TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Admiraliteitsgebouw, Krententuin 1

Hoorn, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Bestuursgebouw en onderdl
Function
Admiraliteitsgebouw
Category
onroerend gebouwd
Built (approximately)
1680
Address
Krententuin 1, 1621 DG Hoorn (and others)
Place
Hoorn
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.63574, 5.06272
Part of complex
517426
Monument number
517427

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

5 historical maps cover this location, the earliest the 1647 map "[Graefschap Holland] (Right Half)" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Omschrijving

Het HOOFDGEBOUW van het complex Oostereiland bestaat uit 6 vleugels uit diverse bouwfasen om een rechthoekige binnenplaats.

De noordoostvleugel (vleugel 1) bestaat uit een souterrain, twee bouwlagen en een kapverdieping en is opgetrokken in baksteen afgewerkt met een sierpleisterlaag. De vleugel is verdeeld in een voorhuis en een lager achterhuis, beide voorzien van een zadeldak bedekt met rode Hollandse pannen. De nokken lopen parallel aan de voorgevel. In het voorhuis bevindt zich nog de originele 17de-eeuwse kapconstructie. De voorgevel (O) is verdeeld in negen traveeën waarbij de middelste drie traveeën een middenrisaliet vormen die bekroond wordt met een fronton. De ingangspartijen bevinden zich in de vierde en zevende travee van links met deuren met vierruits bovenlicht. De deuren zijn via een hardstenen trap te bereiken. In het souterrain zijn links van de middenrisaliet drie vensters aangebracht. Op de begane grond bevinden zich links van de middenrisaliet drie zesruits schuifvensters en rechts van de middenrisaliet naast de deur twee zesruits schuifvensters. Naast de deur in de middenrisaliet zijn twee vijftienruits schuifvensters aangebracht. Het muuroppervlak van de middenrisaliet is op de begane grond voorzien van schijnvoegen in het pleisterwerk. De eerste verdieping telt over de gehele breedte negen negenruits schuifvensters, waarvan de middelste drie worden afgesloten met een geprofileerde gepleisterde sierlijst. De gevel wordt met een gesloten attiek afgesloten. De middenrisaliet doorbreekt de borstwering en wordt bekroond door een topgevel onder een ingestoken zadeldak. In deze topgevel bevinden zich boven elkaar twee ronde vensters, welke gedecoreerd worden door een gepleisterde sierlijst. Het onderste venster wordt geflankeerd door twee drieruits vensters, eveneens voorzien van een geprofileerde, gepleisterde sierlijst. De lekdorpels van alle vensters in de gehele gevel zijn vervaardigd uit natuursteen, en worden gedragen door sobere consoles. De gevel wordt aan weerszijden beëindigd door een liseen met schijnvoegen. Rechts van deze vleugel bevindt zich de als topgevel uitgevoerde oostelijke zijgevel van de noordvleugel.

De in rode baksteen opgetrokken noordvleugel (vleugel 2) telt twee bouwlagen en een kapverdieping onder een met rode Hollandse pannen gedekt zadeldak. Op de begane grond zijn in de oostelijke zijgevel ter plaatse van de voormalige directeurswoning twee getoogde en gekoppelde vaste vensters met een gekoppeld bovenlicht geplaatst. Tussen de begane grond en de eerste verdieping bevindt zich een hardstenen cordonlijst. Deze cordonlijst vormt tevens de lekdorpel van de twee rondboogvensters op de verdieping. Achter deze hoge rondboogvensters bevindt zich een kerkruimte. In de kapverdieping is een rondvenster aangebracht. De noordgevel van de noordvleugel wordt in tweeën gedeeld door een middenrisaliet. Het geveldeel links hiervan is door twee steunberen in drie traveeën verdeeld. De linker travee bezit op de begane grond een erker. De middelste travee heeft op de verdieping drie hoge rondboogvensters, identiek aan de vensters in de zijgevel van dit bouwdeel. Op de begane grond bevinden zich hier een driedelig venster en een deur. De rechter travee is drie vensterassen breed met op de begane grond drie getoogde vensters en op de verdieping dezelfde rondboogvensters als in de middelste travee. In de middenrisaliet zijn boven elkaar twee dichtgemetselde vensters aanwezig, waarvan de bovenste voorzien is van een bovenlicht met ruit. Rechts van de risaliet bevinden zich op de begane grond drie brede getoogde vensters en drie paar smalle getoogde vensters (het rechter paar is tussen 1986 en 1991 aangebracht). Tussen het tweede en derde paar van rechts bevindt zich, iets hoger geplaatst, nog een breed venster, dat identiek is aan de andere brede vensters in deze gevel. Boven de begane grond telde het rechter gedeelte oorspronkelijk twee verdiepingen met op elke verdieping een reeks van vijf paar smalle getoogde vensters. De twee verdiepingen zijn naderhand samengevoegd tot één hoge verdieping waarbij de middenste rij vensters werd dichtgezet. Op de scheiding van de begane grond en de eerste verdieping bevinden zich in totaal zestien muurijzers. Vier rozetankers boven de middenste rij vensters markeren de plaats waar vroeger de vloer van de tweede verdieping zat. Ter hoogte van de zolderbalklaag zijn eveneens vier rozetankers aangebracht. De noordgevel wordt aan de rechter kant afgesloten door een smalle risaliet. Bovenlangs wordt de gevel afgesloten door een geprofileerde daklijst.

