Rijksmonumentenregister · Netherlands
St. Pieters en Bloklands Gasthuis
Amersfoort, Utrecht, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Sociale zorg, liefdadigheid
- Function
- Gasthuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1907 - 1908
- Address
- Achter Davidshof 1, Locatie: Kattenbroek, 3811 BD Amersfoort
- Place
- Amersfoort
- Province
- Utrecht
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.15766, 5.38479
- Monument number
- 517746
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1893 map "Amsterdam-Rheinkanal : frei von Kanalabgaben / [getekend door] J.H. Schmüll" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Het gecombineerd Sint Pieters- en Bloklands Gasthuis is een GASTHUIS van middeleeuwse oorsprong, bestemd voor oude en arme mannen en vrouwen. De zorginstelling, die tegenwoordig als algemeen verzorgingshuis dienst doet, is nog steeds gevestigd op een terrein aan de Westsingel. Het Gasthuis was een rijke instelling met inkomsten voortkomend uit grondbezit en legaten. Aan het begin van deze eeuw werd de wens tot modernisering van het middeleeuwse complex steeds groter. In het testament van mevrouw J.M. Scheltus-Fenema werd bepaald dat een groot bedrag aan het gasthuis zou worden geschonken op voorwaarde dat een nieuw complex zou verrijzen. Zij overleed in 1906. Kort daarna werd een aanvang gemaakt met de sloop van een aantal gebouwen, dat deel uitmaakte van het complex. Daarnaast werd een prijsvraag voor het nieuw te bouwen complex uitgeschreven, die werd gewonnen door H. Kroes.
In het plan van Kroes werd beoogd het gehele middeleeuwse complex met uitzondering van de kapel te slopen. De middeleeuwse mannenzaal, die naast de kapel gelegen is, diende echter eveneens te worden behouden. Na enige financiële problemen ging men accoord met het plan van Kroes om het ontwerp een kwartslag te draaien. De voorgevel kwam daardoor niet aan de Westsingel, maar aan Achter Davidshof te liggen. Voor het gebouw bevindt zich een aanzienlijk voorterrein, dat omgeven is door een bakstenen muur met ezelsrug en bakstenen pijlers waartussen een smeedijzeren hekwerk is geplaatst. Het pand werd in Neorenaissancestijl ontworpen. In 1912 werd de restauratie van de kapel en de mannenzaal eveneens door H. Kroes uitgevoerd. De hoofdgevel aan Achter Davidshof is vrijwel ongewijzigd. Aan de zuid- en noordvleugels zijn aanzienlijke wijzigingen doorgevoerd. De zuidvleugel, die deels aan de Westsingel is gelegen, werd in 1952 naar ontwerp van H.A. en J.G. Pothoven van één naar twee bouwlagen verhoogd, waarbij de kaphoogte echter niet werd gewijzigd. De noordvleugel is in 1983-1986 grotendeels gesloopt en vervangen. Tegelijkertijd werd aan de achterzijde van het hoofdgebouw een uitbreiding gerealiseerd, die delen van de oorspronkelijke achtergevel hebben aangetast. De wijzigingen uit 1952, 1983-1986 zijn van ondergeschikt belang.
Omschrijving
Het gasthuis is gesitueerd op een U-vormige plattegrond. Het kan worden onderverdeeld in een hoofdgebouw, dat noord-zuid georiënteerd is, en twee zijvleugels die oost-west zijn georiënteerd.
De symmetrische voorgevel (westzijde) van het hoofdgebouw is langwerpig en kan onderverdeeld worden in een risalerend middendeel van drie traveeën breed, bestaande uit drie bouwlagen en twee flankerende vleugels, ieder vijf traveeën breed met twee bouwlagen. Elk van de drie delen heeft een eigen schilddak, dat in het midden onderbroken wordt door een risalerende trapgevel met steekkap. Geheel links en geheel rechts bevinden zich teruggelegen torens voorzien van een vierkante plattegrond, bestaande uit drie bouwlagen en een tentdak. Alle dakdelen zijn gedekt met leien in maasdekking en hebben open en gesloten dakkapellen met spitsbekroning. Pirons zijn aangebracht op de nokken van de schild- en tentdaken.
