TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Internaat Ursulinenklooster

Sittard, Limburg, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Klooster, kloosteronderdl
Function
Klooster
Category
onroerend gebouwd
Built
1871
Address
Oude Markt 27, 6131 EN Sittard (Sittard-Geleen 31) (and others)
Place
Sittard
Municipality
Sittard-Geleen
Province
Limburg
Country
Netherlands
Coordinates
50.99962, 5.86979
Part of complex
521613
Monument number
521616

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

4 historical maps cover this location, the earliest the 1843 map "Carte de l'Etat-Major 1:40,000 (1820-1866)" (IGN France — Géoportail).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

INTERNAAT van het Ursulinenklooster, 1871, in 1916 gedeeltelijk herbouwd na brand. Gebouwd in een door het Electicisme beïnvloede, negentiende-eeuws traditionele stijl.

Het internaat is dwars tegen de westgevel van het Huis op de Berg gebouwd en vormt als zodanig het meest westelijke onderdeel van het kloostercomplex. Het ligt parallel aan en onmiddellijk ten zuiden van de Dominicanenwal en werd in 1911 aan de zuidwestzijde uitgebreid met een veranda. Tussen het internaat, het Huis op de Berg en de Oude Markt bevindt zich een aanzienlijke binnenplaats.

Omschrijving

Het internaat heeft een souterrainverdieping, drie BOUWLAGEN alsmede een zolderverdieping op een aan de westzijde afgeschuinde PLATTEGROND. De traptoren, die aan de oostzijde de verbinding vormt met het Huis op de Berg, is enigszins teruggerooid en ten opzichte van het hoofdvolume verhoogd. De traptoren in het westelijke bouwdeel onderbreekt enkel de gevelindeling aan de walzijde en is eveneens verhoogd. De aangebouwde veranda van één laag aan de zuidwestzijde heeft een onregelmatige, aan de westelijke afschuining van het internaat aangepaste plattegrond, die aan de binnenplaatszijde halfrond uitstulpt en wordt beëindigd door een traptorentje op een octagonale plattegrond.

Het hoofdvolume wordt gedekt door een AFGEPLATTE KAP met leien in Maasdekking. Het afgeplatte dakdeel wordt omgeven door een decoratieve smeedijzeren balustrade. Vrijwel elke vensteras wordt bekroond met een dakkapel, voorzien van een ingestoken kapje met leien en een pion. De traptorens hebben licht gewelfde schilddaken met leien in Maasdekking, aan de lange zijden met een dakkapel en op de nok voorzien van een smeedijzeren balustrade met pionornamenten. Bakgoten. De aangebouwde veranda heeft een plat dak met dakterras, omgeven door een smeedijzeren balustrade. Dit dakterras is uitsluitend bereikbaar via de octagonale traptoren met spits. Deze spits heeft leien in schubdekking en een smeedijzeren nokpion met windvaan. In dit vaantje de bouwjaaraanduiding "1911".

Het internaat is opgetrokken in baksteen, hardsteen en mergel met smeedijzeren ornamenten. De ZUIDGEVEL aan de binnenplaatszijde heeft een geprofileerde, geteerde bakstenen plint met hardstenen lijst. De drie bouwlagen worden geaccentueerd door hardstenen dorpellijsten. Verticale geleding per vensteras door middel van lisenen in de vorm zich verjongende steunberen met afdekking. Deze lisenen lopen uit in een segmentboogfries op getrapt uitgemetselde consoles, waarboven een lijst met blok- en muizetanden. De zuidgevel is op deze manier ingedeeld in elf vrijwel identieke traveeën: in de eerste en tweede bouwlaag een segmentboogvormig dubbel houten kruiskozijn, met vierruits roedeverdeling in de bovenlichten en decoratieve T-geleding van het glaspaneel vlak boven de dorpel; in de derde bouwlaag een segmentboogvormig houten T-venster met achtruits bovenlicht. In de middenas en de assen naast de gevelhoeken zijn segmentboogvormige dubbele houten entreedeuren geplaatst met kleine roedeverdeling in de bovenlichten. Boven elk kozijn een strek met mergel aanzetstenen en een mergel ornament. De teruggerooide oostelijke traptoren is voorzien van en schilddak, leien in Maasdekking, smeedijzeren nokbalustrade met ornamenten. In de eerste tot en met de derde bouwlaag, geplaatst tussen in een segmentboogfries uitlopende lisenen, een segmentboogvormig dubbel houten kruiskozijn, met vierruits roedeverdeling in de bovenlichten en decoratieve T-geleding van het glaspaneel vlak boven de dorpel. Strekken met mergel aanzetten. Tussen het venster van de derde laag en het boogfries achtereenvolgens een segmentboogvormige dubbele houten deur met Frans balkon, een spitsboogvormig houten kruiskozijn met horizontale indeling van het glaspaneel en een galmgat met klankborden. Bloktanddecoraties.

