Rijksmonumentenregister · Netherlands
Nijenrode
Breukelen, Utrecht, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Bijgebouwen kastelen enz.
- Function
- Koetshuis(L)
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1916
- Address
- Straatweg 25, 3621 BG Breukelen (Stichtse Vecht 26)
- Place
- Breukelen
- Municipality
- Stichtse Vecht
- Province
- Utrecht
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.16316, 5.00908
- Part of complex
- 520607
- Monument number
- 520611
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1906 map "Rijnland" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Voormalig KOETSHUIS, als onderdeel van de buitenplaats Nijenrode. De buitenplaats heeft zijn oorsprong in een 13de eeuws kasteel. Belangrijke uitbreidingen en restauraties hebben zich onder meer in de 17de eeuw voorgedaan onder Johan I Ortt, die ook de opdracht gaf voor de aanleg van een formele tuin. Vanaf 1907 was de buitenplaats in het bezit van de Amsterdamse koffiehandelaar Michiel Onnes. Hij liet het kasteel onder leiding van architect E.G. Wentinck herstellen naar een 17de eeuwse situatie en voegde enkele bijgebouwen toe. De tuinarchitecten L.A. Springer en H. Copijn waren verantwoordelijk voor de tussen 1912-1915 tot Landschappelijke tuin omgevormde aanleg met een gemengd karakter. Thans zetelt Nijenrode Universiteit voor Bedrijfskunde in het kasteel en is met de aankoop van grond in de richting van het Amsterdam Rijnkanaal het grondgebied van de buitenplaats opnieuw vergroot.
Omschrijving
Het voormalige koetshuis bevindt zich ten zuidwesten van het kasteel. Het vrijstaande pand is in baksteen (kruisverband, terugliggende voeg) opgetrokken vanuit een samengestelde plattegrond. Rond een rechthoekige binnenplaats liggen vleugels van één bouwlaag hoog met zadeldaken. De twee vleugels aan de noordwest- en zuidoostzijde liggen met de nokrichting zuidwest-noordoost georiënteerd. De kopse gevels aan de noordoostzijde zijn uitgevoerd met trapgevels. Aan de noordoostzijde liggen twee lagere vleugels dwars op de twee hoofdvleugels met in het midden een centraal gelegen poortgebouw van twee bouwlagen met tentdak. Op de dakschilden van het tentdak bevinden zich houten dakkapellen met driehoekige frontons en houten luiken.
De vleugel aan de achterzijde (zuidwestzijde) bestaat uit een centraal bouwvolume onder afgeplat schilddak. Dit centrale deel doet zich aan de binnenplaats voor als een anderhalf bouwlagen hoog volume en aan de achterzijde als een twee bouwlagen hoog volume. De overgang van het dak van dit hoofdvolume naar de zijvleugels wordt gevormd door een twee dwarsgeplaatste zadeldaken met trapgeveltjes. Aan de achterzijde van het centrale bouwvolume grijpt een schilddak in van een uitbouw van twee bouwlagen op rechthoekig grondvlak. Deze aanbouw met Toscaanse zuilen maakte oorspronkelijk deel uit van het kasteel, waar het - net als hier in het koetshuis - dienst deed als overdekte wasplaats. Aan de zuidzijde bevinden zich voorts twee nevenvolumes onder respectievelijk een schilddak en een zadeldak. De twee lage driezijdige moderne volumes in de oksels van de bouwvolumes aan de zuidwestzijde zijn niet betrokken bij de bescherming. Aan de zuidzijde bevindt zich een nevenvolume onder tentdak. De daken zijn gedekt met rode Oud-Hollandse pannen. De dakschilden zijn verlevendigd met Vlaamse gevels, waarvan de trapgevels met natuurstenen aanzetstenen en dekplaten uitgevoerd zijn. De steekkappen zijn gedekt met rode Oud-Hollandse pannen. Een aantal is uitgerust met houten hijsbalken, afgedekt met zinken afdekking en dito sierelement. De dakvoeten zijn uitgerust met houten bakgoten op klossen met eenvoudige lijsten. Op de nokken van de tentdaken en de schilddaken is een zinken piron geplaatst. Op de nok van het noordwestelijke zadeldak bevindt zich een met zink bekleedde achthoekige dakruiter met ui-vormige bekroning. De gevels zijn verrijkt met smeedijzeren muurankers. Vensters komen in vele typen voor: klooster- en kruiskozijnen in verschillende breedtes onder ontlastingsboog met onderluiken en rechtgesloten enkele en meervoudige vensters onder strek met vaste -, naar binnen draaiende - en klepramen. Karakteristiek voor deze vensters zijn de houten kozijnen, waarvan de boven- en onderdorpel in de gevels doorlopen en de diepe negge, waarin de ramen geplaatst zijn. Bij de klooster- en kruiskozijnen zijn de onderramen diep in de negge geplaatst, terwijl de bovenlichten vóór in de kozijnen geplaatst zijn. De luiken zijn in geel en rood geschilderd, een verwijzing naar het wapen van Ruwiel. De getoogde gevelopeningen voor de poorten en deuren zijn uitgevoerd met trapsgewijs verspringende dagkanten en met rollagen.
