Rijksmonumentenregister · Netherlands
Woonhuis, de Gast 54
Zuidhorn, Groningen, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Woonhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1910 - 1911
- Address
- de Gast 54, 9801 AG Zuidhorn (Westerkwartier 20)
- Place
- Zuidhorn
- Municipality
- Westerkwartier
- Province
- Groningen
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 53.25180, 6.40098
- Part of complex
- 516297
- Monument number
- 516298
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
3 historical maps cover this location, the earliest the 1904 map "Bl. 4 Groningen, 1904" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Omschrijving
RENTENIERSWONING met aangebouwd KOETSHUIS gebouwd in 1910-11 in een Overgangsarchitectuur met Art Nouveau en Chaletstijl elementen.
De één verdieping hoge, deels onderkelderde RENTENIERSWONING op nagenoeg rechthoekige plattegrond is opgetrokken in rode baksteen dat halverwege is witgepleisterd op een trasraam van bruinpaarse baksteen, deels afgezet met een bruine geglazuurde steen, en wordt gedekt door een samengestelde kap waarop oranje geglazuurde kruispannen (achterzijde donkere muldenpannen); strakke houten windveren; keramische pirons; overkragende houten goot op klossen; niet-originele dakkapel op het noordelijk dakvlak; witgepleisterd fries gedecoreerd met rode baksteen; vakwerk in topgevel met wolfeind aan voorzijde. De gevels worden geleed door H-vensters met in de bovenlichten decoratieve houten roedenverdeling waarin deels geel glas onder een getoogde roodbakstenen strek met gepleisterde sluit- en aanzetstenen en witgepleisterde trommel gedecoreerd met rode baksteen; onderdorpel van bruine geglazuurde dorpelstenen.
In de risalerende topgevel met wolfeind links van de voorgevel (oostzijde) een driezijdige erker deels onder schilddak waarin drie H-vensters. Boven de erker een balkon met balustrade van gepleisterde pijlers waartussen een ijzeren hekwerk met Art Nouveau motieven; dubbele houten balkondeuren waarin glas (roedenverdeling verdwenen) omlijst met rode baksteen. In het rechter geveldeel twee H-vensters.
In het risalerende linker geveldeel van de zuidgevel een H-venster en een houten paneeldeur waarin glas met bovenlicht waarin decoratieve roedenverdeling waarvoor een vernieuwde houten trap. In het schuine geveldeel rechts van de deur een H-venster. Boven dit geveldeel is het dak doorgetrokken; aan de voorzijde houten beschot. In het rechter geveldeel een H-venster.
Aan de linkerzijde van de achtergevel (westzijde) een niet-origineel liggend venster, waaronder een niet-origineel verlaagd keldervenster, een klein staand venster onder roodbakstenen strek en een houten paneeldeur waarin glas met bovenlicht onder roodbakstenen strek waarvoor een twee treden hoge aangesmeerde stoep. Het koetshuis is tegen de achtergevel aangebouwd.
De entree in uitgebouwd portiek bevindt zich centraal in de noordgevel en bestaat uit een houten paneeldeur met bovenlicht waarin decoratieve roedenverdeling waarnaast een smal tweedelig venster; drie treden hoge hardstenen stoep waarop een opengewerkte houten balustrade; rechts een H-venster. Het portiek wordt gevormd door het dak dat boven de entree is doorgetrokken en wordt gedragen door een houten pijler; houten vakwerk-achtig fries; aan de voorzijde houten beschot. In het geveldeel links van de entree een H-venster. In de risalerende topgevel met wolfeind rechts van de entree twee H-vensters (roedenverdeling verdwenen), een niet-origineel kelderraam en in de top een liggend venster.
In het INTERIEUR zijn ondermeer van belang: de houten paneeldeuren deels met glas met houten omlijsting, in de tochthal de granito vloer, de dubbele houten tochtdeuren waarin geëtst glas met vierruits bovenlicht waarin geel glas, in de hal het stucplafond, de granito vloer en de houten bordestrap met houten leuning, in de gang de wit/bruine tegelvloer, in de woonkamer de geaderde bruinmarmeren schouw waarboven gestucte pilasters en de houten lambrizering, in de kamer op zolder het Franse bed met houten omlijsting.
Het KOETSHUIS op rechthoekige plattegrond is opgetrokken in rode baksteen, aan de bovenzijde witgeschilderd, op een trasraam van bruinpaarse baksteen en wordt gedekt door een schilddak waarop donkere muldenpannen; houten goot klossen.
In de noordgevel dubbele getoogde houten deuren waarin glas onder roodbakstenen strek.
In de zuidgevel een getoogd staand venster met ijzeren roedenverdeling onder roodbakstenen rollaag.
In de westgevel (achterzijde) een houten deur onder roodbakstenen strek waarnaast een getoogd staand venster met ijzeren roedenverdeling onder roodbakstenen rollaag.
