TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Abdij van Berne

Heeswijk-Dinther, Noord-Brabant, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kerk en kerkonderdeel
Function
Kerk
Category
onroerend gebouwd
Built
1881
Address
Abdijstraat 49, 5473 AD Heeswijk-Dinther (Bernheze 30)
Place
Heeswijk-Dinther
Municipality
Bernheze
Province
Noord-Brabant
Country
Netherlands
Coordinates
51.65483, 5.47266
Part of complex
520571
Monument number
520574

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

4 historical maps cover this location, the earliest the 1875 map "Niederlande Und Belgien." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

ABDIJKERK, in twee gedeelten opgetrokken in 1881 en 1927. Het oudste gedeelte, de voormalige kloosterkapel is nu het koor van de kerk en is ontworpen in neogotische vormen door de architect Th. Asseler en voltooid door A.C. Bleijs. Bij het ontwerp is er rekening mee gehouden dat de kerk in een later stadium wellicht vergroot zou moeten worden. De sculpturen van onder andere de zuilen en de kapitelen zijn van de hand van J. Goossens uit 's-Hertogenbosch. In 1927 werd de kerk na een gift van de boerenbevolking op initiatief van de N.C.B., ter nagedachtenis aan de "boerenapostel" Pater van den Elsen (1855-1925), uitgebreid in Expressionistische vormen naar ontwerp van de architect H.W. Valk. Pater van den Elsen was de stichter en latere rector van het gymnasium van de abdij. Hij verwierf als medeoprichter van de Noord-Brabantse Christelijke Boerenbond in 1896 een grote populariteit onder de plattelandsbevolking. Aan de zuidwesthoek van de voorgevel vervaardigde de Belg Jozef Cantré (1890-1957) in 1927 een zandstenen beeld van Pater van den Elsen. Aan de binnenzijde van de kerk was vooral de centrale plaats van het altaar, op de grens van het oude en nieuwe gedeelte een noviteit. De abdijkerk is gelegen ten oosten van het kloostergebouw uit 1857-1858 en ten zuiden van het gymnasium.

