TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Casa Cara (156)/Villa Anna (158)

Tilburg, Noord-Brabant, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Woonhuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1902
Address
Lange Nieuwstraat 156, 5041 DJ Tilburg (and others)
Place
Tilburg
Province
Noord-Brabant
Country
Netherlands
Coordinates
51.56257, 5.08620
Monument number
521184

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

Utrecht University Library

3 historical maps cover this location, the earliest the 1889 map "Manoeuvreerkaart der 3de Divisie Infanterie in 1889 op de schaal van 1:50.000 / [Topographische Inrichting]" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Dubbel HERENHUIS "Casa Cara" (156) en "Villa Anna" (158) uit 1902 in Neo-Renaissancestijl naar ontwerp van architect C.F. van Hoof voor de IJzersmeden en Stoomketelfabrikanten Gebr. Deprez, wier bedrijf, de smederij annex fabriek van Deprez zich in 1998 westelijk van de huizen op Lange Nieuwstraat 172-174 bevindt.

Omschrijving

Het tweelaagse dubbelpand heeft een symmetrische gevelopzet met twee hoekrisalieten en is opgetrokken uit rode machinale baksteen. Op het samengestelde schilddak liggen zwarte tuile-du-Nordpannen.

De plint en de vensterdorpels zijn van hardsteen. De gevels worden horizontaal geleed door speklagen en cordonlijsten van wit geschilderd pleisterwerk. Verticaal worden de gevels per travee geleed door bakstenen pilasters. De voorgevel heeft in het midden als woningscheiding een pilaster met ingewerkte zinken goot met leeuwenkop als bekroning onder de gootlijst. Rechts en links hiervan twee schuifvensters met glas-in-lood bovenlicht. De vensters hebben een bewerkte latei onder een ontlastingsboog met sierstucvulling.

Naast deze vensters hebben de beide panden een bewerkte paneeldeur. Het bovenlicht is als klimmend samengesteld venster in een dubbele spaarboog uitgewerkt en voorzien van glas-in-lood voorstellende zwanen in een waterpartij. De hoekrisalieten hebben op de begane grond een driezijdige erker. Op de etage gaat deze over in een rechthoekige smallere erker met kwartronde zijbalkons. Deze hebben een borstwering van vaasvormige balusters met diamantkoppen op de hoeken. De roedenverdeling van de erkerramen wijkt af van de overige vensters. De getoogde bovenlichten hebben gestileerde florale motieven. Boven de latei volgen drie diamantkoppen, een geprofileerde lijst en een gewelfd zinken dak. De borstwering van alle vensters op deze etage is voorzien van wit gepleisterde vaasvormige balusters. De vensters hebben dezelfde decoratieve uitvoering als die op de begane grond. Naast de erker twee smalle schuifvensters, boven de deur één raam en boven de twee ramen naast de deur een gekoppeld zesruits raam. In de ontlastingsboog is hier een sluitsteen aan toegevoegd die overgaat in een korte pilaster. Hierdoor wordt het fries onder de geprofileerde gootlijst op klosjes verdeeld in gelijke velden met een verspringende afwerking van witte en bruine blokjes. In het dakvlak boven de zesruits ramen een gemetselde dakkapel onder zadeldak. Het getoogde raam heeft een drielichts bovenlicht, met rolwerk en tuit met smeedijzeren krulanker en piron. De hoekrisalieten hebben een topgevel met getrapte tuit, rolwerk en zinken hoekpironnen. In het metselwerk stuc cartouches met de naam van het pand en in een dubbele rondboogvormige spaarboog een samengesteld zesruits raam. Hierboven bevindt zich een spleetvenster met latei en smeedijzeren krulanker. De nokken van de daken zijn afgezet met een ijzeren crête.

De zijgevels van het pand worden geaccentueerd door een grote driezijdige erker met T-vensters over twee verdiepingen. Het platte dak hiervan heeft een ijzeren crête; de schoorsteen verheft zich hier boven en is door een smeedijzeren trekstang aan het dak bevestigd. Onder de gootlijst van de zijgevels is een dubbele tandlijst gemetseld. De hoge smalle schoorsteen met sierankers is in het muurwerk aangegeven als pilaster.

