TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Vml. Klooster St. Jozef

Maasbree, Limburg, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Klooster, kloosteronderdl
Function
Klooster
Category
onroerend gebouwd
Built
1902 - 1903
Address
Op de Kemp 45, 5993 BL Maasbree (Peel en Maas 31)
Place
Maasbree
Municipality
Peel en Maas
Province
Limburg
Country
Netherlands
Coordinates
51.35654, 6.04838
Monument number
521979

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

2 historical maps cover this location, the earliest the 1898 map "Composite: 377. Kaldenkirchen." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Voormalig KLOOSTER St. Jozef, gebouwd in 1902-1903 in een mengeling van Neo-Renaissance en Neo-Gotiek. Het pand is gesitueerd in het centrum van het dorp Maasbree ten zuiden van het gemeentehuis. Het pand ligt met een ondiepe voortuin met lage tuinmuur aan de straat en heeft een achtertuin en westelijke zijtuin. Het klooster werd gebouwd voor een communiteit van de Zusters van de Goddelijke Voorzienigheid, een congregatie die vanuit Steijl in veel steden en dorpen het onderwijs verzorgde. Het bijbehorende schoolgebouw dat zich in Maasbree naast en achter het klooster bevond en hiermee aan de linker zijgevel verbonden was, is in het laatste kwart van de twintigste eeuw afgebroken. Het pand verkeert in redelijk oorspronkelijke staat. Omstreeks het einde van de jaren vijftig van de 20ste eeuw heeft de voorgevel een renovatie ondergaan. Vermoedelijk is toen ook het interieur op onderdelen gewijzigd. Aan de achtergevel bevindt zich een eenlaags aanbouw die hier niet beschreven wordt.

Omschrijving

Vrijstaand en onderkelderd KLOOSTER van twee bouwlagen en een zolderverdieping op een rechthoekige plattegrond met een kleine rechthoekige uitbouw aan de achterzijde. Het pand wordt afgesloten met een zadeldak met de nokrichting evenwijdig aan de straat. De dakschilden zijn belegd met gesmoorde muldenpannen, de afwatering vindt plaats via een geprofileerde bakgoot op houten klossen en de schuine zijden van de zijgevels zijn afgezet met windveren. Boven de zijgevels steken in totaal vier nieuw opgemetselde schoorstenen uit voor- en achterschild. In het voorschild bevinden zich aan elke zijde van een oorspronkelijke topgevel twee moderne dakramen. De platgedekte, anderhalve bouwlaag hoge achteruitbouw heeft een omlopende houten bakgoot voorzien van geprofileerde boeiborden. De gevels zijn opgetrokken in rode baksteen in kruisverband en bezitten een uitspringende plint, die gedeeltelijk gecementeerd is. In de voorgevel is rode verblendsteen en profielsteen toegepast in sierbanden, waterlijsten, gootfries en in de ontlastingsbogen boven vensters en deuren. In de gevels bevinden zich rechthoekige vensteropeningen met houten stolpramen voorzien van verticale tussenroeden en gedeelde bovenlichten. De vensters worden aan de bovenzijde afgesloten door rondbogen (begane grond) en segmentbogen (verdieping). De boogtrommels zijn gevuld met siermetselwerk, dat in de voorgevel rijker is uitgevoerd. De hardstenen lekdorpels van de vensters zijn in de voorgevel opgenomen in de doorlopende bakstenen waterlijsten. De symmetrisch ingedeelde VOORGEVEL telt vijf vensterassen tussen smalle hoeklisenen met een licht risalerende middenpartij, geaccentueerd door een topgevel. In de eerste bouwlaag van deze middenas de hoofdentree in een rondboogvormig afgesloten portiek met getrapte dagkanten. Het portiek is via enkele treden bereikbaar. De dubbele deur is in de jaren vijftig van de twintigste eeuw vernieuwd. Onder de cordonlijst bevindt zich een thans gecementeerd veld waarin oorspronkelijk de naam van het klooster was opgenomen. In de tweede bouwlaag twee smalle vensters gevat onder een brede segmentboog. De topgevel is uitgevoerd als tuitgevel met hardstenen schouderstukken en hardstenen deklijsten op de schuine zijden. In de top drie blinde boognissen met in de middelste hogere nis het stenen beeld van St. Jozef. De top wordt bekroond door een gemetselde toppilaster geflankeerd door pironnen. Ter weerszijden van het risaliet bevinden zich in elke bouwlaag twee vensters zoals beschreven. De gevel wordt onder de goot afgesloten door een fries in siermetselwerk. De sobere RECHTER ZIJGEVEL is asymmetrisch ingedeeld en bevat in de eerste bouwlaag rechts twee vensters zoals beschreven. In de tweede en derde bouwlaag ongeveer in het midden van de gevel kleine vensters van het voornoemde type. De sobere LINKER ZIJGEVEL heeft een dichtgezette gevelopening in de tweede bouwlaag. In de derde bouwlaag een kleine venster. De gevel bezit eenvoudige staafankers ter plaatse van de balklagen van de verdiepingsvloeren. De sober uitgevoerde en vrijwel symmetrisch opgezette ACHTERGEVEL heeft hoeklisenen en wordt gedeeld door de centrale uitbouw. Rechts van deze uitbouw een kelderingang met luik en trap. In de eerste en in de tweede bouwlaag twee vensters. Links van de aanbouw in elke bouwlaag twee vensters. Boven de uitbouw een segmentboogvormig afgesloten traplicht. De gevel wordt onder de goot afgesloten met een fries in sober siermetselwerk. De achtergevel van de uitbouw is blind en bezit een eenlaags latere aanbouw. De oorspronkelijke driebeukige opzet van het INTERIEUR van het klooster is grotendeels bewaard gebleven. Op de begane grond een middengang met trappartij en vertrekken aan weerszijden. Op de verdieping komt het trappenhuis uit op een dwarsgeplaatste gang met kamers aan voor en achterzijde. De voormalige kapel met aangrenzende sacristie is op de verdieping aan de voorzijde gesitueerd en herkenbaar aan glas-in-loodvensters, vermoedelijk uit het derde kwart van de twintigste eeuw. De achteraanbouw bevat twee toiletten. In het pand zijn elementen van de sobere interieurafwerking uit de eerste helft van de twintigste eeuw bewaard gebleven, waaronder diverse paneeldeuren met bijbehorende kozijnen uit 1902-1903 en een houten bordestrap uit het tweede kwart van de twintigste eeuw.