De VERANDA aan de zuidwestzijde bestond oorspronkelijk uitsluitend uit een door gietijzeren kolommen gedragen overkapping met een smeedijzeren balustrade, maar is thans gedicht en heeft een verlaagd plafond. Het dak is bereikbaar middels een octagonale traptoren in baksteen. Deze toren heeft een geprofileerde bakstenen plint met rollaag op een hardstenen basement. Spitsboogvormige trappenhuisvensters met hardstenen dorpels en lateien volgen de wenteling van de trap. Steunbeer met verlichtingsarmatuur aan de straatzijde. Aan de Oude Markt, aansluitend op voornoemde traptoren, is een deel van de veranda-achterwand zichtbaar. Hierin twee gekoppelde rondboogvensters onder een rondboogstrek. Boven deze vensters een attiek.

De sterk afgeschuinde bakstenen WESTGEVEL is geheel blind.

Van de NOORDGEVEL wordt de eerste bouwlaag door de wal aan het oog onttrokken. Deze gevel is op een vergelijkbare wijze opgebouwd als de zuidgevel, maar telt zestien vensterassen en kenmerkt zich door de afwisselende toepassing van segmentboogvormige houten T-vensters met achtruits bovenlichten en segmentboogvormige houten kruiskozijnen, voorzien van kleine roedeverdeling. Diverse vensterkozijnen hebben boven de dorpel een decoratieve indeling van het glaspaneel. De traptorens, risalerend ten opzichte van de noordgevel, kenmerken zich door de plaatsing van de vensterkozijnen ter hoogte van de trapplateaus. De oostelijke traptoren is voorzien van een ronde uitbouw met een drietal kleine vensters en sluit op deze wijze aan op de verdiepingshoogten van het Huis op de Berg.

Rond de binnenplaats aan de zuidzijde is een vernieuwd smeedijzeren HEKWERK op bakstenen basement geplaatst.

Het internaatsINTERIEUR is wat betreft de indeling vrijwel intact gebleven. De verblijven bevinden zich tussen de trappenhuizen in de torens. Deze trappenhuizen worden gekenmerkt door met terrazzo beklede traptreden; smeedijzeren balustraden en houten handlijsten; glas-in-lood vensters in zuid- en noordgevel; geglazuurde witte tegellambriseringen met profiellijsten; figuratieve polychrome, maar overwegend blauwe tegelvloeren in gangen en trapplateaus. In de eerste laag bevindt zich tussen de traptorens een grote open ruimte, voorheen refter en thans werkplaats. De tweede bouwlaag heeft een centrale gang aan de noordzijde, waarop vijf klaslokalen uitkomen. Gangbogen tussen het eerste en tweede, cq. het vierde en vijfde lokaal. Zwarte hardstenen vensterbanken en plinten. Elk klaslokaal heeft dezelfde venster- en deurindeling, bestaande uit een rechthoekig dubbel houten kruiskozijn met vierruits roedeverdeling in de bovenlichten en T-vormige indeling van de glaspanelen boven de dorpel, geplaatst in een rechthoekige houten lijst met cannelures; daarnaast een rechthoekige houten deur met recent glaspaneel in een lijst met canneluremotieven. In gang en klaslokalen zolderingsbalken, waartussen stuc-kaders. De indeling van deze bouwlaag is intact en verkeert in zeer gave staat. De derde bouwlaag bestaat evenals in de eerste laag uit een aanzienlijke werkruimte. Deze is weerszijden toegankelijk via rechthoekige, dubbele houten paneeldeuren, verdiept in lijsten met cannelures, aanzet- en sluitstukken. De zolderverdieping heeft een geheel nieuwe klaslokaalindeling met verlaagde plafonds, de balkenconstructie is deels zichtbaar.

