Rijksmonumentenregister · Netherlands
Hotel St. Joseph
Budel-Dorplein, Noord-Brabant, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Horeca
- Function
- Hotel
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1896 - 1898
- Address
- Hoofdstraat 80, 6024 AA Budel-Dorplein (Cranendonck 30)
- Place
- Budel-Dorplein
- Municipality
- Cranendonck
- Province
- Noord-Brabant
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.23611, 5.59183
- Monument number
- 518879
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
Utrecht University LibraryUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1904 map "Bl. 33 Helmond, 1904" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Het voormalige HOTEL ST. JOSEPH, ook DE CANTINE geheten, werd in 1896-1898 gebouwd door Ant. Neeskens te Budel-Dorplein als onderdeel van het vanaf 1892 door de gebroeders Dor opgezette fabrieksdorp ten behoeve van de door hen opgerichte zinkfabriek.
Het gebouw herbergde ruimten voor een hotel, een jongens- en meisjesschool, een bakkerij, een winkel, een ontspanningszaal, een was- en strijkinrichting, een klooster met kapel en een ziekenzaal. Het geheel werd beheerd door de Franse zusters van de H. Carolus Borromeus en gecontroleerd door de familie Dor. In het gebouw zijn stilistisch zowel kenmerken van de Neorenaissance als de Vlaams geïnspireerde neogotiek te vinden.
Inwendig werd het gebouw rond 1950 gemoderniseerd. In 1985 werd het gebouw verkocht door de directie van de zinkfabriek. Sinds 1988 dient het als tijdelijk opvangcentrum voor asielzoekers onder de naam "Kempense Veste".
Omschrijving
Het een- tot tweelaagse grotendeels onderkelderde pand heeft een samengestelde, carrévormige plattegrond. De gevels zijn opgetrokken uit machinale baksteen met randen van profielsteen rondom de nissen en muuropeningen. De zadeldaken zijn gedekt met kruispannen in zigzag- en ruitpatroon, de torens zijn voorzien van leien in maasdekking. De daken hebben een overstek.
De voorgevel aan de Hoofdstraat heeft een zadeldak parallel aan de straat en wordt in het midden gedomineerd door een toren met hoog schilddak, geflankeerd door vleugels van elk zes traveeën eindigend in hogere vleugels met een afzonderlijk zadeldak. De linkervleugel telt vier, de rechter drie traveeën. Boven de getoogde kelderramen bevinden zich de zesruits vensters, waarvan het onderste deel opendraait. De vensters zijn voorzien van een stalen latei en geplaatst in een hoge nis onder een korfboog. In de risalieten bevinden zich de vernieuwde vleugeldeuren. De middentoren wordt geaccentueerd door bewerkte schoren, dakkapellen en siersmeedwerk. De gevels zijn voorzien van gekrulde, gotiserende muurankers. De speklagen zijn van gele baksteen. De plint en de vensterdorpels zijn van hardsteen. Op het dak staan smalle hoge schoorstenen met randen van rode profielsteen.
De overige gevels hebben een overeenkomstige decoratie en vensters, maar een andere geleding. De rechter zijgevel bestaat op de hoeken uit een risalerende topgevel van elk vier traveeën.
Het middendeel met topgevel springt nog sterker naar voren, rechts en links hiervan bevinden zich vijf eenlaagse traveeën met het zadeldak in de lengteas. De topgevels eindigen in een klimmend rondboogfries, de windveren zijn voorzien van snijwerk en worden bekroond door een piron met decoratief bewerkt zink.
In de middelste topgevel bevindt zich een vleugeldeur, te bereiken via twee trappen met leuningen van ijzersmeedwerk. In het tussendeel rechts is nog een deur met trap, waarvan de leuningen eveneens uitgevoerd zijn in ijzersmeedwerk.
