Rijksmonumentenregister · Netherlands
Pastorie(F), Verlengde Hoflaan 72
Arnhem, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kerkelijke dienstwoning
- Function
- Pastorie(F)
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1896
- Address
- Verlengde Hoflaan 72, 6822 ED Arnhem
- Place
- Arnhem
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 51.98938, 5.92600
- Part of complex
- 516734
- Monument number
- 516736
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1894 map "Het Koninkrijk der Nederlanden / bew. door I. Dornseiffen ; get. door E. de Geest" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
De R.K. PASTORIE St. Jan de Doper werd gebouwd in 1896 door de architect J.W. Boerbooms (1849-1899) in neogotische stijl. J.W. Boerbooms bouwde in Arnhem onder andere ook het St. Elisabethgasthuis, enkele scholen en verscheidene winkelpanden in een mengvorm van neogotiek en neorenaissance. Tevens leidde hij de restauratie van de Grote Eusebiuskerk. Verder is er een zestal kerken van hem bekend, waaronder zijn magnum opus de St. Werenfridus te Zieuwent. Hoewel Boerbooms een leerling van P.J.H. Cuypers was, vertoont zijn werk eerder invloeden van Tepe en het St. Bernulphusgilde en zocht hij aansluiting bij de late Nederrijnse gotiek.
De pastorie maakt deel uit van het R.K. complex St. Jan de Doper, dat bestaat uit de neogotische R.K. kerk St. Jan de Doper en de pastorie. De pastorie ligt rechts van plein, dat voor de kerk ligt. De kerk werd in 1894-1895 gebouwd door architect A. Tepe onder bouwpastoor G.J.C. Overwijn. De pastorie staat met een hoekrisaliet in de rooilijn. Voor de rest van de voorgevel bevindt zich een smalle beklinkerde strook. De rechter zijgevel grenst aan het buurpand. Achter de pastorie ligt een diepe ommuurde tuin, die de gehele lengte van de kerk bestrijkt.
Omschrijving
De PASTORIE heeft een nagenoeg rechthoekig grondplan, een kelder twee bouwlagen en een zolderverdieping onder een omlopend schilddak met een apart schilddak boven het hoekrisaliet, voorzien van leien in maasdekking. In het linker dakschild en het voorschild bevinden zich resp. één en twee dakkappellen voorzien van een draairaam en een ingezwenkte zeszijdige zinken spits met piron en een driezijdig gesloten overstek. Dit overstek is aan de onderzijde voorzien van gesneden houten visblaasmotieven, een element dat Boerbooms vaker toepaste. In het achterschild bevinden zich twee dakkappellen met stolpramen en een ingezwenkte vierzijdige zinken spits met piron. De voorste nokbeëindiging van het schilddak boven het hoekrisaliet draagt een windwijzer op een geornamenteerde voet.
De pastorie is opgetrokken uit roodbruine baksteen in kruisverband gemetseld. Het pand bezit een omlopende bakstenen plint met een afgeschuinde bakstenen deklijst en een omlopende geprofileerde bakstenen waterlijst met afgeschuinde bovenzijde. In deze lijsten zijn de afzaten van de vensters van resp. de begane grond en de eerste verdieping opgenomen. De vensters zijn afgesloten door segment- en korfbogen met kwartholle dagkanten van rode verblendsteen en bakstenen boogtrommels. De gevels worden afgesloten door een bakstenen daklijst met kraalprofilering en een kwarthol profiel. Boven op deze lijst bevindt zich de houten bakgoot, waarvan het boeiboord met leien is bezet. De gevels zijn voorzien van smeedijzeren sierankers. De hemelwaterafvoeren bezitten zinken vergaarbakken op geornamenteerde smeedijzeren steunen.
De asymmetrisch ingedeelde VOORGEVEL is vier traveeën breed en bezit aan de rechterzijde een hoekrisaliet en links van de middenas een wat minder vooruitspringend risaliet, dat wordt bekroond door een uitkragende trapgevel. In dit risaliet bevindt zich de ingangspartij, bestaande uit een diep korfboogvormig afgesloten portiek met geprofileerde dagkanten en een hardstenen bordestrap. Het portiek bezit een korfboogvormig tongewelf, twee rondboognissen in de zijwanden en een dubbele deur met gotische briefpanelen, ruitjes met smeedijzeren roostertjes, smeedijzeren beslag en een vierdelig korfboogvormig bovenlicht met glas-in-lood.
