TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Klooster Karmelitessen

Roermond, Limburg, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Klooster, kloosteronderdl
Function
Klooster
Category
onroerend gebouwd
Built
1882
Address
Venloseweg 78, 6041 BZ Roermond (and others)
Place
Roermond
Province
Limburg
Country
Netherlands
Coordinates
51.19875, 5.99590
Monument number
520550

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries

3 historical maps cover this location, the earliest the 1875 map "Niederlande Und Belgien." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Het klooster van de Karmelitessen aan de Venloseweg werd gebouwd in 1882 naar een ontwerp van architect Johannes Kayser. De grondbeginselen van de Karmel (t.w. strikte afzondering, beschouwing, armoede en zwijgzaamheid) reguleren het leven van de Karmelitessen en hebben de vormgeving van het klooster aan de Venloseweg mede bepaald.

Het klooster werd in 1882 aan de rand van de stad gebouwd maar is inmiddels opgenomen in de stedelijke bebouwing.

De toegepaste bouwstijl is traditionalistisch met elementen van de neogotiek.

In 1950 vond een uitbreiding van de kloosterkapel plaats in westelijke richting. Aan de zuidelijke zijgevel van deze uitbreiding werd de kleine Theresiakapel gebouwd.

Het interieur van het klooster werd in 1969 en 1986 gemoderniseerd met verlaagde plafonds; tegellambriseringen; centrale verwarming; nieuwe vloer in de kapel e.d.

Omschrijving

Hoofdkenmerk van het klooster is het gesloten karakter.

Het klooster heeft een carreevormige plattegrond waarbij de kloostergebouwen de kloosterhof omsluiten. De vier kloostervleugels tellen twee bouwlagen en worden afgedekt door zadeldaken met Muldenpannen. Het toegepaste bouwmateriaal is baksteen en natuursteen. Rechthoekige houten vensters met natuurstenen dorpelstenen en lateien. Vensters met glas-in-lood.

Kapel met spitsboogvormige glas-in-lood vensters. Onder de dakranden decoratief metselwerk.

Aan de westzijde (Venloseweg) bevinden zich van rechts naar links de volgende bouwdelen.

Het GASTENHUIS heeft een rechthoekige plattegrond en telt twee bouwlagen afgedekt met een zadeldak met Muldenpannen. In de voorgevel eerste bouwlaag een hoog rechthoekig houten venster met roedeverdeling en glas-in-lood. Hardstenen dorpelsteen. Aan de bovenzijde van het venster een rondboogvormig vulstuk met hierin siermetselwerk. In de topgevel vier rechthoekige venstertjes met natuurstenen lateien en bakstenen stijlen. Aan weerszijden en bovenzijde van de venstertjes kleine vierkante blinde gevelvlakken met natuurstenen lateien. Blinde rechterzijgevel. Linker zijgevel met in de eerste bouwlaag drie rechthoekige houten vensters met bovenlichten. Aan de bovenzijde van de vensters rondboogvormige vulstukken met siermetselwerk.

In de tweede bouwlaag linkerzijgevel eveneens drie rechthoekige houten vensters. Deze vensters hebben segmentboogvormige vulstukken met siermetselwerk.

Het gastenhuis sluit met de achtergevel aan op WESTELIJKE HOOFDVLEUGEL van het klooster.

In de eerste bouwlaag rechts in de hoek rechthoekige houten deur met rondboogvormig vulstuk. Links van de deur een tweetal kruiskozijnen met vier venstertjes.

In het linkerdeel van de eerste bouwlaag een houten segmentboogvormige poort met een driedelig bovenlicht. In de nissen van de bovenlichten staan heiligenbeeldjes.

Links in de hoek een rechthoekig venster in een rondboogvormige omlijsting. In de tweede bouwlaag vijf kruiskozijnen.

Aan de linkerzijde sluit deze kloostervleugel aan op de KLOOSTERKAPEL. De kloosterkapel staat haaks op de westelijke kloostervleugel. In de eerste bouwlaag van de kopgevel twee spitsboogvormige glas-in-lood vensters. Deze kopgevel betreft de uitbreiding van de kapel uit 1950. Deze sluit aan op de iets hogere oorspronkelijke kapelgevel. Hierboven in de tweede bouwlaag een groot spitsboogvormig glas-in-lood venster met natuursteen tracering. In het linkerdeel van de kopgevel een uitgebouwd muurvlak met hierin vier kleine spitsboogvormige glas-in-lood venstertjes. In de rechterzijgevel van de oorspronkelijke kapel een steunbeer en een spitsboogvormig glas-in-lood venster.

