TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

't Hof Saenden

Wormerveer, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Sociale zorg, liefdadigheid
Function
Hofje
Category
onroerend gebouwd
Built
1915 - 1916
Address
Billitonkade 31, 1521 BM Wormerveer (Zaanstad 27) (and others)
Place
Wormerveer
Municipality
Zaanstad
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.48477, 4.80364
Monument number
518051

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

TU Delft Library

3 historical maps cover this location, the earliest the 1905 map "Bl. 11 Amsterdam, 1905" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

HOFJE genaamd "'t Hof Saenden" bestaande uit 10 arbeiderswoningen met bijbehorende ERFSCHEIDINGEN aan voor- en achterzijde. Het hofje is in 1915-1916 gesticht door de Wormerveerse firma Bloemendaal en Laan, ter gelegenheid van het gouden zakenjubileum van de industrieel Jan Adriaan Laan (1848-1918). De woningen zijn gerangschikt aan weerszijden van een poortgebouw en hebben een gemeenschappelijke tuin aan de achterzijde en een plantsoen aan de voorzijde. Het hofje had ten doel, om "(...) zoolang de Naamloze Vennootschap Mij. Saenden en de Firma Bloemendaal & Laan bestaan, aan hunne gepensioneerde werklieden, zonder kinderen, of geen kinderen ten hunnen lasten hebbende, eene vrije woning te verschaffen (...)." De gepensioneerden waren oud-werknemers van Rijstpellerij Hollandia te Wormer en Oliefabriek De Toekomst te Wormerveer. Het bewonersreglement uit 1916 spreekt van "een rustig en aangenaam verblijf voor ouden van dagen", dat bedoeld was als "eene vriendelijke herinnering aan de stichter". De stichter J.A. Laan heeft een grote stem gehad in ontwerp en bouw van het complex. Naar verluidt was hij degene die besliste dat het hofje in rijk gedetailleerde Neo-Hollandse Renaissance-stijl moest worden gebouwd, in navolging van een in Neo-Renaissance-stijl opgetrokken tentoonstellingsgebouw te Antwerpen, waarin zijn firma in 1913 tijdens een internationale handelstentoonstelling had geëxposeerd. Aan de Neo-Hollandse Renaissance-stijl werden typische Zaanse elementen toegevoegd, zoals houten voorschotten en klokgeveltjes, windveren en kurketrekker-makelaars. Het Wormerveerse aannemersbedrijf Stam, dat in deze tijd geleid werd door Dirk Stam en diens zoon, zorgde voor het bouwplan. Onder hun directie zette in 1915-1916 aannemer J. Bus de woningen neer.

Nadat het complex was overgegaan naar de gemeente, is het in 1975/76 zorgvuldig gerenoveerd (het interieur is gewijzigd en gemoderniseerd).

Omschrijving

Hofje bestaande uit twee rijen van vijf arbeiderswoningen aan weerszijden van een centrale poort. Aan de voorzijde een holrond gebogen front van tuintjes afgezet met een smeedijzeren hekwerk; achtererven afgezet met een houten hekwerk (diagonaal lattenraster); restant van een aan de achterzijde gelegen gemeenschappelijke tuin met diverse solitaire bomen.

Het symmetrisch opgezette hofje beslaat een langgerekte plattegrond. In het midden bevindt zich een risalerend volume, bestaande uit een poortdoorgang met achtzijdige houten dakruiter, geflankeerd door een puntgevel met steekkap haaks op de nok van de hoofdkap. Aan weerskanten van dit centrale volume strekt zich een vleugel met vier woningen uit van een bouwlaag en een zolderverdieping onder een doorgaand schilddak met de nok evenwijdig aan de straat. Elke woning deelt met de naastgelegen woning een dakkapel onder steekkap. Alle daken zijn gedekt met verglaasde blauwe Hollandse pannen.

Elke woning heeft in de voorgevel een paneeldeur met ernaast twee vensters: de deur met lijstwerk, een bewerkt kalf, en een verticaal gedeeld bovenlicht; de vensters als een variant op het kruisvenster, samengesteld uit een kozijn met vast kalf, bovenlicht als voornoemd, een tweeruits schuifraam en halve, van een zandlopermotief voorziene, spiegelklampluiken.