Boven het portiek bevindt zich een venster, waarvan de binnenboog korfboogvormig is met een bakstenen boogtrommel en waarvan de buitenboog onderbroken wordt en zich boven het venster als een smallere spitsboognis voortzet. Het venster bezit een tweedelig schuifraam met een tweedelig bovenlicht. De spitsboognis heeft in de top een driepasboog (deze opzet is kenmerkend voor de baksteengotiek uit Brugge). In deze spitsboognis bevindt zich een venster met stolpraam. Aan weerszijden van de spitsboognis is een blinde oculus geplaatst. De trapgevel heeft deklijsten in rode zandsteen en wordt bekroond door een overhoeks geplaatste, bakstenen pinakel. Op de pinakel is een geornamenteerd smeedijzeren kruis geplaatst.
Links van het risaliet met de trapgevel bevindt zich op de begane grond een breed venster met drievoudig schuifraam met gekleurd glas-in-lood in de bovenlichten en op de verdieping een venster met tweedelig schuifraam en een tweedelig bovenlicht. Rechts van het risaliet bevinden zich op de begane grond en de verdieping vensters van het laatst genoemde type. Het venster op de begane grond heeft glas-in-lood in de bovenlichten. De vensters zijn voorzien van gemetselde segmentboogtrommels.
In het hoekrisaliet bevindt zich op de begane grond een breed venster met een gemetselde segmentboogtrommel en een drievoudig schuifraam met gekleurd glas-in-lood in de bovenlichten. Op de eerste verdieping bevindt zich een venster met een gemetselde korfboogtrommel en een tweedelig schuifraam met tweedelig bovenlicht. Aan weerszijden van dit venster bevinden zich gevelstenen met in reliëf op de linker steen de letters "A-D" en op de rechter steen het jaartal "1896". In de korte linkerzijgevel van het hoekrisaliet bevinden zich op de begane grond en de eerste verdieping smalle schuiframen.
De derde travee en het hoekrisaliet bezitten in de plint resp. één en twee segmentboogvormig afgesloten kelderlichten met tweedelige ramen en diefijzers.
De LINKERZIJGEVEL is nagenoeg symmetrisch ingedeeld en vier traveeën breed. De gevel heeft zowel in de eerste als in de tweede bouwlaag vier vensters met gemetselde segmentboogtrommels en tweedelige schuiframen met tweedelige bovenlichten, die op de begane grond zijn voorzien van gekleurd glas-in-lood. De daklijst wordt links en rechts doorbroken door het opgaande muurwerk van twee schoorstenen met schouderstukken, gedekt met zandstenen ezelsruggen. Deze schoorstenen zijn voorzien van een overhoeks geplaatst muurdammetje dat over de gevel is doorgetrokken tot ongeveer halverwege de vensters van de eerste bouwlaag. Deze dammetjes versmallen zich trapsgewijs naar onderen. Links van deze gevel bevindt zich de bakstenen zijgevel van de tegen de achtergevel aangebouwde serre. Haaks hierop staat de bakstenen voorgevel van de korte gang tussen de kerk (apart monumentnummer 516735) en de pastorie. Deze gevel bezit een opgeklampte deur met smeedijzeren hang- en sluitwerk en een gemetselde segmentboogtrommel. De beide gevels zijn afgesloten met een zandstenen deklijst. De asymmetrisch ingedeelde RECHTER ZIJGEVEL bezit links een hoekrisaliet met blinde voorgevel (het hoekrisaliet van de voorgevel), dat op de begane grond grenst aan het belendend pand. In de rechter zijgevel van dit risaliet bevindt zich in de tweede bouwlaag een venster met schuifraam en een smeedijzeren raamhek met getordeerde spijlen. Op de begane grond van de zijgevel van het risaliet sluit een éénlaags uitbouw met plat dak aan, waarvan het rechterdeel weer naar voren springt. Deze uitbouw heeft in het risalerende rechterdeel een opgeklampte deur gevat onder een segmentboog met bakstenen boogtrommel. In de rechterzijgevel van deze uitbouw bevindt zich een venster met kozijn met middenstijl en 4-ruits draairamen. In de tweede bouwlaag sluit rechts op de hoekrisaliet een lager en minder risalerend deel aan, waarvan ook nog een deel van de eerste bouwlaag boven de ervoor gelegen uitbouw uitrijst. In de eerste bouwlaag van dit gedeelte bevindt zich links een bakstenen tweelicht met segmentbogen en glas in lood ramen en rechts een smal venstertje met draairamen. In de tweede bouwlaag bevindt zich links een rechtgesloten venster met enkelruits schuifraam, met eenzelfde smeedijzeren raamhek. Rechts van dit venster bevindt zich weer een smal venstertje met draairaam en smeedijzeren raamhek. De zijgevel van dit gedeelte is blind. Het