Rijksmonumentenregister · Netherlands
Klooster Congregatie O.L. Vrouw
Velp, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kerkelijke dienstwoning
- Function
- Pastorie(F)
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1847
- Address
- Emmastraat 20, 6881 SV Velp (Rheden 25)
- Place
- Velp
- Municipality
- Rheden
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.99432, 5.97346
- Part of complex
- 519335
- Monument number
- 519336
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
David Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
4 historical maps cover this location, the earliest the 1843 map "Netherlands, Belgium." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding:
In twee bouwfasen tot stand gekomen voormalige vrijstaande PASTORIE van de O.L. Vrouw Visitatiekerk. Het gebouw is gelegen aan de westzijde van de noord-zuid lopende Emmastraat. Het pand grenst ter linkerzijde aan de St. Fredericusschool en ter rechterzijde aan de kerk. Het twee traveeën diepe achterste deel van het pand, tot aan het door een trapgevel afgesloten deel, vormt een restant van de in 1847 door de meester-timmerman en aannemer H. Hoorneman uit Elst ontworpen Neo-Classicistische Waterstaatskerk. Het toezicht van overheidswege lag bij de ingenieur van Waterstaat M.H. Conrad.
In de voorgevel van de pastorie naast de lekdorpel van het rechter venster bevindt zich een in hardsteen uitgevoerd stichtingssteentje met de tekst 'F.J.E. Koene 18 28/5 1885'. Sedert de ingebruikname van de in 1926 gebouwde nieuwe, rechts van de kerk gelegen pastorie is het pand is gebruik als klooster van de zusters van de congregatie van Onze Lieve Vrouw. Het pand wordt omgeven door een ruime tuin van de weg gescheiden door een modern ijzeren hekwerk dat een smeedijzeren hekwerk vervangt.
Omschrijving
Het in kruisverband gemetselde pand is gebouwd op een rechthoekige plattegrond en heeft twee bouwlagen onder een samengesteld dak gedekt met gesmoorde verbeterde Hollandse pannen. De hoofdbouwmassa heeft een schilddak met ter hoogte van de trapgevels aangekapte zadeldaken. Boven het uitspringende linkerdeel van de voorgevel is een aangekapt lager schilddak aangebracht. In het rechter daksschild bevinden zich twee bakstenen schoorstenen. In het midden op de nok is een kleine lage schoorsteen aangebracht. Op de nok aan de voorzijde bevindt zich een piron met goudkleurige bol en een latijns kruis die afkomstig zijn van de oude Waterstaatskerk.
Op de nok van het schild van het vooruitspringende deel van de voorgevel is eveneens een piron aangebracht. In het voorschild boven de ingang van het pand bevindt zich een dakkapel onder een met leien gedekt zadeldak met aan de voorzijde een overstekende spits. De dakkapel heeft een vierruits draairaampje. De gevels van het oudste deel worden afgesloten door een gepleisterd fries waarboven een geprofileerde kroonlijst. De gevels van de uitbreiding uit 1885 worden afgesloten door een architraaflijst in rode profielsteen waarboven zich een door kwartholle profielstenen gedragen bakgoot bevindt.
Asymmetrisch ingedeelde VOORGEVEL van drie traveeën. Onder de vensters van de verdieping is een in profielsteen uitgevoerde waterlijst aangebracht. Ter weerszijden van de venster bevinden zich fraaie smeedijzeren muurankers. De brede linker travee springt naar voren. De in de middentravee gelegen ingang heeft een in de oksel tussen beide geveldelen gelegen uitpandig portiek met twee door spitsbogen afgesloten en van in rode geprofileerde verblendsteen omlijstingen voorziene openingen met op de hoek een steunbeer met waterspuwer. De bovenzijde van het portiek fungeert als balkon en heeft een gemetselde balustrade met blinde door segmentboogjes afgesloten verdiept liggende velden op de hoek bevindt zich boven de steunbeer een overhoeks geplaatste kolom die afgesloten wordt door een gepleisterde spits. Het portiek heeft inwendig een in gele baksteen uitgevoerd kruisribgewelf waarvan de ribben rusten op bewerkte kraagsteentjes. De entree bevindt zich in een door een spitsboog afgesloten muuropening en bestaat uit een door een korfboog afgesloten paneeldeur met twee smeedijzeren roosters en een spitsboogvormig driedelig bovenlicht met kathedraalglas.
