand is verlevendigd met uitmetselingen en staat onder een op gesneden klossen rustende, geprofileerde daklijst. Uit het dakschild hierboven steekt een dakkapel.

Het interieur is voor een belangrijk deel in de oorspronkelijke staat bewaard gebleven. Opvallend is het veelvuldig gebruik van (gebrandschilderd) glas-in-lood, dat variëert van glazen met eigentijdse geometrische versieringen tot naturalistische taferelen en rococo motieven en florale decoraties. Voor enkele stucplafonds zijn ook op de rococo geïnspireerde decoratiemotieven gebruikt. De ramen en deuren zijn voor het merendeel gevat in geprofileerde kozijnen.

Achter de voordeur ligt de vestibule, waarvan de lambrizeringen van trap en wanden zijn bekleed met groen marmer (Sipolin de Siberie). De wanden erboven en de gewelfvormige plafonds zijn uitgevoerd in stuccoline met lineaire versieringen. Enkele stootborden van de in gepolijste zwarte natuursteen (marmer) en groen marmer uitgevoerde trap zijn voorzien van koperen roosters voor de toevoer van warme lucht uit radiatoren onder de trap. De trap heeft een smeedijzeren balustrade met een leuning van geel koper. De vloer is bedekt met gepolijste zwarte natuursteen en een mozaïek, waar lijndecoraties in zijn gelegd. In de vestibulehoek rechts naast de trap een in gepolijste zwarte natuursteen uitgevoerd waterbassin met een bronzen waterspuwer in de vorm van een nijlpaardenkop. In de wand erboven een glas-in-loodvenster. De hier loodrecht opstaande wanden bevatten eveneens glas-in-loodramen. Daarbij hoort ook die van de oorspronkelijk in het pand aanwezige liftschacht. De vestibule heeft tevens een uit versierd glas-in-lood vervaardigde lichtkoepel.

De trap voert naar de deur die toegang geeft tot de hal met vide. De vloer bedekt met marmer, de halwanden voorzien van paneellambrizeringen van gerookt eikenhout. De bel-etage heeft niet meer de oorspronkelijke ruimteindeling. In de hal en omliggende vertrekken diverse paneeldeuren tussen boven- en zijlichten met roedenverdeling en gebrandschilderd glas-in-lood met medaillons, en houten radiatorkasten voor de verwarmingsradiatoren. Een schouw met een marmeren schouwmantel en een grotendeels houten boezem met spiegel. Het balkenplafond is tussen de balken tevens voorzien van stuccoline plafonds met lijnversieringen, die ook een aantal wanden verlevendigen. Van de verdwenen schuifdeuren tussen de hal en de daarachter liggende voormalige eetkamer zijn de bovenlichten met gebrandschilderd glas-in-lood bewaard gebleven. De ruimte met de gebogen hoek is de voormalige salon.

De trap naar de verdieping met volledig gelambrizeerde trapopgang bestaat uit twee houten steektrappen met tussenbordes. De trapbalustrade is samengesteld uit een getordeerde trappaal, spijlen tussen eveneens getordeerde balusters en een hierboven liggende geprofileerde handlijst. Rondom de vide vergelijkbare houten balustrades, aan één zijde onderbroken door de penanten van scheibogen. Boven de vide een lichtkoepel met stalen roeden en glas-in-lood binnen een zware, geprofileerde omlijsting van stucwerk. De koepel bevindt zich in een hoge, van de zolderruimte afgescheiden, ruimte met ramen met roedenverdeling en een glazen overkapping in de vorm van een zadeldak. De vertrekken rondom de vide zijn grotendeels gemoderniseerd en voorzien van verlaagde plafonds, maar hebben nog wel oorspronkelijke glas-in-loodramen. Zo is de voormalige herenkamer aan de ronde hoek voorzien van gebrandschilderde voorstellingen met de vier jaargetijden in de bovenramen. Dit vertrek heeft ook een ingebouwde kast. In de kelder met de oorspronkelijke tegelvloer bevinden zich onder meer een stookhok met gewelfd plafond en de wijnkelder met oorspronkelijke plavuizenvloer en flessenschappen van gepleisterde baksteen. Tot de overige bijzondere interieuronderdelen behoren verder nog een Lipskluis achter in elkaar schuivende paneeldeuren, een originele toiletruimte met tegellambrizering, een grotendeels met glas-in-lood ingevulde wand en bijbehorende betegelde ruimte met wastafel, en de trap in de halfronde traptoren. Ook elders in het pand zijn nog tegellambrizeringen aanwezig.

De achterzijde van het huis en de tuin zijn linksom te bereiken via een met het huis verbonden toegangshek. Deze is samengesteld uit vier hekpijlers van zand- en baksteen met daartussen smeedijzeren hekken. De openslaande hekken staan centraal, de vaste hekwerken aan weerszijden staan boven gemetselde muurtjes met zandstenen dekstenen.

Waardering

De villa, met bijbehorend toegangshek, is van algemeen belang vanwege de cultuurhistorische, de stedenbouwkundige en de architectuurhistorische waarde.

