Rijksmonumentenregister · Netherlands
Woonhuis, Kanaaldijk West 2
Breukelen, Utrecht, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Woonhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1891
- Address
- Kanaaldijk West 2, 3621 LG Breukelen (Stichtse Vecht 26)
- Place
- Breukelen
- Municipality
- Stichtse Vecht
- Province
- Utrecht
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.18949, 4.99571
- Monument number
- 520639
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
4 historical maps cover this location, the earliest the 1879 map "De Nieuwe Hollandsche Waterlinie en de stelling in de Geldersche Vallei / ontworpen door M.H.J. Plantenga ; geteekend door M. van Meurs" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
DIENSTWONING van het type veerhuis, met SCHUURTJE uit 1891 naar ontwerp van 1888 in de stijl van de Neo-Hollandse Renaissance is gebouwd in opdracht van Rijkswaterstaat. De dienstwoning aan de Kanaaldijk West is gelegen tussen het Amsterdam-Rijnkanaal en de westelijk daarvan gelegen spoorlijn Utrecht-Amsterdam. De woning is door de latere ophoging van de kanaaldijk deels in het dijklichaam opgenomen.
Het pand fungeerde als woning voor de pontwachter voor het voetveer `De Aa'. Het veer werd in 1892 in gebruik genomen en functioneert nog steeds. Ten noorden van de woning bevindt zich een identieke woning voor de overtoomwachter.
Omschrijving
Het woonhuis is in grauwe baksteen (in kruisverband met spouw, met uitgemetseld trasraam en knipvoeg) opgetrokken vanuit een rechthoekige plattegrond. Het vrijstaande, deels onderkelderde bouwvolume bestaat uit één bouwlaag met een zadeldak gedekt met gesmoorde kruispannen. Aan de achtergevel (westzijde) bevindt zich een lagere uitbouw onder lessenaarsdak en een gemetselde koekoek voor de kelder. Het oostelijke dakvlak wordt doorsneden door een niet-oorspronkelijke dakkapel. Er bevinden zich twee gemetselde schoorstenen. Op de nok is een siersmeedwerk met koperen windvaan geplaatst. De gevels worden geleed door gecementeerde en wit geschilderde banden en hoekstenen. De ventilatieroosters van de spouw bestaan uit gietijzeren rozetten. De rechtgesloten vensters en deur in de eerste bouwlaag zijn uitgevoerd met boogvelden met meerkleurig siermetselwerk onder rondboogvormige ontlastingsbogen met gecementeerde blokken en sluitstenen. De vensters zijn voorzien van houten paneelluiken en T-schuiframen met natuurstenen lekdorpels. De drieassen tellende, symmetrisch ingedeelde voorgevel (oostzijde) bevat een centraal geplaatste entree met natuurstenen stoep, strokendeur met smeedijzeren hang- en sluitwerk en bovenlicht. De langsgevels worden afgesloten met gemetselde sierranden en uitgemetselde gootklossen onder een geprofileerde houten gootlijst. De achterdeur in de uitbouw aan de westzijde is als in de voorgevel uitgevoerd met een rijk beslagen houten deur en natuurstenen stoep. Het houten voorportaal met plat dak is niet oorspronkelijk. De kopgevels (noord- en zuidgevels) zijn trapgevels met geprofileerde dekplaten. In de top bevindt zich een gemetselde, uitkragende gevelmakelaar met een kunststenen segmentboogvormig fronton ter bekroning. In de topgevel zijn smeedijzeren sierankers toegepast. In de topgevels bevindt zich telkens één rechtgesloten venster met hanekam en een houten stolpraam. De indeling van het interieur is grotendeels oorspronkelijk. De bakstenen schuur is opgetrokken vanuit een rechthoekige plattegrond. Het zadeldak tussen topgevels met hoog opgemetselde schouderstukken, is gedekt met gesmoorde platte friese pannen. De voorgevel die is gericht naar de woning heeft een onder een rollaag geplaatste deur en boven een luik. De houte aanbouwen aan de achtergevel is van ondergeschikt belang.
Waardering
De woning met bijbehorende schuur is van algemeen belang vanwege de cultuur- en architectuurhistorische waarde als gaaf bewaard voorbeeld van een dienstwoning uit 1891 in Neo-Hollandse Renaissance-stijl, gebouwd in opdracht van Rijkswaterstaat, en vanwege de functie als uitdrukking van en herinnering aan de geschiedenis van het kanaal. De woning heeft ensemblewaarde vanwege de relatie met de nabij gelegen overtoomwachterswoning en vanwege de beeldbepalende ligging aan het Amsterdam-Rijnkanaal en de ruimtelijk-functionele relatie met dit kanaal. Van bouwkundig belang als vroeg voorbeeld van een constructiewijze met de toepassing van een spouw.
Cultuurhistorische omschrijving
De aanleg van het Merwedekanaal in de jaren tachtig en negentig van de negentiende eeuw moest een goede waterverbinding tussen Amsterdam en de Merwede waarborgen. Het gedeelte van Amsterdam tot aan de Lek was is 1891 voltooid. In de periode van 1931-1956 is het kanaal verbreed en verlegd en kreeg het de naam het Amsterdam-Rijnkanaal. Waterstaat bouwde langs het Merwedekanaal een groot aantal dienstwoningen volgens een standaardtype, onder meer voor de huisvesting van de brug- en sluiswachters van de bruggen over het kanaal en de sluizen in de vaarten en weteringen die op dit water aansloten. Het kanaal doorsneedt ter plaatse van de dienstwoning de Honderdschen polder en de Breukelerwaard. In overleg met het waterschap Breukelerwaard werd overeengekomen dat Waterstaat een pont met aanlegplaatsen en een losplaats aan zou leggen. Met het Waterschap van de westelijk gelegen Honderdschen polder kwam Waterstaat de aanleg van een overtoom overeen. De bediening van zowel overtoom als pont was kosteloos.