rechterdeel van de rechterzijgevel heeft in de tweede bouwlaag naast de beide risalieten een venster met tweedelig schuifraam met tweedelig bovenlicht en eenzelfde smeedijzeren raamhek. Rechtsboven dit venster wordt de daklijst doorbroken en zet het muurwerk zich voort in een bakstenen schoorsteen met schouderstukken, gedekt door zandstenen ezelsruggen. De rechterzijgevel heeft verder rechtsonder naast de uitbouw een opgeklampte kelderdeur met smeedijzeren gehengen gevat onder een segmentboog. Een bakstenen trap met originele smeedijzeren hekwerk leidt van de tuin naar deze kelderdeur. De nagenoeg symmetrisch ingedeelde ACHTERGEVEL is drie traveeën breed en heeft een middenrisaliet met uitkragende trapgevel, die op dezelfde wijze is uitgevoerd als de trapgevel van de voorgevel. De eerste bouwlaag van de risaliet en van het rechterdeel van de achtergevel zijn aan het zicht onttrokken door een grote houten serre met plat dak, die aan de rechterzijde verbonden is met de eveneens door Boerbooms tegen de zuidbeuk van de kerk aangebouwde korte gang tussen kerk en pastorie. De serre heeft grote tweedelige glaspanelen tussen geprofileerde stijlen. De glaspanelen zijn voorzien van houten panelen in de plint. Boven de glaspanelen bevinden zich 2-ruits bovenlichten. Rechts bevindt zich een moderne deur met zijlichten en een oorspronkelijk bovenlicht met gekleurd glas in lood. De deur links is ook modern. De bakgoot van de serre wordt op de plaats van de stijlen gesteund door geprofileerde consoles. De eerste bouwlaag van de achtergevel links van de erker heeft een venster met een kozijn met middenstijl en twee schuiframen met bovenlichten en hierachter schuivende binnenramen. Hieronder bevinden zich twee segmentboogvormig afgesloten kelderlichten.
Het risaliet heeft twee bakstenen vierlichten met segmentbogen en kwartholle dagkanten en afzaten met profiellijst. De vierlichten zijn voorzien van glas-in-lood ramen met gekleurde figuratieve voorstellingen. In de trapgevel bevindt zich een oculusvenster met een glas in lood raam. De tweede bouwlaag links van het risaliet heeft een venster van hetzelfde type als op de begane grond. Dit venster is echter niet voorzien van een binnenraam. De tweede bouwlaag rechts van het risaliet heeft een venster met een tweedelig schuifraam met tweedelig bovenlicht.
Het INTERIEUR verkeert grotendeels in oorspronkelijke staat.
In de gangen liggen terrazzovloeren met rozetten in mozaïek en smetranden. Hier bevindt zich ook een korfboogvormig afgesloten nis met een hardstenen waterbassin. Het trappenhuis bezit een bordestrap met rijk geprofileerde trapstijlen, leuningen en balusters. De vier gebrandschilderde glas-in-lood ramen op het eerste bordes stellen de vier evangelisten met hun symbolen voor en zijn ontworpen door A. Asperslagh. Het trappenhuis wordt afgesloten met een spitsboogvormig tongewelf op bewerkte consoles. Op de begane grond bevinden zich links van de gang twee kamers-en-suite. Het voorste vertrek bezit een stucplafond met een met gevleugelde engelenkopjes versierde middenrozet, vergulde profiellijsten, gepolychromeerde kooflijsten en banden versierd met wijnranken, eikenloof en rozetten, en hoekstukken met pausen- en kardinalenwapens. In beide vertrekken bevindt zich een neogotische stenen haardpartij met een muurschildering op de bovenboezem en een onderboezem, waarvan de achterwand is bezet met patroontegels. In de achterkamer is ook de haardplaat met patroontegels bezet. De schildering boven de schoorsteenmantel in de voorkamer stelt Johannes de Doper voor en is gemaakt door Henk van de Burgt in 1951. De kamers zijn voorzien van dubbele ramen. Wanneer de met scharnieren bevestigde vensterbank wordt opgeklapt, kunnen de binnenramen uit de muur geschoven worden. Tussen beide vertrekken bevinden zich dubbele paneelschuifdeuren in een betimmering die ook van panelen is voorzien. In de voorkamer staat een grote kast, behorende tot de oorspronkelijke inventaris van de pastorie. Tussen de achterkamer en de serre bevinden zich eveneens paneelschuifdeuren. De vloer van de serre is bedekt met zwarte en witte tegels. De bijkeuken bezit nog de oorspronkelijke tegelvloer, het aanrecht met kastjes en gootsteen met betegeling. Andere bewaard gebleven elementen zijn ondermeer paneeldeuren in geprofileerde omlijstingen, hardstenen dorpels en plinten en stucplafonds met profiellijsten.
