Rijksmonumentenregister · Netherlands
Brugwachterswoning(K), Zuiderplein 27
Leeuwarden, Fryslân, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Dienstwoning
- Function
- Brugwachterswoning(K)
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1892
- Address
- Zuiderplein 27, Locatie: Tulpenburg/Klanderij2, 8911 AN Leeuwarden
- Place
- Leeuwarden
- Province
- Fryslân
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 53.19813, 5.79727
- Monument number
- 516494
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUtrecht University LibraryUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1868 map "Topografische atlas van het Koninkrijk der Nederlanden" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
Voormalige BRUGWACHTERSWONING MET BOVENWONING, in 1892 gebouwd door stadsarchitect J.E.G. Noordendorp in Neo-Renaissance-stijl.
Na de ontmanteling van de vesting in de eerste helft van de negentiende eeuw, kwam er in de volgende eeuwhelft geleidelijk bebouwing aan de buitenzijde van de stadsgracht tot stand. Gedurende de laatste tientallen jaren van de negentiende eeuw wijzigde de zuidelijke stadsgracht en het buitengebied ten zuiden daarvan aanzienlijk. Het in 1866 door stadsarchitect Thomas Romein ontworpen Stationskwartier kreeg gestalte. De Wirdumerpoortsbrug was daar de oostelijke grens van. Deze brug, lange tijd hoogst gebrekkig voor het toenemende verkeer over de in 1827 aangelegde straatweg naar Zwolle, werd in 1875 vervangen door een ijzeren draaibrug. Op de zuidoostelijk hoek bij die brug stond sinds jaar en dag de Nieuwe-Stads-Herberg, ook wel Klanderij genoemd. Als gevolg van de toenemende verkeersdrukte moest die verschillende malen worden uitgebreid. Toen in 1891 opnieuw kostbare reparaties moesten worden uitgevoerd besloot het gemeentebestuur om het gebouw te laten slopen en het aanzienlijke terrein te verkavelen. Aan de grachtzijde kwamen vier, aan de zuidzijde vijftien bouwkavels die alle aan particulieren werden verkocht, met uitzondering van een driehoekig kavel aan de gracht en ten noordwesten van de Keyzersbuurt dat de gemeente reserveerde voor de bouw van een brugwachterswoning. Op het meest westelijke kavel aan de gracht werd op particulier initiatief een hotel gebouwd (in 1975 gesloopt en vervangen door een kantoorgebouw) en op de tussenliggende twee kavels kwam een dubbel herenhuis tot stand.
Begin 1892 ontving de directeur der gemeentewerken J.E.G. Noordendorp de opdracht om op het driehoekige terrein op de hoek van de Keyzersbuurt een brugwachterswoning met bovenwoning te bouwen. Op 29 april leverde hij tekening en begroting bij burgemeester en wethouders in. In mei kwam het plan in de gemeenteraad en zonder hoofdelijke stemming goedgekeurd. Wel was er enige discussie over de exploitatie; verschillende raadsleden meenden dat de gemeente zich als verhuurder van de bovenwoning niet op het pad van de speculatie mocht begeven. Het plan kon niettemin uitgevoerd worden en tegen het eind van het jaar kon het pand in gebruik worden genomen. De wachterswoning bij de Klanderij was de eerste die de gemeente sinds de jaren zestig liet bouwen. Thomas Romein ontwierp de voorgaande bij de Verlaatsbrug (1861, inmiddels verdwenen), de Vrouwenpoorts- en de Noorderbrug (beide van 1864 en geregistreerd Rijksmonument); vrijstaande Neo-Classicistische vleugelgebouwen. De stedebouwkundige situatie bij de Wirdumerpoortsbrug stond niet toe op een dergelijk concept voort te borduren. Raadslid Piter Jelles Troelstra, de latere staatsman, achtte het wenselijk voor de bevordering van de welstand ter plaatse in verband met de bebouwing van de overige terreinen aldaar om in meer verdiepingen te bouwen. Voor de brugwachtersfuctie was alleen een beganegrond nodig, voor de welstand moest en een rijziger pand komen en een bovenwoning lag voor de hand.
