TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Dienstwoning(K4), Wieënweg 36

Brunssum, Limburg, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Dienstwoning
Function
Dienstwoning(K4)
Category
onroerend gebouwd
Built
1941
Address
Wieënweg 36, 6445 CE Brunssum (and others)
Place
Brunssum
Province
Limburg
Country
Netherlands
Coordinates
50.93428, 5.96649
Part of complex
518583
Monument number
518584

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1914 map "Toekenning van een renteloos voorschot uit 's rijks schatkist ten behoeve van den aanleg en het in exploitatie brengen van een spoorweg van Sittard over Heerlen naar de Pruisische grens bij Bovenste Locht" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

Vier INGENIEURSWONINGEN onder één kap in traditionele stijl, 1941. Gebouwd naar een ontwerp van de Sittardse architect Jos. Wielders, in opdracht van de Staatsmijnen in Limburg. De woningen zijn gesitueerd in de lineaire bebouwing van de Wieënweg, onmiddellijk ten zuiden van de voormalige mijnspoorweg en op korte afstand van de voormalige Staatsmijnen Emma en Hendrik.

De tegen de westelijke uitbouw van Wieënweg 42 gebouwde garage behoort bij het pand Wieënweg 44.

UITGESLOTEN van bescherming zijn de aangebouwde terrasluifel en de bakstenen tuinmuur achter de bijkeuken van nr. 36; de bijgebouwde tuinberging van nr. 38; de bijgebouwde tuinberging van nr. 40; de bijgebouwde dubbele garage van nr. 42.

Omschrijving

De vier ingenieurswoningen vormen een bouwkundige eenheid samengesteld uit twee woningtypen: twee hoekpanden van het type 8, twee tussenpanden van het type 7. Beide hoekpanden hebben een L-vormige PLATTEGROND, vanwege een aan de west- (nr. 42) en oostgevel (nr. 36) uitgebouwde bijkeuken. De tussenpanden hebben een L-vormige plattegrond vanwege de gecombineerde bijkeuken- annex stallinguitbouwen dwars tegen de achtergevel.

Alle panden tellen een gedeeltelijke souterrainverdieping, twee BOUWLAGEN en een zolderverdieping. Pand nr. 42 heeft vanwege een latere verbouwing een volledige onderkeldering. De vier woningen worden gedekt door een tussen tuitgevels verzonken ZADELDAK. Overstekken aan de voor- en achtergevelzijden. Rood genuanceerde Hollandse pannen. Nokschoorstenen. Op het achterdakvlak heeft elk pand oorspronkelijk een hoge schoorsteen en een met het naburige pand gecombineerde dakkapel. Deze kapellen hebben per pand drie vensters, onderling gescheiden door een beschot. Bij pand nr. 36 is de hoge schoorsteen ingekort en zijn er twee tuimelramen op het voordakvlak geplaatst. Pand nr. 38 heeft één tuimelraam. Bij de panden nr. 40 en nr. 42 zijn de dakkapelvensters vervangen door kunststof, de boeiboorden uitgevoerd in trespa.

De uitgebouwde entreepartijen van de tussengelegen panden 38 en 40 worden boven de eerste laag gedekt door een LESSENAARSDAK met rood genuanceerde Hollandse pannen, de bijkeukens annex stallingen van deze panden door een betonnen PLAT DAK met overstek. De bijkeukens van de hoekpanden hebben een ZADELDAK met rood genuanceerde Hollandse pannen en een nokschoorsteen.

De woningen zijn opgetrokken in baksteen en zandsteen. De voorgevels en de zijgevels zijn gemetseld in wild verband, de achtergevels in kettingverband. Platvol voegwerk. De VENSTERS waren oorspronkelijk uitgevoerd in smalle, donkergroen geverfde stalen profielen, de BUITENDEUREN in hout. Bij pand nr. 36 zijn de stalen vensters in de tweede bouwlaag bewaard gebleven. In de eerste bouwlaag zijn zij respectievelijk vervangen door houten (achtergevel) en kunststof (voorgevel) kozijnen met behoud van de oorspronkelijke indeling. Bij pand nr. 38 is de achtergevel voorzien van aluminium kozijnen. Pand 40 heeft kunststof, pand 42 uitsluitend aluminium vensterkozijnen.