- De villa is van cultuurhistorisch belang als een bijzonder voorbeeld van representatieve woonhuisarchitectuur voor de welgestelden.

- De villa heeft stedenbouwkundige en ensemblewaarde vanwege de situering en als een bijzonder onderdeel van een negentiende-eeuwse stadsuitbreiding die van groot belang is geweest voor de ontwikkelingsgeschiedenis van de stad.

- De villa heeft architectuurhistorische waarde als een goed voorbeeld van een bijzondere bouwstijl die karakteristiek is voor de bouwtijd, vanwege de bijzondere detaillering en materiaalgebruik, vanwege de samenhang tussen het exterieur en delen van het interieur en als een interessant werk uit het oeuvre van de befaamde architect Ed. Cuypers.

- De villa is tevens van belang vanwege de herkenbaarheid en de gaafheid van het exterieur en delen van het interieur.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

A detached residential villa of the villa type situated within the nineteenth-century urban boundary of Dordrecht, with an entrance gate. The villa was built in 1908-1909 on commission of wine merchant C. van Oldenborgh. The designer of the villa is architect Eduard Cuypers, who used special and costly materials for the very richly executed interior of the property, including stained glass windows designed by H. Veldhuis from the Delft workshop 't Prinsenhof. The villa was built in a traditionalist Transitional style characteristic of the building period with influences from nineteenth-century and classical architecture. The villa has been in use as a bank building of the Generale Bank since 1964.

Description

From a fundamentally rectangular floor plan, a residential house of quality brickwork with a basement and two storeys under a composite roof clad with slates in Maas covering, featuring octagonal brick chimneys. The facades, rising above a plinth of Pouillenay sandstone (polynée), are enlivened and accentuated by sandstone details in the sills, lintels, reveals, cornices and various other structural and decorative components. The wall openings are generally rectangular and stand beneath roll-mouldings and lintels. The upper windows and fanlights are provided with glazing bars.

The front facade (north) is dominated by the steeply rising entrance risalit with inward and outward-turning gable top, which stands before a roof truss clad with slates (Maas covering) with anchor fixing. The symmetrical risalit facade contains an entrance bay largely executed in sandstone with a new door between upper and side lights, the fanlights of which stand behind decorative wrought-iron grilles. The projecting entrance bay stands on a stone base. The door stands beneath an entablature and a curved pediment with an oeil-de-boeuf. On either side of the entrance bay is a two-light window with a sandstone dividing shaft. The first floor contains a composite window group standing beneath a lintel, with a large central window and two smaller side windows, which are separated from one another by carved dividing shafts. On either side of this stands a curved bay window with a sandstone base, curved windows with glazing bars in the upper window and an equally curved sandstone crown. The gable top contains a small window with glazing bars, an oeil-de-boeuf with broad sandstone moulding and wrought-iron ornamental wall anchors in a built-up surround. The gable top is crowned by a half-round spout. The facade section to the right of the central bay contains a basement window, above which is a window. Above this stands a basement-to-first-floor stone balcony railing. On the balcony a door with fanlight stands opening from the recessed facade section. The facade stands beneath a profiled gutter moulding resting on carved corbels. At the far right a segmental arched doorway in the gable end of an enclosed passage which runs along the right side facade and leads to the service entrance. The facade section to the left of the risalit contains a window on both the ground floor with mezzanine and on the first floor. The left facade corner is rounded and contains two windows with curved frames. From the roof shield above projects a dormer window with opening windows beneath a profiled, arched roof edge. Against the facade rounding stands a rectangular wall with wrought-iron grilles between brick piers, connected to the straight wall sections of the front and side facades.

The left side facade (east) is also dominated by a steeply rising bay with inward and outward-turning gable top before a roof truss clad with slates (Maas covering) with anchor fixing. On the ground floor with mezzanine stands a bay window resting on a sandstone base with a composite window, of which the middle upper window is arched. The roof is clad with copper plates. The right section of this side facade contains three windows like those in the front facade to the left of the risalit and a smaller window. The projecting gutter moulding is as that to the right of the front facade risalit. From the roof shield above the right section of the side facade projects a dormer window as that at the front. The composite first-floor window and the inward and outward-turning gable top above are comparable to the risalit of the front facade. The lower left facade section contains two windows and stands beneath a far-projecting roof edge resting on carved corbels with profiled gutter moulding.