De in rode baksteen opgetrokken noordwestvleugel (vleugel 3) telt twee (oorspronkelijk drie) bouwlagen plus een kapverdieping en is afgedekt met een zadeldak met rode Hollandse pannen. Evenals in de rechter helft van de noordgevel zijn in de westgevel van de noordwestvleugel op de eerste verdieping twee rijen paarsgewijs geplaatste smalle getoogde vensters aangebracht. Ook hier is de onderste van de twee rijen naderhand dichtgezet. De begane grond is voorzien van twee paar smalle vensters en negen grote brede vensters. Al deze vensters worden ontlast door een segmentboog. Het vierde grote venster van links is geplaatst in een risaliet, die qua opzet vergelijkbaar is met de middenrisaliet in de noordelijke gevel. Een soortgelijke opzet wordt nog eens herhaald in de risaliet die de westgevel rechts afsluit. Tussen het vijfde en het zesde venster is op de begane grond een aanbouw geplaatst, één bouwlaag hoog met een plat dak.

De zuidwestvleugel (vleugel 5) is één bouwlaag hoog met een kapverdieping onder een zadeldak met rode Hollandse pannen. Het geheel is in rode baksteen opgetrokken, met links tegen de westgevel een aanbouw met een plat dak. Langs de daklijst van de gevel is een segmentboogfries op consoles aangebracht. Rechts van de aanbouw zijn twee brede en vier paar smalle getoogde vensters geplaatst.

De in 1870-1873 gebouwde zuidvleugel (vleugel 6, "Alcovengebouw"), is de grootste vleugel van het complex. De zuidvleugel bestaat uit twee evenwijdige bouwblokken van drie bouwlagen, elk met een groot zadeldak met rode Hollandse pannen, waarvan de nok oost-west gesitueerd is. Het gebouw is opgetrokken in rode baksteen met aan de oost- en aan de westzijde twee topgevels. De oostelijke topgevels zijn voorzien van gepleisterde spaarvelden. De symmetrische kopgevels hebben in de eerste en tweede bouwlaag vier paar smalle getoogde vensters. De topgevels zijn voorzien van een hoog tweedelig venster waarin een rechthoekig en een rondboograam. Tussen het noordelijke en het zuidelijke blok van deze vleugel bevindt zich een verbinding in de vorm van een terugliggende corridor van drie bouwlagen hoog en een kapverdieping met een plat dak. In de terugliggende gevelwanden, zowel aan de oost- als aan de westkant bevinden zich rondboogvensters die vanwege de achterliggende trappenhuizen trapsgewijs geplaatst zijn. De zuidgevel is symmetrisch van opzet. De ingangspartij is geplaatst in een middenrisaliet die door de daklijst heen doorgetrokken is tot een tuitgevel onder een ingestoken zadeldak. In deze tuitgevel bevindt zich een rondboogvenster. Onder dit venster is een driedelig gekoppeld segmentvenster met bovenlicht geplaatst, waarvan de borstwering direct aansluit op de latei van het driedelig gekoppelde venster met borstwering op de eerste verdieping. Hieronder op de begane grond is een openslaande deur geplaatst, geflankeerd door twee vensters en voorzien van een driedelig gekoppeld segmentvormig bovenlicht. Links en rechts van de middenrisaliet zijn per bouwlaag vijf segmentboogvensters aangebracht. De daklijst wordt ondersteund door een segmentboogfries.