De voorgevel (noordoostzijde) bestaat uit drie hoofdonderdelen. Links en rechts zijn er trapgevels met in de top een kloosterkozijn. In de rechter trapgevel bevinden zich bovendien twee rechtgesloten vensters. In het midden bevindt zich de poort met natuurstenen neggeblokken. Daarboven bevindt zich een gevelsteen ter herdenking van Gijsbrecht van Nijenrode (1351-1396), ridder van Holland onder Hertog Willem van Beieren, met een Latijnse tekst die zijn functies en verrichtingen vermeldt.
De linkerzijgevel (zuidoostzijde) heeft ter plaatse van de vleugel onder zadeldak twee Vlaamse gevels met kruiskozijnen. In de gevel zijn (van rechts naar links) drie kloostervensters, een kruiskozijn en drie kloostervensters geplaatst. In het geveldeel met de trapgevel (ter plaatse van het trappenhuis) verspringen de vensters trapsgewijs.
De rechterzijgevel (noordwestzijde) heeft ter plaatse van de vleugel onder zadeldak twee Vlaamse gevels met kruiskozijnen. Een rondboogvormig poortje leidt naar een onderdoorgang, die naar het binnenplein leidt, met bakstenen kruisribgewelven en natuurstenen sluitstenen en consoles. Rechts bevindt zich een glasdeur met bovenlicht, beide met roedenverdeling. Daarnaast bevat de gevel hooggeplaatste, enkele vensters. In het risalerende bouwdeel met trapgevel bevinden zich een viervoudig venster en in de top een kloostervenster. In het rechter bouwdeel onder schildkap bevinden zich twee drievoudige vensters.
De achtergevel (zuidwestzijde) bevat twee meervoudige vensters. De binnengevel aan de noordoostzijde van de binnenplaats bestaat uit drie gevelvlakken. In het linkervlak bevindt zich een centraal geplaatste entree met aan weerszijden een enkel venster. De risalerende poort is uitgevoerd met trapeziumvormige neggeblokken. Daarboven bevindt zich een kruisvenster. Het rechter gevelvlak bevat een kruisvenster en een deur.
De binnengevel aan de zuidoostzijde is uitgerust met twee Vlaamse gevels, waarvan de rechter een hijsbalk heeft. De gevel bevat (van links naar rechts) een getoogde deur, waarboven een gevelsteen `In 't witte peert' geplaatst is, twee kloostervensters, een getoogde deur, een kloostervenster, een grote toog met dubbele, opgeklampte inrijdeuren en een kloosterkozijn. In de getoogde ingang met inrijdeuren werd in 1985 een binnenpui met glasdeuren geplaatst.
De binnengevel (noordwestzijde) bevat links een getoogde deur en rechts daarvan vier hooggeplaatste gekoppelde vensters. Tussen de vensters is een gebeeldhouwd witmarmeren fonteintje aangebracht. Rechts bevindt zich de getoogde toegang tot de onderdoorgang naar de noordwestzijde.
De binnengevel (zuidwestzijde) heeft drie getoogde gevelopeningen, waarvan de gedrukte toog verrijkt is met natuurstenen neggeblokken. In 1946 zijn de inrijdeuren door architect Weele vervangen door glas-in-lood ramen en deuren. Onder de ramen werden nieuwe gevels gemetseld. In de topgevel bevindt zich een kruiskozijn met daarboven een hijsbalk. De gevelmakelaar is uitgemetseld en wordt gesierd door een gebeeldhouwde leeuw.