De VOORGEVELS zijn georiënteerd op het zuiden. De hoekpanden hebben in de eerste bouwlaag een aanzienlijk rechthoekig zitkamervenster, oorspronkelijk voorzien van zijlichten. Boven dit venster achtereenvolgens een korfboogvormige rollaag, een vulstuk en een decoratieve rollaag. Daarnaast een rechthoekig halvenster met geboogde rollaag. In de tweede bouwlaag een reeks van drie rechthoekige slaapkamervensters. Boven het halvenster een rond stalen badkamervenster met kruisvormige indeling en waterspuwer. Op de voorgevelhoeken een steunbeer met zandstenen afdekking. De voorgevels van de middenpanden hebben in de eerste bouwlaag een uitgebouwde zitkamererker, onderling verbonden door een doorlopend lessenaarsdak. De erkers hebben elk een aanzienlijk rechthoekig venster met zijlichten. Verdiept tussen de erkers een entreepartij met rechthoekige deur en een rechthoekig halvenster. Beklinkerd portiek. In de tweede bouwlaag een reeks van vier rechthoekige vensters met geboogde strek en een rond stalen badkamervenster met kruisvormige indeling en waterspuwer.

De ZIJGEVELS van de hoekpanden aan respectievelijk de oost- en westzijde hebben de vorm van tuitgevels met schouderstukken. Deze schouderstukken worden ondersteund door uitkragende zandstenen consoles. De tuitgevel wordt bekroond door een zandstenen frieslijst. In de eerste laag een tegen de gevelhoek geplaatste segmentboogvormige houten entreedeur in een segmentboogvormige lijst van zandsteen. Daarnaast een souterrainvenster met rollaag. In de oksel met de uitgebouwde bijkeuken een klein rechthoekig toiletvenster. Centraal in de tweede bouwlaag drie smalle, langgerekte rechthoekige trappenhuisvensters, oorspronkelijk met glas-in-lood. Daarnaast een rechthoekig toiletvenster. Hoog in de tuitgevel een reeks van drie rechthoekige vensters. De uitgebouwde BIJKEUKENS waren aan de zuidzijde oorspronkelijk voorzien van een klein rechthoekig venster, aan de noordzijde van een rechthoekige deur met bovenlicht en een rechthoekig zijvenster met bovenlicht. De bijkeuken van pand nr. 36 heeft in de zuidgevel een vergroot rechthoekig venster, in de oorspronkelijk blinde zijgevel is een venster geplaatst, in de noordgevel een klein rechthoekig venster. De bijkeuken van pand nr. 42 heeft in de zuidgevel een korfboogvormige houten toegangsdeur. De ACHTERGEVELS van de hoekpanden hebben een licht risalerend deel met in de eerste laag oorspronkelijk een dubbel rechthoekig kruiskozijn onder een strekboog, in de tweede laag twee rechthoekige vensters met strekbogen. Bij pand nr. 36 is het kruiskozijn van de eerste laag vervangen door een dubbele buitendeur. In de eerste laag van het terugliggende geveldeel oorspronkelijk een groot kozijn met dubbele terrasdeuren en zij- en bovenlichten met kleine roedeverdeling. Het geheel is geplaatst onder een strekboog. In de tweede laag een reeks van drie rechthoekige vensters, eveneens onder een strekboog. Bij het vernieuwen van de terrasdeuren is de kleine roedeverdeling bij pand nr. 36 verloren gegaan. Bij pand nr. 42 is de keuken aan de achtergevel uitgebouwd, de terrasdeuren zijn vervangen door een aluminium schuifpui.