De verdieping bezit hier vermoedelijk een door een blind segmentboogje afgesloten T-schuifraam met een tweeruits bovenlicht. De linkertravee heeft op de begane grond een door een blinde korfboog afgesloten kruisvenster, op de verdieping een door een blind segmentboogje afgesloten kruisvenster. In de korte zijde bevindt zich vermoedelijk een balkondeur met een enkelruits bovenlicht afgesloten door een blind segmentboogje. De rechter travee bezit zowel op de begane grond als de verdieping een T-schuifraam met tweeruits bovenlicht (op de parterre afgesloten door een blinde korfboog en op verdieping door een blind segmentboogje).
Asymmetrisch ingedeelde LINKER ZIJGEEVEL waarvan het middendeel door een trapgevel wordt afgesloten. Het twee traveeën brede geveldeel links vormt een restant van de pastorie uit 1847. De linker travee heeft op de begane grond een venster met een zesruits schuifraam (volgens de bouwtekening bevonden zich hier oorspronkelijk dubbele openslaande deuren). Op de verdieping een venster voorzien van een tot een stolpraam met een tweeruits bovenlicht gewijzigd zesruits schuifraam. De rechtertravee heeft op de begane grond dubbele openslaande tuindeuren waarbij iedere deur twee ruiten en een houten onderpaneel bevat. Boven de deur een tweeruits bovenlicht. De verdieping bezit een venster voorzien van een tot een stolpraam met tweeruits bovenlicht gewijzigd zesruits schuifraam. De linker travee heeft een vernieuwde deur waarboven een tweeruits bovenlicht. De verdieping bezit een venster met zesruits schuifraam.
Het door een trapgevel afgesloten licht risalerende middelste geveldeel heeft een symmetrische indeling en is twee traveeën breed. De trappen van de gevel zijn voorzien van ezelsruggen. De linker en de rechter travee hebben ieder op de begane grond dubbele openslaande tuindeuren met glasruiten en houten onderpanelen afgesloten waarboven een blinde korfboog. De verdieping bezit twee door blinde rondbogen afgesloten vensters die voorzien zijn van stolpramen met tweeruits bovenlichten. In de topgevel bevindt zich een door een blinde rondboog afgesloten vierruits stolpraam met een tweeruits bovenlicht.
Het terugliggende rechtergeveldeel heeft twee traveeën waarbij de linkertravee een uitgemetseld breed schoorsteenkanaal heeft voorzien van een moderne afsluiting. De schoorsteen is boven de daklijst waarschijnlijk deels afgebroken. Boven in het schoorsteenkanaal is in groene geglazuurde steen enige decoratie aangebracht.
De symmetrisch ingedeelde ACHTERGEVEL bezit twee traveeën en heeft op de hoeken vlakke pilasters. De vensters worden afgesloten door een anderhalfsteens strek. De linkertravee heeft op de begane grond een venster met een zesruits schuifraam en op de verdieping een venster met een tot een stolpraam met een tweeruits bovenlicht gewijzigd zesruits schuifraam. De rechtertravee bezit op de begane grond een venster met een vierruits stolpraam met een tweeruits bovenlicht (oorspronkelijk een zesruits schuifraam) en op de verdieping een venster met een zesruits schuifraam. Het raam op de begane grond bevatte blijkens de bouwtekening oorspronkelijk dubbele tuindeuren.