In de linkerzijgevel van de kapel in de eerste bouwlaag het entreegedeelte in een uitbouw met lessenaarsdak. Rechthoekige houten deur met smeedijzeren beslag. Aan weerszijden van de deur een klein spitsboogvormig glas-in-lood venstertje. Twee steunberen met hiertussen in de tweede bouwlaag een spitsboogvormig glas-lood-venster.

LINKER VOORGEVELDEEL van de westelijke kloostervleugel. In de eerste bouwlaag vijf kruiskozijnen met glas-in-lood venstertjes.

Aan de bovenzijde van de vensters rondboogvormige vulstukken met siermetselwerk. In de tweede bouwlaag vier dubbele venstertjes met natuurstenen dorpelstenen en lateien. Linkerdeel voorgevel sluit aan op de NOORDELIJKE KLOOSTERVLEUGEL. De kopgevel uitlopend in een topgevel met hierin een kruiskozijn met vier glas-in-lood venstertjes. Op het dak een klokkentorentje met naaldspits met leien.

In de tweede bouwlaag van de voorgevel noordelijke vleugel enkele kleine dubbele vensters met natuurstenen dorpelstenen.

De OOSTELIJKE KLOOSTERVLEUGEL sluit aan de rechterzijde aan op de kopgevel van de noordelijke vleugel. In de eerste bouwlaag twee kruiskozijnen met vier glas-in-lood vensters. In de tweede bouwlaag van de kopgevel twee rechthoekige dubbele vensters met natuursteen dorpelstenen en lateien. In de topgevel twee blinde ronde vensters.

De overige gevel van de oostelijke kloostervleugel bezit in de eerste bouwlaag een reeks kruiskozijnen met vier glas-in-lood vensters.

Alle vensters zijn voorzien van tralies en hebben aan de bovenzijde een rondboogvormig vulstuk met siermetselwerk. In de tweede bouwlaag een horizontale reeks kleine dubbele vensters.

Het linkerdeel van de oostelijke kloostervleugel wordt gevormd door de kopgevel van de zuidelijke kloostervleugel. In de eerste bouwlaag van de kopgevel aan de rechterzijde een segmentboogvormige houten poort van omstreeks 1997 met aan de bovenzijde drie segmentboogvormige bovenlichtjes met glas-in-lood. Bovenlichtjes met doorlopende natuurstenen dorpelsteen. In het linkerdeel van de eerste bouwlaag van de kopgevel een kruiskozijn. In de tweede bouwlaag een tweetal dubbele vensters met natuurstenen dorpelstenen en latei. In de topgevel een kruiskozijn met zes kleine venstertjes waarbij de beide venstertjes aan de benedenzijde worden geflankeerd door een extra venstertje. De ZUIDELIJKE GEVEL van deze kloostervleugel is vrijwel blind. Enkel in de tweede bouwlaag een aantal kleine dubbele venstertjes.

Op het BINNENTERREIN bevindt zich de kloosterhof. De achtergevel van de westelijke kloostervleugel is voorzien van een uitbouw in een bouwlaag met lessenaarsdak. In de gevel van deze uitbouw driedelige glas-in-lood vensters. In de tweede bouwlaag tweedelige en driedelige vensters. De absiszijde van de kloosterkapel is driezijdig met in de eerste bouwlaag eveneens een uitbouw met lessenaarsdak. In deze uitbouw een rondboogvormige houten poort en twee tweedelige vensters. In de tweede bouwlaag van de absisgevel drie spitsboogvormige glas-in-lood vensters en twee steunberen. De achtergevel van de noordelijke kloostervleugel heeft in de eerste bouwlaag kruiskozijnen met glas-in-lood vensters en in de tweede bouwlaag tweedelige vensters met natuurstenen dorpels en lateien. De achtergevel van de oostelijke kloostervleugel is in de eerste bouwlaag voorzien van een uitbouw met lessenaarsdak. In de gevel van deze uitbouw tweedelige vensters en een rondboogvormige houten poort. In de tweede bouwlaag tweedelige vensters met natuurstenen dorpelstenen en lateien. De achtergevel van de zuidelijke kloostervleugel is in de eerste bouwlaag voorzien van kruiskozijnen en in de tweede bouwlaag van dubbele vensters met natuurstenen dorpelstenen en lateien.

Van het INTERIEUR is onder meer het volgende van belang. KLOOSTERKAPEL met hoge spitsbogen en een plafond met kruisribgewelven; pilasters in baksteen. De kruisribben rusten op de met kapitelen bekroonde pilasters. Driezijdige absis met drie spitsboogvormige glas-in-lood vensters. In de westelijke gevel van de kapel een groot spitsboogvormig glas-in-lood venster uit 1957 van glazenier Frans Cox. In de kleine Theresiakapel uit 1950 glas-in-lood vensters van atelier Den Rooyen uit Roermond. Kloostergang met authentieke tegelvloer in Namense steen.