Waardering

Het voormalige KLOOSTER in Maasbree bezit cultuurhistorische waarde en vertegenwoordigt algemeen belang als bijzondere uitdrukking van een sociaal-maatschappelijke en een religieuze ontwikkeling voor wat betreft bestemming en verschijningsvorm. Het is een herkenbaar voorbeeld van de kleine zusterkloosters die ten behoeve van de zorg en het onderwijs aan het begin van de twintigste eeuw in veel dorpen zijn gesticht. Het pand heeft architectuurhistorische en typologische waarde vanwege de voor dit kloostertype zeer herkenbare indeling en hoofdvorm met onder meer een middenrisaliet met rijk bewerkte topgevel. Het klooster vormt voorts een goed voorbeeld van de omstreeks 1900 toegepaste mengeling van Neo-Renaissance en Neo-gotiek en valt op door enkele fraaie details in de voorgevel. Het klooster heeft ensemblewaarden vanwege de ligging in het centrum van Maasbree, waar het in samenhang met overige historische bebouwing zoals de kerk en het gemeentehuis van bijzondere betekenis is voor het aanzien van het dorpscentrum.

Het object ontleent algemeen belang aan deze waarden.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

Former CONVENT of St. Joseph, built in 1902-1903 in a mixture of Neo-Renaissance and Neo-Gothic. The building is situated in the centre of the village of Maasbree south of the town hall. The building stands with a shallow front garden with low garden wall facing the street and has a rear garden and western side garden. The convent was built for a community of the Sisters of Divine Providence, a congregation that provided education in many cities and villages from Steijl. The associated school building that was located in Maasbree beside and behind the convent and connected to it at the left side gable has been demolished in the last quarter of the twentieth century. The building is in reasonably original condition. Around the end of the 1950s the front facade underwent renovation. Presumably the interior was also partially altered at that time. On the rear gable there is a single-storey extension which is not described here.