Asymmetrisch ingedeelde RECHTER ZIJGEVEL waarvan het middendeel door een trapgevel wordt afgesloten. Het brede linkergeveldeel bevat drie kleine over de gevel verspreide toiletraampjes. De verdieping heeft rechts een groot door een segmentboogje afgesloten venster ter verlichting van het trappenhuis met drie gekoppelde, elk door segmentboogjes afgesloten ramen. De ramen worden gescheiden door twee stijlen in rode verblendsteen die voorzien zijn van een kwartholle profilering en verbonden worden door smeedijzeren brugstaven. De dagkanten alsmede de boogjes zijn eveneens in rode verblendsteen uitgevoerd. De ramen zijn voorzien transparant glas-in-lood. Het venster heeft een brede gemetselde afzaat. Het door een trapgevel afgesloten licht risalerende middelste geveldeel heeft een symmetrische indeling en is twee traveen breed. De trappen van de gevel zijn voorzien van ezelsruggen. De linker- en de rechter travee hebben ieder op de begane en de verdieping een door een strek gesloten venster voorzien van een stolpraam met een tweeruits bovenlicht. In de topgevel bevindt zich een door een blinde rondboog afgesloten vierruits stolpraam met een tweeruits bovenlicht. Het twee traveeën brede geveldeel rechts dat het restant vormt van de van de pastorie uit 1847 heeft tegen de rechtertravee een schuurtje uit 1885 onder een zadeldak. De zijgevels van het schuurtje worden beëindigd door halve trapegevels waarbij de trappen afgedekt worden door in rode verblendsteen uitgevoerde ezelsruggen. In de linkerzijgevel van het schuurtje is een smalle lichtspleet aangebracht terwijl zich in de rechterzijgevel, een klein vierkant vierruits raampje bevindt. In de voorzijde een opgeklampte deur. Boven het schuurtje heeft de verdieping een gedeeltelijk dichtgezet venster waarin een tweeruits bovenlicht. De linker travee heeft een vernieuwde deur waarboven een tweeruits bovenlicht. De verdieping bezit een venster met zesruits schuifraam.
Het INTERIEUR bevat nog enige waardevolle elementen zoals een fraai trappenhuis. Verder zijn er nog schuifdeuren tussen de kamers en suite die links van de centrale gang liggen waarbij tevens de plafonds nog een sobere stucdecoratie hebben en een zwartmarmeren schoorsteenmantel. Het oudste deel van het pand heeft nog op de oorspronkelijke plaats een gang en een smal trappenhuis.
Waardering
Architectuurhistorische waarden:
- De pastorie is van belang vanwege de hoogwaardige esthetische kwaliteiten van het ontwerp zoals deze tot uitdrukking komen in de (gaaf bewaarde) hoofdvorm, de bijzondere detaillering en het materiaalgebruik. Het voorste deel van het pand dateert uit 1885; het achterste deel dateert uit 1847 en vormt een restant van de Waterstaatskerk. Ondanks de niet oorspronkelijke combinatie van twee bouwfasen en twee bouwstijlen vormt het pand een bijzonder gaaf bewaard voorbeeld van een in Neo-Gothische stijl, met enige Neo-Renaissance elementen) gebouwde pastorie.
- De pastorie is van belang vanwege de plaats die het gebouw inneemt in het oeuvre van de architect J.W. Boerbooms. De pastorie en kerk vormen het begin van een nieuwe fase in het werk van deze architect.
Stedenbouwkundige waarden:
- De pastorie is van belang vanwege de historische en stilistische samenhang met de O.L. Vrouw Visitatie kerk. Het pand vormt samen met de naastgelegen kerk en de pastorie een beeldbepalend element in de Emmastraat en is als complex van bijzondere betekenis voor het aanzien van Velp.
Cultuurhistorische waarden:
- De pastorie is van belang vanwege de betekenis voor de katholieke gemeenschap in Velp en de gemeente Rheden en als onderdeel van de religieuze geschiedenis van Velp.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction:
Former detached PARSONAGE of the O.L. Vrouw Visitatiekerk, constructed in two building phases. The building is located on the west side of the north-south running Emmastraat. The property adjoins the St. Fredericusschool on the left side and the church on the right side. The two-bay deep rear part of the property, up to the section terminated by a stepped gable, forms a remnant of the Neo-Classical Waterstaatskerk designed in 1847 by master carpenter and contractor H. Hoorneman from Elst. Official supervision was conducted by the Waterstaat engineer M.H. Conrad.