De zuidoostelijke vleugel (vleugel 4) bestaat uit een souterrain, een bouwlaag en een kapverdieping afgedekt met een zadeldak met rode hollandse pannen. De gevels zijn opgetrokken in baksteen en afgewerkt met pleisterwerk met schijnvoegen. In de oostgevel van deze vleugel zijn ter hoogte van het souterrain zestien vensters aangebracht. De hoofdverdieping heeft onder meer een aantal vaste zesruits vensters en twee deuren. In het dakschild boven de oostgevel is een reeks dakvensters aangebracht. De zuidoostvleugel is verbonden met de noordoostelijke vleugel door middel van een later geplaatste toegangspoort.

Met uitzondering van de vensters waarachter zich de kantoorruimtes bevinden, zijn vrijwel alle vensters van de vleugels voorzien van tralies. Ook de vensters in de gevels rond de binnenplaats hebben smeedijzeren tralies, behalve die in de noordoost- en de zuidoostvleugel en de verdiepingsvensters in de zuidgevel van de noordvleugel. Op de (vernieuwde) dakvlakken rond de binnenplaats liggen rode opnieuw verbeterde Hollandse pannen.

De aan de binnenplaats gelegen witgepleisterde achtergevel (W) van de noordoostvleugel (vleugel 1) wordt afgesloten door een gootlijst op geprofileerde klossen en telt tien vensterassen. Ter hoogte van het souterrain zijn zesruits liggende vensters toegepast, met uitzondering van de vierde vensteras waar zich een opgeklampte deur bevindt. De begane grond is voorzien van zesruits vensters bestaande uit een vierruits stolpraam waarboven een tweeruits uitzetraam. Op de eerste verdieping zijn vierruits stolpramen aangebracht. De vensters in de derde vensteras van rechts hebben in de eerste en tweede bouwlaag plaats gemaakt voor twee uitzetraampjes. In de vijfde en negende vensteras is op de begane grond een (vernieuwde) deur aangebracht. Alle vensters in deze gevel hebben hardstenen lekdorpels. Ter hoogte van de vloeren zijn schootankers aangebracht. De eveneens witgepleisterde linkerzijgevel (Z) van de noordoostvleugel heeft links zowel in het souterrain als in de eerste bouwlaag een venster als in de achtergevel. Rechts en in het midden van het souterrain bevindt zich een vernieuwde deur.

Het witgepleisterde rechter gedeelte van de zuidgevel van de noordvleugel (vleugel 2) heeft ter hoogte van de kerkruimte in de tweede bouwlaag vier hoge gietijzeren rondboogvensters. In het gepleisterde geveldeel zit linksonder een getoogde deur waarboven een getoogd zestienruits venster. Links van het gepleisterde gedeelte is de zuidgevel opgetrokken in bruinrode handvormsteen waalformaat in kruisverband met snijvoeg. Zowel op de begane grond als de eerste verdieping zijn hier (vijf respectievelijk zes) grote getoogde zestienruits valramen toegepast, voorzien van hardstenen lekdorpels. Links- en rechtsonder zit een getoogde dubbele deur, en rechtsboven een gewijzigde deur met een getoogd tienruits bovenlicht. De zuidgevel van de noordvleugel wordt afgesloten door een met hardsteen afgedekt boogfries waarvan de segmentbogen rusten op geprofileerde hardstenen consoles.

De noordwestvleugel (vleugel 3) heeft in de oostgevel in beide bouwlagen veertien getoogde vensters als in de zuidgevel van de noordvleugel, en wordt afgesloten door een vergelijkbaar boogfries waarvan de bovenrand is vernieuwd in beton. Op de begane grond is onder het eerste, zesde en achtste venster van links een vernieuwde dubbele deur aangebracht. Het geveldeel rechts van de bouwnaad is evenals de zuidgevel opgetrokken in bruinrode handvormsteen; het linker gedeelte is uitgevoerd in rode machinale baksteen en vermoedelijk van jongere datum.

