TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Woonhuis, Harlingerstraatweg 49

Leeuwarden, Fryslân, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Woonhuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1919 - 1921
Address
Harlingerstraatweg 49, Locatie: Westerparkwijk, 8913 AD Leeuwarden (and others)
Place
Leeuwarden
Province
Fryslân
Country
Netherlands
Coordinates
53.20438, 5.78060
Part of complex
519798
Monument number
519800

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

2 historical maps cover this location, the earliest the 1904 map "Bl. 3 Leeuwarden, 1904" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Drievoudige WONING deel uitmakende van een COMPLEX van 70 MIDDENSTANDSWONINGEN, in 1919-1921 in Interbellum stijl gerealiseerd voor de Coöperatieve Vereniging Woningbouw naar ontwerp van Doeke Meintema. 17 Grote woningen van twee bouwlagen met flauwe schildkappen aan de Harlingerstraatweg 45 t/m 73 en Marssumerstraat 1 en 2 en 53 kleine woningen van één bouwlaag met hoge, gebroken schildkappen aan Marssumerstraat 4 t/m 18 en 3 t/m 9, Franekerstraat 68 t/m 74, Menaldumerstraat 2 t/m 18, Bildtsestraat 7 t/m 25 en 14 t/m 32 en Engelumerstraat 1 t/m 15.

Architect Doeke Meintema stond een eenvoud van architectuur voor; zijn bouwwerken moesten een beeld oproepen waarvan kon worden afgelezen hoe de gebruiksruimten in elkaar staken en ook moesten laten zien hoe ze gebouwd waren en welke bouwmaterialen waren toegepast. Hij noemde zijn bouwwerken een heel klein beetje kunst. Naar aanleiding van een herdenkingstentoonstelling na zijn overlijden werd geschreven: "Juist het pretentielooze, het afwijzen van modieuze stroomingen, het prijs stellen op eigen, stoer karakter, is in het werk van Meintema zoo aantrekkelijk".

Het complex van 70 woningen is stedenbouwkundig levendig in het grotere geheel van de wijk geweven. De karakteristieke architectuur van zowel de grote als de kleine woningen en de levendige geleding in verspringende blokjes van twee en vier woningen en enkele langere stroken zorgen niettemin voor een sterke architectonische en ruimtelijke coherentie. Die levendige groepering met voortuintjes van verschillende diepte aan straten met voor die tijd brede profielen roept enigszins de sfeer van een tuinstad op. Bij een renovatie aan het einde van de jaren zeventig is de oorspronkelijke inrichting van de woningen gemoderniseerd; Harlingerstraatweg 51 bezit nog de oorspronkelijke inrichting. De nieuwe buitendeuren en raamindelingen hebben toen een andere vorm gekregen, waardoor het metrum van vensters en deurlichten niet meer overeenkomen.