De achtergevels van de middenpanden 38 en 40 hebben in de eerste laag oorspronkelijk een groot kozijn met dubbele terrasdeuren en zij- en bovenlichten met kleine roedeverdeling. Het geheel is geplaatst onder een strekboog. Daarnaast een rechthoekig keukenvenster met dubbel verticaal ingedeeld bovenlicht. Dwars tegen de achtergevel een gecombineerde, zich verbredende bijkeuken annex stalling. Deze bijkeuken heeft een rechthoekige houten buitendeur en twee rechthoekige stalen vensters. In de achtergevel van deze uitbouw de rechthoekige houten stallingdeur van rabatdelen. Bij pand nr. 38 zijn de achtergevelkozijnen vernieuwd in aluminium, waarbij de oorspronkelijke indelingen in de eerste bouwlaag verloren zijn gegaan. In de achtergevel van pand nr. 40 zijn de kozijnen vernieuwd in kunststof, waarbij uitsluitend de kleine roedeverdeling van de terrasdeuren verloren is gegaan. De buitendeur van de bijkeuken is verbreed.

De voortuinen van de vier ingenieurswoningen werden oorspronkelijk, vanaf de voorgevels van de uitgebouwde bijkeukens van de hoekpanden, geheel omgeven een door een bakstenen ERFSCHEIDING met ezelsrug. Deze afscheiding was slechts op vier plaatsen kortstondig onderbroken voor de toegang tot het perceel. De toegang tot de oprit van pand nr. 42 is vergroot door het ten dele slopen van de muur. De achtertuinen zijn waar nodig gescheiden door bakstenen tuinmuren. De lage scheimuurtjes naast de dubbele terrasdeuren zijn overal verdwenen.

De INTERIEURindeling van pand nr. 36 is ten dele gewijzigd: de indeling in kamers-en-suite is verdwenen, de badkamer is vergroot, van keuken- en bijkeuken is één ruimte gemaakt. Bij pand nr. 38 is indeling vrijwel ongewijzigd, met uitzondering van het muurtje tussen de bijkeuken en de stalling. De schuifdeuren met kastenwanden tussen de kamers-en-suite zijn nog aanwezig. Bij pand nr. 40 is de badkamer vergroot en zijn de schuifdeuren tussen de kamers-en-suite verwijderd. De scheidingsmuur tussen bijkeuken en stalling is doorgebroken. Pand nr. 42 heeft een uitgebouwde keuken, de kamers-en-suite zijn niet meer aanwezig.

Waardering

De ingenieurswoningen aan de Wieënweg 36-42 zijn van cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van een sociaal-economische en typologische ontwikkeling. De architectuurhistorische waarden worden bepaald door de traditionele bouwstijl, door het belang van de woningen voor het oeuvre van architect Wielders, de esthetische kwaliteiten van diens ontwerp, het materiaalgebruik en de ornamentiek.

De woningen vormen een belangrijk onderdeel van het uitgestrekte, sterk hiërarchisch ingerichte woongebied in de onmiddellijke nabijheid van de terreinen van de voormalige Staatsmijnen Emma en Hendrik.

Als zodanig zijn de woningen een bijzondere uitdrukking van de wijze van bouwen van bedrijfswoningen in Nederland, waarbij in de mijnstreek meer dan elders in Nederland de maatschappelijke status van de bewoner binnen het bedrijf tot uitdrukking werd gebracht.

Als gevolg van deze specifieke situering zijn de ingenieurswoningen ten zeerste verbonden met de ontwikkeling en uitbreiding van de mijnstreek in het algemeen en Brunssum in het bijzonder. De woningen zijn van belang voor het aanzien van de mijnstreek en beschikken over een historisch-ruimtelijke relatie met de regionale bodemgesteldheid en de inmiddels geruimde mijnterreinen.

De woningen zijn van belang vanwege de van redelijk tot hoog variërende architectonische gaafheid en zijn van waarde voor de structurele en visuele gaafheid van de bebouwde omgeving. Bovendien beschikken de ingenieurswoningen over een redelijke architectuurhistorische zeldzaamheidswaarde; daarnaast in nationaal perspectief over een aanzienlijke typologische en functionele zeldzaamheidswaarde.