De achtertuin wordt aan de rechterzijde begrensd door belendende panden en aan de achterzijde door een met een ezelsrug afgesloten tuinmuur.
Waardering
De R.K. PASTORIE St. Jan de Doper uit 1896 van architect J.W. Boerbooms.
- Van architectuurhistorisch belang als een goed en gaaf voorbeeld in ex- en interieur van een laat 19de-eeuwse pastorie in een sobere neogotische stijl met neorenaissance invloeden. De pastorie is van architectuurhistorisch belang vanwege de hoogwaardige esthetische kwaliteiten van het ontwerp zoals de hoofdvorm en de detaillering. De pastorie is van belang als onderdeel van het oeuvre van J.W. Boerbooms, die in Arnhem een toonaangevend architect was. Hij bouwde ondermeer het St. Elisabethgasthuis, enkele scholen en verscheidene winkelpanden, alle in neogotische stijl met neorenaissance-invloeden.
- Van stedenbouwkundige waarde als onderdeel van een R.K. complex bestaande uit een neogotische kerk en pastorie. De pastorie is van stedenbouwkundig belang vanwege haar ligging. Zij vormt de zuidelijke begrenzing van het kerkplein.
- Van cultuurhistorisch belang als uitdrukking van een geestelijke ontwikkeling, nl. het emancipatieproces van de Rooms Katholieken in Nederland.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
The R.C. RECTORY St. Jan de Doper was built in 1896 by architect J.W. Boerbooms (1849-1899) in neo-Gothic style. J.W. Boerbooms built in Arnhem, among other things, the St. Elisabethgasthuis, several schools and various shop premises in a mixture of neo-Gothic and neo-Renaissance. He also supervised the restoration of the Grote Eusebiuskerk. Furthermore, half a dozen churches by him are known, including his magnum opus the St. Werenfridus in Zieuwent. Although Boerbooms was a pupil of P.J.H. Cuypers, his work shows rather influences from Tepe and the St. Bernulphusguild and he sought alignment with the late Lower Rhine Gothic.
The rectory is part of the R.C. complex St. Jan de Doper, which consists of the neo-Gothic R.C. church St. Jan de Doper and the rectory. The rectory is located to the right of the square in front of the church. The church was built in 1894-1895 by architect A. Tepe under building chaplain G.J.C. Overwijn. The rectory stands with a corner risalitb in the building line. For the rest of the front façade there is a narrow clinker-clad strip. The right side façade adjoins the neighbouring building. Behind the rectory lies a deep walled garden, which extends the entire length of the church.
Description
The RECTORY has a nearly rectangular ground plan, a basement with two storeys and an attic storey beneath a hipped roof with a separate hipped roof above the corner risalitb, provided with slate in Maas laying. In the left roof slope and front roof slope are located respectively one and two roof dormers provided with a casement window and an inset hexagonal zinc spire with finial and a three-sided closed projection. This projection is provided on the underside with carved wooden fishtail motifs, an element Boerbooms applied more often. In the rear roof slope are located two roof dormers with box frame windows and an inset quadrilateral zinc spire with finial. The front ridge termination of the hipped roof above the corner risalitb carries a weathervane on an ornamented base.
The rectory is constructed from reddish-brown brickwork laid in English bond. The building has an encircling brick plinth with a chamfered brick drip moulding and an encircling moulded brick drip moulding with chamfered top. In these mouldings the offsets of the windows of the ground floor and the first storey respectively are included. The windows are closed by segmental and basket-arch brick arches with quarter-round chamfered edges of red facing brick and brick arch drums. The façades are closed with a brick drip moulding with beading and quarter-round moulding. Above this moulding is the wooden rain gutter, the fascia board of which is fitted with slate. The façades are provided with wrought-iron ornamental wall anchors. The rainwater downpipes have zinc collection boxes on ornamented wrought-iron supports.
