TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Nijenrode

Breukelen, Utrecht, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kasteel, buitenplaats
Function
Kasteel
Category
onroerend gebouwd
Built
1200 - 1300
Address
Straatweg bij 25, 3621 BG Breukelen (Stichtse Vecht 26)
Place
Breukelen
Municipality
Stichtse Vecht
Province
Utrecht
Country
Netherlands
Coordinates
52.16392, 5.00955
Part of complex
520607
Monument number
520609

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

5 historical maps cover this location, the earliest the 1637 map "The Bishoprick of Ultraiectum. Ultraiectum Dominium" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Het KASTEEL Nijenrode bevindt zich op een veelhoekig eiland, dat in de slotgracht ten westen van de Straatweg te Breukelen ligt. De oeververbinding komt tot stand met twee OPHAALBRUGGEN en een POORT. Kasteel, twee ophaalbruggen en poort vormen onderdeel van de buitenplaats Nijenrode. De buitenplaats heeft zijn oorsprong in een 13de eeuws kasteel. Belangrijke uitbreidingen en restauraties hebben zich onder meer in de 17de eeuw voorgedaan onder Johan I Ortt, die ook de opdracht gaf voor de aanleg van een formele tuin. Vanaf 1907 was de buitenplaats in het bezit van de Amsterdamse koffiehandelaar Michiel Onnes. Hij liet het kasteel onder leiding van architect E.G. Wentinck herstellen naar een 17de eeuwse situatie en voegde enkele bijgebouwen toe. De tuinarchitecten L.A. Springer en H. Copijn waren verantwoordelijk voor de tussen 1912-1915 tot Landschappelijke tuin omgevormde aanleg met een gemengd karakter. Thans zetelt Nijenrode Universiteit voor Bedrijfskunde in het kasteel en is met de aankoop vangrond in de richting van het Amsterdam Rijnkanaal het grondgebied van de buitenplaats opnieuw vergroot.

Omschrijving

Het eiland waarop het kasteel ligt, is rondom uitgevoerd met een bakstenen keermuur voorzien van natuurstenen dekplaten, die ter plaatse van het kasteel onderdeel uitmaakt van de kasteelmuren. Aan de oostzijde doorbreekt een uitkragend natuurstenen balkon uit de tijd van Johan Ortt III (midden zeventiende eeuw) de keermuur. De twee hoekpenanten van de natuurstenen balustrade van het balkon dragen gebeeldhouwde leeuwen, die het wapen van Nijenrode vasthouden. De twee beeldbepalende lindes op het eiland (ten westen van het balkon) dateren van 1780. Aan de zuidzijde van het eiland wordt de keermuur doorbroken door een natuurstenen poort, die zelfstandig gefundeerd is. Een ophaalbrug verbindt het eiland en de poort met het zuidelijke vasteland. Direct verbonden met de kasteelmuur ligt aan de noordzijde een tweede ophaalbrug, die de noordelijke entree met het noordelijke vasteland verbindt. Het kasteel is langs de noordzijde van het eiland opgetrokken vanuit een samengestelde plattegrond. Aan de zuidzijde ligt het ommuurde kasteelplein waar zich voor een gevel geplaatst gebeeldhouwde, marmeren haan op een achttiende-eeuwse natuurstenen sokkel bevindt. Onder de huidige grindlaag bevindt zich een klinkerbestrating.

De houten brug aan de zuidzijde van het eiland bestaat uit een vast deel en een beweegbaar deel. Het brugdek rust op een houten constructie van balken en palen. Aan de noordzijde sluit het brugdek aan op de fundering van de poort. De hameipoort van de ophaalbrug is uitgevoerd met een toog. De verbindingen van de onderdelen en van de balans zijn van ijzer, evenals de langsschoren en hangstangen. De leuningen van de val zijn van hout. De balustrades van de vaste brug bestaan uit gietijzeren hekwerken.

De classicistische poort met rondboogvormige doorgang staat op een fundering van baksteen en natuursteen. Aan weerszijden van de poort staan geblokte kolommen in baksteen en natuursteen op een rechthoekig grondvlak, die uitgevoerd zijn met uitkragende natuurstenen dekplaten en lisenen. De geblokte lisenen zijn via een ingezwenkt deel verbonden met de keermuur rond het eiland. De natuurstenen poort is voorzien van halfronde zuilen, een kroonlijst met in het fries het credo van Nijenrode "Cedo Nulli" en een fronton met gebeeldhouwde, heraldische motieven met het wapen van Nijenrode in het midden. Rechts in de brug is een baksteen als gedenksteen ingemetseld. Aan de binnenzijde van de poort is de tekst: "In dualitate fortitudo" (in tweezijdigheid kracht) verwerkt.