De linker zijgevel heeft op de hoeken wederom een risalerende topgevel van vier traveeën. Het tussenliggende deel is eenlaags en heeft een zadeldak met rode muldenpannen. Links en rechts is er een poort onder een korfboog, in een halfsteens risalerende travee. Het middendeel risaleert iets meer en heeft een hogere poort en een topgevel. De poort geeft toegang tot de binnenplaats. Aan weerskanten van deze poort bevinden zich vier achtruits vensters. Boven elke travee bevindt zich een zestienruits dakkapel onder schilddak.
De achtergevel bestaat uit vier onderdelen, met de zadeldaken parallel aan de lengteas. Links is er een tweelaags deel van vier traveeën, met (oud) huisnummer 47. In de derde travee van links is er een deur aangebracht met trap, waarvan de leuningen met siersmeedwerk zijn bewerkt. Hierna volgt een eenlaags deel van zeven traveeën met in het midden een poort. Het navolgende tweelaagse deel telt zes traveeën en is links voorzien van een eenlaags uitbouw onder zadeldak, met kruis. Aan beide zijden is hier in een portiek een deur geplaatst. De vensters zijn grotendeels voorzien van geometrisch glas-in-lood. Hier waren de kapel en de kloosterruimte van de zusters. Links op de nok staat een vierkant klokkentorentje met kruis. Het laatste gedeelte is tweelaags en onderkelderd, het telt vijf traveeën. In de tweede travee van links is er een paneeldeur. Ook deze deur is voorzien van een trap met leuningen van siersmeedwerk.
De geleding van de gevels van het geheel, gezien vanaf de binnenplaats, komt goeddeels overeen met de voorzijde. Recht tegenover de poort van de linker zijgevel bevindt zich in het midden een een- tot anderhalflaagse bouwmassa onder zadeldak met kruispannen in sierpatroon. Dit was en is de ontspanningszaal.
Het laagste deel telt drie traveeën, het hogere telt vijf vensterassen. De topgevel is voorzien van klimmend rondboogfries, windveren met snijwerk en een zinken piron. De topgevel heeft een korfboograam. In de zijgevels zijn de vensters gekoppeld onder een segmentboog.
In de hoek tussen de poortgevel en de kapelgevel is een drielaagse toren gebouwd, bekroond door een hoog schilddak met leien in maasdekking. De toren is voorzien van toiletblokken, net als de overige uitbouwen in de hoeken van de binnenplaats. Behalve via de poort is de binnenplaats komen diverse trappen hier op uit.
De indeling in kamers en gangen is behouden gebleven. Het gebruik van de ruimten is grotendeels gewijzigd er voorzieningen als de keuken zijn grondig verbouwd. Vanaf het tochtportaal bij de hoofdingang nummer 80, loopt een gang rond de binnenplaats welke toegang geeft tot de verschillende kamers en trappen. Een deel van de gangen bezit de oorspronkelijke overhoeks neergelegde tegels met ruitpatroon in geel en grijs. De zoldering wordt op de hoeken geaccentueerd door rondbogen. Tot de ruimten die nog als zodanig in gebruik zijn behoort de ontspanningszaal oftewel feestzaal met theater, voorzien van een podium. De oorspronkelijke uitmonstering in neorenaissance stijl met galerijen is bij een verbouwing gewijzigd in de neobarokke stijl in de trant van S. van Ravesteyn.
Herkenbaar is nog de voormalige kapel. Deze bevindt zich in de vleugel met het oude huisnummer 47. De aparte toegang heeft een tochtportaal met glas-in-looddeuren. De kapel is een rechthoekige ruimte met een tegelvloer in ruitpatroon en een zoldering bestaande uit troggewelfjes op zware stalen balken. Er staat een eenvoudige neogotische eikenhouten biechtstoel en een sobere neorenaissance koorgalerij. Het verhoogde koorgedeelte bezit een deur naar de sacristie. Twee roodmarmeren wijwaterbakjes herinneren eveneens aan de vroegere functie. De inrichting van de kapel dateert uit 1907. Zowel de voormalige kapel als de eermalige sacristie zijn te bereiken via een trapje in de ruimte zelf, dat naar beneden leidt. Onder het zeil in de sacristie bevindt zich nog het "heilig putje". Dit elders in het gebouw eveneens aanwezige reliëf ontstaat door de afwisseling van al dan niet onderkelderde ruimten.