The asymmetrically arranged FRONT FAÇADE is four bays wide and has on the right side a corner risalitb and to the left of the central axis a somewhat less projecting risalitb, which is crowned by a projecting stepped gable. In this risalitb is located the entrance arrangement, consisting of a deep basket-arch-shaped closed porch with moulded chamfered edges and a hard stone entrance stair. The porch has a basket-arch-shaped barrel vault, two round-arch niches in the side walls and a double door with Gothic letter panels, panes with wrought-iron grilles, wrought-iron fittings and a four-part basket-arch-shaped fanlight with leaded glass.
Above the porch is a window, the inner arch of which is basket-arch-shaped with a brick arch drum and the outer arch of which is interrupted and continues above the window as a narrower pointed-arch niche. The window has a two-part sash window with a two-part fanlight. The pointed-arch niche has a three-lobe arch at the top (this arrangement is characteristic of brick Gothic from Bruges). In this pointed-arch niche is a window with a box frame window. On either side of the pointed-arch niche is a blind oculus placed. The stepped gable has drip mouldings in red sandstone and is crowned by a diagonally placed brick pinnacle. An ornamented wrought-iron cross is placed on the pinnacle.
To the left of the risalitb with the stepped gable, on the ground floor is a wide window with three-part sash window with coloured leaded glass in the fanlights and on the storey a window with two-part sash window and a two-part fanlight. To the right of the risalitb are windows of the lastmentioned type on the ground floor and the storey. The window on the ground floor has leaded glass in the fanlights. The windows are provided with masoned segmental arch drums.
In the corner risalitb is located on the ground floor a wide window with a masoned segmental arch drum and a three-part sash window with coloured leaded glass in the fanlights. On the first storey is a window with a masoned basket-arch drum and a two-part sash window with two-part fanlight. On either side of this window are façade stones with in relief on the left stone the letters "A-D" and on the right stone the year "1896". In the short left side façade of the corner risalitb are located on the ground floor and the first storey narrow sash windows.
The third bay and the corner risalitb have in the plinth respectively one and two segmental-arch-shaped closed cellar windows with two-part panes and theft bars.
The LEFT SIDE FAÇADE is nearly symmetrically arranged and four bays wide. The façade has both in the first and second storey four windows with masoned segmental arch drums and two-part sash windows with two-part fanlights, which on the ground floor are provided with coloured leaded glass. The drip moulding is interrupted on the left and right by the rising masonry of two chimneys with shoulder pieces, topped with sandstone saddle-back stones. These chimneys are provided with a diagonally placed wall damming that extends across the façade to approximately halfway up the windows of the first storey. These dammings taper stepwise downwards. To the left of this façade is the brick side façade of the conservatory built against the rear façade. Perpendicular to this stands the brick front façade of the short passage between the church (separate monument number 516735) and the rectory. This façade has a clamped door with wrought-iron hinges and closing fittings and a masoned segmental arch drum. Both façades are closed with a sandstone drip moulding. The asymmetrically arranged RIGHT SIDE FAÇADE has on the left a corner risalitb with blind front façade (the corner risalitb of the front façade), which on the ground floor adjoins the neighbouring building. In the right side façade of this risalitb is located in the second storey a window with sash window and a wrought-iron window grille with twisted bars. On the ground floor of the side façade of the risalitb adjoins a single-storey extension with flat roof, the right part of which projects forward again. This extension has in the risaliting right part a clamped door under a segmental arch with brick arch drum. In the right side façade of this extension is a window with frame with centre post and 4-pane casement windows. In the second storey adjoins the corner risalitb on the right a lower and less risaliting part, of which also still a part of the first storey projects above the extension in front of it. In the first storey of this part is located on the left a brick two-light with segmental arches and leaded glass panes and on the right a narrow little window with casement windows. In the second storey is located on the left a rectangular-closed window with single-pane sash window, with the same wrought-iron window grille. To the right of this window is again a narrow little window with casement window and wrought-iron window grille. The side façade of this part is blind. The right part of the right side façade has in the second storey next to the two risalitbs a window with two-part sash window with two-part fanlight and the same wrought-iron window grille. To the right above this window the drip moulding is interrupted and the masonry continues in a brick chimney with shoulder pieces, topped with sandstone saddle-back stones. The right side façade also has further right below next to the extension a clamped cellar door with wrought-iron hinges under a segmental arch. A brick stair with original wrought-iron railings leads from the garden to this cellar door. The nearly symmetrically arranged REAR FAÇADE is three bays wide and has a central risalitb with projecting stepped gable, which is executed in the same manner as the stepped gable of the front façade. The first storey of the risalitb and of the right part of the rear façade are obscured from view by a large wooden conservatory with flat roof, which on the right side is connected with the also by Boerbooms built short passage between church and rectory against the south aisle of the church. The conservatory has large two-part glass panels between moulded posts. The glass panels are provided with wooden panels in the plinth. Above the glass panels are 2-pane fanlights. On the right is a modern door with side lights and an original fanlight with coloured leaded glass. The door on the left is also modern. The rain gutter of the conservatory is supported at the position of the posts by moulded consoles. The first storey of the rear façade to the left of the bay has a window with a frame with centre post and two sash windows with fanlights and behind them sliding inner windows. Below are two segmental-arch-shaped closed cellar windows.