Aan de noord- en oostzijde wordt het klooster omsloten door hoge kloostermuren.

Aan de zijde van de Venloseweg bevindt zich een erfscheiding bestaande uit een lage bakstenen muur met ezelsrug met hierop een aantal bakstenen kolommen met hiertussen een smeedijzeren hekwerk. De bakstenen kolommen zijn voorzien van een natuurstenen afdeksteen. Ter hoogte van de hoofdingang van het klooster een poortje in baksteen. Ter hoogte van de kapelingang eveneens een poortje met smeedijzeren hek.

Waardering

Het kloostergebouw van de Karmelitessen bezit als gaaf voorbeeld van een Kulturkampfklooster cultuurhistorische waarden als bijzondere uitdrukking van een culturele, geestelijke en typologische ontwikkeling. Architectuurhistorische waarden ontlenen de gebouwen aan hun belang voor de geschiedenis van de architectuur, de esthetische kwaliteiten van het ontwerp en de ornamentiek en als voorbeeld van het oeuvre van architect Johannes Kayser. Ensemblewaarde ontlenen de gebouwen aan hun situering en daarmee van belang voor het aanzien van Roermond.

De gebouwen zijn van algemeen belang wegens de hoge mate van architectonische gaafheid van ex- en, in mindere mate, interieur, de hoogwaardige architectonische kwaliteit van de samenstellende onderdelen en in relatie tot de visuele gaafheid van de stedelijke omgeving. Tevens is sprake van architectuurhistorische, typologische en functionele zeldzaamheid.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

The convent of the Carmelite nuns on the Venloseweg was built in 1882 according to a design by architect Johannes Kayser. The fundamental principles of Carmel (namely strict seclusion, contemplation, poverty and silence) regulate the life of the Carmelite nuns and have also determined the design of the convent on the Venloseweg.

The convent was built in 1882 on the edge of the city but has since been incorporated into urban development.

The architectural style applied is traditionalist with elements of neo-gothic.

In 1950 an extension of the convent chapel took place in the westerly direction. On the southern side gable of this extension the small Theresa chapel was built.

The interior of the convent was modernised in 1969 and 1986 with lowered ceilings; tile wainscoting; central heating; new floor in the chapel etc.

Description

The main characteristic of the convent is its closed nature.

The convent has a quadrangular ground plan whereby the convent buildings enclose the cloister courtyard. The four convent wings comprise two storeys and are covered with gabled roofs with Mulden tiles. The building materials used are brick and natural stone. Rectangular wooden windows with natural stone sills and lintels. Windows with leaded glass.

Chapel with pointed-arch-shaped leaded glass windows. Below the roof edges decorative brickwork.

On the west side (Venloseweg) the following building components are located from right to left.

The GUEST HOUSE has a rectangular ground plan and comprises two storeys covered with a gabled roof with Mulden tiles. In the front facade first storey a tall rectangular wooden window with glazing bars and leaded glass. Hardstone sill. At the top of the window a rounded-arch-shaped infill panel with decorative brickwork in it. In the top gable four rectangular small windows with natural stone lintels and brick mullions. On both sides and above the small windows small square blind wall panels with natural stone lintels. Blind right side gable. Left side gable with in the first storey three rectangular wooden windows with fanlights. At the top of the windows rounded-arch-shaped infill panels with decorative brickwork.

In the second storey left side gable also three rectangular wooden windows. These windows have segmented-arch-shaped infill panels with decorative brickwork.

The guest house is connected with its rear gable to the WESTERN MAIN WING of the convent.

In the first storey on the right in the corner a rectangular wooden door with rounded-arch-shaped infill panel. To the left of the door a pair of cross windows with four small window panes.

In the left part of the first storey a wooden segmented-arch-shaped gate with a three-part fanlight. In the niches of the fanlights stand small saint figurines.

On the left in the corner a rectangular window in a rounded-arch-shaped frame. In the second storey five cross windows.

On the left side this convent wing is connected to the CONVENT CHAPEL. The convent chapel stands at right angles to the western convent wing. In the first storey of the gable wall two pointed-arch-shaped leaded glass windows. This gable wall concerns the extension of the chapel from 1950. This connects to the slightly higher original chapel gable. Above this in the second storey a large pointed-arch-shaped leaded glass window with natural stone tracery. In the left part of the gable wall a projecting wall panel with four small pointed-arch-shaped leaded glass small windows in it. In the right side gable of the original chapel a buttress and a pointed-arch-shaped leaded glass window.