De houten voetbrug aan de noordzijde van het eiland bestaat uit een vast deel en een beweegbaar deel. Het brugdek rust op een houten constructie van balken en palen. Aan de zuidzijde sluit het brugdek aan op de kasteelgevel. Aan de noordzijde rust het brugdek op een gemetselde fundering, die met gebogen keermuurtjes met natuurstenen dekplaten wordt afgesloten. De hameipoort van de ophaalbrug is rondboogvormig. De verbindingen van de onderdelen en van de balans zijn van ijzer, evenals de langsschoren. De leuningen van de val en hangstangen zijn van hout. De balustrades van de vaste brug bestaan uit houten hekwerken.

Het kasteel is grotendeels onderkelderd en gedeeltelijk gefundeerd op de Middeleeuwse funderingen. Het is in baksteen opgetrokken vanuit een samengestelde, L-vormige plattegrond. De donjon aan de westzijde is in vier bouwlagen opgetrokken vanuit een nagenoeg vierkante plattegrond. De samengestelde kap bestaat uit twee parallel geplaatste schilddaken waartussen zich een zakgoot bevindt. Op de hoeken van de donjon bevinden zich ter hoogte van de gekanteelde borstwering uitgemetselde torens, die voorzien zijn van achtzijdige helmen. Aan de zijde van het binnenplein bevindt zich een vijfzijdige torenvormige uitbouw van drie bouwlagen. In deze toren bevindt zich een getoogde entree met een houten deur. Tegen de gevel is een stoep gemetseld. Schuin op de donjon (zuidwest-noordoost georiënteerd) staat een bouwdeel van twee bouwlagen op rechthoekige plattegrond, dat voorzien is van een zadeldak. Halverwege - aan het binnenplein - bevindt zich een vijfzijdige traptoren van twee en een halve bouwlaag, die voorzien is van een achtzijdig schilddak. Aan de oostelijke zijde sluit schuin op dit volume een bouwvolume van twee bouwlagen op een rechthoekig grondvlak aan. Dit volume heeft een zadeldak met een schildvormige afsluiting aan de oostzijde. Op de kruising van deze twee volumes bevindt zich een gemetselde vierkante toren. De onderbouw wordt afgesloten met een natuurstenen, opengewerkte balustrade, die rust op natuurstenen consoles. De houten, achthoekige opbouw is met lood bekleed. De samengestelde spits bestaat uit een uivormig deel op een ingezwenkte voet. Daarboven bevindt zich een opengewerkt deel waarin de klokken hangen; Klokkenspel, bestaande uit 16 Taylorklokken uit 1915/1928. Trommelspeelwerk van Addicks, uit 1928. Geheel boven bevindt zich een tapstoelopende spits waarop een windvaan van geslagen en verguld ijzer is geplaatst, waarin het wapen van Nijenrode is verwerkt.

Op de zuidoosthoek bevindt zich een volume van twee bouwlagen met helm. In de noordoostelijke oksel bevindt zich een driezijdige traptoren van twee bouwlagen met een achtzijdige, geknikte helm.

De daken zijn gedekt met leien in rijndekking. De dakvoeten worden afgesloten met uitkragende lijsten en bakgoten op klossen. De dakschilden worden net boven de dakvoet doorsneden door houten dakkapellen met vijfzijdige daken, die gedekt zijn met leien in rijndekking en bekroond worden door loden pirons. In de kapellen bevinden zich houten draairamen. Hoger op de dakschilden zijn kleinere dakkapellen geplaatst, die voorzien zijn van luiken. De luiken zijn in de kleuren van Nijenrode geschilderd. Op de nokken bevinden zich gemetselde, achthoekige schoorstenen op vierkante onderbouwen. De schoorstenen worden bekroond door spitsen van getrokken ijzerwerk met windvanen (standaardtype). De (trap)torens zijn eveneens bekleed met leien in rijndekking en worden bekroond door loden pirons.

