Rijksmonumentenregister · Netherlands
Pastorie(F), Tsjerkebuorren 1
Easterein, Fryslân, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kerkelijke dienstwoning
- Function
- Pastorie(F)
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1861
- Address
- Tsjerkebuorren 1, 8734 GX Easterein (Súdwest-Fryslân 21)
- Place
- Easterein
- Municipality
- Súdwest-Fryslân
- Province
- Fryslân
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 53.09781, 5.61980
- Part of complex
- 516333
- Monument number
- 516334
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamDigital Commonwealth, Boston Public LibraryDavid Rumsey Map Collection, Stanford LibrariesDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
5 historical maps cover this location, the earliest the 1829 map "Choro-topographische kaart der Noordelijke provincien van het Koningrijk der Nederlanden" (Digital Commonwealth, Boston Public Library).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
De PASTORIE is in eclectische trant gebouwd en is volgens de gedenksteen gebouwd in 1861 onder toezicht van Pieter Jans Jaarsma en Jelle Arjens Timmenga door timmerman Hendrik Wouda. Gezien de grote overeenkomsten met de eveneens beschermde pastorie aan de Sluytermanwei 6 te Jorwerd zou de pastorie kunnen worden toegeschreven aan J. Swart uit Arum. De pastorie ligt op een omgracht terrein, grenzend aan de noordzijde van de eveneens van rijkswege beschermde kerk met kerkhof, die ook op een eiland liggen.
Omschrijving
De pastorie heeft een nagenoeg vierkante plattegrond en bestaat uit één bouwlaag met een afgeknot schilddak met op de hoeken vier schoorstenen met schoorsteenborden en op de dakschilden zwarte geglazuurde Hollandse pannen; op het voorschild liggen zwarte geglazuurde, gegolfde Friese pannen liggen. De gevels zijn gemetseld in bruine baksteen in staand verband met een knipvoeg. De voorgevel is verticaal geleed door een natuurstenen plint, een doorlopende hardstenen dorpel ter hoogte van de vensterbanken en een gepleisterde gevellijst. De gevel is horizontaal geleed door hoeklisenen en een middenrisaliet, dat doorloopt in een gemetselde dakkapel onder lichthellend zadeldak. Alleen de hoeklisenen hebben gepleisterde spiegelvlakken met lijstwerk. De overige gevels zijn soberder uitgevoerd: de plint is gepleisterd en de wenkbrauwbogen boven de ramen ontbreken.
In de voorgevel tweemaal twee T-vensters met spiegellijstkozijnen aan weerszijden van het middenrisaliet. De lichtopeningen hebben een wenkbrauwboog op consoles met een kuif. Het gevelvlak van het middenrisaliet ligt verdiept. In de eerste bouwlaag een portiek met een tweetreeds hardstenen stoep; porte brisée met paneeldeuren en middenstijl met gietijzeren roosters met leeuwenkoppen voor een glaspaneel. Het plafond en de zijwanden van het ondiepe portiek zijn gepleisterd en versierd met lijstwerk.
Op de stoep gepaarde gietijzeren kolommen die een houten balkon ondersteunen. De kolommen zijn versierd met getordeerde en rechte cannelures, bloemversieringen en composietkapitelen.
Het middenrisaliet wordt horizontaal geleed door het balkon met een smeedijzeren balustrade. De dakkapel heeft een keperboogvormige afsluiting en een porte brisée met glaspanelen. De deuropening wordt aan de bovenzijde afgesloten door een gepleisterd opzetstuk met een dierenkop.
De westgevel is nagenoeg symmetrisch ingedeeld, met een accent in het midden: een tweetreeds hardstenen stoep en tuindeur, een deuromlijsting met hoofdgestel; in het dakschild een houten dakkapel.
Aan weerszijden van de tuindeuren een recht gesloten T-venster. In de gevelwanden aan beide zijden twee getoogde lichtopeningen: drie T-vensters en een porte brisée tuindeur.
