TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Stationsgebouw, Stationsplein 1

Roosendaal, Noord-Brabant, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Transport
Function
Stationsgebouw
Category
onroerend gebouwd
Built
1905
Address
Stationsplein 1, 4702 VX Roosendaal (and others)
Place
Roosendaal
Province
Noord-Brabant
Country
Netherlands
Coordinates
51.54049, 4.45911
Part of complex
517240
Monument number
517243

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1894 map "Het Koninkrijk der Nederlanden / bew. door I. Dornseiffen ; get. door E. de Geest" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding.

Stationsgebouw naar ontwerp van G.W. Van Heukelom en D.E.C. Knuttel uit omstreeks 1905. Het rijk gedecoreerde gebouw draagt kenmerken van een Berlagiaanse bouwstijl.

Omschrijving.

Het gebouw bestaat uit enkele geschakelde bouwmassa's, tezamen een langgerekte plattegrond vormend, parallel aan de spoorlijnen. Het hoofdgebouw is uitgevoerd in baksteen op een met granieten platen beklede plint. Enkele constructieve en decoratieve elementen zoals de aanzetstenen van de ontlastingsbogen zijn uitgevoerd in natuursteen. De daken zijn gedekt met pannen. De diverse elementen worden onderscheiden door de tussen- en brandmuren die boven de dakvlakken uitsteken. Het belangrijkste, en oudste gedeelte is een tweelaagse bouwmassa op rechthoekige plattegrond onder afgeplat zadeldak met middenrisaliet met topgevel. Aan de linkerkant verlengd met een evenhoog gedeelte dat aan de voorzijde op de begane grond een uitstekend éénlaags gedeelte onder lessenaarsdak heeft. Aansluitend het douanegebouw, aan de straatkant éénlaags met topgevel in het midden, boven het dakschild een opbouw met lichtbeuk. De zijgevel is twee lagen hoog met klimmend rondboogfries waarboven de lichtbeuk zich voortzet. In de lichtbeuk grote, dicht tegen elkaar aan geplaatste rondboogramen met metalen kozijnen. Daar aangrenzend, terugliggend ten opzichte van het douanegebouw een éénlaagse bouwmassa onder plat dak. Rechts van het hoofdgebouw de latere invulling door Van Ravenstein, deze sluit aan bij een restant van het oude station, een bouwmassa uit 1907 onder plat dak met dakschilden. Tegen de zijgevel opnieuw een rondboogfries. De voorgevel van de hoofdmassa heeft grote, samengestelde driedelige raampartijen. Op de begane grond rechthoekige ramen met in de getoogde bovenlichten een kleine roedenverdeling en kathedraalglas. De bovenlichten zijn per drie binnen een travee onder een segmentboog gevat. De ramen op de verdieping vormen steeds met drie een rondboog, ook hier met kleine roedenverdeling. Eronder zijn afbeeldingen aangebracht tot op de segmentboog van de onderliggende ramen. De afbeeldingen in sectieltegels vertegenwoordigen verschillende landen, per travee is een wereldbol afgebeeld, geflankeerd door wapenschilden van Griekenland, Turkije, Rusland, Oostenrijk, Zwitserland, Italië, Duitsland, Frankrijk, Spanje, Portugal, Engeland, Denemarken, Zweden, en Noorwegen In de middenrisaliet is een ingang gemaakt. In de topgevel een rondboograam waarboven een sculptuur van een gevleugeld wiel is geplaatst, het oude symbool van de Nederlandse Spoorwegen. De top is afgewerkt met een natuurstenen band. Verspreid in het dakvlak enkele dakkapelletjes met houten betimmering. Het linkergedeelte, dat van de hoofdmassa wordt gescheiden door een brandmuur, heeft op de begane grond staande ramen met een kleine roedenverdeling, op de verdieping grotere ramen. Het plat dak van het uitstekend gedeelte heeft een balustrade. De hoeken bekroond met schelpmotief.