Het algemeen belang van de woningen wordt bepaald door de combinatie van de hierboven aangehaalde overwegingen.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

Four ENGINEERS' HOUSES under one roof in traditional style, 1941. Built to a design by the Sittard architect Jos. Wielders, commissioned by the Staatsmijnen in Limburg. The houses are situated in the linear development of the Wieënweg, immediately south of the former mine railway and at short distance from the former Staatsmijnen Emma and Hendrik.

The garage built against the western extension of Wieënweg 42 belongs to the property Wieënweg 44.

EXCLUDED from protection are the attached terrace canopy and the brick garden wall behind the scullery of no. 36; the attached garden storage of no. 38; the attached garden storage of no. 40; the attached double garage of no. 42.

Description

The four engineers' houses form a structural unit composed of two house types: two corner properties of type 8, two intermediate properties of type 7. Both corner properties have an L-shaped FLOOR PLAN, due to a scullery extension built onto the western (no. 42) and eastern facade (no. 36). The intermediate properties have an L-shaped floor plan due to combined scullery and storage extensions built transversely against the rear facade.

All properties have a partial basement storey, two STOREYS and an attic storey. Property no. 42 has complete basement excavation due to a later alteration. The four houses are covered by a GABLED ROOF sunken between spout gables. Overhangs on the front and rear facade sides. Red-toned Dutch tiles. Ridge chimneys. On the rear roof slope each property originally has a tall chimney and a roof dormer shared with the adjacent property. These dormers have three windows each, separated from one another by boarding. At property no. 36 the tall chimney has been shortened and two roof windows have been placed on the front roof slope. Property no. 38 has one roof window. At properties nos. 40 and 42 the dormer windows have been replaced with plastic, the roof boards executed in trespa.

The extended entrance sections of the intermediate properties 38 and 40 are covered above the first storey by a LEAN-TO ROOF with red-toned Dutch tiles, the sculleries and storage areas of these properties by a concrete FLAT ROOF with overhang. The sculleries of the corner properties have a GABLED ROOF with red-toned Dutch tiles and a ridge chimney.

The houses are constructed in brick and sandstone. The front facades and side facades are laid in random bond, the rear facades in stretcher bond. Flush pointing. The WINDOWS were originally executed in narrow, dark-green painted steel profiles, the EXTERNAL DOORS in wood. At property no. 36 the steel windows in the second storey have been preserved. In the first storey they have been replaced respectively by wooden (rear facade) and plastic (front facade) frames while retaining the original layout. At property no. 38 the rear facade is fitted with aluminium frames. Property 40 has plastic, property 42 exclusively aluminium window frames.

The FRONT FACADES are oriented to the south. The corner properties have in the first storey a substantial rectangular sitting room window, originally provided with side lights. Above this window successively a segmental arched roller blind, a filler piece and a decorative roller blind. Beside it a rectangular half-window with arched roller blind. In the second storey a series of three rectangular bedroom windows. Above the half-window a round steel bathroom window with cruciform layout and water spout. On the front facade corners a buttress with sandstone coping. The front facades of the middle properties have in the first storey an extended sitting room bay window, interconnected by a continuous lean-to roof. The bays each have a substantial rectangular window with side lights. Set back between the bays an entrance section with rectangular door and a rectangular half-window. Clinker-clad porch. In the second storey a series of four rectangular windows with arched stretch and a round steel bathroom window with cruciform layout and water spout.