De achtergevel (noord) is nagenoeg symmetrisch ingedeeld met een middenrisaliet, opgetrokken tot een gemetselde dakkapel. Het middenrisaliet is twee raamtraveeën breed en bevat van onder naar boven: twee provisiekelderramen met diefijzers; twee door een vensterbank gekoppelde en getoogde T-vensters met een eenvoudige wenkbrauwboog op consoles; een vlakke, gepleisterde gevellijst ter hoogte van de lijstgoot; twee halfrond gesloten vensters in de dakkapel, onderling gekoppeld ter hoogte van de vensterbanken en verbindingen tussen de gepleisterde omlijsting van de bovenramen. In de bovenramen van de dakkapel een levensboom in neo-maniëristische trant. De drie muurdammen hebben een gepleisterd spiegelvlak; tussen de bovenlichten van beide ramen is een gepleisterd rond vlak aangebracht. De gootlijst heeft een eenvoudige, gezaagde versiering.
De oostgevel heeft onder meer twee T-vensters in spiegellijstkozijnen, waartussen een grote hardstenen gedenksteen (gesigneerd K. v. S. Greve); twee deuren, waarvan één met glaspanelen; in de bovenlichten van de deuren een levensboom in neo-maniëristische trant. De gedenksteen heeft hoekornamenten (acanthusbladeren) en het opschrift luidt: Deze Pastorij is gesticht in het jaar 1861 onder de Admin; van H.H. Kerkvoogden, ATE SJOERD YPMA SJOERD JAN HEEG ATE KLAZES WIERSMA. De eerste steen is gelegd den 29 Mei door den WelEerw. Zeergel: Heer WILLEM ARNOLD BEKKING en gebouwd onder toezicht van PIETER JANS JAARSMA JELLE ARJENS TIMMENGA door HENDRIK WOUDA.
Het INTERIEUR heeft een symmetrische indeling bestaande uit een centrale gang met aan weerszijden vertrekken en een dwarsgang. Tot waardevolle elementen behoren onder meer: de met marmer bevloerde gang en het stucwerk (omlijstingen en medaillons met symbolische voorstellingen) op de wand, het plafond en de gepleisterde boog, de verhoging naar het achterhuis met deur, kamerdeuren met hang- en sluitwerk; in de kamers onder meer: marmeren schoorsteenmantel, stucplafonds, kamerblinden en vensterbanken.
Waardering
De pastorie uit 1861, wellicht naar ontwerp van F. Swart, in eclectische trant is van algemeen cultuurhistorisch en architectuurhistorisch belang:
- als bijzondere uitdrukking van een historische kerkelijke situatie, namelijk door de ligging ten opzichte van de kerk,
- vanwege de hoogwaardige esthetische kwaliteit van het ontwerp;
- vanwege het bijzondere materiaalgebruik en de ornamentiek van zowel exterieur als interieur;
- vanwege de hoge mate van architectonische gaafheid van het exterieur;
- vanwege de betekenis van het object als essentieel onderdeel van het complex en als onderdeel van het beschermd dorpsgezicht dat van nationaal belang is;
- in relatie tot de structurele gaafheid van het dorp;
- vanwege de architectonische gaafheid van het interieur.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
The PARSONAGE is built in eclectic style and according to the commemorative stone was built in 1861 under the supervision of Pieter Jans Jaarsma and Jelle Arjens Timmenga by carpenter Hendrik Wouda. Given the great similarities with the likewise protected parsonage at Sluytermanwei 6 in Jorwerd, the parsonage could be attributed to J. Swart from Arum. The parsonage is situated on an embanked plot, bordering on the north side of the likewise nationally protected church with churchyard, which also lie on an island.
Description
The parsonage has an almost square floor plan and consists of one storey with a truncated hipped roof with four chimneys with chimney boards on the corners and on the roof panels black glazed Dutch tiles; on the front roof panel black glazed, corrugated Frisian tiles lie. The facades are built of brown brick in running bond with a tuck joint. The front facade is vertically articulated by a natural stone plinth, a continuous freestone windowsill at the height of the window ledges and a rendered facade cornice. The facade is horizontally articulated by corner pilasters and a central risalit, which continues into a brick dormer under a gently pitched gabled roof. Only the corner pilasters have rendered field panels with mouldings. The other facades are executed more soberly: the plinth is rendered and the eyebrow arches above the windows are absent.