Omschrijving

EXTERIEUR: De drievoudige woning maakt deel uit van een groep van 15 woningen aan de Harlingerstaatweg en twee op de hoek van de Marsumerstraat die ten opzichte van elkaar iets verspringen. Het woningblok is twee lagen hoog en gebouwd op een rechthoekige plattegrond. Ze hebben elk een van baksteen gebouwde losstaande berging van één bouwlaag met een met pannen gedekt schilddak. De woningen zijn voorzien van tentkappen met een vrij flauwe dakhelling, gedekt met rode Hollandse golfpannen en voorzien van nokschoorstenen en van zinken mastgoten. De muren zijn gemetseld licht gemêleerde rode baksteen in Vlaams verband zonder verdiept voegwerk. Het muurwerk is op een ingetogen wijze verlevendigd met licht in- en uitspringende gevelvakken met metselpastiek. Voor de verdieping springen borstweringvakken, gesteund en gedekt door koppenlagen iets uit en aan de bovenzijde van de verdieping is, bij wijze van fries, om de drie lagen één baksteenlaag uitgemetseld, waartussen de vensters zijn gevat, een horizontale plastische partij die gedekt is door een over de volle breedte en diepte lopende koppenlaag die boven de bovenvensters ontlastingen vormt. De ingangstraveeën risaleren een weinig met op de hoeken om de drie lagen een vertanding en bovenin zo nu een dan een uitstekende kop. Woning nr. 49 heeft een deur in de oostelijke zijgevel. Deze ingangspartij is omvat door een brede lijst van iets uitspringend metselwerk dat naast de deur deels vertikaal verwerkt is en zijlichten bevat; een metselpartij die niet over de verdieping doorloopt. De oorspronkelijke deuren zijn tijdens de renovatie in 1978 vervangen door deuren, eveneens met vierruitslicht, maar met andere verhoudingen; binnen de kozijnen lage, vierledige bovenlichten. De gevels zijn op de begane grond naast de ingangspartijen geopend met dubbele of drievoudige zesruitsvensters. Op de verdiepingen vierruitsvensters in hetzelfde metrum als beneden en boven de ingangspartijen steeds een vierruitsvenster. In de zijgevels beneden een zesruits- en boven een vierruitsvenster. In de achtergevels staan beneden een vierledige vensterpui met in het midden openslaande deuren en een achter(keuken)deur met een smal staand licht. Op de verdieping drie vierruitsvensters, waarvan twee bij wijze van zijlichten van een deur met frans balkon.

INTERIEUR: De grote woningen hebben oorspronkelijk op de begane grond een indeling van gang annex trappenhuis; daarachter de keuken en daarnaast de kamers en suite en op de verdieping een overloop met voor en achter boven de gang/keuken twee kleine en boven de woonkamers twee grote slaapkamers. De suite-structuur is in vrijwel alle woningen uitgebroken tot een grote woonkamer. No. 51 heeft nog wel de originele inrichting. Dat interieur valt onder de bescherming; die van de nummers 49 en 53 niet. De inrichting met onder meer paneeldeuren is overigens hoogst eenvoudig. Verder hebben bij de renovatie nog enkele vernieuwingen plaatsgevonden. Zo zijn de achter de keuken aanwezige luifels weggenomen.

WAARDERING

De drievoudige middenstandswoning is als element van het complex van 70 woningen van algemeen historisch, architectuurhistorisch, architectonisch en stedenbouwkundig belang

- als relatief vroeg voorbeeld van corporatieve bouw van middenstandswoningen vlak voor de financiële kentering in de volkhuisvesting;

- vanwege de belangrijke plaats die de complex woningen inneemt in het oeuvre van de vooraanstaande architect Doeke Meintema;

- vanwege de uitwendig nagenoeg (op deuren en ramen na) gave Interbellum stijl op een ingetogen en nieuwe, niet meer naar historische stijlen verwijzende architectuur, waarbij de grote, strenge woningen enig baksteen-expressionisme ontvingen;

- vanwege de levendige groepering van de woningen, waarbij de architect met bloksgewijze, maar ook gekoppelde verspringingen in de straten met toch al brede profielen en vooral bij de hoeken zoveel ruimte heeft gesuggereerd dat een tuinstad-achtig resultaat is bereikt, een beeld dat nader vorm heeft gekregen door de afgrenzingen met ligusterhagen.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

Triple DWELLING forming part of a COMPLEX of 70 MIDDLE-CLASS DWELLINGS, realised in 1919-1921 in Interbellum style for the Coöperatieve Vereniging Woningbouw according to designs by Doeke Meintema. 17 large dwellings of two storeys with shallow hipped roofs at Harlingerstraatweg 45 to 73 and Marssumerstraat 1 and 2 and 53 small dwellings of one storey with high, broken hipped roofs at Marssumerstraat 4 to 18 and 3 to 9, Franekerstraat 68 to 74, Menaldumerstraat 2 to 18, Bildtsestraat 7 to 25 and 14 to 32 and Engelumerstraat 1 to 15.