De gevels van de donjon kenmerken zich door een robuuste, Middeleeuwse geslotenheid. De asymmetrische gevels hebben staande, lichtgetoogde vensters onder rollagen in twee typen: een enkel venster met luik en glas-in-lood ramen en een tweedelig venster met onder een luik en glas-in-lood ramen. In de gevels komt bovenaan een omlopend uitgemetseld boogfries voor. De kantelen hebben ezelsruggen en smalle openingen. Ook onder de hoektorens zijn boogfriesen gemetseld.

De gevels van de twee bouwlagen hoge volumes worden verdiepingsgewijs geleed door natuurstenen doorgaande lijsten, waarvan de lekdorpels deel uit maken. De gevels bevatten houten klooster- en kruiskozijnen, beide met onderluiken. De ramen bevatten glas-in-lood met antiek glas. De bovenramen zijn vast, de onderramen zijn naar binnen draaiende ramen. De kloostervensters en een aantal kruisvensters zijn uitgevoerd met overstekende bovendorpels met daarboven doorgaand metselwerk respectievelijk met natuurstenen hanekammen, waarvan de sluitsteen geornamenteerd is (eerste bouwlaag), of driehoekige - en segmentvormige frontons (tweede bouwlaag). Er zijn verschillende typen siersmeedijzeren muurankers verwerkt. De gevels van de twee bouwlagen hoge volumes aan het voorplein bestaan van links naar rechts uit: een drie traveeën brede gevel met in het midden een getoogde entree (A); een vijfzijdige toren met verspreid en bovenin sleufvormige vensters; een twee assen tellend geveldeel met per bouwlaag een kloostervenster en boven de dakvoet een Vlaamse gevel (B); een drie assen tellend deel met rechts een getoogde entree (C) en voorts kruiskozijnen; een traptoren met kloosterkozijnen; een nagenoeg blinde gevel met in het midden een rechtgesloten entree; een twee assen tellend geveldeel met in iedere bouwlaag kruiskozijnen. Geveldeel A bevat een natuurstenen getoogde entree in de stijl van het classicisme met een getoogde deur waarvoor zich een natuurstenen trap met borstweringen bevindt. Halfzuilen aan weerszijden van de toog dragen een kroonlijst waarin op het fries anno 1632 in Romeinse letters is vermeldt. In het segmentboogvormige fronton bevindt zich een gebeeldhouwd monogram met de 'W' en de 'B' van Bernard van den Bongard en Wilhelmina van Bronckhorst. Ook in het metselwerk boven de entree is een gevelsteen met wapen geplaatst. Vóór de stoep liggen twee bolvormige schampstenen. Aan weerszijden van de entree bevinden zich getoogde vensteropeningen, waaronder zich een muurnis bevindt waarin natuurstenen balusters zijn geplaatst. De vensters zijn voorzien van natuurstenen neggeblokken, die verbonden zijn met de aangrenzende ovale vensters erboven. Beide vensters bevatten glas-in-lood ramen. Op de verdieping bevinden zich twee kloostervensters met daartussen een kruisvenster.

De trapgevel van de Vlaamse gevel (B) is uitgevoerd met natuurstenen dekplaten en een uitgemetselde gevelmakelaar die bekroond wordt door een gebeeldhouwde leeuw en een windvaan.

De entree C bevat een getoogde opening met een rechtgesloten glasdeur met getoogd bovenlicht en een classicistische, natuurstenen omlijsting, die afgesloten wordt met Maniëristisch rolwerk en een driehoekig fronton.

De vijfassen tellende gevel aan de oostzijde (grachtzijde) heeft in iedere bouwlaag een kruisvenster. In de keermuur bevindt zich een getoogde entree onder rollaag met deur.

De gevels aan de noordzijde (grachtzijde) bestaan uit een vijf assen tellende, symmetrische gevel met kruiskozijnen en een entree (D) ter plaatse van de ophaalbrug; de licht risalerende klokkentoren van vijf gemetselde bouwlagen met houten opbouw; een zes assen tellende, asymmetrische gevel met kruiskozijnen in verschillende grootten en daaronder een getoogde entree met een gemetselde stoep naar de gracht (met hardstenen dekplaten en bolvormige sierelementen) en rechtgesloten houten deur en rechts daarvan een klein kloosterkozijn onder rollaag.

De entree D bestaat uit een getoogde glasdeur met een classicistische omlijsting, die voorzien is van geblokte pilasters, een lijstvormige afsluiting, waaronder een cartouche met reliëf, en boven de waterlijst een hanekam.