De twee middelste woningen, die iets dieper en breder zijn dan de overige, beschikken door de puntgevel op de verdieping over meer ruimte. De beide geveltoppen brengen traditionele Zaanse elementen in de Neo-Hollandse Renaissance-stijl: ter hoogte van de vliering een gecanneleerd staand schot, zorgvuldig gesneden gegolfde windveren onderaan eindigend in een voluut met bloemmotief en bovenaan bekroond door een kurkentrekker-makelaar. In het voorschot een klein vierruits vlieringlicht. Onder het voorschot is het verdiepingsvenster uitgevoerd als een zgn. melkmeid: een kruisvenster, voorzien van halve luiken als voornoemd, met een vierledig bovenlicht, gedeeld door gesneden voluutstijlen.

Vier houten dakkapellen op de overige woningen met een Zaans element in de vorm van een groen geverfd houten klokgeveltje met klauwstukken, versierd met wit geverfd lijstwerk met krul- en meandermotieven. De dakkapellen hebben een omgekeerde melkmeid als venster. Voorts beschikken beide eindwoningen over een soortgelijke dakkapel in het zijschild.

Tussen de dakkapellen van beide vleugels, en in het dakvlak boven de poort bevindt zich een kleinere houten dakkapel onder leien schilddakje. Alle genoemde bovenlichten hebben glas-in-lood.

Als centrale bekroning van het hele complex op de nok boven de poort een achtzijdig houten dakruiter, waarvan de voet is bekleed met leien. De eerste geleding van deze dakruiter heeft aan vier zijden een wijzerplaat met uurwerk. De tweede geleding bevat een luiklok. Deze geleding is arcadevormig met balusterhek, kroonlijst en ingesnoerde koperen naaldspits bekroond met bol en vergulde windvaan in de vorm van een zeilschip.

In de korfboogvormige poortopening van de centrale poort is een eikenhouten dubbele strokendeur met loopdeurtje gehangen, nog voorzien van het oorspronkelijke hang- en sluitwerk, getralied judasraampje en deurklopper.

Het metselwerk is uitgevoerd in kruisverband; divers siermetselwerk in de boogvelden onder de korfboogvormige ontlastingbogen waarmee alle gevelopeningen op de begane grond zijn toegerust. Het metselwerk wordt verlevendigd door de toepassing van natuursteen als boog- en sluitstenen bij voornoemde ontlastingbogen (waartussen gesmede Y-vormige muurankers), en als doorgaande band ter hoogte van de bovendorpels; voorts heeft elke voordeur een hardstenen stoepje en hebben de vensters een geprofileerde hardstenen lekdorpel.

De renaissancistische poortomlijsting is ongewoon rijk opgezet voor een woningbouwcomplex: het geheel licht risalerend, aan weerszijden een pilaster met natuurstenen plint (met schampsteen), basement en gemoderniseerd Ionisch kapiteel, het metselwerk afgewisseld met lagen natuursteen, een natuurstenen hoofdgestel (met in het fries gebeiteld 'T HOF SAENDEN), geflankeerd met wapenschilden en bekroond met een gebogen fronton met voluutvormige uiteinden. De boog zelf met natuurstenen imposten, boogstenen en sluitsteen met leeuwekop. Aan weerszijden van de poort vormt, ingemetseld op verdiepingshoogte van de aangrenzende woningen, een viertal ovale natuurstenen met cartouche, het jaartal 1915.

De gevels worden aan de bovenzijde afgesloten door een kroonlijst, bestaande uit een geprofileerde en getande daklijst en een geprofileerde overstekende bakgoot op klossen. Onderlangs de gevels loopt rondom een gepleisterde plint. Elke woning heeft een nokschoorsteen met uitkragend metselwerk.

De poortdoorgang die toegang geeft tot de achterzijde van het complex, heeft een betonnen zoldering. Aan de achterzijde is hier door een uitsnijding in het dakschild en het inspringen van de bovengevel een inpandig balkon gevormd; in de gevel aldaar een balkondeur met zijlichten; houten balkonhek met diagonaal lattenraster (idem als de tuinhekjes aan de achterzijde).

