Rijksmonumentenregister · Netherlands
H.H. Petrus en Paulus
Varik, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kerk en kerkonderdeel
- Function
- Kerk
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1877 - 1879
- Address
- Grotestraat 21, 4064 EC Varik (West Betuwe 25)
- Place
- Varik
- Municipality
- West Betuwe
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.82195, 5.36906
- Part of complex
- 522046
- Monument number
- 522047
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamTU Delft LibraryDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
4 historical maps cover this location, the earliest the 1863 map "Niederlande und Belgien." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Omschrijving
De PSEUDOBASILIEK 'H.H. Petrus en Paulus' is gesitueerd aan de westzijde van de Grotestraat binnen de bebouwde kom van Varik. De gevels zijn voorzien van een uitkragend trasraam met afgeschuinde waterlijst en verscheidene gemetselde steunberen met meerdere bakstenen/leien afzaten. De kerk is opgebouwd uit een kerktoren met traptoren, een driebeukig schip, een transept, een driezijdig koor met zijkapellen, een ingangsportaal en een sacristie.
De KERKTOREN bestaat uit drie geledingen met aan de zuidzijde een vierzijdige traptoren over twee geledingen. De toren wordt afgesloten door een ingesnoerde naaldspits, de traptoren door een aangekapt schilddak met tweezijdig eindschild beide gedekt met leien in maasdekking. Alle zijden van de toren worden uiterst links en rechts begrensd door een steunbeer met twee bakstenen afzaten in de eerste geleding en één bakstenen afzaat ter afsluiting van de tweede geleding. De steunbeer over de tweede geleding is voorzien van een rechthoekig spaarveld. In de derde geleding gaat de steunbeer over in een overhoeks geplaatste steunbeer die zich nog éénmaal verjongt.
In de eerste geleding bevindt zich aan de westzijde de ingangspartij in een bakstenen peerkraalvormige dagkant, aan de bovenzijde afgesloten door een spitsboog. De ingangspartij bestaat uit een dubbele geklampte segmentboogvormige deur met smeedijzeren, bladvormige gehengen met boven de deur een drielichtvenster met glas-in-loodraam samengevat in de spitsboog. De dubbele deur wordt aan de bovenzijde afgesloten door een geprofileerde segmentboog, een horizontale bakstenen waterlijst waarboven drie identieke bakstenen bloemmotieven in het metselwerk. Hierboven bevindt zich het drielicht met bakstenen afzaat bestaande uit drie lancetvensters van gelijke hoogten waarboven drie druppelvormige ramen in de spitsboog. In de eerste geleding aan de noordzijde bevinden zich twee spitsboogvormige spaarvelden met geprofileerde dagkant, aan de onderzijde afgesloten door één bakstenen afzaat. In elk spaarveld bevindt zich een dichtgemetseld venster met vorktracering. Aan de zuidzijde bevindt zich de vierzijdige traptoren met aan iedere zijde een lancetvormig spaarveld met lichtspleten. De eerste geleding wordt aan de west- en noordzijde afgesloten door een waterlijst met daarboven zeven gekoppelde staande rechthoekige spaarvelden ter hoogte van de tweede afzaat van de steunberen aan weerszijden. Aan de west- en noordzijde in de tweede geleding bevinden zich twee kortere lancetvormige spaarvelden als in de eerste geleding aan de noordzijde. Aan de zuidzijde bevindt zich de afsluiting van de traptoren. Aan de westzijde in de derde geleding bevinden zich vier lancetvormige spaarvelden aan de onderzijde afgesloten door een bakstenen afzaat met in de middelste twee galmgaten met galmborden. Daar waar de overhoekse steunbeer zich verjongd bevindt zich een bakstenen afzaat met centraal hierboven een vierkant met ronde wijzerplaat aan weerszijden geflankeerd door korte lancetvormige spaarvelden. Alle zijden van de derde geleding zijn identiek.