Het interieur heeft de oorspronkelijke detaillering en indeling uit de tijd van Onnes grotendeels behouden. De detaillering wordt gekenmerkt door de hoge kwaliteit en grote hoeveelheid handgevormd smeedijzeren hang- en sluitwerk en nagels, handgekapt en gesneden houtwerk (deuren, lambrizeringen, schouwen) en beeldhouwwerk in rode zandsteen. De centrale verwarming en overige installaties zijn alle uit het zicht weggewerkt. De centrale verwarming is in de lambrizering of in de vensterbanken verwerkt en ter plekke van houten roosters voorzien. Daarnaast is de grote hoeveelheid van elders afkomstige interieurs en interieuronderdelen van verschillende leeftijden (eventueel gecombineerd met bestaande onderdelen van Nijenrode of nieuwe onderdelen) typerend. Aan de zijde van het voorplein bevindt zich een lange doorlopende gang met marmeren vloertegels en houten lambrizering, waaraan meerdere toegangen en trappenhuizen liggen. Langs de gangen - aan de buitenzijde van het kasteel - bevinden zich de vertrekken. De donjonvertrekken (zaal 11, 12, 21, 22, aula (voormalige wapenzaal), gastenverdieping, zolder) kenmerken zich door het uitgesproken Middeleeuwse karakter. De handgevormde moppen zijn in schoonmetselwerk verwerkt. De zware vloerconstructie is uitgevoerd met handgedisselde balken met houten pen- en gatverbindingen en gebeeldhouwde consoles met onder meer de afbeelding van de vier evangelisten. De vloeren bestaan uit kop-staart gelegde eikenhouten delen. De trappenhuizen in de donjon zijn uitgevoerd met vakkundig gemetselde gewelven en natuurstenen trappen. De breed opgemetselde schoorstenen dragen het ingemetselde wapen van Ruwiel en zijn uitgevoerd met ongedisselde schouwbalken en bakstenen schoorsteenposten. Een uitzondering hierop vormen de zandstenen posten in het Kemenadevertrek op de eerste verdieping. Er zijn gemetselde vensterbanken met houten zittingen in diepe vensternissen. In de dikke muren zijn opbergnissen gemetseld, die met deurtjes met houten briefpanelen afgesloten worden. Grotere nissen worden afgesloten door glas-in-lood deurtjes. Op de begane grond bevindt zich een gemetselde waterput in de voormalige keuken. Op de eerste verdieping bevindt zich de voormalige bibliotheek van Onnes en het vrouwenvertrek. Op de tweede verdieping bevindt zich de oorspronkelijke wapenzaal. Een gemetselde loggia bood plaats voor muzikanten tijdens grote diners. De twee beelden stellen Karel V van Habsburg (met het Gulden Vlies) en Gravin Ada van Holland (abdis) voor. Op de derde verdieping zijn met eikenhouten wanden gastenverblijven en badkamers afgetimmerd. Op de begane grond bevinden zich onder meer de volgende vertrekken. De Blauwe kamer (zaal 6) met een Louis-XV- betimmering in blauw en goud, afkomstig van de Herengracht 110 te Amsterdam met houten betimmering afgesloten door een uitkragende lijst, een muurkast met etagières en een fonteintje met wasbekken, een uitbebouwde muurkast met mythologische goudgeschilderde figuren, stucplafond, marmeren schouw. De hal (zaal 3) met zandstenen balustrade en een zandstenen schouw uit circa 1500 met de voorstelling van St. Anna te Drieën en aan weerszijden wapens, gietijzeren haardplaat en geplaveide vloer. Rechts van de hal bevindt zich een gang met kruisgewelven naar de noordelijke toegang. De ridderzaal (zaal 2) heeft een vloerconstructie met moer- en kinderbalken, waarop de wapens van de bewoners van Nijenrode zijn geschilderd. De geprofileerde sleutelstukken rusten op natuurstenen, gebeeldhouwde consoles. Onnes bracht onder meer een eikenhouten lambrizering in de stijl van het zeventiende-eeuwse classicisme aan met daarboven goudleer behang. De houten schouw bevat een schouwstuk in olieverf met een stilleven, een haardplaat uit de tijd van de familie Ortt (1682), Delfts blauwe tegels met bijbelse voorstellingen en schepen, geplaveide vloer en wapens op de schouwbalk. De groen-goude achttiende-eeuwse rococo salon (zaal 1) heeft houten panelen, schouw met houten boezem en marmeren posten en een stucplafond. Op de verdieping bevinden zich onder meer de volgende vertrekken. Kamer 20 was de rentmeesterskamer en heeft via een deur toegang tot de Lips-kluis. Kamer 19 bevat een inrichting uit 1929 en is volledig gewijd aan de vrouwen van Nijenrode en met name Onnes tweede vrouw Lily Baronesse Snouckaert van Schauburg. Het stucplafond is uitgevoerd met stervormige profielen, waarbinnen rozetten met afwisselend de adelaar van Snoukaert en de roos van Onnes en de Liefdesknoop met de letters 'S' en 'O' zijn geplaatst. Tussen de houten lambrizering en het plafond bevindt zich een fries met sierstucwerk en de wapens van de vrouwen van Nijenrode. De schoorsteen bestaat uit een houten schouwboezem met ronde nissen met schelpmotief en panelen, waaronder een gotische, zandstenen schouwbalk met bladmotieven en wapens en gebeeldhouwde posten. In deze vijftiende-eeuwse schouw zijn onder meer terracotta reliëftegels verwerkt en bevindt zich een gietijzeren haardplaat. In kamer 18 bevindt zich een hardstenen schouw met Delfts blauwe betegeling met voorstellingen van gebouwen en vissers en twee tableaus met paarden en een gietijzeren haardplaat met een voorstelling van Neptunus. In kamer 14 bevindt zich een houten schouw met schouwstuk en mangaan-kleurige betegeling met tegeltableaus en gietijzeren haardplaat. Kamer 13 is de voormalige biljartkamer en wordt gekenmerkt door de eikenhouten betimmeringen met rijk houtsnijwerk. De schouw bestaat uit een houten boezem, die een (gerestaureerd) geborduurd schouwstuk met het wapen van Nijenrode en het credo `Cedo Nulli' bevat, een schouwbalk met panelen en gebeeldhouwde kopjes, waarvan het fries wordt doorgezet in de lambrizering, natuurstenen schouwposten en een gietijzeren haardplaat uit 1682.