De achtergevels bezitten op de hoek een serre. Bij het pand nummer 156 is dat nog de oorspronkelijke met diagonaal verwerkte sierlatten, getoogde bovenlichten en een gesneden gootlijst. De serre van het belendende pand is vergroot en heeft een plat dak. Boven de andere serre een balkon met deuren en houten balustrade. Het middelste gedeelte wordt gedomineerd door een twee-en-een-halflaagse uitbouw onder plat dak, daterend uit de bouwtijd. De verdiepingshoogten van deze ruimten, waarin onder meer het sanitair is ondergebracht, corresponderen niet met die van de rest van het pand. In dit deel bevinden zich als half souterrain twee paneeldeuren. Daarboven twee etages met getoogde ramen. Boven de uitbouw bevinden zich nog een laag driedelig raam en boven dit een getoogd venster.

Naast deze uitbouw hebben beide panden een samengesteld zesruits raam waarboven een T-venster. In het dakvlak zijn kleine dakkapellen geplaatst onder lessenaarsdak.

Beide panden hebben een gaaf interieur. Van het woonhuis nummer 158 is een totaalopname gemaakt, van de woning op nummer 156 is alleen de begane grond verdieping opgenomen.

Interieur no. 156, "Casa Cara".

Achter de voordeur bevindt zich een tochtportaal. Op de vloer en als lambrizering wit marmer. De wanden zijn voorzien van stucwerk met velden en in de hoeken Neo-Lodewijk XVI bloemetjes. Links en rechts een wit geschilderd beeld op piedestal. Het rechter heeft op de console het opschrift Thalia, een muze. Deze vrouwenfiguur draagt een masker in de hand. Het linker beeld stelt een vrouw voor met bol in de geheven hand. Het opschrift op de console is niet meer leesbaar. De deuren naar de achterliggende gang hebben geëtst glas met voorstelling van vogels in heuvellandschap. Het bovenlicht heeft een gebogen vorm met Neo-Classicistisch snijwerk. Ook dit raam en de zijramen zijn voorzien van figuratief geëtst glas. In de gang een bordestrap met houten balusters. Op de hoofdbaluster staat een Art Nouveau bronzen beeldje met toorts. Een koperen plaatje draagt de signatuur; Chout de la Fauvette-par J. Guillot. In de voorkamer links van de voordeur bevindt zich op het plafond stucwerk met Neo-Empire motieven. Dit geheel wordt omkranst door zweepslag motieven en anderszins Jugendstil sjabloonschilderingen in pasteltinten en goud. De deuren met diamantkoppen zijn in twee kleuren hout gebeitst. De geprofileerde houten omlijsting is beschilderd als ware het notenhout.

De schuifdeuren tussen voor-en achterkamer zijn achter het behang verscholen maar zijn er nog wel. De serre heeft de oorspronkelijke grootte met aan beide zijden Jugendstil glas-in-lood bovenlichten met kathedraalglas met zwanen en lotusbloemen. Op de vloer terrazzo. De wanden zijn deels beschilderd in pasteltinten met gouden lijstjes, rozen en in Jugendstil belettering de naam Casa Cara. Twee muren zijn voorzien van een wandbespanning. De grootste is gesigneerd P.N. van den Boer, 1905. Het is olieverf op linnen. De schildering behelst een pastorale scène. Op de voorgrond een meer met een man in een roeiboot, verder een ruïne van een gekanteelde toren, een huisje, heuvels op de achtergrond en een luchtballon aan de einder. De andere schildering is smal en toont in een geaccidenteerde omgeving zwanen in een meer.

Interieur no. 158, "Villa Anna".