Omschrijving

Het oudste gedeelte van de kerk, de voormalige kloosterkapel, bevindt zich aan de noordzijde op een lichte verhoging die gelijk staat met de scheiding van het oude en nieuwe gedeelte. De plattegrond van deze voormalige basilicale kapel is driebeukig met een koorgedeelte met een 5/8 sluiting en twee kortere zijbeuken met een 3/8 sluiting. De buitenmuren van de oude kloosterkapel zijn opgetrokken in schoon metselwerk van een in kruisverband gemetselde, machinale baksteen. Het schip heeft een zadeldak met Maasgedekte leien; de met steunberen geschraagde zijbeuken hebben lessenaardaken, eveneens met Maasgedekte leien. Na de uitbreiding van de kerk in 1927 werd de voormalige kloosterkapel voornamelijk benut als priesterkoor met koorbanken. Het oude gedeelte telt drie traveeën en heeft in het middenschip een driedelige opstand met een arcade van bundelpijlers met bladkapitelen, een triforium met drie spitsboognissen gescheiden door ranke zuiltjes met bladkapitelen, en een lichtbeuk bestaande uit een spitsboogvenster met natuurstenen neogotisch maaswerk. De bundelpijlers hebben gepolijste zwarte hardstenen voeten en hoog opgaande colonnetten, die middels sierlijk bewerkte kraagstenen de stergewelven dragen. De opstand in de koorsluiting is tweedelig; een rij van blinde spitsboognissen met daarboven hoge spitsboogvensters met natuurstenen neogotisch maaswerk. In het koor bevinden zich de oorspronkelijke, zij het enigszins gewijzigde koorbanken van de abdijheren. In de koorsluiting bevindt zich een orgel uit 1931 dat in 1952 gerestaureerd en in 1970 verplaatst en sterk gewijzigd werd. Het orgel valt buiten de van rijkswege geldende bescherming. De westelijke zijbeuk heeft een interne toegang tot het oudste kloostergebouw, deze bestaat uit een fraaie, met neogotische vormen geornamenteerde paneeldeur. De inventaris van dit gedeelte bevat onder meer enkele neobarokke houten heiligenbeelden uit circa 1840. De vloer van de kerk is belegd met zwarte natuurstenen plavuizen. Het uit 1927 daterende nieuwe gedeelte van de kerk is iets lager gelegen dan het oude en is ruwweg vierkant van plattegrond. De gevels zijn opgetrokken in schoon metselwerk van een machinale baksteen, gemetseld in kruisverband. In de zuidwestelijke hoek is de klokkentoren op een eveneens vierkante grondslag geplaatst. Mechanisch torenuurwerk , Jos van de Kerkhof. De benedenverdieping hiervan doet tevens dienst als een soort ingangsportaal. In de entree-hal: Mechanisch smeedijzeren torenuurwerk, tweede helft van de 18e eeuw, met daaraan gekoppeld een klok van een anonieme gieter, 1522. De aan de zuidzijde van de toren gelegen ingang is omlijst met rondboogvormig siermetselwerk en heeft een dubbele houten klampdeur. De toren heeft drie geledingen met op de verdieping aan de westelijke en zuidelijke zijde twee gekoppelde lancetvensters. De tweede verdieping heeft aan alle zijden twee hoge, smalle galmgaten in de vorm van lancetvensters die door een gemetselde stijl in tweeën gedeeld worden. Hierboven bevindt zich een omlopende tandlijst. De hoog opgaande spits heeft Maasgedekte leien. In de zuidwestelijke hoek van de toren bevindt zich op enige hoogte het in 1927 door Jozef Cantré vervaardigde zandstenen beeld voorstellende Pater van den Elsen dat circa vier meter hoog is. Het overhoeks geplaatste beeld dat is opgebouwd uit verschillende grote zandstenen blokken, toont een op expressionistische manier vormgegeven gestileerde staande figuur in monnikspij met rozenkrans in de rechterhand. Naast zijn hoofd zijn een schild met daarop het wapen van de abdij en een ploeg met kruis (symbool van de NCB) afgebeeld. Het beeld is uitgevoerd als een half uit de steen vrijkomend reliëf. De zuidelijke zijde is verder geornamenteerd door een reeks van vijf naast elkaar geplaatste spitsboogvensters met driepasmotief en glas-in-lood. Hierboven bevindt zich het grote roosvenster met stervormig maaswerk en kleurig glas-in-lood. Aan de oostzijde bevindt zich een ondiepe kapel met een vijfhoekige sluiting. Het maaswerk van de spitsboogvensters is een eigentijdse interpretatie van de neogotische vormen van de oude kerk. In de kapel bevindt zich een uit 1950 daterend altaar met verglaasde keramiek naar ontwerp van M. van Helvert. Het schip, dat merkwaardig genoeg dwars tegen het oude gedeelte is geplaatst, heeft aan de zuidzijde een smalle travee. Het schip is overwelfd met een spitsboogvormig houten tongewelf. Het kerkmeubilair is eigenlijk dwars op deze oriëntering geplaatst. Intern is dit nieuwe gedeelte voorzien van een galerij en een tribune aan de zuidzijde van het gebouw. De galerij en de tribune zijn toegankelijk vanuit de kloostervleugel uit 1857. Een opvallend element aan het interieur is verder de expressionistisch vormgegeven samengestelde kolom met gekarteld kapiteel. Deze is uitgevoerd in zwart marmer. Op de binnenplaats rechtopstaand gemonteerd tegen de zijmuur van de huiskapel drie zerken van de laatste abten van de oorspronkelijke abdij van Berne, nl. van Coenraad van Malsen (abt 1528-1549), Otto van Boetselaer (1549-1552) en Theodorus Spierinck (1552-1584).

Waardering

De abdijkerk is van algemeen belang. Het gebouw heeft cultuurhistorische waarden als bijzondere uitdrukking van de explosieve groei van het katholieke kloosterleven na het herstel van de bisschoppelijke hiërarchie in 1853 en als onderdeel van de abdij. Het heeft architectuurhistorisch belang vanwege de neogotische bouwstijl en vanwege de hoge architectonische en kunsthistorische kwaliteit. Het heeft ensemblewaarden met de overige complexonderdelen. Het is van belang vanwege het gaaf bewaarde karakter en vanwege de typologische en functionele zeldzaamheid. De kerk heeft situationele waarde vanwege de ligging in het park.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

ABBEY CHURCH, constructed in two phases in 1881 and 1927. The oldest section, the former monastic chapel, is now the choir of the church and was designed in neogothic forms by the architect Th. Asseler and completed by A.C. Bleijs. The design took into account the possibility that the church might need to be enlarged at a later stage. The sculptures of, among others, the columns and the capitals were executed by J. Goossens from 's-Hertogenbosch. In 1927 the church was enlarged in Expressionist forms following a design by the architect H.W. Valk, following a gift from the farming population at the initiative of the N.C.B., in commemoration of the "farming apostle" Father van den Elsen (1855-1925). Father van den Elsen was the founder and later rector of the gymnasium of the abbey. As co-founder of the North Brabant Christian Farmers' Union in 1896, he acquired great popularity among the rural population. In the southwest corner of the front facade, the Belgian Jozef Cantré (1890-1957) created a sandstone statue of Father van den Elsen in 1927. On the interior of the church, the central position of the altar in particular, on the border between the old and new sections, was a novelty. The abbey church is located east of the cloister building from 1857-1858 and south of the gymnasium.

