TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Woonhuis, Plantage Lepellaan 6

Amsterdam, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Woonhuis
Category
onroerend gebouwd
Built
1874
Address
Plantage Lepellaan 6, Locatie: Binnenstad, 1018 DL Amsterdam
Place
Amsterdam
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.36483, 4.91572
Part of complex
518267
Monument number
518268

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

5 historical maps cover this location, the earliest the 1867 map "No. VI. Deutschland, Niederlande, Belgien, Schweiz. (Germany, Netherlands, Belgium, Switzerland)." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

REDENGEVENDE OMSCHRIJVING

Inleiding Een in 1874 naar ontwerp van W. en J.L. Springer gebouwde stadsvilla met bijbehorend tuinhek. Later is de villa vergroot met een aanbouw aan de ZO-zijde. In 1907-'08 werd in de tuin van de villa aan de Plantage Lepellaan een koetshuis annex stal en koetsierswoning gebouwd naar ontwerp van Staal en Kropholler.

Omschrijving STADSVILLA, onderdeel van het villacomplex Plantage Lepellaan, gelegen op de hoek van de Plantage Lepellaan en de Plantage Middenlaan, gebouwd op een vrijwel vierkant grondplan van twee bouwlagen en één kelder onder het voorhuis en één onder het achterhuis onder omgaand afgeplat schild- dak met kunstleien. De latere aanbouw aan de ZO-zijde bestaat uit één bouwlaag met tentdak. Gevels zijn van vermetselde rode baksteen, waalvorm. De voorgevel(NW) vertoont een grote plasticiteit, ontstaan door het ver terugleggen van de middentravee, waardoor het muurwerk aan weerszijden als driezijdig uitgebouwde erkers naar voren lijkt te komen. De achtergevel (ZO) is grotendeels gestuct en heeft enkele vensters. Het gebouw vertoont een rijk gedecoreerde architectuur in diverse materialen. De plinten, stoeptreden, deur- en raamdorpels, borstweringslijsten van de beide verdiepingen zijn van "Escauzijnschen" (hard)steen. De banden, cordonlijsten, architraafstukken rondom de kozijnen, de lijsten daarboven, de kolommen en alle verdere lijstwerken zijn van kunststeen uit Portlandcement vervaardigd. Op de begane grond zijn omlopende speklagen aangebracht. Kepers van de dakschilden met bandwerk versterkt. Bij de overgang naar het afgeplatte deel een omgaande architraaflijst. Op het hoofddak een viertal schoorstenen. Deze gemetselde schoorstenen hebben rookgaten en cassette waarboven een afdekplaat waarop verder metselwerk met rookgaten en tweede afdekplaat. Het opgaande dakschild aan de ZO-zijde is onderbroken. Het opgaande dakschild aan de NO-zijde heeft een rijk uitgewerkte oeil-de-boeuf, witgepleisterd lijstwerk, klauwstukken, architraaf, kroonlijst en donkere zinken siervazen met als guirlandes afhangende draperieën. Dergelijke oeils-de-boeuf ook aan de NW-zijde. Plooiing van de gevel aan de Plantage Lepellaan ook in de kap voortgezet, alwaar een zwaardere dakkapel met gemetselde pilasters met band, basement en kapiteel. Verder oeil-de-boeuf, architraaf, consoles, onderbroken fronton met profielen en decoratieve vulling van het timpaan. Hierboven nog een ranke metalen als windwijzer uitgevoerde spits. Dakschild aan de ZW-zijde bevat eenvoudiger dakkapel. De lagere aanbouw aan de NO-zijde heeft boven de kroonlijst zowel aan de zijde van de Plantage Middenlaan als aan de zijde van de tuin een balustrade met drie series van vier balusters, vierkante pijlers, voluten en afdekking met sterk geprofileerde sier-obelisken op