Achter de voordeur bevindt zich een tochtportaal. Op de vloer en als lambrizering wit marmer. De wanden zijn voorzien van stucwerk met velden en Neo-Lodewijk XVI bloemetjes in de hoeken. De deuren naar de achterliggende gang hebben geëtst glas met voorstelling van vogels en larixen. Het bovenlicht heeft een gebogen vorm met Neo-Classicistisch snijwerk. Ook dit raam en de zijramen zijn voorzien van figuratief geëtst glas. In de gang een bordestrap met houten balusters. Links de deur naar de voormalige spreekkamer. Hierin bevindt zich een schouw van zwart en groen marmer, op het plafond Neo-Empire stucwerk. Hierachter na de trap de toegang tot de keuken. De keuken beschikt nog over de oorspronkelijke houten schouw, gootsteen en keukenkastjes. Het geheel is betegeld in wit en helderblauw, waarbij de tegels een kwartslag zijn gedraaid. Een Jugendstil blauw-witte sierband met zweepslagmotief completeert het geheel. Ter rechterzijde van de gang bevinden zich de deuren naar de voor- en achterkamer. Naar de voorkamer zijn dit dubbele deuren. Alle deuren zijn voorzien van diamantkoppen en omlijst door gesneden houten deurstijlen. Tussen beide kamers bevinden zich schuifdeuren met gefacetteerd glas. De vensterbanken zijn uitgevoerd in marmer, het koperen hang- en sluitwerk heeft Neo-Renaissance vormen. In de voorkamer is een schouw met Toscaanse zuiltjes in wit met groen/geel marmer. Eenzelfde schouw in de achterkamer in leverkleur met rood marmer. Deze schouw heeft een bovenlijst met diamantkoppen, trigliefen en metopen, daar boven een spiegel. De plafonds hebben profielranden en rozetten zoals in bovengenoemde kamer. De paneeldeur naar de achterkamer en eenzelfde deur naar de bijkeuken aan het einde van de gang zijn voorzien van gematteerd mousseline glas. Aan de achterkamer is een grote serre vastgebouwd. De serre was oorspronkelijk kleiner maar is in dezelfde stijl vergroot. In de bovenlichten van de zijwand bevinden zich glas-in-lood ramen van kathedraalglas met Jugendstil voorstelling van zwanen en lotusbloemen. Onder de trap bevindt zich de deur naar de kelder. Het huis is half onderkelderd. Het plafond bestaat uit gemetselde troggewelfjes op stalen profielbalken. Op de grond liggen donkergrijze plavuizen. Aan de voorzijde bevindt zich een ruimte met aan twee zijden getoogde gemetselde bakken als wijnopslag. In het midden een klein kastje met vliegengaas en porseleinen knopje. In de ruimte die aan de achtergevel grenst enkele lage gemetselde bakken voor opslag. Hieraan vast een ruimte die oorspronkelijk verder doorliep maar later is dichtgemetseld. Boven bevinden zich de slaapetage, een zolder en een beloopbare vliering. Op de eerste etage bevindt zich onder meer een kamer-en-suite met schuifdeuren met Art Déco beglazing. Deze zijn hergebruikt en afkomstig uit een huis in Breda. Achter in de hoek is een opvallende hoekschouw met strenge Jugendstil decoratie. In de ruimte middenachter is een vernieuwde badkamer met een aparte ruimte voor het toilet, dit is nog oorspronkelijk. Het toilet staat op een verhoging, het terrazzovloertje volgt met een grijs marmerrandje de afgeschuinde hoeken hiervan. De ruimte is betegeld met blauw-witte ruitsgewijs vastgezette tegels en een Jugendstil sierband zoals in de keuken. Het ijzeren reservoir steunt op gietijzeren consoles met Neo-Renaissance krulwerk.

De voortuinen van de panden zijn afgeschermd door een smeedijzeren sierhek. De entree van beide huizen wordt voorafgegaan door een dubbel smeedijzeren hek tussen gietijzeren staanders met de naam van het pand erin verwerkt.

Waardering

Het dubbele herenhuis is van algemeen belang. Het heeft cultuurhistorisch belang als voorbeeld van een sociaal-economische en typologische ontwikkeling, namelijk de stichting van fabrikantenwoningen binnen het stedelijke weefsel. Het gebouw heeft grote architectuurhistorische waarde vanwege de stijl en als voorbeeld van het oeuvre van de architect. Bovendien is het zeer belangrijk vanwege het materiaalgebruik en de ornamentiek, in het bijzonder de polychrome decoraties in het interieur. Tenslotte is het pand belangrijk vanwege de bijzondere gaafheid van in- en exterieur en in relatie tot de structurele gaafheid van de stedelijke omgeving. Het is als zodanig uiterst zeldzaam.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

Double TOWNHOUSE "Casa Cara" (156) and "Villa Anna" (158) from 1902 in Neo-Renaissance style designed by architect C.F. van Hoof for the Ironmongers and Steam Boilermakers Gebr. Deprez, whose business, the smithy and factory of Deprez, was located in 1998 to the west of the houses at Lange Nieuwstraat 172-174.