De ontwerper Johannes Erkinus Noordendorp, geboren te 's-Gravenhage in 1842 kwam na verblijf in Brussel, Rotterdam en Goch in 1874 naar Leeuwarden. Onder Thomas Romein wordt hij hoofdopzichter bij gemeentewerken. De ontwikkeling van de zuidelijke stadsrand heeft hij nog meegemaakt en hij heeft, toen de gezondheidstoestand van Romein te wensen overliet, aanzienlijke invloed gehad op de uitvoering van het Beursgebouw. Na de dood van Romein in 1881 volgde hij zijn vroegere baas op. In de volgende jaren hebben de ontwikkelingen van de oostelijke stadsuitbreiding aan weerszijden van het Nieuwe Kanaal hem veel werk bezorgd. Toen hij de brugwachterswoning ontwierp waren de ontwikkelingen in dit gebied in volle gang. Eind 1894 vertrok Noordendorp naar Bussum.
Beschrijving EXTERIEUR: Sterk geleed hoekpand op driehoekige plattegrond van twee volledige bouwlagen en gevarieerde, hoge, afgeknotte schildkappen met leien in rijndekking. Het grootste deel van de gevels loopt evenwijdig aan de rooilijn van de oostelijke uitloper van het Zuiderplein. Aan de grachtzijde zit aan de westzijde de ingangstravee voor de bovenwoning en daarnaast een dubbelbreed venstertravee dat een weinig risaleert. De hoek naar de Keyzersbuurt is afgesnoten en daar springt de ingang van de wachterswoning tot een apart element uit het hoofdvolume en rijst als een toren op. De deur in de toren heeft een kussenpaneel en een rondgesloten glaspartij geflankeerd door pilastertjes. Het tweeledige bovenlicht is gevat in een gepleisterde omlijsting in de vorm van een aedicula: pilasters met Vlaamse wortels dragen een hoofdgestel met driehoekig fronton dat op de schouders versierd is met pinakels met ballen en bekroond door een akroterion. In de op het noordwesten gerichte gevel staat een klein venster gedekt door een latei en segmentboogje en daarboven een ornament van kunststeen in de vorm van een kruis met een diamantkop in het midden. Op de verdieping van het torenelement staat een venster met bovenlicht, gescheiden door een geprofileerde latei van kunststeen. Boven dit licht loopt een tweede latei over de gehele breedte van de torengevel door. Daarboven zitten van rode en gele strengperssteen gemetselde, gepaarde ontlastingsbogen met een cirkel samengevat onder een grote boog en met boogtrommels een metselmozaïek vormend. De gevels van de toren worden beëindigd door een uitgemetseld boogfries van rode strengperssteen, gesteund door kraagstenen van kuststeen. Na een geprofileerde goot rijst het torendak als een trapeziumvormige, ingesnoerde en van leien (rijndekking) voorziene spits op, waarbij op de hoeken van korte naald pinakels de houders van siersmeedwerk zijn. De hoogste pinakel heeft oorspronkelijk een windvaan van smeedwerk gedragen. Het risaliet aan de grachtzijde heeft op beide lagen gepaarde vensters met bovenlichten met eenvoudig glas-in-lood en neggen aan weerszijden van de dorpels. Beneden bestaat de ontlasting uit een latei en gepaarde segmentbogen en boven uit een latei en enkele segmentboog. Tussen de bouwlagen een over alle gevels doorgezette cordonband. In het risaliet hoekt ruim boven het verdiepingsvenster een tweede cordonband. Op de overgang naar de borstwering van de geveltop zijn waterspuwers in de vorm van hondenkoppen geplaatst op plaatsen waar beter geen water kan komen. In de geveltop staan twee gekoppelde kleine vensters, gedekt door een doorlopende latei met daarboven twee segmentboogjes en in de top een kruisvormig ornament van kunststeen. De geveltuit is met kunststeenbanden afgewerkt die in het metselwerk getrapt zijn, bij de top overgaand in een traptopje dat gecombineerd met een overhoeks geplaatste pinakel een decoratieve bol draagt. In het rechter travee staat de toegangspartij van de bovenwoning. De ingang met deur heeft een soorgelijke vormgeving als de andere toegangspartij, met dien verstande dat het bovenlicht eenvoudiger omlijst is. Boven de cordonlijst bevindt zich voor het venster met dubbele latei een schijnbalkon van siersmeedwerk. Een gestileerde pinakel bekroont de hoek van dit stuk gevel.