De uitbouw aan de zuidwestzijde bestaat uit een gemetseld podium waarop Toscaanse zuilen geplaatst zijn. Deze natuurstenen zuilen dragen een houten hoofdgestel, waarop het schilddak rust. Het interieur van het centrale hoofdvolume (koets- en autostalling), de voormalige stallen aan de noordwestzijde en de ziekenstal aan de noordzijde is uitgevoerd met betegelde lambrizeringen en ronde deur- en vensterkozijnen in blauw en groen en bovenaan een sierrand. Aan de noordwestzijde van de centrale ruimte bevat de wand drie getoogde deuren, waarachter eertijds onder meer de tuig- en de poetskamer en een lokaal voor sleden gesitueerd waren. Aan de zuidwestzijde van deze ruimte bevindt zich de doorgang naar de voormalige wasplaats. Deze uitbouw heeft een beschoten kap in de vorm van een gedrukt tongewelf. Hier is de Toscaanse, natuurstenen zuilengalerij en een natuurstenen poort met pilasters verwerkt. De galerij is op de eerste bouwlaag geplaatst en is recent met glas dichtgezet. Aan de noordwest- en zuidoostzijde bevindt zich een getoogde deur. Aan de zuidoostzijde van de centrale ruimte zijn het trappenhuis met niet oorspronkelijke trap en de voormalige was- en kleedkamers gesitueerd. Aan de noordoostzijde bevindt zich een voormalige keuken/schaftlokaal met kooknis, witjes en achttiende-eeuwse houten scheluwe trap in Louis XV-stijl. In de vleugel aan de zuidoostzijde bevonden zich de machinekamer en bergplaatsen, onder meer voor brandstof.
Waardering
Het pand is van algemeen belang vanwege de cultuur- en architectuurhistorische waarde als gaaf bewaard voorbeeld van een koetshuis uit 1916, vanwege de detaillering en de tegelwanden in het interieur en als functioneel onderdeel van de buitenplaats Nijenrode. Het koetshuis heeft stedenbouwkundige waarde vanwege de visuele en ruimtelijk-functionele relatie met de andere onderdelen van het complex, in het bijzonder het poortgebouw en het kasteel en door de beeldbepalende ligging.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
Former COACH HOUSE, as part of the country estate Nijenrode. The country estate has its origins in a 13th-century castle. Important extensions and restorations took place in particular in the 17th century under Johan I Ortt, who also commissioned the creation of a formal garden. From 1907 the country estate was owned by Amsterdam coffee merchant Michiel Onnes. He had the castle restored under the direction of architect E.G. Wentinck to a 17th-century condition and added some outbuildings. The garden architects L.A. Springer and H. Copijn were responsible for the layout transformed between 1912-1915 into a landscape garden with mixed character. Nijenrode University for Business Administration now has its seat in the castle and with the purchase of land in the direction of the Amsterdam Rhine Canal the territory of the country estate has been enlarged once more.
Description
The former coach house is situated to the southwest of the castle. The detached building is constructed in brick (flemish bond, recessed joint) based on a complex floor plan. Around a rectangular courtyard lie wings one storey high with gabled roofs. The two wings on the northwest and southeast sides are oriented with their ridge direction southwest-northeast. The end gables on the northeast side are executed with stepped gables. On the northeast side lie two lower wings perpendicular to the two main wings with in the middle a centrally located gate building of two storeys with a hip roof. On the roof slopes of the hip roof are located wooden roof dormers with triangular pediments and wooden shutters.
The wing at the rear (southwest side) consists of a central building volume under a truncated hipped roof. This central part presents itself on the courtyard side as a one-and-a-half storey high volume and on the rear side as a two-storey high volume. The transition from the roof of this main volume to the side wings is formed by two transversely placed gabled roofs with small stepped gables. At the rear of the central building volume a hipped roof from an extension of two storeys on a rectangular floor plan adjoins. This extension with Tuscan columns originally formed part of the castle, where it - as also here in the coach house - served as a covered laundry. On the south side there are furthermore two auxiliary volumes under respectively a hipped roof and a gabled roof. The two low three-sided modern volumes in the angles of the building volumes on the southwest side are not included in the protection. On the south side is a auxiliary volume under a hip roof. The roofs are covered with red Dutch old-style tiles. The roof slopes are enlivened with Flemish gables, of which the stepped gables are executed with natural stone setting stones and cover plates. The roof ridges are covered with red Dutch old-style tiles. A number are equipped with wooden lifting beams, covered with zinc capping and corresponding decorative element. The roof feet are equipped with wooden gutters on brackets with simple mouldings. On the ridges of the hip roofs and the hipped roofs a zinc finial has been placed. On the ridge of the northwestern gabled roof is located an octagonal roof turret clad in zinc with an onion-shaped crest. The gables are enriched with wrought-iron wall anchors. Windows appear in many types: cloister and cross windows in various widths under relieving arch with lower shutters and straight-closed single and multiple windows under lintel with fixed -, inward-opening - and hopper lights. Characteristic of these windows are the wooden frames, of which the upper and lower sill run through in the gables and the deep rebate in which the lights are placed. At the cloister and cross windows the lower lights are placed deep in the rebate, while the fanlights are placed in front in the frames. The shutters are painted in yellow and red, a reference to the Ruwiel coat of arms. The arched wall openings for the doors are executed with step-wise offset reveals and with relieving arches.