De oostgevel van de lagere zuidwestvleugel (vleugel 5) is gemetseld in bruinrode handvormsteen (formaat circa 21 x 4,5 cm) in kruisverband met snijvoeg en wordt afgesloten door een boogfries als genoemd. Het boogfries wordt onderbroken door vier als tuitgevels uitgevoerde Vlaamse gevels met hoge rondboogvensters en zinkgedekte zadeldaken. De vensters zijn voorzien van een zestienruits stolpraam met twaalfruits bovenlicht en een hardstenen lekdorpel. De tuitgevels worden afgedekt met een geprofileerde lijst van hardsteen. Onder elk van de twee rechter rondboogvensters is op de begane grond een brede getoogde glaspui aangebracht bestaande uit een door twaalfruits ramen geflankeerde dubbele deur met in elke deurhelft een zesruits raam en boven de deur een 21-ruits bovenlicht. De stijlen ter weerszijden van de dubbele deuren zijn onderaan uitgevoerd in hardsteen. Alle vensters op de begane grond hebben lekdorpels van hetzelfde materiaal. In het midden van de begane grond is een minder brede pui geplaatst bestaande uit een opgeklampte deur (r) en een negenruits venster (l) onder een getoogd bovenlicht waarin een zesruits valraam tussen twee zesruits vaste ramen. De linker helft van de begane grond telt drie getoogde vensters elk samengesteld uit drie zesruits onderramen en drie dito bovenlichten (deels uitgevoerd als val- of draairaam). Tussen het tweede en derde venster van links bevindt zich een dubbele paneeldeur met een getoogd twaalfruits bovenlicht. Voor de vensters in de rechter helft van de begane grond ontbreken tralies. Boven de begane grond zijn ter hoogte van de verdiepingsbalklaag schootankers aangebracht. In de als tuitgevel uitgevoerde symmetrische zuidgevel van de zuidwestvleugel zijn ter hoogte van de zolderverdieping naast elkaar twee vensters aangebracht, elk samengesteld uit een hoog rondboograam (aan de binnenzijde) waarnaast een hoog rechthoekig raam. De vernieuwde geveltop is voorzien van een gietijzeren rondvenster en schootankers ter hoogte van de gordingen van de kap.

De noordgevel van de zuidvleugel (alcovengebouw) is identiek aan de zuidgevel van deze vleugel.

De vensters en deuren in de witgepleisterde westgevel van de gerenoveerde zuidoostvleugel (vleugel 4) zijn niet oorspronkelijk.

Waardering

Het hoofdgebouw bestaande uit 6 vleugels is van algemeen belang wegens architectuur- en cultuurhistorische waarde als in fasen tot stand gekomen hoofdonderdeel van het complex "Oostereiland" en vanwege de goed herkenbare functie als gevangenis. Tevens heeft het object situationele waarde vanwege de beeldbepalende ligging op het Oostereiland-terrein.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Description

The MAIN BUILDING of the Oostereiland complex consists of 6 wings from various construction phases arranged around a rectangular courtyard.

The northeast wing (wing 1) consists of a basement, two storeys and an attic storey and is built in brick finished with a decorative plaster layer. The wing is divided into a front house and a lower rear house, both provided with a gabled roof covered with red Dutch tiles. The ridges run parallel to the front facade. The front house still contains the original 17th-century roof truss structure. The front facade (E) is divided into nine bays with the middle three bays forming a central risalit crowned with a pediment. The entrance sections are located in the fourth and seventh bay from the left with doors featuring four-pane fanlights. The doors are accessed via a stone staircase. In the basement, three windows are placed to the left of the central risalit. On the ground floor, to the left of the central risalit are three six-pane sash windows and to the right of the central risalit next to the door are two six-pane sash windows. Next to the door in the central risalit are two fifteen-pane sash windows. The wall surface of the central risalit on the ground floor is provided with scored joints in the plasterwork. The first floor has nine nine-pane sash windows across the full width, with the middle three closed off with a profiled plastered decorative moulding. The facade is closed by a solid attic. The central risalit breaks through the parapet and is crowned by a gable under a recessed gabled roof. In this gable are two round windows arranged one above the other, decorated with a plastered decorative moulding. The lower window is flanked by two three-pane windows, also provided with a profiled, plastered decorative moulding. The drip mouldings of all windows in the entire facade are made of natural stone and are carried by simple corbels. The facade is terminated on both sides by a pilaster with scored joints. To the right of this wing is the east side facade of the north wing, executed as a gable.