Waardering

Het voormalige Ursulineninternaat is van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een geestelijke en typologische ontwikkeling. De architectuurhistorische waarden worden bepaald door de bouwstijl, de esthetische kwaliteiten van het interieur, het bijzondere materiaalgebruik, de ornamentiek en door de bijzondere samenhang tussen exterieur en interieur.

Het internaat is gesitueerd binnen het beschermde stadsgezicht Sittard, is vanwege de situering verbonden met de ontwikkeling van de oude Sittardse binnenstad en van bijzondere betekenis voor het aanzien van de stad.

Het internaat beschikt wat betreft het exterieur over een hoge mate van architectonische gaafheid, voor wat betreft het interieur over een redelijk tot hoge mate van architectonische gaafheid. Het internaat is verder van belang in relatie tot de structurele en visuele gaafheid van de stedelijke omgeving. Bovendien beschikt het internaat over een aanzienlijke architectuurhistorische en in regionaal kader over een aanzienlijke typologische en functionele zeldzaamheidswaarde.

Het internaat vertegenwoordigt algemeen belang vanwege het geheel aan voornoemde waarden.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

BOARDING SCHOOL of the Ursuline convent, 1871, partially rebuilt in 1916 after a fire. Built in a nineteenth-century traditional style influenced by Eclecticism.

The boarding school is built transversely against the west facade of the Huis op de Berg and thus forms the most westerly component of the convent complex. It lies parallel to and immediately south of the Dominicanenwal and was extended on the south-west side in 1911 with a veranda. Between the boarding school, the Huis op de Berg and the Oude Markt lies a considerable courtyard.

Description

The boarding school has a basement storey, three STOREYS as well as an attic storey on a ground plan chamfered on the west side. The stair tower, which forms the connection on the east side with the Huis op de Berg, is somewhat set back and heightened relative to the main volume. The stair tower in the western building section merely interrupts the facade division on the wall side and is likewise heightened. The attached veranda of one storey on the south-west side has an irregular ground plan adapted to the western chamfer of the boarding school, which bulges out in a semi-circle on the courtyard side and is terminated by a small stair tower on an octagonal ground plan.

The main volume is covered by a FLATTENED ROOF with slates in Maas bond. The flattened roof section is surrounded by a decorative wrought-iron balustrade. Virtually every window axis is crowned with a roof dormer, provided with a recessed roof turret with slates and a ridge ornament. The stair towers have slightly curved hipped roofs with slates in Maas bond, on the long sides with a roof dormer and on the ridge provided with a wrought-iron balustrade with ridge ornaments. Box gutters. The attached veranda has a flat roof with roof terrace, surrounded by a wrought-iron balustrade. This roof terrace is accessible exclusively via the octagonal stair tower with spire. This spire has slates in shingle bond and a wrought-iron ridge finial with weathervane. In this weathervane the construction year designation "1911".

The boarding school is built in brick, freestone and marl with wrought-iron ornaments. The SOUTH FACADE on the courtyard side has a profiled, tarred brick plinth with freestone moulding. The three storeys are accentuated by freestone dormer mouldings. Vertical articulation per window axis by means of pilasters in the form of tapering buttresses with coping. These pilasters culminate in a segmental-arch frieze on stepped corbels, above which a moulding with block and mouse-tooth dentils. The south facade is divided in this manner into eleven virtually identical bays: in the first and second storey a segmental-arch double wooden cross window, with four-pane glazing bars in the fanlights and decorative T-division of the glass panel directly above the dormer; in the third storey a segmental-arch wooden T-window with four-pane fanlight. In the central axis and the axes adjacent to the gable corners are segmental-arch double wooden entrance doors placed with small glazing bars in the fanlights. Above each casement a course with marl quoins and a marl ornament. The recessed eastern staircase tower is provided with a hipped roof, slates in Maas covering, wrought-iron ridge balustrade with ornaments. In the first through third storey, placed between pilasters culminating in a segmental-arch frieze, a segmental-arch double wooden cross window, with four-pane glazing bars in the fanlights and decorative T-division of the glass panel directly above the dormer. Courses with marl quoins. Between the window of the third storey and the arch frieze successively a segmental-arch double wooden door with French balcony, a pointed-arch wooden cross window with horizontal division of the glass panel and a sound hole with sounding boards. Block-tooth ornaments.