In the front facade of the parsonage, next to the drip moulding of the right window, there is a foundation stone executed in hardstone with the text 'F.J.E. Koene 18 28/5 1885'. Since the commissioning of the new parsonage built in 1926, located to the right of the church, the property has been in use as a convent of the sisters of the congregation of Onze Lieve Vrouw. The property is surrounded by a spacious garden, separated from the road by modern iron fencing that replaces wrought-iron fencing.
Description
The property, built in Flemish bond, is constructed on a rectangular floor plan and has two storeys under a composite roof covered with smothered improved Dutch tiles. The main building mass has a hipped roof with gabled roofs attached at the height of the stepped gables. Above the projecting left section of the front facade a lower attached hipped roof is installed. In the right roof shield there are two brick chimneys. A small low chimney is installed in the middle of the ridge. On the ridge at the front there is a weathercock with a gold-coloured ball and a Latin cross originating from the old Waterstaatskerk.
A weathercock is also installed on the ridge of the shield of the projecting section of the front facade. In the front shield above the entrance of the property there is a roof dormer under a saddle roof covered with slates with an overhanging spire on the front side. The roof dormer has a four-pane casement window. The facades of the oldest section are terminated by a plastered frieze above which is a profiled cornice. The facades of the extension from 1885 are terminated by an architrave moulding in red facing brick above which is a drip gutter carried by quarter-round moulded stones.
Asymmetrically arranged FRONT FACADE of three bays. Below the windows of the first floor a drip moulding executed in moulded stone is installed. Fine wrought-iron wall anchors are located on either side of the window. The broad left bay projects forward. The entrance located in the middle bay has a projecting porch situated in the corner between both facade sections with two openings terminated by pointed arches and fitted with surrounds in red profiled facing brick, with a buttress featuring a water spout on the corner. The top of the porch functions as a balcony and has a brick balustrade with blind recessed fields terminated by segmental arches; on the corner above the buttress there is a diagonally placed column which is terminated by a plastered spire. The porch has internally a cross-rib vault executed in yellow brick with ribs resting on worked corbel stones. The entrance is located in a wall opening terminated by a pointed arch and consists of a panel door terminated by a basket arch with two wrought-iron grilles and a pointed-arch shaped three-part fanlight with cathedral glass.
The first floor presumably has a T-sash window terminated by a blind segmental arch with a two-pane fanlight. The left bay has on the ground floor a cross window terminated by a blind basket arch, on the first floor a cross window terminated by a blind segmental arch. In the short side there is presumably a balcony door with a single-pane fanlight terminated by a blind segmental arch. The right bay has both on the ground floor and first floor a T-sash window with two-pane fanlight (on the ground floor terminated by a blind basket arch and on the first floor by a blind segmental arch).
Asymmetrically arranged LEFT SIDE FACADE of which the central section is terminated by a stepped gable. The two-bay wide facade section on the left forms a remnant of the parsonage from 1847. The left bay has on the ground floor a window with a six-pane sash window (according to the building plan, there were originally double casement doors here). On the first floor a window fitted with a six-pane sash window converted to a fixed-light window with a two-pane fanlight. The right bay has on the ground floor double casement garden doors where each door contains two panes and a wooden lower panel. Above the door a two-pane fanlight. The first floor has a window fitted with a six-pane sash window converted to a fixed-light window with two-pane fanlight. The left bay has a renovated door above which is a two-pane fanlight. The first floor has a window with a six-pane sash window.
The central facade section terminated by a stepped gable, slightly projecting forward, has a symmetrical arrangement and is two bays wide. The steps of the facade are fitted with saddle backs. The left and right bays each have on the ground floor double casement garden doors with glass panes and wooden lower panels terminated above by a blind basket arch. The first floor has two windows terminated by blind round arches fitted with fixed-light windows with two-pane fanlights. In the top gable there is a four-pane fixed-light window terminated by a blind round arch with a two-pane fanlight.