Het merendeel van de trappen heeft treden en stootborden van gewalst ijzer tussen geklonken profielen. De kamers op de verdieping, die eens in gebruik waren bij de vrijgezelle werknemers van de zinkfabriek hebben deels de originele grootte behouden. Tevens zijn er 55 wooneenheden gerealiseerd.
Waardering
Het pand is van algemeen belang. Het gebouw heeft cultuurhistorisch belang als bijzondere uitdrukking van de sociaaleconomische ontwikkeling van De Kempen, namelijk de stichting van fabrieksnederzettingen met woningen voor alle sociale lagen, het is tevens van belang als voorbeeld van de typologische ontwikkeling van het gezellenhuis voor arbeiders tijdens de industrialisatie. Het object is van architectuurhistorisch belang door de stijl en detaillering, de ruimtelijke indeling en de vormgeving van het inwendige. Het huis is van belang vanwege de architectonische gaafheid van het ex- en interieur. Het heeft ensemblewaarden als onderdeel van een groter geheel, het als gezicht te beschermen fabrieksdorp Dorplein. Het is van belang vanwege de architectuurhistorische, bouwtechnische en typologische zeldzaamheid.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
The former HOTEL ST. JOSEPH, also called DE CANTINE, was built in 1896-1898 by Ant. Neeskens at Budel-Dorplein as part of the factory village established from 1892 by the Dor brothers for the zinc factory they had founded.
The building housed rooms for a hotel, a boys' and girls' school, a bakery, a shop, a recreation hall, a laundry and ironing facility, a convent with chapel and a sick ward. The whole was managed by the French sisters of St. Carolus Borromeus and supervised by the Dor family. The building exhibits stylistic characteristics of both the Neorenaissance and Flemish-inspired neogothic.
Interior modernisation was carried out around 1950. In 1985 the building was sold by the management of the zinc factory. Since 1988 it has served as a temporary reception centre for asylum seekers under the name "Kempense Veste".
Description
The one- to two-storey property, mostly with a basement, has a composite, square-shaped floor plan. The facades are constructed of machine-made brick with borders of moulded brick around the niches and wall openings. The gabled roofs are covered with interlocking tiles in zigzag and diamond patterns, the towers are covered with slate in Maasland bond. The roofs have an overhang.
The front facade on the Hoofdstraat has a gabled roof parallel to the street and is dominated in the centre by a tower with a steep hipped roof, flanked by wings of six bays each ending in higher wings with a separate gabled roof. The left wing has four, the right wing has three bays. Above the arched basement windows are the six-pane windows, the lower part of which opens outward. The windows are fitted with a steel lintel and placed in a high niche under a basket arch. In the risalits are the renewed entrance doors. The central tower is accentuated by moulded struts, roof dormers and decorative ironwork. The facades are fitted with curled, Gothic-style ornamental wall anchors. The string courses are of yellow brick. The plinth and window sills are of ashlar stone. On the roof stand narrow tall chimneys with borders of red moulded brick.
The other facades have comparable decoration and windows, but different articulation. The right side facade consists at the corners of a projecting gable of four bays each.
The central section with gable projects even further forward; to the right and left of it are five single-storey bays with the gabled roof in the longitudinal axis. The gables end in a climbing semicircular frieze, the weather vanes are fitted with carved work and are crowned by a spire with decoratively worked zinc.
In the central gable is an entrance door, reached via two staircases with cast-iron railings. In the intermediate section on the right is another door with staircase, whose railings are likewise executed in cast-iron work.
The left side facade again has projecting gables of four bays at the corners. The intermediate section is single-storey and has a gabled roof with red pantiles. On the left and right is a gateway under a basket arch, in a half-brick projecting bay. The central section projects slightly more and has a higher gateway and a gable. The gateway gives access to the inner courtyard. On either side of this gateway are four eight-pane windows. Above each bay is a sixteen-pane roof dormer under a hipped roof.