The north wing (wing 2), built in red brick, has two storeys and an attic storey under a gabled roof covered with red Dutch tiles. On the ground floor, in the east side facade at the location of the former director's residence, two coupled arched fixed windows with a coupled fanlight have been placed. Between the ground floor and the first floor is a stone cordon moulding. This cordon moulding also forms the drip moulding of the two round-arched windows on the floor above. Behind these tall round-arched windows is a church space. In the attic storey a round window has been placed. The north facade of the north wing is divided in two by a central risalit. The facade section to the left of it is divided into three bays by two buttresses. The left bay has a corner turret on the ground floor. The middle bay has three tall round-arched windows on the floor above, identical to the windows in the side facade of this building part. On the ground floor there is a three-part window and a door. The right bay is three window widths wide with three arched windows on the ground floor and on the floor above the same round-arched windows as in the middle bay. In the central risalit are two bricked-up windows arranged one above the other, the upper one provided with a fanlight with a pane. To the right of the risalit are three wide arched windows on the ground floor and three pairs of narrow arched windows (the right pair was installed between 1986 and 1991). Between the second and third pair from the right is, placed somewhat higher, another wide window, identical to the other wide windows in this facade. Above the ground floor, the right section originally had two floors with on each floor a series of five pairs of narrow arched windows. The two floors were subsequently combined into one tall floor with the middle row of windows being bricked up. On the division between the ground floor and the first floor there are a total of sixteen wall anchors. Four ornamental anchors above the middle row of windows mark the location where the floor of the second storey was formerly. At the height of the attic beam layer four ornamental anchors are also installed. The north facade is terminated on the right by a narrow risalit. Along the top the facade is closed by a profiled cornice.

The northwest wing (wing 3), built in red brick, has two (originally three) storeys plus an attic storey and is covered with a gabled roof with red Dutch tiles. As in the right half of the north facade, in the west facade of the northwest wing on the first floor two rows of narrow arched windows arranged in pairs have been placed. Here too, the lower of the two rows has subsequently been bricked up. The ground floor is provided with two pairs of narrow windows and nine large wide windows. All these windows are relieved by a segmental arch. The fourth large window from the left is placed in a risalit, the design of which is comparable to the central risalit in the north facade. A similar design is repeated again in the risalit that closes the west facade on the right. Between the fifth and sixth window, on the ground floor, an extension has been placed, one storey high with a flat roof.

The southwest wing (wing 5) is one storey high with an attic storey under a gabled roof with red Dutch tiles. The whole is built in red brick, with on the left against the west facade an extension with a flat roof. Along the cornice of the facade is a segmental arch frieze on corbels. To the right of the extension are two wide and four pairs of narrow arched windows.

The south wing (wing 6, "Alcove Building"), built in 1870-1873, is the largest wing of the complex. The south wing consists of two parallel building blocks of three storeys, each with a large gabled roof with red Dutch tiles, the ridge of which is oriented east-west. The building is built in red brick with on the east and west side two gables. The eastern gables are provided with plastered spandrels. The symmetrical end gables have in the first and second storey four pairs of narrow arched windows. The gables are provided with a tall two-part window with a rectangular and a round-arched pane. Between the northern and southern block of this wing is a connection in the form of a recessed corridor three storeys high and an attic storey with a flat roof. In the recessed facade walls, both on the east and west side, are round-arched windows which are placed in a stepped arrangement because of the staircases behind them. The south facade is symmetrical in design. The entrance section is placed in a central risalit which is drawn up through the cornice to a spout gable under a recessed gabled roof. In this spout gable is a round-arched window. Below this window is a three-part coupled segmental window with fanlight, the parapet of which directly adjoins the lintel of the three-part coupled window with parapet on the first floor. Below on the ground floor is a glass door placed, flanked by two windows and provided with a three-part coupled segmental fanlight. To the left and right of the central risalit are five segmental arch windows per storey. The cornice is supported by a segmental arch frieze.

The southeast wing (wing 4) consists of a basement, one storey and an attic storey covered with a gabled roof with red Dutch tiles. The facades are built in brick and finished with plasterwork with scored joints. In the east facade of this wing, at the height of the basement, sixteen windows have been placed. The main floor has among other things a number of fixed six-pane windows and two doors. In the roof slope above the east facade a series of roof windows has been placed. The southeast wing is connected to the northeast wing by means of a later-placed access gate.