Description

The two-storey double house has a symmetrical facade arrangement with two corner risalits and is built of red machine-made brick. On the pitched roof lie black Tuile-du-Nord tiles.

The plinth and window sills are of hard stone. The facades are articulated horizontally by stretcher courses and white-painted plasterwork cornices. Vertically, the facades are articulated per bay by brick pilasters. The front facade has in the middle as the division between the two dwellings a pilaster with built-in zinc gutter with lion's head as crowning under the gutter line. To the right and left of this two sash windows with leaded lights in the fanlight. The windows have a worked lintel under a relieving arch with ornamental stucco infill.

Besides these windows, both houses have a worked panel door. The fanlight is worked as a climbing composed window in a double revealing arch and furnished with leaded lights depicting swans in a water feature. The corner risalits have on the ground floor a three-sided bay window. On the first floor this transforms into a rectangular narrower bay window with quarter-round side balconies. These have a balustrade of vase-shaped balusters with diamond-shaped heads at the corners. The glazing bars of the bay windows differ from the other windows. The arched fanlights have stylised floral motifs. Above the lintel follow three diamond-shaped heads, a moulded cornice and a vaulted zinc roof. The balustrade of all windows on this floor is furnished with white-plastered vase-shaped balusters. The windows have the same decorative execution as those on the ground floor. Beside the bay window two narrow sash windows, above the door one window and above the two windows beside the door a coupled six-light window. In the relieving arch a keystone is added which transforms into a short pilaster. Thereby the frieze under the moulded gutter line on blocks is divided into equal fields with a staggered finish of white and brown blocks. In the roof plane above the six-light windows a brick dormer window under a gabled roof. The arched window has a three-light fanlight with rollwork and spout with wrought-iron scroll anchor and pirn. The corner risalits have a gable with stepped spout, rollwork and zinc corner pirns. In the masonry stucco cartouches with the name of the house and in a double round arch-shaped revealing arch a composed six-light window. Above this a slit window with lintel and wrought-iron scroll anchor. The roof ridges are finished with an iron crête.

The side facades of the house are accentuated by a large three-sided bay window with T-windows over two storeys. The flat roof thereof has an iron crête; the chimney rises above it and is fixed to the roof by a wrought-iron tie rod. Under the gutter line of the side facades a double dentil course is laid in masonry. The tall narrow chimney with ornamental wall anchors is indicated in the masonry as a pilaster.

The rear facades have a conservatory at the corner. At the house number 156 this is still the original with diagonally arranged decorative strips, arched fanlights and a carved gutter line. The conservatory of the adjacent house has been enlarged and has a flat roof. Above the other conservatory a balcony with doors and wooden balustrade. The middle section is dominated by a two-and-a-half-storey extension under a flat roof, dating from the time of construction. The storey heights of these spaces, in which among other things the sanitary facilities are housed, do not correspond with those of the rest of the house. In this part there are as a half basement two panel doors. Above these two storeys with arched windows. Above the extension there is still a low three-part window and above this an arched window.

Beside this extension both houses have a composed six-light window above which a T-window. In the roof plane small dormers are placed under a sloping roof.

Both houses have an intact interior. A complete survey has been made of the dwelling number 158, of the house at number 156 only the ground floor has been recorded.

Interior no. 156, "Casa Cara".

Behind the front door is a draught lobby. On the floor and as wainscoting white marble. The walls are furnished with stucco with fields and in the corners Neo-Louis XVI flowers. On the left and right a white-painted statue on a pedestal. The right one has on the console the inscription Thalia, a muse. This female figure carries a mask in her hand. The left statue represents a woman with a globe in her raised hand. The inscription on the console is no longer legible. The doors to the corridor beyond have etched glass with a representation of birds in a hilly landscape. The fanlight has a curved form with Neo-Classical carving. This window and the side windows are also furnished with figurative etched glass. In the corridor a stair with wooden balusters. On the main baluster stands an Art Nouveau bronze figurine with torches. A copper plate bears the signature; Chout de la Fauvette-par J. Guillot. In the front room to the left of the front door there is on the ceiling stucco with Neo-Empire motifs. This whole is framed by whiplash motifs and otherwise Jugendstil stencilled paintings in pastel tints and gold. The doors with diamond-shaped heads are stained in two colours of wood. The moulded wooden frame is painted as if it were walnut.