Waardering

Het complexonderdeel, bestaande uit het op het kasteeleiland gelegen kasteel met twee ophaalbruggen en een poort, is van algemeen belang vanwege de cultuur- en architectuurhistorische waarde als herkenbaar en gaaf hoofdonderdeel van de historische buitenplaats Nijenrode, vanwege de ouderdom, de verschillende bouwperioden en stijlen en de detaillering en het materiaalgebruik zowel in het exterieur als in het interieur; alsmede vanwege de kunsthistorische waarde van de interieuronderdelen; alsmede vanwege de hoofdrol die het kasteel speelt in de geschiedenis van Nijenrode en als uitdrukking van de lange bewoningsgeschiedenis; alsmede van stedenbouwkundige waarde vanwege de visuele en ruimtelijk-functionele relatie met de overige complexonderdelen als park en bijgebouwen en in breder verband met andere hoofdgebouwen van historische buitenplaatsen langs de Vecht en de beeldbepalende ligging aan de Straatweg en de Vecht.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

The CASTLE Nijenrode is situated on a polygonal island, which lies in the castle moat to the west of the Straatweg at Breukelen. The bank connection is established with two DRAWBRIDGES and a GATE. The castle, two drawbridges and gate form part of the country estate Nijenrode. The country estate has its origins in a 13th-century castle. Important extensions and restorations took place notably in the 17th century under Johan I Ortt, who also commissioned the creation of a formal garden. From 1907 onwards the country estate was owned by Amsterdam coffee merchant Michiel Onnes. He had the castle restored under the direction of architect E.G. Wentinck to a 17th-century condition and added several outbuildings. The landscape architects L.A. Springer and H. Copijn were responsible for transforming the layout between 1912-1915 into a landscape garden with mixed character. Currently Nijenrode University for Business Administration is housed in the castle and through the purchase of land in the direction of the Amsterdam Rhine Canal the territory of the country estate has been enlarged once more.

