Rijksmonumentenregister · Netherlands
Fabrieksgebouw, Kloosterstraat 10
Oosterhout, Noord-Brabant, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Industrie
- Function
- Fabrieksgebouw
- Category
- onroerend gebouwd
- Built (approximately)
- 1925 - 1943
- Address
- Kloosterstraat 10, 4901 HS Oosterhout (and others)
- Place
- Oosterhout
- Province
- Noord-Brabant
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.64262, 4.86406
- Monument number
- 520031
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
2 historical maps cover this location, the earliest the 1924 map "Topographische kaart van Breda en omstreken / Topographische Inrichting ; samengest. naar de gegevens van de Militaire Verkenningen" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding.
Ten zuidoosten van de oude Oosterhoutse dorpskern bevindt zich op een perceel gelegen aan de Kloosterstraat en Pruimboomsteeg een gefaseerd uitgebouwd FABRIEKSGEBOUW, waarvan de oudste kern uit 1925 dateert. Het is begonnen als een electrische DRUKKERIJ van boeken, kranten en handelsdrukwerk die zich in de loop der jaren ontwikkelde tot een KARTONFABRIEK waar aanvankelijk alleen massief karton en later ook golfkarton werd geproduceerd. Thans doet het gebouw dienst als koekfabriek.
In opdracht van de ondernemer H.C. van der Aa werd in 1925 het eerste deel gebouwd door Technisch Bureau H.H. Martens & Zn. in een sobere Nieuwe Bouwen-stijl. Hetzelfde architectenbureau (later Martens-Kramer arch. geheten) en de Oosterhoutse gebroeders Oomen breidden het pand in later tijd uit in dezelfde stijl en in een stijl die elementen vertoont van het Zakelijk Expressionisme.
De firma van Van der Aa is een karakteristiek en vroeg voorbeeld van de ontwikkelingen in de grafische en papierindustrie. Veel (golf-)kartonfabrieken begonnen als drukkerij en gingen ergens in de eerste helft van de twintigste eeuw over op de productie van golfkarton. De massaproductie en het op Amerikaanse manier voorverpakken van voedings- en genotmiddelen deed in de jaren twintig de vraag naar massief karton stijgen. De vraag naar golfkarton, ook een Amerikaanse vinding, steeg tijdens de depressie in de jaren dertig vanwege de behoefte aan goedkoop transportmateriaal voor producten. In de periode tot 1950 concentreerde de Nederlandse golfkartonindustrie zich voornamelijk in de provincie Noord-Brabant.
De te beschermen delen van de gefaseerd uitgebouwde fabriek dateren uit de periode 1925-1943 en illustreren voornoemde ontwikkelingen. Van der Aa was tot 1950 in het pand gevestigd. Thans doet het gebouw dienst als koekfabriek van de firma Schriek. In productietechnisch opzicht zijn er daardoor geen elementen bewaard gebleven. Buiten de bescherming valt het zuidwestelijke deel van de fabriek aan de hoek Kloosterstraat en Pruimboomsteeg, ter linkerzijde van het uit 1943 stammende poortgebouw. Dit omvat het in 1964 overkapte binnenterrein.
Omschrijving.
Het half vrijstaande fabrieksgebouw beslaat een onregelmatige plattegrond en telt bouwvolumes met één, twee en drie lagen onder platte daken. Het bestaat aan de buitenkant grotendeels uit een gepleisterd gewapend-betonskelet waarin bakstenen vullingen en vensterstroken met verticale ijzeren roeden. Het bouwvolume met inrijpoort is gemetseld in Noords kettingverband. De asymmetrische gevelwand aan de Kloosterstraat illustreert de gefaseerde uitbreiding van de fabriek. De meest oostelijke tien traveeën op de begane grond maken deel uit van de oudste, door H. Martens gebouwde kern uit 1925. Hier bevond zich de voormalige drukkerij, een eenlaags volume op onregelmatig grondplan. Zwarte bakstenen verlevendigen het vulwerk, onderlangs loopt een gepleisterde plint en bovenlangs een gepleisterde borstwering. Zesdelige vensterstroken waarin vaste ramen met verticale ijzeren roeden, waarbij de tweede ruit van rechts en van links door een decoratief werkende horizontale roede zijn onderverdeeld in een vast raam en een klepraam. Geheel rechts de versoberde entree naar het achtergelegen voormalige kantoortje. In 1929 werd het gebouw door de gebroeders Oomen in stijl uitgebreid met een eveneens tien traveeën tellende verdieping voor de fabricage van karton, aan de bovenzijde bekroond met een trapsgewijs opklimmende, gepleisterde borstwering. H. Martens breidde dit geheel in 1931 aan de achterzijde uit met een extra kartonnagewerkplaats over de volle lengte van het pand; een eenlaags volume op onregelmatige plattegrond met centraal in de zoldering een licht- en luchtkap.