Het SCHIP geplaatst tegen de oostzijde van de kerktoren bestaat uit een hoog middenschip afgesloten door een zadeldak met lager geplaatste zijbeuken afgesloten door een lessenaarsdak gedekt met leien in koeverdekking. Het lessenaarsdak eindigt vlak onder de bakgoot met bakstenen tandlijst onderbroken door steunberen van de middenbeuk. In beide dakschilden van het zadeldak bevinden zich twee, in elk lessenaardak drie regelmatig verdeelde dakkapellen. De dakkapellen bestaan uit een houten onderbouw afgesloten door een vierzijdig tentdak met zinken spitsbekroning. De gevels van de zijbeuken zijn identiek en bestaan uit vijf vensterassen van elkaar gescheiden door steunberen met uitgemetseld trasraam met afschuining, een bakstenen afzaat afgesloten door een afzaat gedekt met leien in maasdekking onder de bakgoot van het lessenaarsdak. In iedere vensteras bevindt zich een gedrukt spitsboogvenster met geprofileerde omlijsting en een drielicht glas-in-loodraam aan de onderzijde afgesloten door een afzaat.
Het TRANSEPT bevindt zich haaks op het schip met twee identieke tuitgevels aan de noord- en de zuidzijde. De gevel aan de zuidzijde wordt aan weerszijden geflankeerd door steunberen met één bakstenen en één met leien gedekte afzaat. Tussen de steunberen bevindt zich een stomp spitsboogvenster gevuld met twee maal twee identieke lancetvensters met bakstenen traceerwerk. Aan weerszijden van Het glas-in-loodraam bevindt zich een lancetvormig spaarveld met daarboven een rondvormig spaarveld met in reliëf een bakstenen davidster. Deze geleding wordt afgesloten door een bakstenen waterlijst met daarboven de tuitgevel. Centraal in de tuitgevel bevindt zich een spitsboogvormig spaarveld met twee lancetvormige spaarvelden met een segmentboogvormig glas-in-loodraam. Onder de spitsboog bevindt zich een rondvormig spaarveld. Dit spaarveld wordt aan weerszijden geflankeerd door twee rechthoekige spaarvelden. De gehele tuitgevel wordt afgesloten door een bakstenen ezelsrug. In de oost- en westgevel van het transept bevindt zich een spitsboogvormig venster met glas-in-loodraam bestaande uit lancetvensters met vorktracering. Het transept aan de noordzijde is identiek aan de zuidzijde met linksonder het aangrenzend tussenlid (apart monumentnummer 522048).
Het KOOR met ZIJKAPELLEN bevindt zich tegen de oostzijde van het transept. Het koor wordt afgesloten door een aangekapt schilddak met driezijdig eindschild. Het koor wordt aan weerszijden geflankeerd door een lage zijkapel afgesloten door een aangekapt schilddak met driezijdig eindschild met één dakkapel aan de noord- en zuidzijde. Het driezijdig hoog koor bestaat uit drie identieke vensterassen van elkaar gescheiden door een steunbeer met twee bakstenen afzaten en één met leien gedekte afzaat onder de bakgoot van het schilddak. In elke vensteras bevinden zich twee gekoppelde lancetvensters met vorktracering samengevat in een spitsboog aan de onderzijde afgesloten door een bakstenen afzaat. Aan de noord- en oostzijde van het koor bevindt zich één identiek venster. De zijkapellen hebben een identieke verdeling met in elke vensteras één glas-in-lood lancetvenster.
Aan de zuidzijde van de zuidelijke zijkapel bevindt zich een INGANGSPORTAAL afgesloten door een tuitgevel met achterliggend, aangekapt zadeldak. De ingangspartij bestaat uit een rechthoekige geklampte deur met twee lancetvensters met vorktracering in een spitsboog met rollaag.
De éénlaags SACRISTIE met rechthoekige plattegrond bevindt zich aan de noordzijde van de noordelijke zijkapel. De gevels worden afgesloten door een schilddak met aangekapt schilddak met driezijdig eindschild ter afsluiting van de vijfzijdige uitbouw aan de oostzijde. Op de nok bevindt zich een vierkante, bakstenen schoorsteenschacht afgesloten door een met leien gedekt tentdak. De zuidgevel grenst aan de zijkapel, de westgevel grenst aan het transept. In alle vijf de zijden van de uitbouw bevindt zich een kort lancetvenster met bakstenen afzaat van elkaar gescheiden door een steunbeer met twee afzaten. De uitbouw wordt aan weerszijden geflankeerd door een identiek venster. Rechts tegen de noordzijde bevindt zich het tussenlid.