Aan de zijde van de Keyzersbuurt is het aan die zijde zeer gelede pand grotendeels gesloten en nauwelijks gedecoreerd. Op de beganegrond is het enigszins uitgebreid, waardoor daar de scheve situering is doorbroken.
INTERIEUR: Op de beganegrond is het pand geheel gemoderniseerd, nieuw ingedeeld en uitgebreid. De verdieping is deels verbouwd, maar bezit nog oorspronkelijke onderdelen, zoals de trappenhuizen; naar de eerste verdieping eenvoudig en naar de zolder rijker gevormd met onder meer gesneden trappalen. Op de verdieping zijn de grote salon en het kleine kabinet in het torenelement bij elkaar getrokken. De salon bezit een stucplafond met omlijsting voorzien van cartouches en een middenornament en een geprofileerde raamomlijsting met betimmerde vensterbanken. De overige ruimten zijn gemoderniseerd; ook op de zolder zijn ruimten afgetimmerd, maar het gebouw heeft zijn oorspronkelijke kapconstructie nog.
WAARDERING
Voormalige brugwachterswoning met bovenwoning van algemeen cultuurhistorisch, architectuurhistorisch en stedenbouwkundig belang vanwege
- de representatieve vorm van de oorspronkelijke bijzondere infrastructuur-ondersteunende functie nabij de zuidelijke uitvalsweg van de binnenstad;
- de uitwendig gave en stijlzuivere Neo-Renaissance-stijl in geleding en vorm en de elementen in die stijl in het interieur;
- de opmerkelijke stedenbouwkundige situering nabij de uitvalsweg, aan de stadsgracht en op de hoek van een straatje, waar de geleding van het pand door bepaald is.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
Former BRIDGE-KEEPER'S DWELLING WITH UPPER DWELLING, built in 1892 by city architect J.E.G. Noordendorp in Neo-Renaissance style.
After the dismantling of the fortifications in the first half of the nineteenth century, building gradually developed on the outer side of the city moat in the following century half. During the last decades of the nineteenth century, the southern city moat and the area outside it to the south changed considerably. The Station Quarter, designed in 1866 by city architect Thomas Romein, took shape. The Wirdumerpoortsbrug was its eastern boundary. This bridge, long problematic for the increasing traffic over the road to Zwolle laid out in 1827, was replaced in 1875 by an iron swing bridge. On the south-eastern corner at that bridge stood from time immemorial the Nieuwe-Stads-Herberg, also called the Klanderij. As a result of increasing traffic pressure, it had to be enlarged several times. When in 1891 costly repairs had to be undertaken again, the municipal council decided to have the building demolished and to parcel out the considerable plot. Four building lots came at the moat side, fifteen at the south side, all of which were sold to private parties, with the exception of a triangular lot at the moat and north-west of the Keyzersbuurt which the municipality reserved for the construction of a bridge-keeper's dwelling. On the westernmost lot at the moat, a hotel was built on private initiative (demolished in 1975 and replaced by an office building) and on the two intermediate lots a double townhouse was built.
In early 1892, the director of public works J.E.G. Noordendorp received the commission to build a bridge-keeper's dwelling with upper dwelling on the triangular plot at the corner of the Keyzersbuurt. On 29 April, he submitted drawing and estimate to the mayor and aldermen. In May the plan came before the town council and was approved without a vote. There was some discussion about the operation; various councillors felt that the municipality, as landlord of the upper dwelling, should not embark on speculation. Nevertheless, the plan could be executed and towards the end of the year the property could be taken into use. The keeper's dwelling at the Klanderij was the first that the municipality had built since the eighteen-sixties. Thomas Romein designed the previous ones at the Verlaatsbrug (1861, now disappeared), the Vrouwenpoorts- and the Noorderbrug (both of 1864 and registered as National Monument); detached Neo-Classical wing buildings. The urban planning situation at the Wirdumerpoortsbrug did not allow for continuing such a concept. Councillor Piter Jelles Troelstra, the later statesman, considered it desirable for the promotion of prosperity at the site, in connection with the development of the other plots there, to build in more storeys. For the bridge-keeper function only a ground floor was needed, for prosperity a taller building was required and an upper dwelling was the obvious solution.