The VERANDA on the southwestern side originally consisted solely of a canopy supported by cast-iron columns with a wrought-iron balustrade, but is now closed in and has a lowered ceiling. The roof is accessible via an octagonal staircase tower in brick. This tower has a profiled brick plinth with roll moulding on a freestone basement. Pointed-arch staircase windows with freestone dormer mouldings and lintels follow the winding of the stair. Buttress with light fixture on the street side. On the Oude Markt, adjoining the aforementioned staircase tower, a section of the veranda rear wall is visible. In it two coupled round-arch windows under a round-arch course. Above these windows an attic.

The sharply bevelled brick WEST FACADE is entirely blind.

Of the NORTH FACADE the first storey is hidden from view by the earthwork. This facade is constructed in a similar manner to the south facade, but counts sixteen window axes and is characterized by the alternating use of segmental-arch wooden T-windows with four-pane fanlights and segmental-arch wooden cross windows, provided with small glazing bars. Various window casements have above the dormer a decorative division of the glass panel. The staircase towers, projecting in relation to the north facade, are characterized by the placement of the window casements at the height of the stair landings. The eastern staircase tower is provided with a circular extension with three small windows and thus connects to the storey heights of the Huis op de Berg.

Round the courtyard on the south side a renewed wrought-iron RAILING on a brick basement is placed.

The boarding school INTERIOR has remained largely intact in terms of layout. The rooms are situated between the staircases in the towers. These staircases are characterized by terrazzo-clad steps; wrought-iron balustrades and wooden handrails; leaded glass windows in the south and north facades; glazed white tile wainscoting with moulding profiles; figurative polychrome but predominantly blue tiled floors in corridors and stair landings. On the first storey, between the stair towers, there is a large open space, formerly a refectory and now a workshop. The second storey has a central corridor on the north side, onto which five classrooms open. Corridor arches between the first and second, and between the fourth and fifth classrooms respectively. Black hard stone window sills and skirting boards. Each classroom has the same window and door arrangement, consisting of a rectangular double wooden cross window with four-pane glazing bars in the fanlights and T-shaped arrangement of the glass panes above the threshold, set in a rectangular wooden frame with fluting; beside it a rectangular wooden door with a recently added glass panel in a frame with fluting motifs. In the corridor and classrooms, ceiling joists with stucco frames in between. The layout of this storey is intact and in very good condition. The third storey, as on the first storey, consists of a considerable work space. This is accessible on either side via rectangular double wooden panelled doors, recessed in frames with fluting, quoins and closing pieces. The attic storey has an entirely new classroom layout with lowered ceilings, the beam structure is partially visible.

Appraisal

The former Ursuline boarding school is of cultural-historical value as a distinctive expression of a spiritual and typological development. The architectural-historical values are determined by the building style, the aesthetic qualities of the interior, the distinctive use of materials, the ornamentation and by the distinctive coherence between exterior and interior.

The boarding school is situated within the protected townscape of Sittard, is connected by its location to the development of the old Sittard town centre and is of particular significance for the appearance of the city.

The boarding school possesses a high degree of architectural integrity as regards the exterior, and a fair to high degree of architectural integrity as regards the interior. The boarding school is furthermore of importance in relation to the structural and visual integrity of the urban environment. Moreover, the boarding school possesses considerable architectural-historical value and, in regional context, considerable typological and functional rarity value.

The boarding school represents general interest on account of all the aforementioned values.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map