TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Kosterswoning, Oude Kerkstraat 16

Boxtel, Noord-Brabant, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Kerkelijke dienstwoning
Function
Kosterswoning
Category
onroerend gebouwd
Built
1896
Address
Oude Kerkstraat 16, 5281 BA Boxtel (and others)
Place
Boxtel
Province
Noord-Brabant
Country
Netherlands
Coordinates
51.58955, 5.32662
Monument number
516646

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

3 historical maps cover this location, the earliest the 1894 map "Het Koninkrijk der Nederlanden / bew. door I. Dornseiffen ; get. door E. de Geest" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding.

Naast het kerkhof van de St.-Petruskerk ligt een vrijstaand diep dubbel WOONHUIS, bestaande uit een DOODGRAVERSWONING (nr. 16) en een KOSTERSWONING (nr.18), met de nokrichting van het dak loodrecht op de straat gelegen. Aan de linkerzijde een smeedijzeren toegangshek naar het achtererf. Het werd in 1896 voor 4000 gulden gebouwd door architect J. de Vries in opdracht van het kerkbestuur van de St. Petruskerk voor de koster (nr. 18) en de doodgraver (nr. 16). Het behoort tot het Eclecticisme. In de loop der jaren hebben er diverse kleine wijzigingen plaatsgevonden in het pand. De voormalige doodgraverswoning (nr. 16) is inwendig gemoderniseerd (1978). Het plafond is vernieuwd en verlaagd. In 1983 eenlaags aanbouw onder plat aan de rechter zijgevel. Ook het oculus is van later datum. In de dakschilden zitten een nieuwe dakkapel en enkele dakramen. Beeldje in de voorgevel (nr. 16) verdwenen.

Omschrijving.

Het gedeeltelijk onderkelderde bakstenen pand beslaat een rechthoekige plattegrond en telt één bouwlaag met zolderverdieping onder een met leien (in maasdekking) gedekt mansardedak. Op de hoeken ter hoogte van de dakknik vier decoratief opgemetselde slanke schoorstenen met afdekkap; in het voorschild aan weerszijden van een Vlaamse gevel een zinken oeil-de-boeuf met neo-barokke omlijsting. Het pand is opgetrokken uit in kruisverband gemetselde baksteen (met knipvoegen). Onderlangs loopt een gepleisterde plint. Omgaande kroonlijst bestaande uit een overstekende, geprofileerde bakgoot die in de voorgevel rust op voluutvormige consoles, opgenomen in een daklijst voorzien van lijstwerk en panelen, en in de overige gevels op een licht uitkragende bakstenen tandlijst. De drie traveeën brede voorgevel met hoekpilasters en een licht risalerende middentravee is symmetrisch van opzet. Het muurwerk wordt verlevendigd met een drietal banden gele verblendsteen en een waterlijst. Boven de gevelopeningen segmentboogvormige strek met aanzetstukken en sluitsteen met diamantkop. In het boogveld decoratief baksteenmetselwerk. In de middentravee het deurkozijn met een hardstenen stoep, geprofileerd kalf en gesneden middenstijl met aan weerszijden twee beglaasde paneeldeuren (voorzien van smeedijzeren raamtraliewerk) en bovenlichten. Aan weerszijden hiervan een kruiskozijn, met dubbel bovenlicht en twee tweeruits draairamen. De hardstenen lekdorpels zijn opgenomen in de doorgaande waterlijst. Plint, waterlijst en kroonlijst zijn gekornist ter hoogte van de middentravee en de hoekpilasters. Alle kozijnen in de voorgevel zijn afgebiljoend. Boven de middentravee een Vlaamse gevel met een kruiskozijn waarin twee gekoppelde stolpramen met bovenlicht onder strek als voornoemd, met hardstenen spekbanden, de middelste voorzien van dito obelisken aan weerszijden, en een hardstenen topstuk met jaartalsteen bekroond met een halfrond fronton met op de top een obelisk en geflankeerd door voluutvormige klauwstukken en obelisken. In de zijgevels een zesruits schuifvenster. Aan de achtergevel van nr. 18 een eenlaags uitbouw onder plat. Twee schuifvensters zoals voornoemd, hier voorzien van luiken. Verder een klampdeur met tweeruits bovenlicht (bij nr. 18 in de uitbouw). Van de interieurs zijn vermeldenswaard; van nr. 16: de kelder met troggewelf en profielbalk, de schouw, paneeldeuren, vouwblinden en vensterbanken uit de bouwtijd. Stucplafond afgetimmerd. Van nr. 18: kelder met troggewelf, trap, paneeldeuren, en vouwblinden uit de bouwtijd. Stucplafonds afgetimmerd.