The designer Johannes Erkinus Noordendorp, born at 's-Gravenhage in 1842, came to Leeuwarden in 1874 after stays in Brussels, Rotterdam and Goch. Under Thomas Romein he becomes chief supervisor of public works. He witnessed the development of the southern city edge and he had considerable influence on the execution of the Stock Exchange building when Romein's health left much to be desired. After Romein's death in 1881, he succeeded his former boss. In the following years the developments of the eastern city expansion on either side of the New Canal gave him considerable work. When he designed the bridge-keeper's dwelling, developments in this area were in full swing. End of 1894, Noordendorp moved to Bussum.
Description EXTERIOR: Strongly articulated corner building on triangular ground plan of two full storeys and varied, high, truncated hipped roofs with slates in ridge coverage. The largest part of the facades runs parallel to the building line of the eastern extension of the Zuiderplein. On the moat side on the west side is the entrance bay for the upper dwelling and next to it a double-width window bay that projects slightly. The corner to the Keyzersbuurt is cut off and there the entrance of the keeper's dwelling springs out as a separate element from the main volume and rises like a tower. The door in the tower has a fielded panel and a rounded glass section flanked by small pilasters. The two-part fanlight is set in a plastered frame in the form of an aedicula: pilasters with Flemish bases carry an entablature with triangular pediment decorated on the shoulders with pinnacles with balls and crowned by an acroterion. In the facade facing north-west there is a small window covered by a lintel and segment arch and above it an ornament of artificial stone in the form of a cross with a diamond head in the middle. On the storey of the tower element stands a window with fanlight, separated by a profiled artificial stone lintel. Above this light runs a second lintel over the entire width of the tower facade. Above this are relief arches of red and yellow pressed brick paired together, with a circle gathered under a large arch and with arch drums forming a masonry mosaic. The facades of the tower are ended by an embattled arch frieze of red pressed brick, supported by ornamental stone brackets. After a profiled gutter, the tower roof rises as a trapezoidal, tapered and slated (ridge coverage) spire, with short needle pinnacles on the corners serving as holders for ornamental ironwork. The highest pinnacle originally carried a weathervane of wrought iron. The projected section on the moat side has paired windows with fanlight on both storeys with simple leaded glass and niggles on either side of the sills. Below the relief consists of a lintel and paired segment arches and above of a lintel and single segment arch. Between the storeys a string course running across all facades. In the projection, well above the storey window, a second string course angles. At the transition to the parapet of the gable top, water spouts in the form of dog heads are placed at spots where water would not otherwise drain. In the gable top stand two coupled small windows, covered by a continuous lintel with above them two segment arches and in the top a cruciform ornament of artificial stone. The spout gable is finished with artificial stone bands stepped in the masonry, at the top transitioning into a stepped top which combined with a diagonally placed pinnacle carries a decorative ball. In the right bay stands the entrance section of the upper dwelling. The entrance with door has a similar design to the other entrance section, except that the fanlight is more simply framed. Above the string course line, in front of the window with double lintel, is a false balcony of ornamental ironwork. A stylised pinnacle crowns the corner of this section of facade.
On the Keyzersbuurt side, the building, which is greatly articulated on that side, is largely closed and barely decorated. On the ground floor it is somewhat extended, which breaks the slanted situation there.
INTERIOR: On the ground floor the building has been completely modernised, re-divided and extended. The first floor is partly altered, but still possesses original features, such as the staircases; towards the first storey simple and towards the attic more richly formed with among other things carved newel posts. On the first floor the large salon and the small cabinet in the tower element are brought together. The salon has a stucco ceiling with frame furnished with cartouches and a central ornament and a profiled window frame with panelled window sills. The other rooms are modernised; also on the attic, rooms have been enclosed, but the building still has its original roof truss structure.
WORTHINESS
Former bridge-keeper's dwelling with upper dwelling of general cultural-historical, architectural-historical and urban-planning importance because of
- the representative form of the original special infrastructure-supporting function near the southern exit road of the inner city;
- the outwardly well-preserved and stylistically pure Neo-Renaissance style in articulation and form and the elements in that style in the interior;
- the remarkable urban-planning location near the exit road, at the city moat and at the corner of a street, where the articulation of the building is determined by this.
Nearby in the register
- WirdumerpoortsbrugBrugunder 1 mi
- Woonhuis, Zuiderplein 2Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, Willemskade 1 CWoonhuisunder 1 mi
- MercuriusfonteinTuin, park en plantsoenunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.