Het douanekantoor is drie traveeën breed en heeft per travee een samengesteld raam van drie rechthoekige ramen onder een doorlopende lijst met daarboven drie getoogde bovenlichten met een kleine roedenverdeling, samengevat onder een segmentboog. In het midden een moderne ingang met luifel, bekroond door een topgevel. De zijgevel heeft alleen op de begane grond twee ramen, in een smallere uitvoering als voor. Verder is de gevel blind. De achtergevel van dit kantoor heeft een aantal rechthoekige ramen als in de voorgevel waarvan de bovenlichten een kleine roedenverdeling hebben. Boven de deuren enkele metalen lateien. In het middendeel liggen de grote samengestelde ramen in verdiepte vlakken. Deze vlakken hebben aan de bovenzijde segmentbogen met natuurstenen aanzet- en sluitstenen en worden omlijst door geprofileerde strengperssteen. Meer naar het oosten toe zijn boven de ramen natuurstenen lateien aangebracht, erboven segmentbogen in het metselwerk. Boven smalle deuren zijn resten van opschriften ("mannen" en "vrouwen") leesbaar. De zijgevel aan het rechteruiteinde van het station heeft op de hoeken lagere uitspringende bouwmassa's met deuren op de begane grond en daarboven enkele kleine ramen die ten opzichte van elkaar verspringen.

In het interieur zijn belangrijke delen van de oorspronkelijke toestand bewaard gebleven. Het middendeel van de hoofdmassa is nu ingericht als restaurant, in het voorste gedeelte is schoon metselwerk in rode strengperssteen, tot lambriseringshoogte betegeld met groen-turquoise geglazuurde tegels uit de bouwtijd zichtbaar. Pilasters in rode strengperssteen op een hardstenen voet dragen scheibogen, eveneens uitgevoerd in rode strengperssteen. In de ruimte daarachter zijn ramen naar de perrons met kathedraalglas in de bovenlichten aanwezig. De klok (verplaatst) bestaat uit sectieltegels. (Andere sectieltegeltableaus met voorstellingen van zon en maan zijn ondermeer in het douanegebouw bewaard gebleven). Achter de bouwmassa liggen de overkapte perrons en sporen, door tunnels met elkaar verbonden. De perrons lopen zowel aan oost- als aan de westkant tot buiten de bouwmassa van het station door. Aan de straatkant afgescheiden door een glaswand met metalen kozijnen op een bakstenen muurtje. Tegen de achterzijde van het stationsgebouw ligt het eerste perron onder zadeldak op een geklonken vakwerk portaalspant. De staanders tegen de achtergevel van het station hebben een natuurstenen voet, de losstaande staanders op het perron zijn geheel in ijzer uitgevoerd. Ter plekke van de trappartijen zijn lichtkappen aangebracht. Ter hoogte van het restaurant twee brede trappen, samenkomend bij één trap, naar de perrons weer in twee trappen gesplitst. Allen uitgevoerd in graniet. De tunnel wordt overkluisd door bakstenen troggewelfjes op ijzeren liggers, ondersteund door bredere ijzeren balken. De wanden van het trappenhuis zijn in witte strengperssteen uitgevoerd, de afgeronde hoeken bekleed met graniet.

Het middenperron (van tweede en derde spoor) heeft een overkapping van een flauw hellend zadeldak, uitgevoerd in hout op geklonken ijzeren portaalspanten. Op het perron staan enkele gebouwtjes waaronder een perronwachtershuis, uitgevoerd in vakwerk van verblendsteen in ijzer. Van het seinhuis P is het bouwvolume nog aanwezig tussen tunneltrappen en perronoverkapping. Thans in gebruik als onderkomen voor de perrondienstleiding.

Waardering.

Het stationsgebouw met overkappingen, perronbebouwing en onderdoorgangen is van algemeen belang. Het heeft cultuurhistorisch belang als uitdrukking van een sociaaleconomische, technische en typologische ontwikkeling. Daarnaast heeft het architectuurhistorische waarde vanwege stijl en de op het karakter van grensstation toegesneden decoratieve toevoegingen. Het heeft ensemblewaarde als essentieel onderdeel van het gehele stationscomplex. Het is relatief gaaf bewaard gebleven.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction.

Station building designed by G.W. Van Heukelom and D.E.C. Knuttel from around 1905. The richly decorated building bears characteristics of a Berlage architectural style.

Description.