The front gable (northeast side) consists of three main components. Left and right are stepped gables with at the top a cloister window. In the right stepped gable there are also two straight-closed windows. In the middle is the gate with natural stone rebate blocks. Above this is a wall stone commemorating Gijsbrecht van Nijenrode (1351-1396), knight of Holland under Duke Willem van Beieren, with a Latin text mentioning his offices and deeds.
The left side gable (southeast side) has at the location of the wing under gabled roof two Flemish gables with cross windows. In the gable are placed (from right to left) three cloister windows, a cross window and three cloister windows. In the gable section with the stepped gable (at the location of the staircase) the windows step upwards.
The right side gable (northwest side) has at the location of the wing under gabled roof two Flemish gables with cross windows. A rounded arched small gate leads to a passage, which leads to the inner courtyard, with brick cross-ribbed vaults and natural stone keystones and corbels. On the right is a glass door with fanlight, both with glazing bars. Next to it the gable contains high-placed single windows. In the projecting building section with stepped gable are a fourfold window and at the top a cloister window. In the right building section under truncated hipped roof are two threefold windows.
The rear gable (southwest side) contains two multiple windows. The inner gable on the northeast side of the courtyard consists of three gable surfaces. In the left surface is a centrally placed entrance with on either side a single window. The projecting gate is executed with trapezoidal rebate blocks. Above this is a cross window. The right gable surface contains a cross window and a door.
The inner gable on the southeast side is equipped with two Flemish gables, of which the right one has a lifting beam. The gable contains (from left to right) an arched door, above which a wall stone 'In 't witte peert' is placed, two cloister windows, an arched door, a cloister window, a large arch with double, clamped carriage doors and a cloister window. In the arched entrance with carriage doors a shop-front with glass doors was placed in 1985.
The inner gable (northwest side) contains on the left an arched door and to the right of it four high-placed coupled windows. Between the windows a sculptured white marble fountain basin is fitted. On the right is the arched access to the passage to the northwest side.
The inner gable (southwest side) has three arched wall openings, of which the depressed arch is enriched with natural stone rebate blocks. In 1946 the carriage doors were replaced by architect Weele with leadlight windows and doors. Below the windows new gables were built. In the top gable is a cross window with above it a lifting beam. The gable coping is built up and is decorated with a sculptured lion.
The extension on the southwest side consists of a brick platform on which Tuscan columns are placed. These natural stone columns support a wooden entablature, on which the hipped roof rests. The interior of the central main volume (coach and car garage), the former stables on the northwest side and the sick stable on the north side is executed with tiled wainscot and round door and window frames in blue and green and at the top a decorative border. On the northwest side of the central space the wall contains three arched doors, behind which formerly inter alia the harness and cleaning room and a room for sleighs were situated. On the southwest side of this space is the passage to the former laundry. This extension has a boarded roof in the form of a depressed barrel vault. Here the Tuscan natural stone column gallery and a natural stone gate with pilasters are incorporated. The gallery is placed on the first storey and has recently been closed with glass. On the northwest and southeast sides is an arched door. On the southeast side of the central space are situated the staircase with non-original stairs and the former wash and changing rooms. On the northeast side is a former kitchen/staff room with cooking niche, fixtures and an eighteenth-century wooden open-string staircase in Louis XV style. In the wing on the southeast side were the machine room and storage spaces, inter alia for fuel.
Valuation
The building is of general interest because of its cultural and architectural-historical value as a well-preserved example of a coach house from 1916, because of the detailing and the tiled walls in the interior and as a functional component of the country estate Nijenrode. The coach house has urban design value because of the visual and spatial-functional relationship with the other components of the complex, in particular the gate building and the castle and because of its image-determining location.
Nearby in the register
- NijenrodeTuin, park en plantsoenunder 1 mi
- NijenrodeKasteel, buitenplaatsunder 1 mi
- NijenrodeBijgebouwen kastelen enz.under 1 mi
- NijenrodeTuin, park en plantsoenunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.