de hoeken. Rechterdeel van de NO-gevel maakt een kleine voorsprong en heeft boven een plint, onderdorpels met lijst, beneden een verdiept venster geflankeerd door twee door speklagen onderbroken en gecanneleerde lisenen. Op de lisenen een bewerkte console met blok. Venster met schuifraam met vierruits roedenverdeling, bovenlicht met tweeruits roedenverdeling. Speklagen zijn omlopend op het niveau van de begane grond. Aan de linkerzijde twee schuifvensters met gepleisterde omlijsting. Fries en geprofileerde cordonlijst. Cordonlijst kraagt ter plekke van de blokken op de lisenen uit en biedt plaats aan het basement van de aedicula. In het basement is een kleine balustrade opgenomen. Deze aedicula accentueert het rechts op de verdieping gelegen venster en bestaat uit twee halfzuilen met basement en Ionisch kapiteel, hoofdgestel met festoenen van afhangende draperieën en fronton met leeg timpaan. Aan weerszijden hiervan een spaarveld met lijst en oeil-de-boeuf. Aan de linkerzijde twee zesruits schuifvensters met uitgewerkte bovendorpel met festoen. Witgepleisterde gevelstenen en gemetselde risalering onder de vensters. Fries met verdiept geplaatste cassettes. Geprofileerde kroonlijst op klossen. De hoekdelen van de gevel aan de NW-zijde (Plantage Lepellaan)hebben een indeling en detaillering als vermeld bij het linkerdeel van de NO-gevel. De twee evenwijdig aan de Plantage Lepellaan lopende geveldelen hebben beide op de begane grond temidden van speklagen een omkaderd en geprofileerd veld met console waarop zinken siervaas. Hierachter een rond kader met concaaf veld. Boven de cordonlijst een aedicula. In de absidiool-vormige nis een zinken beeld. Fries en kroonlijst als omschreven. De hoofdingang in de middelste travee bevat een dubbele houten paneeldeur met bovenlicht boven het kalf. Diamantkoppen en gemetselde kwartzuil aan weerszijden. Hierboven een zesruits schuifvenster met gepleisterde omlijsting en onderaan kleine balustrades. De gevel aan de ZW-zijde (tuin) is drie vensterassen breed en bevat aan de linkerzijde een halfronde erker op een natuurstenen basement. Korte segmentvormige trap met vier treden. Gebogen openslaande vensterdeuren met aan weerszijden vaste gebogen panelen met vensters. Gemetselde posten met spekblokken en kapitelen. Gemetseld fries en kroonlijst. Aan de rechterzijde een brede rechthoekige serre met smalle natuurstenen trap met vier treden en flankerende posten. Meerruits ijzeren roedenverdeling en glas-in-lood raamvulling in de bovenste serie. Ook naast de centraal geplaatse openslaande deuren bevindt zich glas-in-lood raamvulling. Glazen dak van deze serre is schuingeplaatst. De gevel aan de ZO-zijde heeft een op vallend teruggezet geveldeel. De lagere aanbouw heeft een NO-gevel aan de Plantage Middenlaan. Deze gevel toont in het midden een omkaderd en geprofileerd veld met console waarop in oorsprong een zinken siervaas. Hierachter een rond kader met concaaf veld. Verdiept geplaatse eenvoudige vensters, speklagen en flankerende zuilen met basement en kapiteel. Gemetselde uitkragende sokkels ondersteunen de basementen. Architraafdelen bij de bovendorpels. Fries met consoles. Cordonlijst van de villa vormt hier als kroonlijst de rechte gevelbeëindiging. Deze lagere aanbouw heeft een ZW-gevel aan de tuinzijde. Hierin naast de gebruikelijke elementen een tuindeur met korte stoep met treden en een meerruits licht. Verder twee vensters met elk dubbel openslaande ramen en een bovenlicht.

