Rijksmonumentenregister · Netherlands
Bierbrouwerij, Bredaseweg 106
Oosterhout, Noord-Brabant, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Industrie
- Function
- Bierbrouwerij
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1901
- Address
- Bredaseweg 106, 4902 NS Oosterhout
- Place
- Oosterhout
- Province
- Noord-Brabant
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.63977, 4.84835
- Monument number
- 520025
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1904 map "Bl. 24 Dordrecht, 1904" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding.
Ten zuidwesten van de Oosterhoutse dorpskom is gesitueerd de voormalige "N.V. Noord-Brabantsch-Beiersch BIERBROUWERIJ De Gekroonde Bel". De brouwerij bevindt zich op een aan de Bredaseweg gelegen industrieterrein, dat overigens buiten de bescherming valt. Het voor bescherming in aanmerking komende deel van de brouwerij is prominent aan de Bredaseweg gesitueerd, in de nabijheid van de voormalige tramlijn Breda-Oosterhout, en bestaat uit een MACHINEHUIS met aangrenzend BROUWHUIS en KANTOORGEBOUW. De voormalige brouwerij werd ontworpen in 1901 door architect J. Verheul Dzn. (Rotterdam) in een Overgangsstijl met detaillering in sobere Art Nouveau. De tegeltableaus zijn vervaardigd in de fabriek Holland te Utrecht. De bouwstijl van de landelijk bekende architect J. Verheul (1860-1948) ontwikkelde zich van een op de renaissance gebaseerde architectuur via een Hollandse variant van de Art Nouveau naar een op het Berlagiaanse rationalisme geïnspireerde architectuur.
De brouwerij trad in de loop van 1901 in werking en werd al snel een succes. Tussen 1906 en 1912 liet de gemeente Oosterhout het Wilhelminakanaal graven in de onmiddellijke nabijheid van de brouwerij waardoor de bereikbaarheid nog verbeterde. Vanaf 1923 werden er ook chemische en farmaceutische producten gemaakt. In 1927 gingen de zaken zo slecht dat de brouwerij even later haar poorten moest sluiten. De fabriek werd verkocht aan een bierbottelarij. Diverse functiewijzigingen volgden in de hieropvolgende jaren. Thans wordt de brouwerij als bedrijfs- en kantoorruimte gebruikt. De interieurs zijn grotendeels gewijzigd en gemoderniseerd en de oorspronkelijke apparatuur is verdwenen. Toch zijn in de uiterlijke verschijngsvorm de typerende karakteristieken van een middelgrote, moderniserende stadsbrouwerij bewaard gebleven.
De N.V. Noord-Brabantsch-Beiersch Bierbrouwerij "De Gekroonde Bel" is het resultaat van een fusie tussen de (voorheen aan de Heuvelstraat gevestigde) brouwerij van de familie Smits uit Oosterhout en de brouwerij van de heer Oomen en de gebroeders Van Dijk uit Heusdenhout. De organisatievorm van een Naamloze Vennootschap was vrij zeldzaam bij de tot ver in de twintigste eeuw voornamelijk als familiebedrijf gerunde brouwerijen en is kenmerkend voor de schaalvergroting in de branche rond de eeuwwisseling. De brouwerij legde zich voornamelijk toe op de productie van ondergistend 'Beiers' bier, een nieuwe uit Duitsland afkomstige productiemethode die na 1885 snel populair werd door het succes dat Heineken ermee had. Daarnaast bleef men ook bovengistende bieren produceren. Het voor het brouwproces benodigde water betrok men door middel van een op 1 kilometer afstand van het industrieterrein gelegen pomp die het heldere grondwater via een pijpleiding bij de brouwerij bracht.
Omschrijving.
Het beschermde deel van de met pseudo-handvorm baksteen in kruisverband gemetselde brouwerij beslaat een samengestelde plattegrond. Het voormalige machinehuis is bewust in het midden gesitueerd en bestaat uit een eenlaags volume op rechthoekige plattegrond (16,6 m. lang, 9,2 m. breed en 6 m. hoog) onder plat met een borstwering aan de straatzijde. De uitbouwen aan de achterzijde (voormalige ketelhuizen uit 1935 en 1941 op de plaats van het oorspronkelijke ketelhuis) vallen buiten de bescherming.