Description

Detached and undercellared CONVENT of two storeys and an attic storey on a rectangular floor plan with a small rectangular extension at the rear. The building is crowned with a gabled roof with the ridge running parallel to the street. The roof slopes are covered with hollow pan tiles, drainage takes place via a moulded gutter on wooden brackets and the sloping sides of the side gables are finished with wind bracing. Above the side gables four newly built chimneys project from front and rear slope. In the front slope there are on each side of an original apex gable two modern roof windows. The flat-roofed rear extension of one and a half storeys high has a surrounding wooden gutter provided with moulded trim boards. The gables are built in red brick in Flemish bond and possess a projecting plinth, which is partially cemented. On the front gable red facing brick and decorative stone are used in ornamental bands, drip mouldings, gutter friezes and in the relieving arches above windows and doors. The gables contain rectangular window openings with wooden sash windows provided with vertical glazing bars and divided fanlights. The windows are closed at the top by round arches (ground floor) and segmental arches (upper storey). The arch facings are filled with decorative brickwork, which is more richly executed on the front gable. The stone drip mouldings of the windows are incorporated into the continuous brick drip mouldings on the front gable. The symmetrically arranged FRONT GABLE has five window bays between narrow corner pilasters with a slightly projecting central section, accentuated by an apex gable. On the first storey of this central bay the main entrance in a round-arch-shaped enclosed porch with stepped reveals. The porch is accessed via a few steps. The double door was renewed in the 1950s. Below the string course there is now a cemented field in which the name of the convent was originally inscribed. On the second storey two narrow windows set within a broad segmental arch. The apex gable is executed as a spout gable with stone corner blocks and stone coping stones on the sloping sides. In the top three blind arch niches with in the central higher niche a stone statue of St. Joseph. The top is crowned by a built-up corner pilaster flanked by pinnacles. On either side of the risalit there are in each storey two windows as described. The gable is closed below the eave by a frieze in decorative brickwork. The austere RIGHT SIDE GABLE is asymmetrically arranged and contains on the first storey on the right two windows as described. On the second and third storeys approximately in the middle of the gable small windows of the aforementioned type. The austere LEFT SIDE GABLE has a sealed window opening on the second storey. On the third storey a small window. The gable possesses simple rod wall anchors at the location of the floor beams of the storeys. The austere and virtually symmetrically arranged REAR GABLE has corner pilasters and is divided by the central extension. To the right of this extension a basement entrance with hatch and stairs. On the first and second storey two windows. To the left of the extension in each storey two windows. Above the extension a segmentally arched topped stairlight. The gable is closed below the eave with a frieze in austere decorative brickwork. The rear gable of the extension is blank and possesses a single-storey later extension. The original three-aisle arrangement of the INTERIOR of the convent has been largely preserved. On the ground floor a central corridor with staircase and rooms on either side. On the upper storey the stairwell opens onto a transversely placed corridor with rooms at front and rear. The former chapel with adjoining sacristy is situated on the upper storey at the front and recognizable by stained-glass windows, presumably from the third quarter of the twentieth century. The rear extension contains two toilets. The building retains elements of the austere interior decoration from the first half of the twentieth century, including various panel doors with corresponding frames from 1902-1903 and a wooden stair from the second quarter of the twentieth century.

Valuation

The former CONVENT in Maasbree possesses cultural-historical value and represents public interest as a special expression of a social and religious development with regard to function and appearance. It is a recognizable example of the small sister convents that were established in many villages at the beginning of the twentieth century for purposes of care and education. The building has architectural and typological value because of the very recognizable layout and principal form for this convent type with among other things a central risalit with richly decorated apex gable. The convent is furthermore a good example of the mixture of Neo-Renaissance and Neo-Gothic applied around 1900 and stands out for some fine details on the front gable. The convent has ensemble value because of its location in the centre of Maasbree, where it is of special significance for the appearance of the village centre in conjunction with other historic buildings such as the church and the town hall.

The object derives public interest from these values.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map