Interieur. In de entrée, vestibule en trapportaal zijn de muren bezet met lambrizeringen van witgeaderd marmer. Trap met mahoniehouten leuningen en hoofdbalusters; trapbalusters van zink. In de eetzaal een eikenhouten parketvloer met een mozaiekrand ven verschillende soorten hout. Classicistische invloeden in de detaillering: tandlijsten, eierlijsten en sierlijsten met florale motieven, verder pilasters met Corinthische kapitelen en rijk bewerkte cassetteplafonds, festoenen met afhangende doeken en guttae- motieven, frontons boven deuren. Paneeldeuren hebben hun oorspronkelijke kwartiergehoute veldvulling verloren en zijn thans van blank hout.. Wentel- of slingertrap. Lambrizering bij de serre van donker marmer met witte aders. Strakke zuilen en kolommen zorgen hier voor de afscheiding en overgang naar de binnenruimte van de villa. Diverse gestucte plafonds.

Waardering In rijke eclectische trant met neo-renaissancistische, neo-barok en neo-Lodewijk-XVI elementen uitgevoerde stadsvilla, hoofdonderdeel van het villacomplex Plantage Lepellaan, van algemeen belang wegens architectuur- en cultuurhistorische alsook typologische waarde. Tevens van belang wegens situationele en ensemblewaarde als beeldbepalend element in de laat-19de-eeuwse woonhuisbebouwing van de Plantage. Voorts van belang wegens de rijke detaillering in- en uitwendig, waaronder de plaatsing van zinken vazen en sculpturen en het gebruik van gepleisterde ornamenten alsook van een geheel ronde slingertrap.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

EXPLANATORY DESCRIPTION

Introduction A town villa built in 1874 to a design by W. and J.L. Springer with an accompanying garden gate. Later the villa was enlarged with an extension on the SE side. In 1907-'08 a coach house with stables and coachman's dwelling was built in the garden of the villa at Plantage Lepellaan to a design by Staal and Kropholler.