Architect Doeke Meintema advocated simplicity in architecture; his buildings were to evoke an image from which one could read how the functional spaces related to each other and also had to show how they were built and what building materials had been used. He called his buildings a very small bit of art. Following a commemorative exhibition after his death, it was written: "It is precisely the unpretentious character, the rejection of fashionable trends, the appreciation of its own, sturdy character, that makes Meintema's work so attractive".

The complex of 70 dwellings is urban-design-wise vividly woven into the larger whole of the district. The characteristic architecture of both the large and small dwellings and the lively articulation in staggered blocks of two and four dwellings and some longer rows nonetheless provide a strong architectural and spatial coherence. This lively grouping with front gardens of varying depth on streets with broad profiles for that period somewhat evokes the atmosphere of a garden city. During a renovation at the end of the seventies, the original layout of the dwellings was modernised; Harlingerstraatweg 51 still possesses the original layout. The new external doors and window designs were given a different form at that time, so that the rhythm of windows and door lights no longer correspond.

Description

EXTERIOR: The triple dwelling forms part of a group of 15 dwellings at Harlingerstraatweg and two at the corner of Marssumerstraat that are staggered in relation to each other. The housing block is two storeys high and built on a rectangular floor plan. Each has a detached storage building of one storey built of brick with a hipped roof covered with tiles. The dwellings are provided with tent roofs with a fairly shallow roof pitch, covered with red Dutch ridge tiles and fitted with ridge chimneys and zinc gutters. The walls are laid in light mixed-hue red brick in Flemish bond without recessed jointing. The masonry is enlivened in a restrained manner with slightly recessed and projecting facade bays with brick plasticity. At the first floor, parapet bays project slightly, supported and topped by header courses, and at the top of the first floor, by way of a frieze, every third course one brick course is laid out beyond the others, between which the windows are set, a horizontal plastic element that is topped by a header course running the full width and depth which forms relieving arches above the upper windows. The entrance bays project slightly with on the corners every third course a toothing and at the top now and then a projecting head. Dwelling no. 49 has a door in the eastern side gable. This entrance element is enclosed by a broad band of slightly projecting brickwork which beside the door is partly worked vertically and contains sidelights; a brickwork element that does not continue over the first floor. The original doors were replaced during the 1978 renovation with doors, likewise with four-light panels, but with different proportions; within the frames low, four-part fanlights. The facades are opened on the ground floor beside the entrance elements with double or triple six-light windows. On the first floors four-light windows in the same rhythm as below and above the entrance elements always a four-light window. In the side gables below a six-light and above a four-light window. In the rear gables below a four-pane window with centre-opening doors and a rear (kitchen) door with a narrow vertical light. On the first floor three four-light windows, two of which by way of sidelights of a door with French balcony.

INTERIOR: The large dwellings originally had on the ground floor a layout of corridor combined with stairwell; behind it the kitchen and next to it the rooms en suite and on the first floor a landing with in front and behind above the corridor/kitchen two small and above the living rooms two large bedrooms. The suite structure has been removed in virtually all dwellings to create one large living room. No. 51 still has the original layout. This interior falls under protection; those of numbers 49 and 53 do not. The layout with, among other things, panel doors is moreover extremely simple. Furthermore, several further improvements were made during the renovation. For example, the awnings behind the kitchen were removed.

VALUATION

The triple middle-class dwelling is as an element of the complex of 70 dwellings of general historical, architectural-historical, architectural and urban-design significance

- as a relatively early example of corporate construction of middle-class dwellings just before the financial turning point in public housing;

- because of the important place the complex dwellings occupy in the oeuvre of the prominent architect Doeke Meintema;

- because of the externally virtually unspoilt (except for doors and windows) Interbellum style in a restrained and new architecture no longer referring to historical styles, whereby the large, strict dwellings received some brick expressionism;

- because of the lively grouping of the dwellings, whereby the architect with block-wise, but also linked staggering in streets with already broad profiles and especially at the corners has suggested so much space that a garden-city-like result has been achieved, an image further shaped by the delimitations with privet hedges.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map