Description

The island on which the castle stands is surrounded by a brick retaining wall fitted with natural stone coping stones, which at the location of the castle forms part of the castle walls. On the east side a projecting natural stone balcony from the time of Johan Ortt III (mid-seventeenth century) breaks through the retaining wall. The two corner pedestals of the natural stone balustrade of the balcony carry sculpted lions holding the coat of arms of Nijenrode. The two striking linden trees on the island (to the west of the balcony) date from 1780. On the south side of the island the retaining wall is broken through by a natural stone gate, which is independently founded. A drawbridge connects the island and the gate with the southern mainland. Directly connected to the castle wall lies on the north side a second drawbridge, which connects the northern entrance with the northern mainland. The castle is constructed along the north side of the island from a composite floor plan. On the south side lies the walled castle forecourt where a sculpted marble weathercock on an eighteenth-century natural stone base stands in front of a facade. Beneath the current gravel surface lies a brick-paved floor.

The wooden bridge on the south side of the island consists of a fixed section and a moveable section. The bridge deck rests on a wooden structure of beams and posts. On the north side the bridge deck connects to the foundation of the gate. The bascule gate of the drawbridge is executed with a barrel vault. The connections of the components and of the balance are of iron, as are the longitudinal struts and suspension rods. The railings of the drawbridge leaf are of wood. The balustrades of the fixed bridge consist of cast-iron railings.

The classicist gate with round-arch opening stands on a foundation of brick and natural stone. On either side of the gate stand rusticated columns in brick and natural stone on a rectangular floor plan, which are executed with projecting natural stone coping stones and pilaster strips. The rusticated pilaster strips are connected via a sweeping section to the retaining wall around the island. The natural stone gate is fitted with semi-circular columns, a cornice with the creed of Nijenrode in the frieze "Cedo Nulli" and a pediment with sculpted heraldic motifs with the coat of arms of Nijenrode in the centre. A brick is embedded on the right in the bridge as a commemorative stone. On the inside of the gate the text: "In dualitate fortitudo" (in duality strength) is incorporated.

The wooden footbridge on the north side of the island consists of a fixed section and a moveable section. The bridge deck rests on a wooden structure of beams and posts. On the south side the bridge deck connects to the castle facade. On the north side the bridge deck rests on a masonry foundation, which is closed off with curved retaining walls with natural stone coping stones. The bascule gate of the drawbridge is round-arch shaped. The connections of the components and of the balance are of iron, as are the longitudinal struts. The railings of the drawbridge leaf and suspension rods are of wood. The balustrades of the fixed bridge consist of wooden railings.

The castle is largely cellared and partly founded on medieval foundations. It is constructed in brick from a composite, L-shaped floor plan. The keep on the west side is constructed in four storeys from a nearly square floor plan. The composite roof consists of two parallel hipped roofs with a valley gutter between them. On the corners of the keep at the height of the crenellated breastwork are towers, which are fitted with octagonal helmets. On the side of the inner courtyard is a five-sided tower-shaped projection of three storeys. In this tower is a barrel-vaulted entrance with a wooden door. Against the facade a step is built. Obliquely on the keep (southwest-northeast oriented) stands a building section of two storeys on a rectangular floor plan, fitted with a gabled roof. Halfway - at the inner courtyard - is a five-sided stair tower of two and a half storeys, fitted with an octagonal hipped roof. On the eastern side obliquely to this volume a building volume of two storeys on a rectangular floor plan connects. This volume has a gabled roof with a shield-shaped closure on the east side. At the crossing of these two volumes is a masonry square tower. The substructure is closed off by a natural stone open-work balustrade, which rests on natural stone consoles. The wooden, octagonal superstructure is clad with lead. The composite spire consists of an egg-shaped section on a sweeping base. Above it is an open-work section where the bells hang; carillon consisting of 16 Taylor bells from 1915/1928. Drum mechanism by Addicks, from 1928. At the very top is a tapering spire on which a weathervane of hammered and gilded iron is placed, in which the coat of arms of Nijenrode is incorporated.

On the southeast corner is a volume of two storeys with helmet. In the northeast corner is a three-sided stair tower of two storeys with an octagonal, bent helmet.

The roofs are covered with slate in German bond. The roof edges are closed off with projecting lists and gutters on brackets. The roof slopes are intersected just above the roof edge by wooden roof dormers with five-sided roofs, which are covered with slate in German bond and crowned with leaden finials. In the dormers are wooden pivot windows. Higher on the roof slopes are smaller roof dormers, which are fitted with shutters. The shutters are painted in the colours of Nijenrode. On the ridges are masonry, octagonal chimneys on square bases. The chimneys are crowned by spires of drawn ironwork with weathervanes (standard type). The (stair) towers are likewise clad with slate in German bond and are crowned with leaden finials.