Description TOWN VILLA, part of the villa complex Plantage Lepellaan, situated at the corner of Plantage Lepellaan and Plantage Middenlaan, built on an almost square ground plan of two storeys and one basement beneath the front house and one beneath the rear house under a surrounding flattened hipped roof with artificial slate. The later extension on the SE side consists of one storey with a tent roof. Facades are of laid red brick, Flemish bond. The front facade (NW) displays considerable plasticity, created by the deep recessing of the central bay, which makes the brickwork on either side appear as three-sided projecting oriels coming forward. The rear facade (SE) is largely rendered and has several windows. The building displays richly decorated architecture in various materials. The plinths, step treads, door and window sills, parapet bands of both storeys are of Escauzijnschen (hard) stone. The bands, cordon lines, architrave sections around the frames, the lines above them, the columns and all further mouldings are of artificial stone made from Portland cement. On the ground floor running speckled courses are laid. Roof truss rafters reinforced with banding. At the transition to the flattened section a surrounding architrave line. On the main roof four chimneys. These laid chimneys have flue holes and cassette above which a cover plate with further brickwork with flue holes and second cover plate. The rising roof panel on the SE side is interrupted. The rising roof panel on the NE side has a richly worked oeil-de-boeuf, whitewashed moulding, claw pieces, architrave, cornice and dark zinc decorative vases with draped garlands hanging as swags. Similar oeils-de-boeuf also on the NW side. Folding of the facade on Plantage Lepellaan is continued in the roof structure, where there is a heavier roof dormer with laid pilasters with band, basement and capital. Further oeil-de-boeuf, architrave, consoles, interrupted pediment with profiles and decorative filling of the tympanum. Above this a slender metal spire executed as a weather vane. Roof panel on the SW side contains a simpler roof dormer. The lower extension on the NE side has above the cornice both on the side of Plantage Middenlaan and on the side of the garden a balustrade with three series of four balusters, square pillars, volutes and covering with strongly profiled decorative obelisks at the corners. Right part of the NE facade makes a small projection and has above a plinth, sills with moulding, below a recessed window flanked by two fluted pilasters interrupted by speckled courses. On the pilasters a worked console with block. Window with sash window with four-pane glazing bars, fanlight with two-pane glazing bars. Speckled courses are continuous at ground floor level. On the left side two sash windows with rendered surround. Frieze and profiled cordon line. Cordon line projects at the location of the blocks on the pilasters and accommodates the basement of the aedicula. In the basement a small balustrade is included. This aedicula accentuates the window located to the right on the upper storey and consists of two half-columns with basement and Ionic capital, main entablature with festoons of hanging draperies and pediment with empty tympanum. On either side of this a spandrel with moulding and oeil-de-boeuf. On the left side two six-pane sash windows with elaborate sill with festoon. Whitewashed facade stones and laid risalit beneath the windows. Frieze with recessed placed cassettes. Profiled cornice on corbels. The corner sections of the facade on the NW side (Plantage Lepellaan) have a layout and detailing as described at the left section of the NE facade. The two facade sections running parallel to Plantage Lepellaan both have at ground floor level in the centre between speckled courses a bordered and profiled field with console on which a zinc decorative vase. Behind this a circular frame with concave field. Above the cordon line an aedicula. In the apse-shaped niche a zinc statue. Frieze and cornice as described. The main entrance in the central bay contains a double wooden panelled door with fanlight above the lower panel. Diamond heads and laid quartz column on either side. Above this a six-pane sash window with rendered surround and at the bottom small balustrades. The facade on the SW side (garden) is three window axes wide and contains on the left side a semicircular oriel on a natural stone basement. Short segmented steps with four treads. Curved casement doors with fixed curved panels with windows on either side. Laid posts with speckled blocks and capitals. Laid frieze and cornice. On the right side a broad rectangular conservatory with narrow natural stone steps with four treads and flanking posts. Multi-pane iron glazing bars and leaded glass window infill in the upper series. Also beside the centrally placed casement doors leaded glass window infill is present. The glazed roof of this conservatory is sloped. The facade on the SE side has a notably recessed facade section. The lower extension has a NE facade on Plantage Middenlaan. This facade shows in the centre a bordered and profiled field with console on which originally a zinc decorative vase. Behind this a circular frame with concave field. Recessed placed simple windows, speckled courses and flanking columns with basement and capital. Laid projecting plinths support the basements. Architrave sections at the sills. Frieze with consoles. Cordon line of the villa forms here as cornice the straight facade termination. This lower extension has a SW facade on the garden side. In this beside the usual elements a garden door with short step with treads and a multi-pane light. Further two windows each with double casement sashes and a fanlight.

Interior. In the entrance, vestibule and stair hall the walls are clad with white-veined marble panelling. Staircase with mahogany handrails and main balusters; stair balusters of zinc. In the dining room an oak parquet floor with a mosaic border of various types of wood. Classical influences in the detailing: dentil mouldings, egg-and-dart mouldings and decorative mouldings with floral motifs, further pilasters with Corinthian capitals and richly worked coffered ceilings, festoons with hanging cloths and guttae motifs, pediments above doors. Panelled doors have lost their original quarter-sawn field infilling and are now of plain wood. Spiral or winding staircase. Panelling at the conservatory of dark marble with white veins. Austere columns and pillars provide here the separation and transition to the interior space of the villa. Various rendered ceilings.

Evaluation A town villa executed in a rich eclectic manner with neo-Renaissance, neo-Baroque and neo-Louis XVI elements, principal component of the villa complex Plantage Lepellaan, of general importance due to architectural and cultural-historical as well as typological value. Also of importance due to situational and ensemble value as a defining element in the late 19th-century residential building of the Plantage. Furthermore of importance due to the rich detailing inside and outside, including the placement of zinc vases and sculptures and the use of rendered ornaments as well as a completely round spiral staircase.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map