Het materiaalgebruik van de gevels bestaat uit rode machinale baksteen, deels als siermetselwerk in de boogvelden uitgevoerd en daarnaast natuursteen, dat toegepast is in cordonbanden en -blokken, aanzet- en sluitstenen, en als afdekking van de trapgevels. De trapgevels worden bekroond door natuurstenen leeuwen. Houten kruiskozijnen met glas-in-lood bovenlichten en segment- en strekboogoverspanningen, alsmede tweelichtsvensters in de derde bouwlaag vormen de openingen in de wand. Deze vensters waren oorspronkelijk voorzien van luiken. De doken zijn nog aanwezig. De middelste trapgevel wordt geleed door een hoogopgaand rondboogspaarveld, waarin de entree en de vensters van de tweede en derde bouwlaag zijn aangebracht. De entree wordt bekroond door een barok fronton, dat gedragen wordt door gecanneleerde ionische pilasters en een hoofdgestel. Smalle hoge vensters met bovenlicht bevinden zich in de eerste en tweede bouwlaag van de zijwanden van de risalerende trapgevel.
Aan de achtergevel is in 1983 een uitbreiding gerealiseerd, die de gehele oorspronkelijke achtergevel aan het oog onttrekt. Bij de verbouwing is een deel van de achtergevel behouden. Dit is bereikt door de toepassing van een langwerpige hal, die de gebouwen uit 1907 en 1983 van elkaar scheidt. De oorspronkelijke achtergevel is in 1983 bepleisterd. In het midden bevindt zich een trappartij, die in het midden van de achtergevel risaleert. Van deze trappartij is het bovenste deel van de gevel weggenomen, zodat licht kan toetreden vanuit de hal.
De linkerzijgevel toont de authentieke noordzijde van het hoofdgebouw, met schuin daarop aansluitend de nieuwbouwvleugel uit 1983. De noordgevel van het hoofdgebouw toont het twee bouwlagen hoge volume met schilddak, waarvoor ter linkerzijde een vierkante toren is geplaatst. In de eerste en tweede bouwlaag bevinden zich zowel in het volume als in de toren smalle vensters met bovenlicht. In de lagere derde bouwlaag van de toren bevindt zich een rechthoekig venster.
De rechterzijgevel is wat betreft het hoofdgebouw spiegelbeeldig identiek aan de linkerzijgevel. Hier is de vleugel niet gesloopt, echter wel gewijzigd.
Het interieur van het hoofdgebouw is met name op de begane grond nog intact. De ruimten worden gekenmerkt door een uitzonderlijk hoog plafond. Een gang is langs de gehele achterzijde van het hoofdgebouw gesitueerd. De ruimten zijn gedecoreerd met tegels, bakstenen plinten, gepleisterde wanden en glas-in-lood bovenlichten. De regentenkamer is in geheel ongewijzigde staat en is voorzien van geprofileerde deuren en lambrizeringen, die voorzien zijn van neorenaissance-details. De trap, die opgebouwd is uit natuurstenen treden, ijzeren smeedwerk en houten leuningen, is gedecoreerd met neogotische detailleringen.
Waardering
Het Sint Pieters- en Bloklandsgasthuis is van algemeen belang vanwege de architectuurhistorische waarde als goed voorbeeld van een gasthuis, uitgevoerd in neorenaissancestijl. Het ontwerp neemt in het oeuvre van H. Kroes een belangrijke plaats in. Het gebouw is van ensemblewaarde in relatie tot de oudere delen van het complex.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
The combined Sint Pieters and Bloklands Poorhouse is a POORHOUSE of medieval origin, intended for elderly and poor men and women. The care institution, which nowadays serves as a general nursing home, is still located on a site on the Westsingel. The Poorhouse was a wealthy institution with income derived from land ownership and bequests. At the beginning of this century the desire to modernise the medieval complex grew increasingly. In the will of Mrs J.M. Scheltus-Fenema it was determined that a large sum would be donated to the poorhouse on the condition that a new complex would be erected. She died in 1906. Shortly afterwards the demolition began of a number of buildings that formed part of the complex. In addition, a design competition for the new complex to be built was announced, which was won by H. Kroes.