De dienstwoningen werden naar een ontwerp van Waterstaat uit 1888 in de stijl van de Neo-Hollandse Renaissance uitgevoerd. Het algemene type dienstwoning werd met bijbehorende bakstenen schuur gebouwd, als enkele woning en als gespiegelde dubbele woning. Alle woningen werden uitgevoerd met een spouw en zijn vroege voorbeelden van deze constructiemethode.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
SERVICE DWELLING of the ferry house type, with SMALL SHED from 1891 designed in 1888 in the Neo-Dutch Renaissance style, built by order of Rijkswaterstaat. The service dwelling on the Kanaaldijk West is located between the Amsterdam-Rhine Canal and the railway line Utrecht-Amsterdam lying west of it. The building was partly incorporated into the dike structure by the later raising of the canal bank.
The property served as a dwelling for the ferryman for the foot ferry 'De Aa'. The ferry was put into operation in 1892 and still functions. To the north of the dwelling is an identical dwelling for the ferry-crossing keeper.
Description
The dwelling house is built in grey brickwork (in cross bond with cavity, with rendered trash frame and flush pointing) from a rectangular ground plan. The detached, partially cellaried building volume consists of one storey with a gabled roof covered with suppressed pan tiles. On the rear facade (west side) there is a lower extension under a catslide roof and a brick coal chute for the cellar. The eastern roof slope is intersected by a non-original roof dormer. There are two brick chimneys. On the ridge is decorative ironwork with a copper weathervane. The facades are articulated by cemented and white-painted bands and corner stones. The ventilation grilles of the cavity consist of cast iron rosettes. The straight-sided windows and door in the first storey are executed with arched fields with multicoloured decorative brickwork under semicircular relieving arches with cemented blocks and voussoirs. The windows are provided with wooden panel shutters and T-sash windows with natural stone sills. The three-bay, symmetrically arranged front facade (east side) contains a centrally placed entrance with natural stone step, batten door with wrought iron hinges and lock and fanlight. The long sides are terminated with brick decorative strips and rendered gutter blocks under a profiled wooden drip moulding. The rear door in the extension on the west side is executed as in the front facade with a richly mounted wooden door and natural stone step. The wooden front porch with flat roof is non-original. The gable ends (north and south facades) are stepped gables with profiled coping stones. In the top is a brick, corbelled gable ornament with a stone segmental arched pediment as a crown. Wrought iron ornamental wall anchors are used in the upper gable. In the top gables there is each one straight-sided window with cock's comb and a wooden fixed frame. The interior arrangement is largely original. The brick shed is built from a rectangular ground plan. The gabled roof between stepped gables with high built-up shoulders, is covered with suppressed flat Friesian tiles. The front facade facing the dwelling has a door placed under a roll course and above it a shutter. The wooden extension on the rear facade is of subsidiary importance.
Valuation
The dwelling with associated shed is of general importance because of the cultural and architectural-historical value as a well-preserved example of a service dwelling from 1891 in Neo-Dutch Renaissance style, built by order of Rijkswaterstaat, and because of its function as an expression of and reminder of the history of the canal. The dwelling has ensemble value because of the relationship with the nearby ferry-crossing keeper's dwelling and because of its prominent location on the Amsterdam-Rhine Canal and the spatial-functional relationship with this canal. Of architectural importance as an early example of a construction method with the application of a cavity.
Cultural-historical description
The construction of the Merwede Canal in the eighteen-eighties and eighteen-nineties of the nineteenth century was to ensure a good water connection between Amsterdam and the Merwede. The section from Amsterdam to the Lek was completed in 1891. In the period 1931-1956 the canal was widened and diverted and received the name the Amsterdam-Rhine Canal. Waterstaat built a large number of service dwellings along the Merwede Canal according to a standard type, including for the housing of the bridge and lock keepers of the bridges over the canal and the locks in the waterways and ditches that connected to this water. The canal intersects at the location of the service dwelling the Honderdschen polder and the Breukelerwaard. In consultation with the waterboard Breukelerwaard it was agreed that Waterstaat would construct a ferry with landing places and an unloading place. With the Waterboard of the Honderdschen polder to the west Waterstaat agreed on the construction of a ferry-crossing. The operation of both ferry-crossing and ferry was free of charge.
The service dwellings were executed according to a Waterstaat design from 1888 in the Neo-Dutch Renaissance style. The general type of service dwelling was built with an associated brick shed, as a single dwelling and as a mirrored double dwelling. All dwellings were executed with a cavity and are early examples of this construction method.
Nearby in the register
- Woonhuis, Kanaaldijk West 1Woonhuisunder 1 mi
- Over HollandTuin, park en plantsoenunder 1 mi
- Tuin, park en plantsoen, Rijksstraatweg bij 18Tuin, park en plantsoenunder 1 mi
- Over HollandBijgebouwen kastelen enz.under 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.