The sliding doors between front and back room are hidden behind the wallpaper but are still there. The conservatory has the original size with on both sides Jugendstil leaded lights with cathedral glass depicting swans and lotus flowers. On the floor terrazzo. The walls are partly painted in pastel tints with golden lines, roses and in Jugendstil lettering the name Casa Cara. Two walls are furnished with a wall covering. The largest is signed P.N. van den Boer, 1905. It is oil on linen. The painting depicts a pastoral scene. In the foreground a lake with a man in a rowing boat, further a ruin of a crenellated tower, a small house, hills in the background and a hot air balloon on the horizon. The other painting is narrow and shows in an accidented environment swans in a lake.

Interior no. 158, "Villa Anna".

Behind the front door is a draught lobby. On the floor and as wainscoting white marble. The walls are furnished with stucco with fields and Neo-Louis XVI flowers in the corners. The doors to the corridor beyond have etched glass with a representation of birds and larches. The fanlight has a curved form with Neo-Classical carving. This window and the side windows are also furnished with figurative etched glass. In the corridor a stair with wooden balusters. On the left the door to the former consulting room. This contains a chimney piece of black and green marble, on the ceiling Neo-Empire stucco. Behind this after the stair the access to the kitchen. The kitchen still has the original wooden chimney piece, sink and kitchen cabinets. The whole is tiled in white and bright blue, the tiles rotated at 45 degrees. A Jugendstil blue-white decorative band with whiplash motif completes the whole. On the right side of the corridor are the doors to the front and back room. To the front room these are double doors. All doors are furnished with diamond-shaped heads and framed by carved wooden door frames. Between both rooms there are sliding doors with bevelled glass. The window sills are executed in marble, the copper hanging and closing hardware has Neo-Renaissance forms. In the front room is a chimney piece with Tuscan columns in white with green/yellow marble. The same chimney piece in the back room in livery colour with red marble. This chimney piece has a top cornice with diamond-shaped heads, triglyphs and metopes, above this a mirror. The ceilings have moulded borders and rosettes as in the aforementioned room. The panel door to the back room and the same door to the scullery at the end of the corridor are furnished with frosted mousseline glass. To the back room is built a large conservatory. The conservatory was originally smaller but has been enlarged in the same style. In the fanlights of the side wall are leaded light windows of cathedral glass with Jugendstil representation of swans and lotus flowers. Under the stair is the door to the basement. The house is half-cellared. The ceiling consists of brick barrel vaults on steel beams. On the ground grey stone flags. At the front is a space with on two sides arched brick bins for wine storage. In the middle a small cabinet with fly screen and porcelain knob. In the space adjoining the rear facade some low brick bins for storage. Adjoining this a space that originally extended further but was later bricked up. Above are the bedroom floor, an attic and a walkable attic space. On the first floor is among other things a bedroom suite with sliding doors with Art Deco glazing. These are reused and come from a house in Breda. In the back corner a striking corner chimney piece with severe Jugendstil decoration. In the middle back room a renovated bathroom with a separate space for the toilet, this is still original. The toilet stands on a raised platform, the terrazzo floor follows with a grey marble edge the bevelled corners thereof. The space is tiled with blue-white rhomboidal set tiles and a Jugendstil decorative band as in the kitchen. The iron reservoir is supported on cast iron consoles with Neo-Renaissance scrollwork.

The front gardens of the houses are screened by a wrought-iron ornamental fence. The entrance to both houses is preceded by a double wrought-iron gate between cast iron posts with the name of the house worked into it.

Valuation

The double townhouse is of general interest. It has cultural-historical importance as an example of a socio-economic and typological development, namely the establishment of manufacturer's houses within the urban fabric. The building has great architectural-historical value because of the style and as an example of the work of the architect. Moreover, it is very important because of the use of materials and the ornamentation, in particular the polychrome decorations in the interior. Finally, the house is important because of the exceptional intactness of interior and exterior and in relation to the structural integrity of the urban environment. As such, it is extremely rare.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map