Aan de achterzijde heeft iedere woning een bergplaats in rode baksteen, gemetseld in halfsteens verband. De bergplaats wordt door een smaller tussenlid (waarin portaal en privaat) verbonden met de woning. Bergplaats en tussenlid zijn onder een, met pannen als voornoemd gedekt, schilddak gebracht, met de nok haaks op de achtergevel. Bij de in het tussenlid geplaatste achterdeur is zodoende een overhuiving gecreëerd. Opmerkelijk is de aansluiting van de dakvoet aan de achtergevel ter hoogte van de tussendorpel van een schuifvenster. Voorts heeft iedere woning in de achtergevel twee zesruits schuifvensters, met uitzondering van de grotere, naast de poort gelegen woningen: hier heeft de achterkamer een dubbele openslaande glasdeur met zij- en bovenlichten; alle vensters onder anderhalfsteens strekken. Elke woning heeft in het achterschild een brede dakkapel met dubbel kruisvenster onder lessenaardak.

Waardering

Het hofje "'t Hof Saenden" uit 1915-1916 met bijbehorende erfscheiding, is van algemeen belang wegens cultuur- en architectuurhistorische waarde als gaaf bewaard vroeg 20ste-eeuws voorbeeld van een hofje met arbeiderswoningen in Neo-Hollandse Renaissancestijl met traditionele Zaanse elementen, alsmede vanwege de bijzondere gaafheid van de hoofdvorm en de detaillering.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

Court dwelling (HOFJE) named "'t Hof Saenden" consisting of 10 labourers' dwellings with associated boundary fences (ERFSCHEIDINGEN) on front and rear sides. The court dwelling was founded in 1915-1916 by the Wormerveerse firm Bloemendaal and Laan, on the occasion of the golden business jubilee of industrialist Jan Adriaan Laan (1848-1918). The dwellings are arranged on either side of a gatehouse and have a communal garden on the rear side and a public garden on the front side. The court dwelling was intended to "(...) so long as the Limited Company Mij. Saenden and the Firm Bloemendaal & Laan exist, to provide a free dwelling to their retired workers, without children, or having no children as dependants, (...)." The pensioners were former employees of Rijstpellerij Hollandia at Wormer and Oliefabriek De Toekomst at Wormerveer. The residents' regulations from 1916 speak of "a quiet and pleasant residence for the elderly", which was intended as "a friendly reminder of the founder". The founder J.A. Laan had a major say in the design and construction of the complex. According to reports, he was the one who decided that the court dwelling should be built in richly detailed Neo-Dutch Renaissance style, following an exhibition building erected in Neo-Renaissance style at Antwerp, in which his firm had exhibited in 1913 during an international trade exhibition. Typical Zaanse elements were added to the Neo-Dutch Renaissance style, such as wooden shutters and bell gables, weathervanes and corkscrew finials. The Wormerveerse contracting firm Stam, which at that time was led by Dirk Stam and his son, provided the building plan. Under their direction, contractor J. Bus erected the dwellings in 1915-1916.

After the complex had been transferred to the municipality, it was carefully renovated in 1975/76 (the interior was altered and modernised).

Description

Court dwelling consisting of two rows of five labourers' dwellings on either side of a central gateway. On the front side a concave curved front with small gardens bordered by wrought-iron fencing; rear courtyards bordered by wooden fencing (diagonal lattice); remains of a communal garden located on the rear side with various solitary trees.

The symmetrically arranged court dwelling occupies an elongated plan. In the centre is a projecting volume, consisting of a gateway passage with an octagonal wooden roof lantern, flanked by a pointed gable with a half-hip roof perpendicular to the ridge of the main roof. On either side of this central volume extends a wing with four dwellings of one storey and an attic storey under a continuous hipped roof with the ridge parallel to the street. Each dwelling shares with the adjacent dwelling a roof dormer under a half-hip roof. All roofs are covered with glazed blue Dutch tiles.

Each dwelling has in the front gable a panel door with next to it two windows: the door with moulded frame, a carved calf, and a vertically divided fanlight; the windows as a variant on the cross window, composed of a frame with fixed light, fanlight as aforesaid, a two-pane sash window and half shutters decorated with an hourglass motif.

