Rijksmonumentenregister · Netherlands
De Witte Villa
Budel-Dorplein, Noord-Brabant, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Woonhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1898
- Address
- Hoofdstraat 104, Locatie: Nabij zinkfabriek, 6024 AA Budel-Dorplein (Cranendonck 30)
- Place
- Budel-Dorplein
- Municipality
- Cranendonck
- Province
- Noord-Brabant
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.23630, 5.58828
- Monument number
- 518880
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
Utrecht University LibraryUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1904 map "Bl. 33 Helmond, 1904" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
De VILLA is in 1898 gebouwd voor de directeur van de zinkfabriek te Budel-Dorplein, Emile Dor. Het pand dat zowel kenmerken heeft van het eclecticisme als van de Italiaanse Neo-renaissance maakt onderdeel uit van het fabrieksdorp, zoals dat vanaf 1892 werd opgezet door de gebroeders Dor ten behoeve van de door hen opgerichte zinkfabriek.
Omschrijving
De tweelaagse onderkelderde villa heeft een L-vormige plattegrond. De gevels zijn gepleisterd met schijnvoegen en wit geschilderd. Op de hoeken heeft het pleisterwerk verticale accenten, eindigend in forse kwartronde consoles. Op de zadeldaken met overstek van hoofdgebouw en uitbouw liggen leien in rensdekking.
Het rechtergedeelte van de villa risaleert. Boven de keldervensters bevinden zich links en rechts van de deur schuifvensters, op de eerste etage zijn er drie schuifvensters.
De vensters en de deur hebben een sobere sieromlijsting. Een hoge bordestrap met kunststenen balusters in de leuningen leidt naar de paneeldeur, die is voorzien van een bovenlicht met sierroedenverdeling. Links is er een terugspringend gedeelte, met in de hoek tussen de haakse aanbouw en het boven beschreven deel een deur met halfrond bovenlicht met straalvormige roedenverdeling en een getoogd raam. De gootlijst rust op forse klossen. De eenlaagse uitbouw is blind. De rechterzijgevel heeft een kelderraam, daar boven twee etages met elk één getoogd venster en onder het dak twee getoogde ramen, voorzien van een gepleisterde sieromlijsting. De linkerzijgevel bezit boven de kelder rechts een paneeldeur met trap, onder lessenaarafdak met sierwerk en links een getoogd venster. Hier boven bevinden zich drie getoogde achtruits vensters, waarvan het middelste lager is geplaatst. Onder de nok bevinden zich drie rondboogvensters. Deze stolpvensters hebben een karakteristieke afgeronde verbreding op de kruising. In de uitbouw is er boven een getoogd kelderraam een breed getoogd zestienruits venster ter verlichting van de keuken. Haaks op deze aanbouw staat een eenlaags wit geschilderd bakstenen gebouwtje onder zadeldak. Langs beide zijgevels is er een kort muurtje ter afscherming gemetseld.
De achtergevel bezit een centraal geplaatste trappartij met in gekrulde decoratie uitwaaierende zijden. Het bordes is afgezet met een ijzeren sierhek. Onder de trap bevinden zich aan beide zijden twee getraliede rondboog- en twee ovale openingen. Aan weerszijden van de vleugeldeur met bovenlicht bevinden zich twee vensters. Daar boven zijn drie vensters geplaatst, afgewisseld door drie lagere rechthoekige nissen. Deze zijn net als de vensters voorzien van een sierlijst als latei, op consoles.
Het terugspringende gedeelte is links voorzien van drie getoogde vensters boven elkaar met geprofileerde omlijsting. Rechts onder het dak is een groot getoogd zestienruits venster.
Het gehele pand is onderkelderd en voorzien van diverse ruimten met getoogde nissen voor wijnopslag. Aan de voorzijde is de kelder te betreden via een deur onder het bordes. Aan de achterzijde lucht de kelder door via de getraliede openingen van het bordes aldaar. De beletage bezit een ruime entreehal, een gang die het pand in de breedte doorsnijdt en aan de voorzijde links en rechts een kamer. Aan de tuinzijde bevinden zich drie, tot één kamer verbouwde ruimten. De gang eindigt rechts in een goederenlift en rechts in een brede bordestrap met kastruimte.