The building consists of several adjoining building masses, together forming an elongated plan, parallel to the railway lines. The main building is executed in brick on a plinth clad with granite slabs. Several constructive and decorative elements such as the springstones of the relieving arches are executed in natural stone. The roofs are covered with tiles. The various elements are distinguished by the partition and party walls that protrude above the roof surfaces. The most important and oldest part is a two-storey building mass on a rectangular plan under a hipped roof with a flat apex, with a central risalit with a stepped gable. On the left side extended with an equally high section that on the front on the ground floor has a protruding one-storey section under a half-hipped roof. Adjoining this, the customs building, one storey at the street side with a stepped gable in the middle, above the roof shield a superstructure with a light bay. The side facade is two storeys high with a climbing round-arch frieze above which the light bay continues. In the light bay large round-arch windows placed closely together with metal frames. Adjacent to this, set back from the customs building, a one-storey building mass under a flat roof. To the right of the main building the later infill by Van Ravenstein, which adjoins a remnant of the old station, a building mass from 1907 under a flat roof with roof shields. Against the side facade again a round-arch frieze. The front facade of the main mass has large composite three-part window sets. On the ground floor rectangular windows with in the arched fanlights small glazing bars and cathedral glass. The fanlights are each three within a bay beneath a segmental arch. The windows on the upper floor each form three a round arch, also here with small glazing bars. Below them are images applied up to the segmental arch of the windows below. The images in section tiles represent different countries, per bay a globe is depicted, flanked by heraldic shields of Greece, Turkey, Russia, Austria, Switzerland, Italy, Germany, France, Spain, Portugal, England, Denmark, Sweden, and Norway. In the central risalit an entrance has been made. In the stepped gable a round-arch window above which a sculpture of a winged wheel has been placed, the old symbol of the Dutch Railways. The top is finished with a natural stone band. Scattered in the roof surface several roof dormers with wooden cladding. The left section, which is separated from the main mass by a party wall, has on the ground floor standing windows with small glazing bars, on the upper floor larger windows. The flat roof of the protruding section has a balustrade. The corners crowned with shell motif.

The customs office is three bays wide and has per bay a composite window of three rectangular windows beneath a continuous list with above three arched fanlights with small glazing bars, summarized beneath a segmental arch. In the middle a modern entrance with canopy, crowned by a stepped gable. The side facade has only on the ground floor two windows, in a narrower execution as before. Further the facade is blank. The rear facade of this office has a number of rectangular windows as in the front facade of which the fanlights have small glazing bars. Above the doors some metal lintels. In the middle section lie the large composite windows in recessed planes. These planes have at the top segmental arches with natural stone springstones and closing stones and are framed by profiled struck brickwork. Further towards the east natural stone lintels have been applied above the windows, above them segmental arches in the masonry. Above narrow doors remnants of inscriptions ("men" and "women") are legible. The side facade at the right end of the station has at the corners lower projecting building masses with doors on the ground floor and above them several small windows that are offset relative to each other.

In the interior important parts of the original condition have been preserved. The middle section of the main mass is now fitted out as a restaurant, in the front section clean masonry in red struck brickwork, lambrissed to wainscoting height with green-turquoise glazed tiles from the period of construction is visible. Pilasters in red struck brickwork on a stone base carry wall arches, likewise executed in red struck brickwork. In the space behind are windows to the platforms with cathedral glass in the fanlights. The clock (relocated) consists of section tiles. (Other section tile tableaux with representations of sun and moon are preserved among other places in the customs building). Behind the building mass lie the covered platforms and tracks, connected by tunnels. The platforms run both on the east and west side beyond the building mass of the station. At the street side separated by a glass wall with metal frames on a brick wall. Against the rear of the station building lies the first platform under a gabled roof on a riveted girder portal frame. The posts against the rear facade of the station have a natural stone base, the free-standing posts on the platform are entirely executed in iron. At the location of the stairwells light caps have been applied. At the height of the restaurant two wide stairs, coming together at one staircase, to the platforms again split into two stairs. All executed in granite. The tunnel is covered over by brick barrel vaults on iron beams, supported by wider iron beams. The walls of the stairwell are executed in white struck brickwork, the rounded corners clad with granite.

The middle platform (of second and third track) has a covering of a gently sloping gabled roof, executed in wood on riveted iron portal frames. On the platform stand several small buildings including a platform keeper's lodge, executed in framework of facing brick in iron. Of the signal box P the building volume is still present between tunnel stairs and platform covering. Now in use as accommodation for the platform service management.

Valuation.

The station building with coverings, platform structures and underpasses is of general interest. It has cultural-historical significance as an expression of a socio-economic, technical and typological development. In addition it has architectural historical value because of style and the decorative additions tailored to the character of a border station. It has ensemble value as an essential component of the entire station complex. It has been relatively well preserved.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map