In the front facade twice two T-windows with mirror-frame casements on either side of the central risalit. The window openings have an eyebrow arch on consoles with a hood. The facade plane of the central risalit is set back. In the first storey a portico with a two-step freestone staircase; French casement door with panel doors and central post with cast-iron grilles with lion heads for a glass panel. The ceiling and side walls of the shallow portico are rendered and decorated with mouldings.
On the staircase paired cast-iron columns supporting a wooden balcony. The columns are decorated with twisted and straight fluting, flower ornaments and composite capitals.
The central risalit is horizontally articulated by the balcony with a wrought-iron balustrade. The dormer has a herringbone-arch closure and a French casement door with glass panels. The door opening is closed at the top by a rendered superstructure with an animal head.
The west facade is almost symmetrically arranged, with an accent in the middle: a two-step freestone staircase and garden door, a door frame with entablature; in the roof panel a wooden dormer.
On either side of the garden doors a straight closed T-window. In the gable walls on both sides two arched window openings: three T-windows and a French casement garden door.
The rear facade (north) is almost symmetrically arranged with a central risalit, built up to a brick dormer. The central risalit is two window bays wide and contains from bottom to top: two provision cellar windows with theft bars; two T-windows coupled by a window ledge and arched with a simple eyebrow arch on consoles; a flat, rendered facade cornice at the height of the gutter moulding; two half-round closed windows in the dormer, coupled together at the height of the window ledges and connections between the rendered frame of the upper windows. In the upper windows of the dormer a tree of life in neo-mannerist style. The three wall piers have a rendered field panel; between the fanlights of both windows a rendered round panel has been installed. The gutter moulding has a simple, sawn decoration.
The east facade has among others two T-windows in mirror-frame casements, between which a large freestone commemorative stone (signed K. v. S. Greve); two doors, one of which has glass panels; in the fanlights of the doors a tree of life in neo-mannerist style. The commemorative stone has corner ornaments (acanthus leaves) and the inscription reads: This Parsonage was founded in the year 1861 under the Admin: of H.H. Churchwardens, ATE SJOERD YPMA SJOERD JAN HEEG ATE KLAZES WIERSMA. The first stone was laid on 29 May by the Reverend and Very Learned Mr WILLEM ARNOLD BEKKING and built under the supervision of PIETER JANS JAARSMA JELLE ARJENS TIMMENGA by HENDRIK WOUDA.
The INTERIOR has a symmetrical layout consisting of a central hallway with rooms on either side and a cross-passage. Valuable elements include: the marble-floored hallway and the stuccowork (framings and medallions with symbolic representations) on the wall, the ceiling and the rendered arch, the elevation towards the rear section with door, room doors with hinges and fastenings; in the rooms among others: marble fireplace mantel, stucco ceilings, room blinds and window ledges.
Valuation
The parsonage of 1861, possibly designed by F. Swart, in eclectic style is of general cultural-historical and architectural-historical importance:
- as a particular expression of a historical ecclesiastical situation, namely by its location in relation to the church,
- because of the high-quality aesthetic qualities of the design;
- because of the distinctive material use and ornamentation of both exterior and interior;
- because of the high degree of architectural integrity of the exterior;
- because of the significance of the object as an essential component of the complex and as part of the protected village landscape which is of national importance;
- in relation to the structural integrity of the village;
- because of the architectural integrity of the interior.
Nearby in the register
- Tuin, Tsjerkebuorren bij 1Tuin, park en plantsoenunder 1 mi
- Koetshuis(L), Tsjerkebuorren bij 1Bijgebouwen kastelen enz.under 1 mi
- Voetgangersbrug, Tsjerkebuorren bij 1Brugunder 1 mi
- Woonhuis, Foarbuorren 2Woonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.