Het haaks aangebouwde deel bevat een dwarsgang met toilet, een portaal met kleine trappartij en een keuken aan de voorzijde.
Hiernaast bevindt zich de deur aan de voorzijde met de verdwenen trap. Aan de tuinzijde bevindt zich één grote kamer. Een deur in het portaal leidt via een buitentrap naar de van gele tegels voorziene zijplaats. Zo bereikt men de ruimte onder de keuken met wasplaats en aanbouw met toiletruimte. Alle ruimten op de begane grond zijn voorzien van een terrazzovloer met siermotieven. In de hal zijn dit geometrische vormen, in de salons aan de tuinzijde bladmotieven. De oorspronkelijke heteluchtverwarming is herkenbaar aan koperen vloerroosters waarop staat: "Brevete A. Degrelle Liège Belgique". De plint is van wit marmer, de vensterbanken van beigekleurig marmer. De kussenpaneeldeuren hier en elders in het pand hebben brede sponningen, beide van pitchpine. De hal en sommige van de ruim vier meter hoge plafonds zijn voorzien van profiellijsten en brede voluutconsoles. De overgang van de ene tot de andere ruimte wordt geaccentueerd door rondbogen. De etage hier boven bevat diverse kamers, waarvan de grootste geplaatst zijn aan de tuinzijde. De marmeren schouwen zijn ook hier weggehaald en de bijbehorende rechthoekige staande spiegels met geprofileerde gipsen lijst zijn gebroken. In het haaks aangebouwde deel bevindt zich een grote brandkast met gecompliceerd mechanisch sluitmechaniek, met opschrift Brevete, Albert Wille, Liège.
De zolderetage bezit een eenvoudige houten kapconstructie. Voor het huis staat een hoog gietijzeren sierhek, dat is geplaatst op een bakstenen muurtje. Het ingangsgedeelte bestaat uit twee openzwaaiende hekken onder een poort, hoger en rijker bewerkt met spiralen en krullen. Het huis en het hekwerk zijn geplaatst in de zichtas met de kerk.
Achter het huis bevindt zich de grote tuin, waarvan enkele monumentale loofbomen uit de bouwtijd resteren.
Waardering
De villa met hekwerk is van algemeen belang. Het gebouw heeft cultuurhistorisch belang als bijzondere uitdrukking van de sociaal-economische ontwikkeling van De Kempen, namelijk de stichting van fabrieksnederzettingen met woningen voor alle sociale lagen, het is tevens van belang als voorbeeld van de typologische ontwikkeling van de fabrikantenvilla onder invloed van de industrialisatie. Het object is van architectuurhistorisch belang door de rijke stijl en detaillering, die het karakter van een representatieve fabrikantenvilla versterken en is tevens van belang door de oorspronkelijke onderdelen van het exterieur. Het heeft ensemblewaarden als onderdeel van een groter geheel, het als gezicht te beschermen fabrieksdorp Dorplein. Het is van belang vanwege de architectuurhistorische, bouwtechnische en typologische zeldzaamheid.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
The VILLA was built in 1898 for the director of the zinc factory at Budel-Dorplein, Emile Dor. The building, which displays characteristics of both eclecticism and Italian Neo-renaissance, forms part of the factory village, which was established from 1892 onwards by the Dor brothers for the zinc factory they founded.
Description
The two-storey undercellared villa has an L-shaped floor plan. The façades are plastered with false pointing and painted white. At the corners the plasterwork has vertical accents, ending in substantial quarter-round consoles. On the gabled roofs with overhang of the main building and outbuilding lie slate tiles in random courses.
The right section of the villa projects forward. Above the cellar windows there are sash windows on either side of the door; on the first floor there are three sash windows.