De zich vanuit het machinehuis naar alle fabrieksruimten vertakkende leidingen konden door de centrale ligging zo kort mogelijk gehouden worden. Symmetrische, drie traveeën brede straatgevel. Drie grote rondbogige vensters (waarin nu nieuwe kozijnen in oude vorm), omlijst met bakstenen archivolten op hardstenen aanzetstenen en met hardstenen afzaten, zorgden voor voldoende ventilatie en daglicht. In de penanten (dichtgezette) getoogde ventilatie-openingen onder strekken. Onderlangs de gevel een hardstenen plint waarboven geometrisch siermetselwerk.
Bovenlangs de gevel een balustrade met natuurstenen kantelen, siermetselwerk, verspringende casementen en (in de bouwtijd met opschriften gesierde) gevelvelden. De zoldering bestaat uit houten balken met een stalen onderslagbalk met I-profiel die over de gehele lengte van de ruimte loopt, slechts geschraagd door twee gietijzeren, zich verjongende kolommen met aangegoten vierdelige consoles.
Aan de zuidzijde grenst het voormalige brouwhuis, een loodrecht op de Bredaseweg gelegen hoog volume op rechthoekig grondplan (10 x 12 x ca. 20 m.) met twee bouwlagen en een kapverdieping onder een zadeldak tussen topgevels met gekanteelde schouderstukken en decoratieve gevelbekroning. Bakgoten op natuurstenen consoles. Twee- en eenlaags aan- en uitbouwen aan de achterzijde vallen buiten de bescherming.
Op de begane grond werd gebrouwen. Zeer hoge, verdiept gelegen rondbogige vensters (met nieuwe kozijnen in oude vorm) in de straatgevel en in de zuidgevel zorgden voor verkoeling in het hete brouwhuis en voor de toetreding van voldoende daglicht. De vensters worden geflankeerd door getoogde, deels dichtgezette openingen met gietijzeren ventilatieroosters. Een tegen de achtergevel geplaatste, achtzijdige schoorsteen zorgde voor de afvoer van emissies. De zoldering van de brouwruimte, die het zware bovengelegen koelschip moest dragen, bestaat uit een bakstenen troggewelf tussen I-vormige profielbalken over de lengte van het gebouw met over de breedte een uit twee gekoppelde profielbalken samengestelde onderslagbalk, in het midden geschoord door een kolossale gietijzeren kolom met aangegoten vierdelige console. In het koelschip op de tweede bouwlaag kon de hete wort afkoelen. Het koelschip was op grote hoogte gelegen om weinig last te hebben van het op de begane grond rondzwervend straatvuil en is aan de buitenzijde herkenbaar aan de langwerpige gevelopeningen met deels versoberde schuifvensters en diverse ventilatieroosters zoals voornoemd. Onder de kap bevond zich de moutzolder voor de opslag van de van elders aangevoerde mout. De vrijwel symmetrisch opgezette gevels worden verder verlevendigd en geleed door siermetselwerk en friezen met verspringende casementen, zoals ook bij het machinehuis. In de topgevel aan de straatzijde een versoberd tweehonderd tegels tellend polychroom tableau met een afbeelding van een kuip met gereedschap en hopbellen rondom.
Aan de noordzijde van het machinehuis grenst het representatieve voormalige kantoorgebouw. Het evenwijdig aan de weg gelegen volume beslaat een rechthoekige plattegrond en is opgebouwd uit een souterrain, twee bouwlagen en een kapverdieping onder een met Tuile du Nord-pannen gedekt zadeldak. Hoekoverbouwing in de oksel van machinehuis en kantoorgebouw in de vorm van een vierkant uitpuntende traptoren op een kwartronde voet. De toren wordt bekroond met een tentdakje, gedekt met geschubde daktegels. De kwartronde voet bestaat uit een gebogen stalen latei op kraagstenen en een polychroom bakstenen troggewelf tussen profielbalken. Aan de achterkant is het torenvolume verbonden met een tweelaags uitbouw onder plat over de halve langsgevel aan de achterzijde van het gebouw. De overige aan- en uitbouwen aan de achtergevel vallen buiten de bescherming.
Straat- en kopgevels worden geleed en verlevendigd met detaillering zoals voornoemd. Aan de dakvoet een bakgoot op natuurstenen consoles. Symmetrische straatgevel van twee traveeën breed met in de vensterdam op de begane grond een trechtervormig polychroom tegeltableau met afbeelding van een gekroonde bel.
Onder de hoekoverbouwing aan de zuidelijke kopgevel bevindt zich bovenaan een driezijdig afgeschuinde trap de getoogde entree met een dubbele, beglaasde houten strokendeur. Noordelijke kopgevel met een zolderluik in de topgevel en een grote getoogde entree naar de lagerkelder voor het laden en lossen. Achtergevel met bakgoot op bloktandlijst en eenvoudige steekankers. Diverse nieuwe toegangsdeuren uit later tijd. Getoogde, driedelige kelderlichten (dichtgezet); bel-étage met versoberde rondbogige vensters en schuifvenster onder getoogde strek; verdieping met versoberde schuifvensters en stolpvensters met driedelig bovenlicht onder getoogde strekken en samengestelde vensters in de uitbouw aan de achterzijde.