De neogotische sjabloonschilderingen in het INTERIEUR zijn grotendeels bewaard gebleven onder de witte verflaag op de gepleisterde muren en gewelven. In het koor bevindt zich een neogotische tegelvloer met in het schip een terrazzo-vloer. Het priesterkoor is gewijzigd in 1953, waarna de oorspronkelijke communiebanken zijn hergebruikt als balustrade van de galerij in het noordelijk transept. De altaaropstand is destijds verwijderd, De preekstoel is verplaatst. De kerkbanken zijn voor 1940 vervangen. De kerk bestaat uit een brede middenbeuk met smalle zijbeuken opgedeeld in vijf traveeën. De zij- en middenbeuken zijn voorzien van kruisribgewelven ondersteund door zuilen, spitsboogvormige schei- en muraalbogen.
Waardering
R.-K. KERK 'H.H. Petrus en Paulus' gebouwd naar ontwerp van A. TEPE in 1877-1879 in neogotische stijl.
- Van architectuurhistorische waarde als voorbeeld van een goed bewaard gebleven neogotische kerk naar ontwerp van A. Tepe. Als rooms katholieke dorpskerk van belang binnen het oeuvre van de architect Tepe.
- Van stedenbouwkundige waarde vanwege de ligging van de kerk aan de westzijde van de Grotestraat, de kerk met het koor gericht op het oosten. De toren van de kerk bepaalt in hoge mate het aanzien van het dorp Varik.
- Van cultuurhistorische waarde als voorbeeld van het type rooms katholieke kerk met pastorie.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Description
The PSEUDOBASILICA 'H.H. Petrus en Paulus' is situated on the west side of the Grotestraat within the built-up area of Varik. The facades are provided with a projecting tuff stone frame with chamfered drip moulding and several built-in masonry buttresses with multiple brick/slate offsets. The church is constructed from a church tower with a spiral staircase tower, a three-aisled nave, a transept, a three-sided choir with side chapels, an entrance portal and a sacristy.
The CHURCH TOWER consists of three storeys with on the south side a four-sided spiral staircase tower over two storeys. The tower is topped by a tapering spire, the staircase tower by an abutting hipped roof with two-sided end gable both covered with slate in Maas covering. All sides of the tower are bounded at the far left and right by a buttress with two brick offsets in the first storey and one brick offset at the end of the second storey. The buttress over the second storey is provided with a rectangular relieving field. In the third storey the buttress changes into a diagonally placed buttress which tapers once more.
In the first storey on the west side is the entrance section in a pear-shaped brick moulding, closed at the top by a pointed arch. The entrance section consists of a double clamped segmental arch-shaped door with wrought iron, leaf-shaped hinges and above the door a three-light window with a stained glass window combined in the pointed arch. The double door is closed at the top by a profiled segmental arch, a horizontal brick drip moulding above which three identical brick flower motifs in the brickwork. Above this is the three-light with brick offset consisting of three lancet windows of equal heights above which three drop-shaped windows in the pointed arch. In the first storey on the north side are two pointed arch-shaped relieving fields with profiled moulding, closed at the bottom by one brick offset. In each relieving field is a bricked-up window with fork tracery. On the south side is the four-sided spiral staircase tower with on each side a lancet-shaped relieving field with light slits. The first storey is closed on the west and north side by a drip moulding with above it seven coupled upright rectangular relieving fields at the height of the second offset of the buttresses on both sides. On the west and north side in the second storey are two shorter lancet-shaped relieving fields as in the first storey on the north side. On the south side is the closure of the staircase tower. On the west side in the third storey are four lancet-shaped relieving fields closed at the bottom by a brick offset with in the middle two sound holes with sound boards. Where the diagonal buttress tapers is a brick offset with centrally above it a square with round clock face on both sides flanked by short lancet-shaped relieving fields. All sides of the third storey are identical.