Waardering.

Het object is van algemeen belang. Het heeft als een in opdracht van het kerkbestuur gebouwde doodgravers- en kosterswoning cultuurhistorische waarde als bijzondere uitdrukking van de ontwikkeling van het rooms-katholicisme. Het heeft ensemblewaarden als essentieel onderdeel van de reeds beschermde middeleeuwse St. Petruskerk en de ernaast gelegen begraafplaats. Daarnaast is het object, als karakteristiek onderdeel van de historische bebouwing aan de Oude Kerkstraat, van belang vanwege de situering. Het object is van belang wegens de relatieve gaafheid van de hoofdvorm en delen van het interieur.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction.

Adjacent to the churchyard of the St. Petruskerk lies a detached deep double DWELLING HOUSE, consisting of a GRAVEDIGGER'S DWELLING (no. 16) and a SEXTON'S DWELLING (no. 18), with the roof ridge running perpendicular to the street. On the left side a wrought-iron access gate to the rear courtyard. It was built in 1896 for 4000 guilders by architect J. de Vries on commission of the vestry of the St. Petruskerk for the sexton (no. 18) and the gravedigger (no. 16). It belongs to Eclecticism. Over the years various minor alterations have been made to the building. The former gravedigger's dwelling (no. 16) has been modernised internally (1978). The ceiling has been renewed and lowered. In 1983 a single-storey extension with flat roof on the right side gable. Also the oculus is of later date. In the roof slopes there are a new roof dormer and some roof windows. Figurine in the front facade (no. 16) has disappeared.

Description.

The partially cellaried brick building occupies a rectangular footprint and comprises one storey with attic floor beneath a mansard roof covered with slate (in Meuse bond). At the corners at the level of the roof break four decoratively laid slender chimneys with caps; in the front slope on either side of a Flemish gable a zinc oeil-de-boeuf with neo-baroque surround. The building is constructed from brick laid in English bond (with cut joints). Along the bottom runs a plastered plinth. Running cornice consisting of an overhanging, moulded brick gutter which in the front facade rests on scroll-shaped consoles, incorporated in a roof line provided with mouldings and panels, and in the remaining facades on a slightly projecting brick dentil course. The front facade, three bays wide, with corner pilasters and a slightly projecting central bay is symmetrical in layout. The brickwork is enlivened with three bands of yellow facing brick and a drip moulding. Above the facade openings segmental arch with springers and keystone with diamond head. In the arch field decorative brickwork. In the central bay the door frame with a stone step, moulded edge and carved central mullion with on either side two glazed panel doors (provided with wrought-iron grillwork) and fanlights. On either side of this a cross window, with double fanlight and two two-light casement windows. The stone drip sills are incorporated in the running drip moulding. Plinth, drip moulding and cornice are moulded at the level of the central bay and the corner pilasters. All frames in the front facade are chamfered. Above the central bay a Flemish gable with a cross window containing two coupled fixed lights with fanlight beneath arch as mentioned, with stone bands, the middle one provided with likewise obelisks on either side, and a stone top piece crowned with a semicircular pediment with an obelisk on top and flanked by scroll-shaped claw pieces and obelisks. In the side gables a six-light sash window. On the rear facade of no. 18 a single-storey extension with flat roof. Two sash windows as mentioned, here provided with shutters. Further a clamped door with two-light fanlight (at no. 18 in the extension). Of the interiors noteworthy features are: of no. 16: the cellar with trough vault and profile beam, the chimney breast, panel doors, folding blinds and window sills from the construction period. Stucco ceiling covered. Of no. 18: cellar with trough vault, stair, panel doors, and folding blinds from the construction period. Stucco ceilings covered.

Valuation.

The object is of general importance. As a gravedigger's and sexton's dwelling built on commission of the church vestry it has cultural-historical value as a particular expression of the development of Roman Catholicism. It has ensemble values as an essential component of the already protected medieval St. Petruskerk and the adjacent graveyard. Furthermore the object, as a characteristic part of the historic building stock on the Oude Kerkstraat, is of importance because of its location. The object is of importance because of the relative intactness of the main form and parts of the interior.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map