Waardering.
Het frontgedeelte van de voormalige bierbrouwerij, bestaande uit een voormalig kantoorgebouw, machinehuis en brouwhuis, is van algemeen belang. Het object bezit cultuurhistorische waarden. Het is van belang als bijzondere uitdrukking van de sociaal-economische ontwikkelingen in de Noord-Brabantse brouwersbranche. Het is van belang voor de typologische ontwikkeling van de modernisering van de middelgrote brouwerijgebouwen aan het begin van de twintigste eeuw. Het object bezit architectuurhistorische waarden. Het is van belang voor de geschiedenis van de bouwtechniek. Daarnaast is het van belang binnen het oeuvre van de landelijk bekende architect Verheul. Verder is het van belang vanwege de esthetische kwaliteit van de architectonische compositie en de verfijnde detaillering en het ambachtelijke metselwerk van diverse onderdelen, zoals de hoekoverbouwing. Het object bezit ensemblewaarden. Het is van belang als beeldbepalend onderdeel van een historisch gegroeid industrieel ensemble aan de Bredaseweg. Daarnaast vanwege de functionele historisch-ruimtelijke relatie met de wegen, waterwegen en bodemgesteldheid in de onmiddellijke omgeving.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction.
To the southwest of the Oosterhout village centre is situated the former "N.V. Noord-Brabantsch-Beiersch BREWERY De Gekroonde Bel". The brewery is located on an industrial estate on the Bredaseweg, which is otherwise outside the protected area. The part of the brewery eligible for protection is prominently situated on the Bredaseweg, in the vicinity of the former tramline Breda-Oosterhout, and consists of a MACHINE HOUSE with adjacent BREWHOUSE and OFFICE BUILDING. The former brewery was designed in 1901 by architect J. Verheul Dzn. (Rotterdam) in a Transitional style with detailing in sober Art Nouveau. The tile panels were manufactured at the Holland factory in Utrecht. The building style of the nationally known architect J. Verheul (1860-1948) developed from architecture based on the Renaissance via a Dutch variant of Art Nouveau to an architecture inspired by Berlagiaan rationalism.
The brewery came into operation in the course of 1901 and quickly became a success. Between 1906 and 1912 the municipality of Oosterhout had the Wilhelminakanaal dug in the immediate vicinity of the brewery, which further improved accessibility. From 1923 onwards, chemical and pharmaceutical products were also made. In 1927 business went so badly that the brewery had to close its doors shortly afterwards. The factory was sold to a beer bottling plant. Various changes of function followed in the subsequent years. The brewery is now used as business and office space. The interiors have been largely altered and modernized and the original equipment has disappeared. Nevertheless, the typical characteristics of a medium-sized, modernizing city brewery have been preserved in its external appearance.
The N.V. Noord-Brabantsch-Beiersch Brewery "De Gekroonde Bel" was the result of a merger between the brewery of the Smits family from Oosterhout (formerly located on the Heuvelstraat) and the brewery of Mr. Oomen and the brothers Van Dijk from Heusdenhout. The organizational form of a Limited Company was quite rare among breweries, which were run predominantly as family businesses far into the twentieth century, and is characteristic of the scaling-up in the sector around the turn of the century. The brewery focused mainly on the production of bottom-fermented 'Bavarian' beer, a new production method from Germany which became rapidly popular after 1885 due to the success Heineken had with it. In addition, they continued to produce top-fermented beers. The water required for the brewing process was obtained by means of a pump located 1 kilometre away from the industrial estate which brought clear groundwater to the brewery via a pipeline.
Description.
The protected part of the brewery, built with pseudo-handmade brick in cross-bond, covers a complex floor plan. The former machine house is deliberately situated in the centre and consists of a single-storey volume on a rectangular floor plan (16.6 m. long, 9.2 m. wide and 6 m. high) under a flat roof with a breastwork on the street side. The extensions on the rear (former boiler houses from 1935 and 1941 in place of the original boiler house) are outside the protected area.
The pipes branching from the machine house to all factory spaces could be kept as short as possible due to the central location. Symmetrical street facade three bays wide. Three large round-arched windows (now with new frames in the original form), framed with brick archivolts on hardstone springer stones and with hardstone sills, provided sufficient ventilation and daylight. In the pillars (infilled) arched ventilation openings below the string course. Along the base of the facade a hardstone plinth above which ornamental brickwork.
