Rijksmonumentenregister · Netherlands
Lutje Willink
Geesteren, Gelderland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Boerderij
- Function
- Boerderij(M1)
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1867
- Address
- Hekweg 9, 7274 DN Geesteren (Berkelland 25)
- Place
- Geesteren
- Municipality
- Berkelland
- Province
- Gelderland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.12412, 6.55060
- Part of complex
- 516404
- Monument number
- 516405
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesTU Delft LibraryDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
4 historical maps cover this location, the earliest the 1866 map "Die Preussische Provinz Sachsen" (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Omschrijving
De BOERDERIJ met voor- en achterhuis is gebouwd op een L-vormige plattegrond en is in baksteen, gemetseld in kruisverband, opgetrokken. Het voorhuis (met op de haaks op de Hekweg gelegen nokas twee schoorstenen), bestaat uit een rietgedekt schilddak, terwijl het aangekapte, deels met rietgedekte achterhuis in het lage deel van het dakschild met gesmoorde nieuw verbeterde Hollandse pan is belegd. In het afgewolfde dak van het achterhuis is een uilebord gevat. Rondom het voorhuis is een pad van klinkers aangelegd, dat aan de linkerzijgevel naar het erf leidt en ter hoogte van het middenhuis een goot bevat ter afwatering van spoel- en hemelwater. Het brede voorhuis telt in de VOORGEVEL zes vensterassen waarvan de deuropening in het linker gedeelte van de gevel is gesitueerd en door een venster (met daaronder twee draairamen als kelderlicht uitgevoerd met diefijzers), van de hoek is gescheiden. De vensters in het voorhuis zijn alle aan elkaar identiek en bestaan uit een zesruits schuifraam, waarvan de bovenste twee ruiten zijn voorzien van kathedraalglas. De ramen zijn gevat tussen een gecementeerde lekdorpel en een 11/2-steense streklaag. Luiken met kraalschroten flankeren de vensters. De kozijnen van de (moderne) deur met vier deurruiten rust op hardstenen neuten. Boven de deur bevindt zich een door een verticale roede gedeeld tweeruits bovenlicht, bestaand uit kathedraalglas. Een 11/2-steens streklaag beëindigt de deuropening. Tussen het tweede en derde venster van rechts vermeldt een gevelsteen: 'RLW/ALW/ HDD/1867'. Onder de daklijst zijn zes zolderraampjes opgenomen. In de merendeels blind uitgevoerde LINKER ZIJGEVEL van het voorhuis is enkel een venster opgenomen dat aan de linkerzijde grenst aan het middenhuis. De twee kelderlichten in het rechter gedeelte zijn evenals de twee zolderraampjes identiek aan hun varianten die in de voorgevel voorkomen en beschreven zijn. In de RECHTER ZIJGEVEL van het voorhuis bevinden zich zowel twee vensters als twee zolderraampjes van het reeds omschreven type uit de voorgevel.In het INTERIEUR van het voorhuis is onder meer van belang de z.g. 'mooie kamer' met een houten schouw die is voorzien van robuuste consoles. Het achterhuis met aangrenzende schuur wordt vanuit het voorhuis linksom als één massa beschreven. De LINKER ZIJGEVEL van het achterhuis bezit van links naar rechts gezien de volgende onderdelen. In een nieuw opgetrokken halfsteens metselverband zijn zes tweeruits betonnen stalraampjes geplaatst. Het middenhuis (kruisverband) heeft een klein vierkant venster met vierruits raam. De opgeklampte enkelruits deur, wordt door een klein enkelruits raam links geflankeerd. Deur en raam zijn geplaatst onder een in het achterhuis aangekapt platdak. Beide vensters in dit gedeelte van de linkerzijgevel zijn voorzien van diefijzers en rusten op een gecementeerde lekdorpel. In het met pannen gedekte gedeelte van het zadeldak bevindt zich een tweeruits dakraam. De ACHTERGEVEL is symmetrisch van opzet en dateert uit '1870', aldus de sluitsteen boven de dubbele deeldeur met middeler (in een onderschoer) die door een 11/2-steens korfboog met drie gepleisterde sluit- en aanzetstenen wordt beëindigd. Ter weerszijden bevindt zich een rondboogvenster met enkelruits raam, rustend op een hardstenen lekdorpel en door een koppenlaag omgeven waarin vijf gepleisterde sluit- en aanzetstenen. In de linkerzijde van de gevel zijn twee, in de rechter is er één kleine staldeur geplaatst, die door eensteens korfbogen worden beëindigd. Deze deuren bezitten behalve drie gepleisterde sluit- en aanzetstenen in de korfbogen, ieder nog aan één zijde van de deuren een vierde gepleisterde steen. Onder de licht overkragende pannen wordt de gevel afgesloten door een uitgemetselde rollaag met afgeronde hoeken. Gesneden windveren sluiten het dakvlak af. De achtergevel van de linker schuur (sluitsteen: '1911') vertoont gelijkenis met de schuur rechts. De aan de zuidzijde van het achterhuis grenzende schuur is in grauwe baksteen, in kruisverband, opgetrokken. Het in slechte staat verkerende dak is deels door nieuw verbeterde pan gedekt; het noordelijke dakschild is voorzien van eterniet golfplaten. In plaats van terugliggende inrijdeuren zoals de hiervoor besproken schuur bezit deze gevel, dubbele opgeklampte deeldeuren, aansluitend het gevelvlak. Behalve in de, met gepleisterde sluit- en aanzetstenen voorziene korfboog, komt ook in de dagkanten van de deur een gepleisterd