In 1936 volgde aan de westzijde een uitbreiding door Martens-Kramer architecten bestaande uit een drielaags volume dat diagonaal op de Kloosterstraat is geplaatst en de straatgevel naar het westen toe verlengde met twee traveeën. Het is tien traveeën diep. Dit volume beslaat een nagenoeg rechthoekige plattegrond met afgeschuinde kopgevel en bepaalt door zijn hoogte in grote mate het aanzien van de fabriek vanuit het westen. Voorgevel sluit in stijl en detaillering aan bij het oudere deel. Invulling van het skelet op de begane grond met grote, beglaasde houten poorten en op de verdiepingen zevendelige vensterstroken. In de derde bouwlaag links een kunststenen vlaggestokhouder uit 1943. Linker gevel met zevendelige vensterstroken en detaillering als voornoemd. Gepleisterde, blinde rechter gevel.
In 1938 volgde door de gebroeders Oomen een eenlaags uitbreiding op onregelmatige plattegrond in de noordwestelijke hoek van het perceel. De westelijke gevel hiervan bevindt zich aan de Pruimboomsteeg en telt zes traveeën met detaillering als voornoemd (een dichtgezet).
In 1943 werd de fabriek uitgebreid met een door de gebroeders Oomen in afwijkende stijl ontworpen smal en zes traveeën diep eenlaags bakstenen poortgebouw onder plat, direct grenzend aan het bouwvolume uit 1936. Lichtkap op de middenas over de volle lengte. Centraal in de voorgevel een hoge entree voor los- en laadverkeer waarin een dubbele opgeklampte houten strokendeur met rolconstructie, overspannen met een betonnen luifel die rust op afgeronde hoeken met uitspringende, wit geschilderde speklagen. Boven de luifel een terugliggend muurvlak, bekleed met donkerrode wandtegels.
De gefaseerde vergroting van de fabriek is in de indeling van de interieurruimten herkenbaar bewaard gebleven. De constructie bestaat grotendeels uit een volledig gewapend-betonskelet voorzien van kolommen en balken met afgeschuinde en gecombineerd afgeschuinde/rechte aansluitingen. De kartonnagewerkplaats uit 1931 bestaat van binnen uit gewapend betonnen kolommen waarop ijzeren N-vormige vakwerkliggers. Vloeren en zolderingen van houten plankdelen en gewapend beton. Bij het poortgebouw rusten de cementstenen systeemstroken van de zoldering op ijzeren onderslagbalken en op vakwerkspanten (V-liggers) die opgenomen zijn in de dragende bakstenen wanden.
Waardering.
De voormalige drukkerij/kartonfabriek is van algemeen belang. Het object heeft cultuurhistorische waarden. Het is van belang als bijzondere uitdrukking van de economische ontwikkelingen in de grafische industrie en vooral de (golf-)kartonindustrie, die zich tot 1950 met name concentreerde in Noord-Brabant. Het is van belang vanwege de bouwgeschiedenis en als zodanig voor de typologische ontwikkeling van kartonfabrieken. Bovendien bezit het object een innovatieve waarde als vroeg voorbeeld van de vooral pas na de Tweede Wereldoorlog op gang gekomen golfkartonindustrie. Het object heeft architectuurhistorische waarden. Het is van belang voor de architectuurgeschiedenis vanwege de (gedeeltelijk vroege) toepassing van een aan het Nieuwe Bouwen gerelateerde fabrieksesthetiek, en het is van belang voor de geschiedenis van de bouwtechniek.
Het object heeft ensemblewaarde als beeldbepalend onderdeel van de historische bebouwing aan de Kloosterstraat en bepaalt als zodanig mede het aanzien en karakter van de wijk. Het object is van belang vanwege de herkenbaarheid als gefaseerd uitgebreid fabrieksgebouw en vanwege een zekere architectuurhistorische en typologische zeldzaamheid als vroege exponent van de golfkartonindustrie.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction.
To the southeast of the old Oosterhout village centre, on a plot situated at Kloosterstraat and Pruimboomsteeg, there is a FACTORY BUILDING developed in phases, the oldest core of which dates from 1925. It began as an electric PRINTING WORKS for books, newspapers and commercial printing which developed over the years into a CARDBOARD FACTORY where initially only solid cardboard and later also corrugated cardboard was produced. The building now serves as a biscuit factory.
On the instructions of entrepreneur H.C. van der Aa, the first section was built in 1925 by Technical Bureau H.H. Martens & Zn. in a sober New Building style. The same architectural office (later called Martens-Kramer arch.) and the Oosterhout brothers Oomen subsequently expanded the building in the same style and in a style showing elements of Business Expressionism.