Along the top of the facade a balustrade with natural stone crenellations, ornamental brickwork, projecting casements and (during construction decorated with inscriptions) facade panels. The ceiling consists of wooden beams with a steel underslung beam with I-profile which runs along the entire length of the space, supported only by two cast iron, tapering columns with attached four-part consoles.
On the south side adjoins the former brewhouse, a high volume perpendicular to the Bredaseweg with a rectangular floor plan (10 x 12 x c. 20 m.) with two storeys and a roof storey under a gabled roof between gable walls with crenellated shoulder pieces and decorative gable crowning. Box gutters on natural stone consoles. Two- and single-storey extensions and projections on the rear fall outside the protected area.
On the ground floor brewing took place. Very high, recessed round-arched windows (with new frames in the original form) in the street facade and in the south facade provided cooling in the hot brewhouse and allowed sufficient daylight to enter. The windows are flanked by arched, partly infilled openings with cast iron ventilation grilles. An octagonal chimney placed against the rear wall provided for the disposal of emissions. The ceiling of the brewing space, which had to support the heavy upper cooling chamber, consists of a brick barrel vault between I-profile beams along the length of the building with across the width a composite underslung beam made of two coupled profile beams, in the centre braced by a colossal cast iron column with attached four-part console. In the cooling chamber on the second storey the hot wort could cool down. The cooling chamber was situated at a great height to be little affected by street dirt wandering around on the ground floor and is recognizable on the outside by the elongated facade openings with partly simplified sash windows and various ventilation grilles as aforesaid. Under the roof was the malt floor for storage of malt brought in from elsewhere. The virtually symmetrically arranged facades are further enlivened and articulated by ornamental brickwork and friezes with projecting casements, as also in the machine house. In the gable wall on the street side a simplified two-hundred-tile polychrome panel depicting a tub with tools and hop bines around it.
On the north side of the machine house adjoins the representative former office building. The volume parallel to the road covers a rectangular floor plan and is built up from a basement, two storeys and a roof storey under a gabled roof covered with Tuile du Nord tiles. Corner projection in the angle of machine house and office building in the form of a square projecting stair tower on a quarter-round base. The tower is crowned with a tent roof covered with shingled roof tiles. The quarter-round base consists of a curved steel lintel on brackets and a polychrome brick barrel vault between profile beams. On the back the tower volume is connected to a two-storey projection under a flat roof over half the rear facade of the building. The remaining extensions and projections on the rear facade fall outside the protected area.
Street and end facades are articulated and enlivened with detailing as aforesaid. At the eaves level a box gutter on natural stone consoles. Symmetrical street facade two bays wide with in the window sill on the ground floor a funnel-shaped polychrome tile panel depicting a crowned bell.
Below the corner projection on the south end wall at the top is a three-sided chamfered staircase leading to the arched entrance with a double, glazed wooden barred door. North end wall with a loft hatch in the gable wall and a large arched entrance to the lower cellar for loading and unloading. Rear facade with box gutter on corbelled string course and simple brick bonding. Various new access doors from a later period. Arched, three-part cellar lights (infilled); bel-étage with simplified round-arched windows and sash window under arched string course; upper storey with simplified sash windows and corner windows with three-part fanlight under arched string courses and composite windows in the projection on the rear.
Valuation.
The front part of the former beer brewery, consisting of a former office building, machine house and brewhouse, is of general interest. The object possesses cultural-historical values. It is of importance as a particular expression of the socio-economic developments in the North Brabantine brewing sector. It is of importance for the typological development of the modernization of medium-sized brewery buildings at the beginning of the twentieth century. The object possesses architectural-historical values. It is of importance for the history of building technology. Furthermore, it is of importance within the oeuvre of the nationally known architect Verheul. Moreover, it is of importance because of the aesthetic quality of the architectural composition and the refined detailing and the craftsmanship of the brickwork of various components, such as the corner projection. The object possesses ensemble values. It is of importance as a character-defining component of a historically developed industrial ensemble on the Bredaseweg. Furthermore, because of the functional historical-spatial relationship with the roads, waterways and soil conditions in the immediate vicinity.
Nearby in the register
- Complex BouwlingstraatBegraafplaats en -onderdelenunder 1 mi
- Muur(D), Nieuwe Bouwlingstraat 37 OosterhoutErfscheidingunder 1 mi
- Woonhuis, Ridderstraat 56Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Heuvelstraat 10Woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.