In the left side gable of the chapel in the first storey the entrance section in a projecting structure with a lean-to roof. Rectangular wooden door with wrought iron fittings. On both sides of the door a small pointed-arch-shaped leaded glass small window. Two buttresses with between them in the second storey a pointed-arch-shaped leaded glass window.

LEFT FRONT GABLE PART of the western convent wing. In the first storey five cross windows with leaded glass window panes.

At the top of the windows rounded-arch-shaped infill panels with decorative brickwork. In the second storey four double small windows with natural stone sills and lintels. Left part of front gable is connected to the NORTHERN CONVENT WING. The gable wall terminating in a top gable with in it a cross window with four leaded glass window panes. On the roof a small bell turret with a needle spire with slate.

In the second storey of the front gable of the northern wing some small double windows with natural stone sills.

The EASTERN CONVENT WING is connected on the right side to the gable wall of the northern wing. In the first storey two cross windows with four leaded glass windows. In the second storey of the gable wall two rectangular double windows with natural stone sills and lintels. In the top gable two blind circular windows.

The remaining gable of the eastern convent wing has in the first storey a series of cross windows with four leaded glass windows.

All windows are provided with grilles and have at the top a rounded-arch-shaped infill panel with decorative brickwork. In the second storey a horizontal series of small double windows.

The left part of the eastern convent wing is formed by the gable wall of the southern convent wing. In the first storey of the gable wall on the right side a segmented-arch-shaped wooden gate from circa 1997 with at the top three segmented-arch-shaped fanlight panels with leaded glass. Fanlight panels with continuous natural stone sill. In the left part of the first storey of the gable wall a cross window. In the second storey a pair of double windows with natural stone sills and lintels. In the top gable a cross window with six small window panes whereby both small window panes at the bottom are flanked by an extra small window pane. The SOUTHERN GABLE of this convent wing is virtually blind. Only in the second storey a number of small double windows.

On the INNER COURTYARD the cloister courtyard is located. The rear gable of the western convent wing is provided with a projecting structure comprising one storey with a lean-to roof. In the gable of this projecting structure three-part leaded glass windows. In the second storey two-part and three-part windows. The apse side of the convent chapel is three-sided with in the first storey also a projecting structure with a lean-to roof. In this projecting structure a rounded-arch-shaped wooden gate and two two-part windows. In the second storey of the apse gable three pointed-arch-shaped leaded glass windows and two buttresses. The rear gable of the northern convent wing has in the first storey cross windows with leaded glass windows and in the second storey two-part windows with natural stone sills and lintels. The rear gable of the eastern convent wing is in the first storey provided with a projecting structure with a lean-to roof. In the gable of this projecting structure two-part windows and a rounded-arch-shaped wooden gate. In the second storey two-part windows with natural stone sills and lintels. The rear gable of the southern convent wing is in the first storey provided with cross windows and in the second storey with double windows with natural stone sills and lintels.

Of the INTERIOR the following is notably important. CONVENT CHAPEL with tall pointed arches and a ceiling with cross-ribbed vaulting; pilasters in brick. The cross ribs rest on the pilasters crowned with capitals. Three-sided apse with three pointed-arch-shaped leaded glass windows. In the western gable of the chapel a large pointed-arch-shaped leaded glass window from 1957 by glazier Frans Cox. In the small Theresa chapel from 1950 leaded glass windows by atelier Den Rooyen from Roermond. Cloister corridor with authentic tile floor in Namur stone.

On the north and east side the convent is enclosed by high convent walls.

On the side of the Venloseweg there is a boundary consisting of a low brick wall with a saddle ridge with on it a number of brick pillars with between them wrought iron railings. The brick pillars are provided with a natural stone cap stone. At the height of the main entrance of the convent a small gate in brick. At the height of the chapel entrance also a small gate with wrought iron railing.

Valuation

The convent building of the Carmelite nuns possesses as a well-preserved example of a Kulturkampf convent cultural-historical values as a particular expression of a cultural, spiritual and typological development. The buildings derive architectural-historical values from their importance for the history of architecture, the aesthetic qualities of the design and the ornamentation and as an example of the oeuvre of architect Johannes Kayser. The buildings derive ensemble value from their siting and thus their importance for the appearance of Roermond.

The buildings are of general importance because of the high degree of architectural integrity of exterior and, to a lesser extent, interior, the high-quality architectural quality of the constituent components and in relation to the visual integrity of the urban environment. There is also architectural-historical, typological and functional rarity.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map