The rear facade (south) is also dominated by a steeply rising, symmetrical central risalit with inward and outward-turning gable top before a roof truss clad with slates (Maas covering) and anchor fixing. The ground floor with mezzanine is reached via a brick staircase and a terrace spanning the full width of the facade with iron grilles between brick piers with ball finials. At the far left the terrace slopes down to the garden. The broader, tiled and curved centre of the terrace rests on sandstone columns above an open space beneath the terrace. On the terrace opens a door with upper and side lights from the former dining room. The door stands beneath a sandstone crown and is flanked by a window. The first floor contains three windows and stands beneath a gable top comparable to those of the north and south facades. The oeil-de-boeuf here is provided with an iron canopy. The right facade section has three small basement windows, a large composite window with brick pilasters on the ground floor with mezzanine and a similar, but somewhat lower window on the first floor. The facade section to the left of the central risalit contains a wide segmental arched opening in the basement and contains a door with side window on the first floor. The fanlights of this composite opening stand between the brick consoles of the first-floor balcony. The balcony has a wrought-iron balcony railing and a door with upper and side lights and brick pilasters opens onto it. On either side of this stands a blind window. The facade sections on either side of the risalit stand beneath a far-projecting roof edge resting on carved corbels with profiled gutter moulding. From both roof shields above project dormer windows as previously mentioned.

The right side facade (west) has a projecting right facade section with a window on the ground floor with mezzanine. Between the aforementioned and the recessed left facade section stands a tower-like, half-round projecting structure with curved windows standing between brick pilasters above a square base. In the north side of this base stands the round-arched door of the service entrance. The left facade section contains a low-set oval window in the facade and a high-set window in the facade. The facade edge is enlivened with built-up details and stands beneath a profiled roof moulding resting on carved blocks. From the roof shield above projects a dormer window.

The interior has been largely preserved in its original state. Striking is the frequent use of stained glass windows, which vary from panes with contemporary geometric decorations to naturalistic scenes and rococo motifs and floral decorations. For several stucco ceilings rococo-inspired decorative motifs have also been used. The windows and doors are mostly set in profiled frames.

Behind the front door lies the vestibule, of which the wall and staircase wainscoting are clad with green marble (Sipolin de Siberie). The walls above and the barrel vaulted ceilings are executed in stucco with linear decorations. Some stair treads of the staircase, executed in polished black natural stone (marble) and green marble, are provided with copper grilles for the supply of warm air from radiators beneath the staircase. The staircase has a wrought-iron balustrade with a handrail of yellow copper. The floor is covered with polished black natural stone and a mosaic with line decorations laid in. In the vestibule corner to the right next to the staircase a water basin executed in polished black natural stone with a bronze water spout in the form of a hippopotamus head. In the wall above a stained glass window. The walls standing upright here also contain stained glass windows. This includes also that of the originally present lift shaft in the property. The vestibule also has a light dome executed in decorated stained glass.

The staircase leads to the door giving access to the hall with void. The floor covered with marble, the hall walls provided with wood wainscoting of smoked oak. The ground floor with mezzanine no longer has the original spatial division. In the hall and surrounding rooms various panel doors between upper and side lights with glazing bars and stained glass with medallions, and wooden radiator casings for the heating radiators. A chimney breast with a marble mantelpiece and a largely wooden breast with mirror. The beam ceiling is also provided between the beams with stucco ceilings with line decorations, which also enliven a number of walls. Of the disappeared sliding doors between the hall and the former dining room behind it the fanlights with stained glass have been preserved. The space with the curved corner is the former drawing room.

The staircase to the first floor with completely wood-panelled stair passage consists of two wooden closed-string stairs with intermediate landings. The staircase balustrade is composed of a twisted stair post, balusters between equally twisted balusters and a profiled handrail lying above. Around the void comparable wooden balustrades, interrupted on one side by the pilasters of segmental arches. Above the void a light dome with steel rods and stained glass within a heavy, profiled stucco surround. The dome is located in a high space separated from the attic, with windows with glazing bars and a glass roof in the form of a gabled roof. The rooms around the void are largely modernized and provided with lowered ceilings, but still have original stained glass windows. Thus the former gentlemen's room at the rounded corner is provided with stained glass depictions of the four seasons in the upper windows. This room also has a built-in cupboard. In the basement with the original tiled floor are, amongst other things, a heating room with barrel vault ceiling and the wine cellar with original floor tiles and bottle racks of plastered brick. Among the other special interior components are furthermore a Lips safe behind sliding panel doors, an original toilet room with tile wainscoting, a wall largely filled in with stained glass and associated tiled room with washbasin, and the staircase in the half-round stair tower. Tile wainscoting is also present elsewhere in the property.

The rear of the house and the garden are accessible turning left via an entrance gate connected to the house. This is composed of four gate piers of sandstone and brickwork with wrought-iron gates between them. The opening gates stand centrally, the fixed grilles on either side stand above brick walls with sandstone cappings.

Valuation

The villa, with associated entrance gate, is of general interest on account of its cultural-historical, urban design and architectural-historical value.

- The villa is of cultural-historical importance as a remarkable example of representative residential architecture for the wealthy.

- The villa has urban design and ensemble value on account of its situation and as a remarkable component of a nineteenth-century urban expansion which has been of great importance for the development history of the city.

- The villa has architectural-historical value as a good example of a remarkable building style characteristic of the building period, on account of the remarkable detailing and use of materials, on account of the coherence between the exterior and parts of the interior and as an interesting work from the oeuvre of the renowned architect Ed. Cuypers.

- The villa is furthermore of importance on account of the recognizability and integrity of the exterior and parts of the interior.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map