In Kroes's plan the entire medieval complex was intended to be demolished with the exception of the chapel. However, the medieval men's ward, which was located next to the chapel, was also to be retained. After some financial difficulties agreement was reached on Kroes's plan to rotate the design by a quarter turn. As a result, the front facade was not on the Westsingel, but on Achter Davidshof. In front of the building is a substantial forecourt, which is surrounded by a brick wall with saddle back and brick pillars between which wrought iron railings are placed. The building was designed in Neo-Renaissance style. In 1912 the restoration of the chapel and the men's ward was also carried out by H. Kroes. The main facade on Achter Davidshof is virtually unchanged. Considerable alterations were made to the south and north wings. The south wing, which is partly on the Westsingel, was raised from one to two storeys in 1952 according to the design of H.A. and J.G. Pothoven, although the roof height was not changed. The north wing was largely demolished and replaced in 1983-1986. At the same time an extension was realised on the rear side of the main building, which has affected parts of the original rear facade. The alterations from 1952, 1983-1986 are of minor importance.
Description
The poorhouse is situated on a U-shaped floor plan. It can be subdivided into a main building, which is oriented north-south, and two side wings which are oriented east-west.
The symmetrical front facade (west side) of the main building is elongated and can be subdivided into a projecting central section three bays wide, consisting of three storeys and two flanking wings, each five bays wide with two storeys. Each of the three parts has its own hipped roof, which in the middle is interrupted by a projecting stepped gable with steeple cap. Far left and far right are recessed towers with a square floor plan, consisting of three storeys and a tent roof. All roof sections are covered with slates in Dutch bond and have open and closed roof dormers with pointed cresting. Cresting finials are placed on the ridges of the hipped and tent roofs.
The material used on the facades consists of red machine brick, partly executed as decorative brickwork in the spandrels and moreover natural stone, which is applied in string courses and -blocks, abutment and quoins, and as cladding of the stepped gables. The stepped gables are crowned by natural stone lions. Wooden cross windows with leaded glass fanlights and segmental and straight arch spanning, as well as two-light windows in the third storey form the openings in the wall. These windows were originally provided with shutters. The shutter plates are still present. The middle stepped gable is articulated by a tall rising circular arch spandrel, in which the entrance and the windows of the second and third storey are placed. The entrance is crowned by a baroque pediment, which is supported by fluted Ionic pilasters and an entablature. Narrow tall windows with fanlight are located in the first and second storey of the side walls of the projecting stepped gable.
An extension was realised on the rear facade in 1983, which obscures the entire original rear facade from view. During the renovation part of the rear facade was retained. This was achieved by the use of an elongated hall, which separates the buildings from 1907 and 1983 from each other. The original rear facade was rendered in 1983. In the middle there is a staircase, which projects in the middle of the rear facade. The upper part of the facade of this staircase has been removed, so that light can enter from the hall.
The left side facade shows the authentic north side of the main building, with the new building wing from 1983 sloping towards it. The north facade of the main building shows the two-storey high volume with hipped roof, in front of which a square tower is placed on the left side. In the first and second storey both in the volume and in the tower there are narrow windows with fanlight. In the lower third storey of the tower there is a rectangular window.
The right side facade is mirror-identical to the left side facade as far as the main building is concerned. Here the wing has not been demolished, but has been altered.
The interior of the main building is still largely intact, particularly on the ground floor. The spaces are characterised by exceptionally high ceilings. A corridor is located along the entire rear side of the main building. The spaces are decorated with tiles, brick skirting boards, plastered walls and leaded glass fanlights. The regents' room is in completely unchanged condition and is provided with moulded doors and wainscoting, which are embellished with neo-renaissance details. The staircase, which is composed of natural stone steps, wrought iron work and wooden handrails, is decorated with neo-gothic detailing.
Valuation
The Sint Pieters and Bloklands Poorhouse is of general importance for its architectural historical value as a good example of a poorhouse, executed in neo-renaissance style. The design occupies an important place in the oeuvre of H. Kroes. The building is of ensemble value in relation to the older parts of the complex.
Nearby in the register
- Kapel, Westsingel 47Kapelunder 1 mi
- Klooster, kloosteronderdl, Westsingel 46Klooster, kloosteronderdlunder 1 mi
- Woonhuis, Kleine Spui 8Woonhuisunder 1 mi
- Schoolgebouw, v.m. Westsingel 45 AmersfoortOnderwijs en wetenschapunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.