The facades of the keep are characterized by a robust, medieval closedness. The asymmetrical facades have tall, lightly barrel-vaulted windows under roll-mouldings in two types: a single window with shutter and leaded glass windows and a two-part window with below a shutter and leaded glass windows. In the facades at the top is a continuous masonry arch frieze. The crenellations have saddle backs and narrow openings. Below the corner towers arch friezes are also masonry.

The facades of the two-storey high volumes are articulated storeys by storey by continuous natural stone lists, of which the drip mouldings form part. The facades contain wooden cloister and cross windows, both with undershutters. The windows contain leaded glass with antique glass. The upper windows are fixed, the lower windows are inward-opening windows. The cloister windows and a number of cross windows are executed with overhanging upper sills with above continuous masonry or natural stone rooster combs, of which the keystone is ornamented (first storey), or triangular and segmental pediments (second storey). Various types of ornamental wrought-iron wall anchors are incorporated. The facades of the two-storey high volumes at the forecourt consist from left to right of: a three-bay wide facade with in the centre a barrel-vaulted entrance (A); a five-sided tower with scattered and at the top slot-shaped windows; a two-axis facade section with per storey a cloister window and above the roof edge a Flemish gable (B); a three-axis section with on the right a barrel-vaulted entrance (C) and furthermore cross windows; a stair tower with cloister windows; a nearly blind facade with in the centre a right-angled entrance; a two-axis facade section with in each storey cross windows. Facade section A contains a natural stone barrel-vaulted entrance in the style of classicism with a barrel-vaulted door in front of which is a natural stone flight of steps with breastworks. Half-columns on either side of the vault carry a cornice in which on the frieze anno 1632 in Roman letters is noted. In the segmental arch-shaped pediment is a sculpted monogram with the 'W' and 'B' of Bernard van den Bongard and Wilhelmina van Bronckhorst. Also in the masonry above the entrance a facade stone with coat of arms is placed. In front of the step lie two spherical draught stones. On either side of the entrance are barrel-vaulted window openings, below which is a wall niche in which natural stone balusters are placed. The windows are fitted with natural stone corner blocks, which are connected with the adjacent oval windows above. Both windows contain leaded glass windows. On the storey above are two cloister windows with between them a cross window.

The stepped gable of the Flemish gable (B) is executed with natural stone coping stones and a masonry gable maker which is crowned by a sculpted lion and a weathervane.

The entrance C contains a barrel-vaulted opening with a right-angled glass door with barrel-vaulted fanlight and a classicist, natural stone surround, which is closed off with Mannerist roll-work and a triangular pediment.

The five-axis facade on the east side (moat side) has in each storey a cross window. In the retaining wall is a barrel-vaulted entrance under roll-moulding with door.

The facades on the north side (moat side) consist of a five-axis, symmetrical facade with cross windows and an entrance (D) at the location of the drawbridge; the slightly projecting bell tower of five masonry storeys with wooden superstructure; a six-axis, asymmetrical facade with cross windows in various sizes and below a barrel-vaulted entrance with a masonry step to the moat (with hard stone coping stones and spherical decorative elements) and right-angled wooden door and to the right of it a small cloister window under roll-moulding.

The entrance D consists of a barrel-vaulted glass door with a classicist surround, which is fitted with rusticated pilasters, a list-shaped closure, below which a cartouche with relief, and above the drip moulding a rooster comb.