Description

The oldest section of the church, the former monastic chapel, is situated on the north side on a slight elevation that aligns with the division between the old and new sections. The ground plan of this former basilical chapel is three-aisled with a choir section with a 5/8 termination and two shorter side aisles with a 3/8 termination. The external walls of the old monastic chapel are constructed in fair-faced brickwork of machine-made brick laid in a running bond. The nave has a gabled roof with Maastricht slate; the side aisles braced with buttresses have lean-to roofs, likewise with Maastricht slate. Following the enlargement of the church in 1927, the former monastic chapel was mainly used as a priest's choir with choir stalls. The old section comprises three bays and has in the central nave a three-part elevation with an arcade of clustered piers with foliage capitals, a triforium with three pointed arch recesses separated by slender columns with foliage capitals, and a clerestory consisting of a pointed arch window with natural stone neogothic tracery. The clustered piers have polished black stone bases and tall rising colonettes, which by means of elegantly worked corbels support the stellar vaults. The elevation in the choir termination is two-part; a row of blind pointed arches with above them tall pointed arch windows with natural stone neogothic tracery. In the choir are the original, albeit somewhat modified choir stalls of the abbey canons. In the choir termination is an organ dating from 1931 which was restored in 1952 and relocated and substantially altered in 1970. The organ falls outside the protection afforded by the state. The western side aisle has an internal access to the oldest cloister building, which consists of a fine panelled door ornamented with neogothic forms. The furnishings of this section include, among other things, some neobaroque wooden holy statues dating from circa 1840. The floor of the church is laid with black natural stone tiles. The new section of the church dating from 1927 is situated slightly lower than the old and is roughly square in plan. The facades are constructed in fair-faced brickwork of machine-made brick laid in a running bond. In the southwest corner the bell tower is placed on an equally square foundation. Mechanical tower clock movement, Jos van de Kerkhof. The ground floor of this serves also as a kind of entrance portal. In the entrance hall: Mechanical wrought-iron tower clock movement, second half of the 18th century, coupled with a bell by an anonymous founder, 1522. The entrance situated on the south side of the tower is framed with round-arch ornamental brickwork and has a double wooden clasp door. The tower has three storeys with on the storey on the western and southern side two coupled lancet windows. The second storey has on all sides two tall, narrow sound holes in the form of lancet windows which are divided in two by a brick mullion. Above this is a running dentil course. The tall rising spire has Maastricht slate. In the southwest corner of the tower, at some height, is the sandstone statue created in 1927 by Jozef Cantré representing Father van den Elsen, which is approximately four metres high. The diagonally positioned statue which is constructed from several large sandstone blocks, shows a stylised standing figure in monastic habit formed in an expressionist manner with a rosary in the right hand. Next to his head are a shield bearing the arms of the abbey and a plough with cross (symbol of the N.C.B.) depicted. The statue is executed as a half relief emerging from the stone. The southern side is further ornamented by a series of five pointed arch windows with a trefoil motif and stained glass placed side by side. Above this is the large rose window with stellate tracery and coloured stained glass. On the east side is a shallow chapel with a pentagonal termination. The tracery of the pointed arch windows is a contemporary interpretation of the neogothic forms of the old church. In the chapel is an altar dating from 1950 with glazed ceramics designed by M. van Helvert. The nave, which remarkably is placed transversely against the old section, has a narrow bay on the south side. The nave is vaulted with a pointed arch-shaped wooden barrel vault. The church furnishings are actually placed transverse to this orientation. Internally this new section is provided with a gallery and a tribune on the south side of the building. The gallery and the tribune are accessible from the cloister wing from 1857. A striking element of the interior is further the expressionist-formed composite column with a fluted capital. This is executed in black marble. On the courtyard standing mounted against the side wall of the house chapel are three tombstones of the last abbots of the original abbey of Berne, namely of Coenraad van Malsen (abbot 1528-1549), Otto van Boetselaer (1549-1552) and Theodorus Spierinck (1552-1584).

Valuation

The abbey church is of general importance. The building has cultural-historical values as a particular expression of the explosive growth of Catholic monastic life following the restoration of the episcopal hierarchy in 1853 and as part of the abbey. It has architectural-historical significance because of the neogothic building style and because of the high architectural and art-historical quality. It has ensemble values with the other complex components. It is significant because of its well-preserved character and because of its typological and functional rarity. The church has situational value because of its location in the park.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map