With the exception of the windows behind which the office spaces are located, virtually all windows of the wings are provided with bars. The windows in the facades around the courtyard also have wrought-iron bars, except those in the northeast and southeast wings and the floor windows in the south facade of the north wing. On the (renewed) roof slopes around the courtyard lie red newly improved Dutch tiles.

The whitewashed rear facade (W) of the northeast wing (wing 1) facing the courtyard is terminated by a gutter moulding on profiled corbels and has ten window axes. At the height of the basement, six-pane horizontal windows are used, with the exception of the fourth window axis where there is an attached door. The ground floor is provided with six-pane windows consisting of a four-pane pivot sash above which is a two-pane top-hung sash. On the first floor four-pane pivot sashes have been placed. The windows in the third window axis from the right have in the first and second storey made way for two top-hung sash windows. In the fifth and ninth window axis a (renewed) door has been placed on the ground floor. All windows in this facade have stone drip mouldings. At the height of the floors, floor anchors have been installed. The likewise whitewashed left side facade (S) of the northeast wing has on the left both in the basement and in the first storey a window as in the rear facade. To the right and in the middle of the basement is a renewed door.

The whitewashed right section of the south facade of the north wing (wing 2) has at the height of the church space in the second storey four tall cast-iron round-arched windows. In the plastered facade section at the bottom left is an arched door above which is an arched sixteen-pane window. To the left of the plastered section the south facade is built in brown-red hand-formed brick waal format in stretcher bond with raked joint. Both on the ground floor and the first floor large arched sixteen-pane casement windows (five and six respectively) have been used here, provided with stone drip mouldings. At the bottom left and right is an arched double door, and at the top right a modified door with an arched ten-pane fanlight. The south facade of the north wing is terminated by an arch frieze topped with stone, the segmental arches of which rest on profiled stone corbels.

The northwest wing (wing 3) has in the east facade in both storeys fourteen arched windows as in the south facade of the north wing, and is terminated by a similar arch frieze of which the top edge has been renewed in concrete. On the ground floor a renewed double door has been placed beneath the first, sixth and eighth window from the left. The facade section to the right of the building joint is, like the south facade, built in brown-red hand-formed brick; the left section is executed in red machine-made brick and presumably of more recent date.

The east facade of the lower southwest wing (wing 5) is built in brown-red hand-formed brick (format approximately 21 x 4.5 cm) in stretcher bond with raked joint and is terminated by an arch frieze as mentioned. The arch frieze is interrupted by four Flemish gables executed as spout gables with tall round-arched windows and zinc-covered gabled roofs. The windows are provided with a sixteen-pane pivot sash with twelve-pane fanlight and a stone drip moulding. The spout gables are topped with a profiled stone moulding. Below each of the two right round-arched windows is on the ground floor a wide arched glass facade placed consisting of a double door flanked by twelve-pane panes with a six-pane pane in each door half and above the door a 21-pane fanlight. The mullions on either side of the double doors are executed in stone at the bottom. All windows on the ground floor have drip mouldings of the same material. In the middle of the ground floor is a narrower glass facade placed consisting of an attached door (r) and a nine-pane window (l) under an arched fanlight with a six-pane casement window between two six-pane fixed panes. The left half of the ground floor has three arched windows each composed of three six-pane lower panes and three similar fanlights (partly executed as top-hung sash or pivot window). Between the second and third window from the left is a double panel door with an arched twelve-pane fanlight. Bars are absent from the windows in the right half of the ground floor. Above the ground floor, at the height of the floor beam layer, floor anchors have been installed. In the symmetrical south facade executed as a spout gable of the southwest wing, at the height of the attic floor, two windows are placed side by side, each composed of a tall round-arched pane (on the inside) next to which is a tall rectangular pane. The renewed gable top is provided with a cast-iron round window and floor anchors at the height of the roof purlins.

The north facade of the south wing (alcove building) is identical to the south facade of this wing.

The windows and doors in the whitewashed west facade of the renovated southeast wing (wing 4) are not original.

Valuation

The main building consisting of 6 wings is of general importance for its architectural and cultural-historical value as the main component of the Oostereiland complex built in phases and for its clearly recognisable function as a prison. Furthermore, the object has situational value due to its image-determining location on the Oostereiland site.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map