blok voor. De ter weerszijden van de deuren geplaatste rondboogvensters, tesamen met de rechts in de gevel zich bevindende staldeur zijn identiek aan die, die in de achtergevel van het achterhuis voorkomen. De linker staldeur bestaat uit een moderne schuifdeur. De gevel wordt door eenzelfde rollaag onder de pannen als in de naastgelegen gevel van de rechtse schuur afgesloten. Het met betonnen Muldenpan gedekte schilddak is op de kepers voorzien van zinkslabben. Tussen de twee schuren bevindt zich een zakgoot. Dezelfde gesneden windveren als in de naast gelegen achtergevel van het achterhuis sluiten hier het dakvlak af. Het INTERIEUR van het achterhuis telt zes door ankerbalken onderverdeelde gebintvakken. Tegen de muur van het voorhuis bevindt zich aan de taszolder een zg. 'hekselsnijder' (voersnij-apparaat). De RECHTER ZIJGEVEL bezit vier getoogde stalraampjes, waarvan drie van het type 'spinnekop', de vierde geheel links is modern. Zij bezitten zowel eensteens lek- als bovendorpel. In het midden van de gevel is een opgeklampte, recht afgesloten staldeur opgenomen.De VOORGEVEL van de rechterschuur ligt in het verlengde van de achtergevel van het voorhuis en is er deels ingeschoven. Gelijkvloers zijn twee moderne vensters aangebracht met tweeruits klapramen met een bovenlicht eveneens als tweeruits klapraam uitgevoerd. Beide zijn door een halfsteens segmentboog boven een blind boogveld afgesloten. De kozijnen rusten op een betonnen lekdorpel. Geheel rechts in de gevel bevindt zich een modern venster ter plaatse van een staldeur die door eensteens segmentboog wordt afgesloten. In de verdieping komen twee getoogde zoldervensters voor, met meerruits indeling. Zij zijn geklemd tussen een halfsteens segmentboog en een lekdorpel bestaande uit een rollaag. Het INTERIEUR van de aangrenzende schuur van hetzelfde type als het achterhuis bevat drie gebintvakken die aansluiten op een varkensstal gesitueerd tegen de westgevel (voorgevel voorhuis).
Waardering
BOERDERIJ MET AANGEBOUWDE SCHUUR daterend uit tweede helft 19de eeuw en uitgebreid in het eerste kwart 20ste eeuw.
- Van architectuurhistorisch belang als goed voorbeeld van een boerderij uit de tweede helft van de 19de eeuw en het eerste kwart van de negentiende eeuw. Het voorhuis is onder meer bijzonder vanwege de brede opzet. De boerderij is in relatie tot de bijgebouwen van belang.
- Van stedenbouwkundig belang als essentieel onderdeel van het boerderijcomplex Lutje Willink.
- Van cultuurhistorische waarde vanwege de naamgeving Lutje Willink en de door vererving daarvan afgeleide benamingen als Klein Willink, Groot Willink en Nieuw Groot Willink. Boerderijen met deze benamingen zijn alle ten zuiden van de Hekweg te vinden. Het complex geeft tevens, o.a. vanwege de compleetheid van de erfbebouwing, een bijzonder goed beeld van het agrarische leven in de Achterhoek in de periode 1850-1940.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Description
The FARMHOUSE with front and rear sections is built on an L-shaped floor plan and is constructed in brick, laid in English bond. The front house (with on the wing perpendicular to the Hekweg situated kiln two chimneys), consists of a reed-thatched hipped roof, whilst the adjoined, partly reed-thatched rear house in the low part of the roof slope is covered with improved Dutch pantile. In the hipped roof of the rear house a louvre board is inserted. Around the front house a path of clinker bricks is laid, which leads from the left gable side to the yard and at the level of the middle section contains a gutter for drainage of wash and rainwater. The broad front house has in the FRONT FACADE six window bays of which the door opening is situated in the left part of the facade and is separated from the corner by a window (with below it two casement windows executed as a cellar light with theft bars). The windows in the front house are all identical to each other and consist of a six-pane sash window, of which the top two panes are provided with cathedral glass. The frames are set between a cemented drip sill and a 1½-brick stretcher course. Shutters with beaded edges flank the windows. The frames of the (modern) door with four door panes rest on hardstone sills. Above the door is a two-pane fanlight divided by a vertical glazing bar, consisting of cathedral glass. A 1½-brick stretcher course terminates the door opening. Between the second and third window from the right a wall stone states: 'RLW/ALW/ HDD/1867'. Under the roof cornice six attic windows are incorporated. In the mostly blank LEFT GABLE of the front house only one window is incorporated which borders on the left side to the middle section. The two cellar lights in the right part are like the two attic windows identical to their variants which occur in the front facade and are described. In the RIGHT GABLE of the front house both two windows and two attic windows of the already described type from the front facade are located. In the INTERIOR of the front house of note is among others the so-called 'fine room' with a wooden chimney breast which is provided with robust corbels. The rear house with adjoining barn is described from the front house turning left as one