The SIDE FACADES of the corner properties on respectively the east and west sides have the form of spout gables with shoulder pieces. These shoulder pieces are supported by projecting sandstone consoles. The spout gable is crowned by a sandstone frieze strip. In the first storey a segmental arched wooden entrance door placed against the gable corner in a segmental arched sandstone list. Beside it a basement window with roller blind. In the junction with the extended scullery a small rectangular toilet window. Central in the second storey three narrow, elongated rectangular staircase windows, originally with leaded glass. Beside it a rectangular toilet window. High in the spout gable a series of three rectangular windows. The extended SCULLERIES were originally provided on the south side with a small rectangular window, on the north side with a rectangular door with fanlight and a rectangular side window with fanlight. The scullery of property no. 36 has an enlarged rectangular window in the south facade, in the originally blank side facade a window has been placed, in the north facade a small rectangular window. The scullery of property no. 42 has a segmental arched wooden access door in the south facade. The REAR FACADES of the corner properties have a slightly projecting section with in the first storey originally a double rectangular cross window under a stretched arch, in the second storey two rectangular windows with stretched arches. At property no. 36 the cross window of the first storey has been replaced by a double external door. In the first storey of the recessed facade section originally a large frame with double terrace doors and side and fanlights with small glazing bars. The whole is placed under a stretched arch. In the second storey a series of three rectangular windows, also under a stretched arch. When the terrace doors were renewed the small glazing bars were lost at property no. 36. At property no. 42 the kitchen has been extended onto the rear facade, the terrace doors have been replaced by an aluminium sliding frame.

The rear facades of the middle properties 38 and 40 have in the first storey originally a large frame with double terrace doors and side and fanlights with small glazing bars. The whole is placed under a stretched arch. Beside it a rectangular kitchen window with double vertically divided fanlight. Built transversely against the rear facade a combined, widening scullery and storage area. This scullery has a rectangular wooden external door and two rectangular steel windows. In the rear facade of this extension the rectangular wooden storage door of drop-board sections. At property no. 38 the rear facade frames have been renewed in aluminium, whereby the original layouts in the first storey have been lost. In the rear facade of property no. 40 the frames have been renewed in plastic, whereby only the small glazing bars of the terrace doors have been lost. The external door of the scullery has been widened.

The front gardens of the four engineers' houses were originally, from the front facades of the extended sculleries of the corner properties, entirely surrounded by a brick BOUNDARY WALL with saddle back. This enclosure was only briefly interrupted at four places for access to the plot. Access to the driveway of property no. 42 has been enlarged by partial demolition of the wall. The back gardens are separated where necessary by brick garden walls. The low partition walls beside the double terrace doors have disappeared everywhere.

The INTERIOR layout of property no. 36 has been partly altered: the suite room layout has disappeared, the bathroom has been enlarged, kitchen and scullery have been made into one room. At property no. 38 the layout is virtually unchanged, with the exception of the wall between the scullery and the storage. The sliding doors with cupboard walls between the suite rooms are still present. At property no. 40 the bathroom has been enlarged and the sliding doors between the suite rooms have been removed. The partition wall between scullery and storage has been opened through. Property no. 42 has an extended kitchen, the suite rooms are no longer present.

Valuation

The engineers' houses at Wieënweg 36-42 are of cultural-historical value as a particular expression of a socio-economic and typological development. The architectural-historical values are determined by the traditional building style, by the significance of the houses for the oeuvre of architect Wielders, the aesthetic qualities of his design, the use of materials and the ornamentation.

The houses form an important part of the extensive, strongly hierarchically organized residential area in the immediate vicinity of the sites of the former Staatsmijnen Emma and Hendrik.

As such, the houses are a particular expression of the manner of construction of company housing in the Netherlands, whereby in the mining region more than elsewhere in the Netherlands the social status of the occupant within the company was expressed.

As a result of this specific situation the engineers' houses are closely linked with the development and expansion of the mining region in general and Brunssum in particular. The houses are of significance for the character of the mining region and possess a historical-spatial relationship with the regional ground conditions and the meanwhile cleared mining sites.

The houses are of significance because of their reasonably to highly varying architectural integrity and are of value for the structural and visual integrity of the built environment. Moreover, the engineers' houses possess reasonable architectural-historical rarity value; furthermore from a national perspective considerable typological and functional rarity value.

The general significance of the houses is determined by the combination of the considerations cited above.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map