The risalitb has two brick four-lights with segmental arches and quarter-round chamfered edges and offsets with moulding strip. The four-lights are provided with leaded glass panes with coloured figurative representations. In the stepped gable is an oculus window with a leaded glass pane. The second storey to the left of the risalitb has a window of the same type as on the ground floor. However, this window is not provided with an inner window. The second storey to the right of the risalitb has a window with a two-part sash window with two-part fanlight.
The INTERIOR is largely in original condition.
In the corridors are terrazzo floors with rosettes in mosaic and neat borders. Here is also a basket-arch-shaped closed niche with a hard stone water basin. The stairwell has a stair with richly moulded stair posts, handrails and balusters. The four stained leaded glass windows on the first landing depict the four evangelists with their symbols and are designed by A. Asperslagh. The stairwell is closed with a pointed-arch-shaped barrel vault on worked consoles. On the ground floor are located to the left of the corridor two adjoining rooms. The front room has a stucco ceiling with a centre rosette decorated with winged cherub heads, gilded moulding strips, polychrome cornice strips and bands decorated with vine scrolls, oak leaves and rosettes, and corner pieces with papal and cardinal coats of arms. In both rooms is a neo-Gothic stone fireplace arrangement with a wall painting on the upper chimney breast and a lower chimney breast, of which the back wall is furnished with patterned tiles. In the rear room the chimney board is also furnished with patterned tiles. The painting above the chimney mantel in the front room depicts John the Baptist and is made by Henk van de Burgt in 1951. The rooms are provided with double windows. When the hinged window sill is folded up, the inner windows can be slid out of the wall. Between both rooms are double panel sliding doors in panelling also provided with panels. In the front room stands a large cupboard, belonging to the original inventory of the rectory. Between the rear room and the conservatory are also panel sliding doors. The floor of the conservatory is covered with black and white tiles. The scullery still has the original tile floor, the counter with cupboards and sink with tilework. Other preserved elements include panel doors in moulded frames, hard stone thresholds and plinths and stucco ceilings with moulding strips.
The rear garden is bounded on the right side by neighbouring buildings and on the rear side by a wall topped with a saddle-back stone.
Assessment
The R.C. RECTORY St. Jan de Doper from 1896 by architect J.W. Boerbooms.
- Of architectural historical importance as a good and intact example in exterior and interior of a late 19th-century rectory in a sober neo-Gothic style with neo-Renaissance influences. The rectory is of architectural historical importance because of the high quality aesthetic qualities of the design such as the main form and the detailing. The rectory is of importance as part of the oeuvre of J.W. Boerbooms, who was a leading architect in Arnhem. He built among other things the St. Elisabethgasthuis, several schools and various shop premises, all in neo-Gothic style with neo-Renaissance influences.
- Of urban design value as part of an R.C. complex consisting of a neo-Gothic church and rectory. The rectory is of urban design importance because of its location. It forms the southern boundary of the church square.
- Of cultural historical importance as an expression of a spiritual development, namely the emancipation process of Roman Catholics in the Netherlands.
Nearby in the register
- St. Jan de DoperKerk en kerkonderdeelunder 1 mi
- Woonhuis, Klarendalseweg 195Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Kazernestraat 4Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Kazernestraat 20Woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.