mass. The LEFT GABLE of the rear house possesses from left to right the following components. In a newly constructed half-brick bond six two-pane concrete stable windows are placed. The middle section (English bond) has a small square window with four-pane frame. The clamped single-pane door, is flanked on the left by a small single-pane window. Door and window are placed under a flat roof adjoined to the rear house. Both windows in this part of the left gable are provided with theft bars and rest on a cemented drip sill. In the pantile-covered part of the gabled roof a two-pane roof window is located. The REAR FACADE is symmetrical in layout and dates from '1870', thus the voussoir above the double split door with centre mullion (in a threshold) which is terminated by a 1½-brick segmental arch with three plastered voussoirs and springers. On either side is a round-arch window with single-pane frame, resting on a hardstone drip sill and surrounded by a brick course in which five plastered voussoirs and springers. On the left side of the facade two, on the right one small stable door is placed, which is terminated by one-brick segmental arches. These doors possess besides three plastered voussoirs and springers in the arches, each also on one side of the doors a fourth plastered stone. Under the slightly overhanging pantiles the facade is closed off by a struck roll course with rounded corners. Cut wind braces close off the roof plane. The rear facade of the left barn (voussoir: '1911') shows similarity with the barn on the right. The barn bordering the south side of the rear house is constructed in grey brick, in English bond. The roof in poor condition is partly covered with improved pantile; the northern roof slope is provided with asbestos corrugated sheets. Instead of recessed carriage doors as the previously discussed barn, this facade has double clamped split doors, adjoining the facade surface. Besides in the segmental arch provided with plastered voussoirs and springers, a plastered block also occurs in the day joints of the door. The round-arch windows placed on either side of the doors, together with the stable door located on the right in the facade are identical to those which occur in the rear facade of the rear house. The left stable door consists of a modern sliding door. The facade is closed off by the same roll course under the pantiles as in the adjacent facade of the right barn. The hipped roof covered with concrete Mulden pantile is provided on the rafters with zinc sheets. Between the two barns is a valley gutter. The same cut wind braces as in the adjacent rear facade of the rear house close off the roof plane here. The INTERIOR of the rear house contains six cruck bays subdivided by tie beams. Against the wall of the front house there is on the loft a so-called 'hesel cutter' (forage-cutting apparatus). The RIGHT GABLE possesses four arched stable windows, of which three of the type 'spiderweb', the fourth fully on the left is modern. They possess both one-brick drip and over-dorpel. In the middle of the facade a clamped, straight-ended stable door is incorporated. The FRONT FACADE of the right barn lies in the extension of the rear facade of the front house and is partly recessed into it. At ground level two modern windows are inserted with two-pane casement windows with a fanlight equally executed as two-pane casement window. Both are closed off by a half-brick segmental arch above a blind arch field. The frames rest on a concrete drip sill. Far right in the facade is a modern window in place of a stable door which is closed off by a one-brick segmental arch. On the upper storey two arched attic windows occur, with multi-pane glazing. They are wedged between a half-brick segmental arch and a drip sill consisting of a roll course. The INTERIOR of the adjoining barn of the same type as the rear house contains three cruck bays which adjoin a pig sty situated against the west gable (front facade front house).
Valuation
FARMHOUSE WITH ADJOINED BARN dating from the second half of the 19th century and extended in the first quarter of the 20th century.
- Of architectural-historical importance as a good example of a farmhouse from the second half of the 19th century and the first quarter of the nineteenth century. The front house is notably special because of the broad layout. The farmhouse is important in relation to the outbuildings.
- Of urban planning importance as an essential component of the Lutje Willink farm complex.
- Of cultural-historical value because of the naming Lutje Willink and the names derived from it by inheritance such as Klein Willink, Groot Willink and Nieuw Groot Willink. Farmhouses with these names are all found to the south of the Hekweg. The complex also gives, amongst other reasons because of the completeness of the yard buildings, a particularly good image of agricultural life in the Achterhoek in the period 1850-1940.
Nearby in the register
- Bakhuis, Hekweg bij 9Boerderijunder 1 mi
- Schuur(M), Hekweg bij 9Boerderijunder 1 mi
- Synagoge, Weverstraat 4Kerk en kerkonderdeel1 mi
- Mikwe, Weverstraat bij 4Kerk en kerkonderdeel1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.