The two middle dwellings, which are somewhat deeper and wider than the others, have more space on the storey due to the pointed gable. Both gable tops bring traditional Zaanse elements into the Neo-Dutch Renaissance style: at the level of the attic a channelled standing shutter, carefully carved wavy weathervanes ending at the bottom in a volute with flower motif and at the top crowned by a corkscrew finial. In the shutter a small four-pane attic light. Below the shutter the storey window is executed as a so-called milkmaid: a cross window, provided with half shutters as aforesaid, with a four-part fanlight, divided by carved volute stiles.

Four wooden roof dormers on the remaining dwellings with a Zaanse element in the form of a green painted wooden bell gable with claw ornaments, decorated with white painted moulding with scroll and meander motifs. The roof dormers have an inverted milkmaid as window. Furthermore, both end dwellings have a similar roof dormer in the side slope.

Between the roof dormers of both wings, and in the roof plane above the gateway there is a smaller wooden roof dormer under a slate hipped roof. All mentioned fanlights have leaded glass.

As central crowning of the whole complex on the ridge above the gateway an octagonal wooden roof lantern, the base of which is clad with slate. The first level of this roof lantern has on four sides a clock face with clockwork. The second level contains a ringing bell. This level is arcade-shaped with balustrade fence, cornice and tapered copper needle spire crowned with a ball and gilt weathervane in the form of a sailing ship.

In the basket-arch shaped gateway opening of the central gateway hangs an oak double plank door with a wicket, still provided with the original hinges and latch, latticed Judas window and door knocker.

The brickwork is executed in English bond; various ornamental brickwork in the arch spandrels under the basket-arch shaped relieving arches with which all gable openings on the ground floor are equipped. The brickwork is enlivened by the application of natural stone as arch and keystones at the aforesaid relieving arches (between which forged Y-shaped wall anchors), and as a continuous band at the level of the upper sills; furthermore each front door has a hard stone step and the windows have a moulded hard stone drip moulding.

The Renaissance gateway surround is unusually richly designed for a residential building complex: the whole standing out projecting, on either side a pilaster with natural stone plinth (with bevelled stone), basement and modernised Ionic capital, the brickwork alternated with layers of natural stone, a natural stone main cornice (with 'T HOF SAENDEN chiselled in the frieze), flanked with escutcheons and crowned with a curved pediment with volute-shaped ends. The arch itself with natural stone impostas, arch stones and keystone with lion's head. On either side of the gateway, set in at the level of the storey of the adjacent dwellings, a set of four oval natural stone plaques with cartouche, the year 1915.

The gables are concluded at the top by a cornice, consisting of a moulded and dentilled roof line and a moulded overhanging rain gutter on brackets. Along the bottom of the gables runs all around a plastered plinth. Each dwelling has a ridge chimney with projecting brickwork.

The gateway passage, which provides access to the rear of the complex, has a concrete ceiling. On the rear side here, through a cut-out in the roof slope and the recession of the upper gable, an interior balcony has been formed; in the gable there a balcony door with side lights; wooden balcony rail with diagonal lattice (same as the garden fences on the rear side).

On the rear side, each dwelling has a storage shed in red brick, laid in half-bond. The storage shed is connected to the dwelling by a narrower section (containing the entrance and privy). Storage shed and section are brought under a roof, covered with tiles as aforesaid, hipped roof, with the ridge perpendicular to the rear gable. At the rear door placed in the section, a roof projection has thus been created. Remarkable is the junction of the roof edge to the rear gable at the level of the intermediate sill of a sash window. Furthermore, each dwelling has in the rear slope two six-pane sash windows, with the exception of the larger dwellings located next to the gateway: here the rear room has a double-opening glass door with side and top lights; all windows under one-and-a-half-brick stretchers. Each dwelling has in the rear slope a wide roof dormer with double cross window under a lean-to roof.

Valuation

The court dwelling "'t Hof Saenden" from 1915-1916 with associated boundary fences, is of general interest for its cultural and architectural-historical value as a well-preserved early 20th-century example of a court dwelling with labourers' dwellings in Neo-Dutch Renaissance style with traditional Zaanse elements, as well as for the exceptional integrity of the main form and the detailing.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map