The NAVE placed against the east side of the church tower consists of a high central nave closed by a gabled roof with lower placed side aisles closed by a lean-to roof covered with slate in Maas covering. The lean-to roof ends just below the eaves gutter with brick dentil course interrupted by buttresses of the central aisle. In both roof slopes of the gabled roof are two, in each lean-to roof three regularly distributed roof dormers. The roof dormers consist of a wooden substructure closed by a four-sided tent roof with zinc pointed roof finial. The facades of the side aisles are identical and consist of five window axes separated from each other by buttresses with projecting tuff stone frame with chamfer, a brick offset closed by an offset covered with slate in Maas covering below the eaves gutter of the lean-to roof. In each window axis is a compressed pointed arch window with profiled frame and a three-light stained glass window closed at the bottom by an offset.
The TRANSEPT is positioned perpendicular to the nave with two identical spout gables on the north and south side. The gable on the south side is flanked on both sides by buttresses with one brick and one slate-covered offset. Between the buttresses is a blunt pointed arch window filled with two by two identical lancet windows with brick tracery. On both sides of the stained glass window is a lancet-shaped relieving field with above it a circular relieving field with a brick star of David in relief. This storey is closed by a brick drip moulding with above it the spout gable. Centrally in the spout gable is a pointed arch-shaped relieving field with two lancet-shaped relieving fields with a segmental arch-shaped stained glass window. Below the pointed arch is a circular relieving field. This relieving field is flanked on both sides by two rectangular relieving fields. The entire spout gable is closed by a brick saddle roof ridge. In the east and west gable of the transept is a pointed arch window with stained glass window consisting of lancet windows with fork tracery. The transept on the north side is identical to the south side with below left the adjacent intermediate element (separate monument number 522048).
The CHOIR with SIDE CHAPELS is situated against the east side of the transept. The choir is closed by an abutting hipped roof with three-sided end gable. The choir is flanked on both sides by a low side chapel closed by an abutting hipped roof with three-sided end gable with one roof dormer on the north and south side. The three-sided high choir consists of three identical window axes separated from each other by a buttress with two brick offsets and one slate-covered offset below the eaves gutter of the hipped roof. In each window axis are two coupled lancet windows with fork tracery combined in a pointed arch closed at the bottom by a brick offset. On the north and east side of the choir is one identical window. The side chapels have an identical division with in each window axis one stained glass lancet window.
On the south side of the southern side chapel is an ENTRANCE PORTAL closed by a spout gable with behind it an abutting gabled roof. The entrance section consists of a rectangular clamped door with two lancet windows with fork tracery in a pointed arch with roll moulding.
The single-storey SACRISTY with rectangular plan is situated on the north side of the northern side chapel. The facades are closed by a hipped roof with abutting hipped roof with three-sided end gable at the closure of the five-sided extension on the east side. On the ridge is a square brick chimney shaft closed by a tent roof covered with slate. The south gable adjoins the side chapel, the west gable adjoins the transept. In all five sides of the extension is a short lancet window with brick offset separated from each other by a buttress with two offsets. The extension is flanked on both sides by an identical window. To the right on the north side is the intermediate element.
The Neo-Gothic stencil paintings in the INTERIOR are largely preserved beneath the white paint layer on the plastered walls and vaults. In the choir is a Neo-Gothic tile floor with in the nave a terrazzo floor. The priest's choir was altered in 1953, after which the original communion rails were reused as a balustrade of the gallery in the northern transept. The altarpiece was removed at that time. The pulpit was relocated. The church benches were replaced before 1940. The church consists of a broad central nave with narrow side aisles divided into five bays. The side and central aisles are provided with ribbed vaults supported by columns, pointed arch-shaped arcade and wall arches.
Valuation
R.-C. CHURCH 'H.H. Petrus en Paulus' built to the design of A. TEPE in 1877-1879 in Neo-Gothic style.
- Of architectural historical value as an example of a well-preserved Neo-Gothic church designed by A. Tepe. As a Roman Catholic village church of importance within the oeuvre of architect Tepe.
- Of urban planning value because of the location of the church on the west side of the Grotestraat, the church with the choir facing east. The tower of the church determines to a large extent the appearance of the village of Varik.
- Of cultural historical value as an example of the type of Roman Catholic church with rectory.
Nearby in the register
- Verkeersbrug, Grotestraat bij 21Brugunder 1 mi
- Pastorie(F), Grotestraat 23Kerkelijke dienstwoningunder 1 mi
- R.K. SchoolOnderwijs en wetenschapunder 1 mi
- Kerk, Kerkstraat 16Kerk en kerkonderdeelunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.