Waardering
Rentenierswoning met aangebouwd koetshuis van algemeen belang vanwege architectuur- en cultuurhistorische waarde:
- als voorbeeld van een rentenierswoning met aangebouwd koetshuis uit 1910-11 in de provincie Groningen in een Overgangsarchitectuur met Art Nouveau en Chaletstijl-elementen
- vanwege de opvallende vormgeving en fraaie detaillering
- vanwege de vrij hoge mate van gaafheid van zowel exterieur als delen van het interieur
- als goed voorbeeld van het oeuvre van architect J. Siekman
- vanwege de fraaie ligging in het als beschermd gezicht voorgedragen gebied De Gast.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Description
RENTIER'S RESIDENCE with adjoining CARRIAGE HOUSE built in 1910-11 in a Transitional architecture with Art Nouveau and Chalet style elements.
The single-storey RENTIER'S RESIDENCE, partly cellared, on an approximately rectangular plan is constructed in red brick that is whitewashed halfway up on a plinth of dark purple brick, partly edged with a brown glazed brick, and is covered by a composite roof truss structure with orange glazed ridge tiles (rear side dark plain clay tiles); tight wooden wind braces; ceramic ridge ornaments; overhanging wooden gutter on corbels; non-original dormer on the northern roof plane; whitewashed frieze decorated with red brick; half-timbering in the gable end with half-hipped end on the front facade. The facades are articulated by H-windows with in the fanlights decorative wooden glazing bars partly with yellow glass under an arched red brick stretcher with whitewashed closing and setting stones and whitewashed drum decorated with red brick; underdorpel of brown glazed dorpel stones.
In the projecting gable end with half-hipped end to the left of the front facade (east side) a three-sided bay partly under a hipped roof with three H-windows. Above the bay a balcony with balustrade of whitewashed pillars between which an iron railing with Art Nouveau motifs; double wooden balcony doors with glass (glazing bars missing) framed with red brick. In the right facade section two H-windows.
In the projecting left facade section of the south facade an H-window and a wooden panelled door with glass with fanlight with decorative glazing bars in front of which a renewed wooden staircase. In the slanting facade section to the right of the door an H-window. Above this facade section the roof is continued; on the front side wooden boarding. In the right facade section an H-window.
On the left side of the rear facade (west side) a non-original horizontal window, below it a non-original lowered cellar window, a small vertical window under red brick stretcher and a wooden panelled door with glass with fanlight under red brick stretcher in front of which a two-step high rendered stoop. The carriage house is adjoined to the rear facade.
The entrance in an extended porch is located centrally in the north facade and consists of a wooden panelled door with fanlight with decorative glazing bars beside which a narrow two-part window; a three-step high stone stoop with an openwork wooden balustrade; to the right an H-window. The porch is formed by the roof which is continued above the entrance and is supported by a wooden pillar; wooden half-timbering-like frieze; on the front side wooden boarding. In the facade section to the left of the entrance an H-window. In the projecting gable end with half-hipped end to the right of the entrance two H-windows (glazing bars missing), a non-original cellar window and at the top a horizontal window.
In the INTERIOR are notably: the wooden panelled doors partly with glass with wooden frame, in the entrance hall the polished concrete floor, the double wooden entrance doors with etched glass with four-pane fanlight with yellow glass, in the hall the stucco ceiling, the polished concrete floor and the wooden dogleg staircase with wooden handrail, in the corridor the white/brown tile floor, in the sitting room the veined brown marble fireplace above which stuccoed pilasters and the wooden wainscoting, in the attic room the French bed with wooden frame.
The CARRIAGE HOUSE on rectangular plan is constructed in red brick, whitewashed at the top, on a plinth of dark purple brick and is covered by a hipped roof with dark plain clay tiles; wooden gutter corbels.
In the north facade double arched wooden doors with glass under red brick stretcher.
In the south facade an arched vertical window with iron glazing bars under red brick roll moulding.
In the west facade (rear side) a wooden door under red brick stretcher beside which an arched vertical window with iron glazing bars under red brick roll moulding.
Valuation
Rentier's residence with adjoining carriage house of general interest on account of architectural and cultural-historical value:
- as an example of a rentier's residence with adjoining carriage house from 1910-11 in the province of Groningen in a Transitional architecture with Art Nouveau and Chalet-style elements
- on account of the striking design and fine detailing
- on account of the relatively high degree of integrity of both exterior and parts of the interior
- as a good example of the work of architect J. Siekman
- on account of the fine location in the area De Gast proposed as a protected vista.
Nearby in the register
- Schuur(M), de Gast bij 54Boerderijunder 1 mi
- Woonhuis, de Gast 51Woonhuisunder 1 mi
- Woonhuis, de Gast 44Woonhuisunder 1 mi
- Kantongerecht, de Gast 66Gerechtsgebouwunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.