The Van der Aa company is a characteristic and early example of developments in the graphic and paper industry. Many corrugated cardboard factories began as printing works and switched at some point in the first half of the twentieth century to the production of corrugated cardboard. Mass production and the American-style pre-packaging of food and luxuries caused the demand for solid cardboard to rise in the 1920s. The demand for corrugated cardboard, also an American invention, rose during the depression in the 1930s because of the need for cheap transport material for products. In the period up to 1950 the Dutch corrugated cardboard industry concentrated mainly in the province of North Brabant.
The parts of the factory developed in phases to be protected date from the period 1925-1943 and illustrate the aforementioned developments. Van der Aa was established in the building until 1950. The building now serves as a biscuit factory of the firm Schriek. In terms of production technology, no elements have been preserved. Outside the protection falls the southwestern part of the factory at the corner of Kloosterstraat and Pruimboomsteeg, to the left of the gateway building dating from 1943. This comprises the interior courtyard covered over in 1964.
Description.
The semi-detached factory building has an irregular ground plan and comprises building volumes with one, two and three storeys under flat roofs. On the outside it consists largely of a rendered reinforced concrete skeleton with brick infill and window strips with vertical iron rods. The building volume with entrance gate is laid in North English bond. The asymmetrical facade wall at Kloosterstraat illustrates the phased expansion of the factory. The ten easternmost bays on the ground floor form part of the oldest core built by H. Martens in 1925. This was where the former printing works was located, a single-storey volume on an irregular ground plan. Black brickwork enlivens the infill, a rendered plinth runs along the bottom and a rendered breastwork along the top. Six-part window strips with fixed frames with vertical iron rods, whereby the second pane from right and from left is subdivided by a decorative horizontal rod into a fixed frame and a pivot frame. At the far right the simplified entrance to the former office in the back. In 1929 the building was expanded in style by the brothers Oomen with an equally ten-bay upper storey for cardboard manufacturing, topped at the top with a stepped rising, rendered breastwork. H. Martens expanded this whole in 1931 at the rear with an additional cardboard workshop over the full length of the building; a single-storey volume on an irregular ground plan with a central light and ventilation cupola in the roof space.
In 1936 there followed on the west side an extension by Martens-Kramer architects consisting of a three-storey volume placed diagonally on Kloosterstraat and extending the street facade towards the west with two bays. It is ten bays deep. This volume has a nearly rectangular ground plan with angled end gable and determines to a large extent the appearance of the factory from the west. Front facade matches in style and detailing the older section. Infill of the skeleton on the ground floor with large glazed wooden gates and on the upper storeys seven-part window strips. In the third storey on the left an artificial stone flagpole holder from 1943. Left facade with seven-part window strips and detailing as mentioned above. Rendered, blind right facade.
In 1938 there followed by the brothers Oomen a single-storey extension on an irregular ground plan in the northwestern corner of the plot. The western facade of this is situated on Pruimboomsteeg and has six bays with detailing as mentioned above (one sealed up).
In 1943 the factory was extended with a narrow single-storey brick gateway building six bays deep designed by the brothers Oomen in a different style, directly adjoining the building volume from 1936. Skylight on the central axis over the full length. Centrally in the front facade a tall entrance for loading and unloading traffic with a double clamped wooden slat door with roller construction, spanned with a concrete awning which rests on rounded corners with protruding, white-painted lard stripes. Above the awning a recessed wall surface, clad with dark red wall tiles.
The phased enlargement of the factory is recognizably preserved in the layout of the interior spaces. The construction consists largely of a fully reinforced concrete skeleton provided with columns and beams with angled and combined angled/straight connections. The cardboard workshop from 1931 consists internally of reinforced concrete columns on which iron N-shaped lattice girders. Floors and roof spaces of wooden plank sections and reinforced concrete. At the gateway building the cement stone system strips of the roof space rest on iron bearing joists and on lattice rafters (V-girders) which are incorporated in the load-bearing brick walls.
Valuation.
The former printing works/cardboard factory is of general importance. The object has cultural-historical values. It is of importance as a distinctive expression of economic developments in the graphic industry and especially the corrugated cardboard industry, which concentrated particularly in North Brabant up to 1950. It is of importance because of its building history and as such for the typological development of cardboard factories. Moreover, the object possesses innovative value as an early example of the corrugated cardboard industry, which only really got underway after the Second World War. The object has architectural-historical values. It is of importance for architectural history because of the (partly early) application of a factory aesthetic related to the New Building movement, and it is of importance for the history of building techniques.
The object has ensemble value as a visually defining component of the historic buildings on Kloosterstraat and as such also determines the appearance and character of the district. The object is of importance because of the recognizability as a phased expansion factory building and because of a certain architectural-historical and typological rarity as an early exponent of the corrugated cardboard industry.
Nearby in the register
- HuijbenNijverheidunder 1 mi
- Fabrieksschoorsteen, Pastoor Bressersstraat bij 1Industrieunder 1 mi
- Woonhuis, Klappeijstraat 44Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Leijsenhoek 4Woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.