The windows and door have simple decorative mouldings. A high flight of steps with artificial stone balusters in the railings leads to the panelled door, which is fitted with a fanlight with decorative glazing bars. On the left there is a recessed section, with a door in the corner between the right-angled extension and the section described above, with a semicircular fanlight with radial glazing bars and an arched window. The gutter line rests on substantial corbels. The single-storey extension is blank. The right side façade has a cellar window, above which two storeys each with one arched window and below the roof two arched windows, fitted with a plastered decorative moulding. The left side façade has above the cellar on the right a panelled door with steps, under a sloping roof with ornamental work and on the left an arched window. Above these are three arched rear sash windows, of which the central one is positioned lower. Below the ridge are three round-arch windows. These pivot windows have a characteristic rounded widening at the crossing. In the extension above an arched cellar window is a wide arched sixteen-pane window for the lighting of the kitchen. Set at right angles to this extension is a single-storey white-painted brick building under a gabled roof. Along both side façades a short wall for screening has been built.
The rear façade has a centrally placed flight of steps with curved decoration fanning out at the sides. The landing is enclosed with a decorative iron railing. Below the steps are on both sides two grilled round-arch and two oval openings. On either side of the glazed door with fanlight are two windows. Above these three windows are placed, alternating with three lower rectangular recesses. These are, like the windows, fitted with an ornamental moulding as a lintel, on consoles.
The recessed section is on the left fitted with three arched windows one above the other with profiled moulding. On the right below the roof is a large arched sixteen-pane window.
The entire building is undercellared and furnished with various rooms with arched recesses for wine storage. At the front the cellar is entered via a door beneath the landing. At the rear the cellar is ventilated through the grilled openings of the landing there. The principal floor possesses a spacious entrance hall, a corridor running through the building in width and on the front left and right a room. On the garden side there are three rooms, converted into one. The corridor ends on the right in a goods lift and on the right in a wide flight of steps with cupboard space.
The right-angled extension contains a transverse corridor with toilet, a vestibule with small flight of steps and a kitchen at the front.
Next to this is the front door with the disappeared steps. On the garden side there is one large room. A door in the vestibule leads via an external staircase to the side courtyard paved with yellow tiles. Thus one reaches the space beneath the kitchen with washroom and extension with toilet room. All rooms on the ground floor are provided with a terrazzo floor with decorative motifs. In the hall these are geometric shapes, in the saloons on the garden side leaf motifs. The original hot-air heating is recognisable by copper floor grilles inscribed: "Brevete A. Degrelle Liège Belgique". The skirting is of white marble, the window sills of beige-coloured marble. The cushioned panelled doors here and elsewhere in the building have wide reveals, both of pitchpine. The hall and some of the more than four-metre-high ceilings are furnished with mouldings and broad scroll consoles. The transition from one room to another is accentuated by round arches. The floor above contains various rooms, of which the largest are placed on the garden side. The marble fireplaces are also removed here and the associated rectangular standing mirrors with profiled plaster moulding are broken. In the right-angled extension is a large safe with complicated mechanical locking mechanism, with inscription Brevete, Albert Wille, Liège.
The attic floor possesses a simple wooden roof truss structure. In front of the house stands a high cast-iron decorative railing, which is placed on a brick wall. The entrance section consists of two hinged gates under a gate, higher and more richly worked with spirals and scrolls. The house and the railing are placed on the sight line with the church.
Behind the house extends the large garden, of which some monumental deciduous trees from the period of construction remain.
Valuation
The villa with railing is of general importance. The building is of cultural-historical significance as a special expression of the socio-economic development of De Kempen, namely the establishment of factory settlements with dwellings for all social classes; it is also significant as an example of the typological development of the manufacturers' villa under the influence of industrialisation. The object is of architectural-historical significance through the rich style and detailing, which reinforce the character of a representative manufacturers' villa and is also significant through the original components of the exterior. It has ensemble value as part of a larger whole, the factory village of Dorplein to be protected as a landmark. It is significant because of its architectural-historical, building-technical and typological rarity.
Nearby in the register
- Hotel St. JosephHorecaunder 1 mi
- Pastorie(F), Marialaan 49Kerkelijke dienstwoningunder 1 mi
- Woonhuis, Hoofdstraat 78Woonhuisunder 1 mi
- Gevangenis, Nabij zinkfabriek Budel-Dorplein (Cranendonck 30)Gerechtsgebouwunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.