The interior has largely retained the original detailing and layout from the time of Onnes. The detailing is characterized by the high quality and large quantity of hand-forged wrought-iron hinges and fastenings and nails, hand-hewn and carved woodwork (doors, wainscotings, mantels) and sculpture in red sandstone. The central heating and other installations are all concealed from view. The central heating is incorporated in the wainscoting or in the window sills and provided at the location of wooden grilles. Furthermore characteristic is the large quantity of interiors and interior components from elsewhere of various ages (possibly combined with existing components of Nijenrode or new components). On the side of the forecourt is a long continuous corridor with marble floor tiles and wooden wainscoting, to which several entrances and stairwells give access. Along the corridors - on the outside of the castle - are located the rooms. The keep rooms (hall 11, 12, 21, 22, aula (former armoury), guest storey, loft) are characterized by the pronounced medieval character. The hand-moulded bricks are incorporated in fair-faced brickwork. The heavy floor structure is executed with hand-hewn beams with wooden mortise and tenon joints and sculpted consoles featuring among others the depiction of the four evangelists. The floors consist of oak boards laid end-to-end. The staircases in the keep are executed with expertly masonry vaults and natural stone steps. The broad masonry chimneys bear the embedded coat of arms of Ruwiel and are executed with undressed chimney beams and brick chimney posts. An exception to this are the sandstone posts in the Kemenaderoom on the first storey. There are masonry window sills with wooden seating in deep window recesses. In the thick walls are niches masonry, which are closed with small doors with wooden letter panels. Larger niches are closed by leaded glass doors. On the ground floor is a masonry water well in the former kitchen. On the first storey is the former library of Onnes and the women's room. On the second storey is the original armoury. A masonry loggia provided space for musicians during large dinners. The two statues represent Charles V of Habsburg (with the Golden Fleece) and Countess Ada of Holland (abbess). On the third storey guest rooms and bathrooms have been fitted out with oak walls. On the ground floor are among others the following rooms. The Blue room (hall 6) with Louis-XV panelling in blue and gold, from Herengracht 110 in Amsterdam with wooden panelling closed off by a projecting list, a wall cupboard with shelves and a small fountain with washbasin, an extended wall cupboard with mythological gold-painted figures, stucco ceiling, marble mantel. The hall (hall 3) with sandstone balustrade and a sandstone mantel from circa 1500 depicting St. Anna in Trinity and on either side coats of arms, cast-iron fireback and paved floor. To the right of the hall is a corridor with cross vaults to the northern entrance. The knights' hall (hall 2) has a floor structure with principal and secondary beams, on which the coats of arms of the residents of Nijenrode are painted. The profiled keystones rest on natural stone, sculpted consoles. Onnes introduced among others an oak-wood wainscoting in the style of seventeenth-century classicism with above it gilt leather wallpaper. The wooden mantel contains a mantelpiece in oil paint with a still life, a fireback from the time of the Ortt family (1682), Delftware tiles with biblical scenes and ships, paved floor and coats of arms on the mantel beam. The green-gold eighteenth-century rococo salon (hall 1) has wooden panels, mantel with wooden surround and marble posts and a stucco ceiling. On the storey above are among others the following rooms. Room 20 was the steward's room and has via a door access to the Lips safe. Room 19 contains an interior from 1929 and is entirely devoted to the women of Nijenrode and in particular Onnes' second wife Lily Baroness Snouckaert van Schauburg. The stucco ceiling is executed with star-shaped profiles, within which rosettes with alternating the eagle of Snouckaert and the rose of Onnes and the Love knot with the letters 'S' and 'O' are placed. Between the wooden wainscoting and the ceiling is a frieze with decorative stucco and the coats of arms of the women of Nijenrode. The mantel consists of a wooden mantel surround with round niches with shell motif and panels, including a gothic sandstone mantel beam with leaf motifs and coats of arms and sculpted posts. In this fifteenth-century mantel are among others terracotta relief tiles incorporated and is a cast-iron fireback. In room 18 is a hard stone mantel with Delftware tiling depicting buildings and fishermen and two tableaux with horses and a cast-iron fireback depicting Neptune. In room 14 is a wooden mantel with mantelpiece and manganese-coloured tiling with tile tableaux and cast-iron fireback. Room 13 is the former billiards room and is characterized by the oak-wood panelling with rich woodcarving. The mantel consists of a wooden surround, which contains an (restored) embroidered mantelpiece with the coat of arms of Nijenrode and the creed 'Cedo Nulli', a mantel beam with panels and sculpted heads, of which the frieze is continued in the wainscoting, natural stone mantel posts and a cast-iron fireback from 1682.

Valuation

The complex component, consisting of the castle situated on the castle island with two drawbridges and a gate, is of general importance on account of its cultural and architectural-historical value as a recognizable and intact principal component of the historical country estate Nijenrode, on account of its age, the various building periods and styles and the detailing and material use both in the exterior and in the interior; as well as on account of the art-historical value of the interior components; as well as on account of the principal role which the castle plays in the history of Nijenrode and as an expression of the long history of habitation; as well as of urban planning value on account of the visual and spatial-functional relationship with the other complex components as park and outbuildings and in a broader context with other principal buildings of historical country estates along the Vecht and the striking location on the Straatweg and the Vecht.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map