The recessed right facade section has two bays where the left bay has a broadly executed brick chimney flue fitted with modern closure. The chimney above the roof line is probably partly demolished. Above in the chimney flue some decoration is executed in green glazed stone.
The symmetrically arranged REAR FACADE has two bays and has flat pilasters on the corners. The windows are terminated by one-and-a-half-brick stretcher. The left bay has on the ground floor a window with a six-pane sash window and on the first floor a window with a six-pane sash window converted to a fixed-light window with a two-pane fanlight. The right bay has on the ground floor a window with a four-pane fixed-light window with a two-pane fanlight (originally a six-pane sash window) and on the first floor a window with a six-pane sash window. According to the building plan, the window on the ground floor originally contained double casement garden doors.
Asymmetrically arranged RIGHT SIDE FACADE of which the central section is terminated by a stepped gable. The broad left facade section contains three small toilet windows scattered across the facade. The first floor has on the right a large window terminated by a segmental arch for lighting the staircase with three coupled windows, each terminated by segmental arches. The windows are separated by two mullions in red facing brick fitted with quarter-round moulding and connected by wrought-iron tie-rods. The day edges and the arches are also executed in red facing brick. The windows are fitted with transparent leaded glass. The window has a broad brick sill. The central facade section terminated by a stepped gable, slightly projecting forward, has a symmetrical arrangement and is two bays wide. The steps of the facade are fitted with saddle backs. The left and right bays each have on the ground and first floors a window terminated by a stretcher fitted with a fixed-light window with a two-pane fanlight. In the top gable there is a four-pane fixed-light window terminated by a blind round arch with a two-pane fanlight. The two-bay wide facade section on the right which forms the remnant of the parsonage from 1847 has against the right bay a shed from 1885 under a saddle roof. The side facades of the shed are terminated by half stepped gables where the steps are covered by saddle backs executed in red facing brick. In the left side facade of the shed a narrow light slot is installed while in the right side facade there is a small square four-pane window. On the front side a hinged door. Above the shed the first floor has a partially blocked window in which there is a two-pane fanlight. The left bay has a renovated door above which is a two-pane fanlight. The first floor has a window with a six-pane sash window.
The INTERIOR still contains some valuable elements such as a fine staircase. Furthermore, there are still sliding doors between the rooms en suite situated to the left of the central corridor, whereby the ceilings also still have simple stucco decoration and a black marble chimney mantel. The oldest part of the property still has a corridor and a narrow staircase in their original location.
Valuation
Architectural-historical values:
- The parsonage is significant due to the high-quality aesthetic qualities of the design as expressed in the (well-preserved) main form, the special detailing and the use of materials. The front section of the property dates from 1885; the rear section dates from 1847 and forms a remnant of the Waterstaatskerk. Despite the non-original combination of two building phases and two architectural styles, the property forms a particularly well-preserved example of a parsonage built in Neo-Gothic style, with some Neo-Renaissance elements.
- The parsonage is significant due to the place the building occupies in the oeuvre of architect J.W. Boerbooms. The parsonage and church mark the beginning of a new phase in the work of this architect.
Urban planning values:
- The parsonage is significant due to the historical and stylistic coherence with the O.L. Vrouw Visitatie church. The property, together with the adjacent church and parsonage, forms a character-defining element in the Emmastraat and as a complex is of particular significance for the appearance of Velp.
Cultural-historical values:
- The parsonage is significant due to its meaning for the Catholic community in Velp and the municipality of Rheden and as part of the religious history of Velp.
Nearby in the register
- Kerk, Emmastraat 18Kerk en kerkonderdeelunder 1 mi
- Werk-woonhuis, Emmastraat 10Werk-woonhuisunder 1 mi
- Molen, Hendrikus Avelinghstraat 154Industrie- en poldermolenunder 1 mi
- Postkantoor, Hoofdstraat 29Overheidsgebouwunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.