The rear facade consists of four sections, with the gabled roofs parallel to the longitudinal axis. On the left is a two-storey section of four bays, with (old) house number 47. In the third bay from the left is a door with staircase, whose railings are worked with decorative ironwork. This is followed by a single-storey section of seven bays with a gateway in the centre. The next two-storey section has six bays and on the left is provided with a single-storey extension under a gabled roof with cross. On both sides here in a portico is a door placed. The windows are largely fitted with geometric leaded glass. Here were the chapel and the convent rooms of the sisters. On the left of the ridge stands a small square bell turret with cross. The last section is two-storey and has a basement, it has five bays. In the second bay from the left is a panelled door. This door too is provided with a staircase with decorative ironwork railings.
The articulation of the facades of the whole, viewed from the inner courtyard, largely corresponds with the front side. Directly opposite the gateway of the left side facade is situated in the centre a one- to one-and-a-half storey building mass under a gabled roof with interlocking tiles in decorative pattern. This was and is the recreation hall.
The lowest part has three bays, the higher part has five window axes. The gable is provided with climbing semicircular frieze, weather vanes with carved work and a zinc spire. The gable has a basket arch window. In the side facades the windows are coupled under a segmental arch.
In the corner between the gateway facade and the chapel facade a three-storey tower has been built, crowned by a steep hipped roof with slate in Maasland bond. The tower is provided with toilet blocks, as are the other extensions in the corners of the inner courtyard. Besides via the gateway, various staircases lead to the inner courtyard.
The division into rooms and corridors has been retained. The use of the spaces has largely changed and provisions such as the kitchen have been thoroughly rebuilt. From the draught lobby at the main entrance number 80, a corridor runs around the inner courtyard giving access to the various rooms and staircases. Part of the corridors possess the original diagonally laid tiles with a diamond pattern in yellow and grey. The ceiling is accentuated at the corners by semicircular arches. Among the spaces still in use as such is the recreation hall or banqueting hall with theatre, fitted with a stage. The original fittings in neorenaissance style with galleries were changed in a renovation to neabaroque style in the manner of S. van Ravesteyn.
The former chapel is still recognisable. It is located in the wing with old house number 47. The separate entrance has a draught lobby with leaded glass doors. The chapel is a rectangular space with a diamond-patterned tile floor and a ceiling consisting of barrel vaults on heavy steel beams. There stands a simple neogothic oak confession box and a sober neorenaissance choir gallery. The raised choir section has a door to the sacristy. Two red marble holy water stoups likewise recall the former function. The fittings of the chapel date from 1907. Both the former chapel and the former sacristy are accessible via a small staircase in the space itself, leading downward. Beneath the vault in the sacristy there is still the "holy well". This relief also present elsewhere in the building is created by the alternation of basement and non-basement rooms.
Most of the staircases have treads and risers of rolled iron between riveted profiles. The rooms on the upper floor, which were once used by the unmarried employees of the zinc factory, have partly retained their original size. Furthermore, 55 residential units have been created.
Valuation
The property is of general importance. The building has cultural-historical significance as a particular expression of the socio-economic development of De Kempen, namely the establishment of factory settlements with housing for all social classes, and it is also significant as an example of the typological development of the workers' accommodation house during industrialisation. The object is of architectural-historical significance through its style and detailing, spatial layout and interior design. The house is significant because of the architectural integrity of its exterior and interior. It has ensemble value as part of a larger whole, the factory village of Dorplein, which is to be protected as a townscape feature. It is significant because of its architectural-historical, constructional and typological rarity.
Nearby in the register
- Pastorie(F), Marialaan 49Kerkelijke dienstwoningunder 1 mi
- Woonhuis, Hoofdstraat 78Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Hoofdstraat 76Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Theo Stevenslaan 26Woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.