TreeAlive
‹ Rijksmonumentenregister, Netherlands

Rijksmonumentenregister · Netherlands

Gemaal Lely

Wieringerwerf, Noord-Holland, Netherlands

The record

Designation
National monument (rijksmonument)
Class
Gemaal
Function
Gemaal(M3)
Category
onroerend gebouwd
Built
1928 - 1929
Address
Zuiderdijkweg 22, 1771 SH Wieringerwerf (Hollands Kroon 27)
Place
Wieringerwerf
Municipality
Hollands Kroon
Province
Noord-Holland
Country
Netherlands
Coordinates
52.77632, 5.10340
Part of complex
516080
Monument number
516081

Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.

University Library, Vrije Universiteit Amsterdam

2 historical maps cover this location, the earliest the 1928 map "Aanleg Wieringermeerdijk en gemaalput nabij Medemblik (4 Mei 1928)" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).

Get directions ↗

This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗

The register's description

Inleiding

GEMAAL Lely, gebouwd in 1928-1929 naar ontwerp van ingenieur D. Roosenburg door Hillen & Roosen en Trio Betonbouw. De elektromotoren en pompen werden geleverd door Werkspoor Amsterdam in samenwerking met N.V. Elektrotechnische Industrie, voorheen W. Smit te Slikkerveer. Het gemaal is gebouwd in de Wieringermeerdijk en rijst derhalve aan de oostzijde (polderzijde) hoger op dan aan de westzijde (IJsselmeerzijde).

Het gemaal sluit in architectuur aan bij de Nieuwe Zakelijkheid door de blokvormige witte betonnen bouwvolumes. Daarnaast zijn er andere, meer monumentale invloeden verwerkt zoals blijkt uit de symmetrie en ritmering van de gevels, uit de detaillering van de vensters en de ornamenten tussen penanten en muurvlakken.

Het exterieur is grotendeels gaaf. In 1981 verdwenen de hoogspanningsleidingen aan de zuidzijde. Het interieur onderging wijzigingen. Zo werd in 1988 de bemalingsinstallatie veranderd. Hierbij werden de elektromotoren vervangen door moderne ASEA motoren en werden de schakel- en transformatorruimtes ontruimd. In verband hiermee veranderde ook de aan de machines aangepaste siertegelvloer in de machinehal.

Omschrijving

Gemaal op bijna rechthoekig grondplan, bestaande uit drie bouwlagen onder platte daken en geheel opgetrokken in gewapend beton. De kleurstelling is wit met plaatselijk zwarte accenten. De stalen vensters zijn donkergroen. Het centrale dak heeft vier luchtkokers. De oostzijde (IJsselmeerzijde) omvat op dijkhoogte de machinehal, daarboven de schakel- en transformatorruimtes en wordt aan beide zijden geflankeerd door een verticaal volume. De verticale volumes zijn van gelijke hoogte en bevatten een verdiept veld met in het linker volume een brede hoge metalen deur en in de rechter volume een kleinere metalen deur. Naast de kleinere deur is een kleine gedenksteen met betrekking tot de dijkdoorbraak van 1945 ingemetseld: "Wieringermeer"/1945/17april-21 december", met een afbeelding van golven, polderland en glorende zon. Het centrale gevelvlak is geleed in vier horizontale niveaus die van onder naar boven terugspringen. Het eerste niveau (dijkhoogte) bevat in het midden de toegang tot de machinehal: een niet oorspronkelijke toegangsdeur met aan weerszijden een smal venster met brede onderdorpel en drie rechthoekige stalen vensters met roedeverdeling en zware onderdorpels. Het tweede niveau bevat elf identieke staande stalen vensters met roedeverdeling ter verlichting van de machinehal. De vensters zijn van elkaar gescheiden door geornamenteerde betonnen penanten die een vlakke balk onder het bordes van het derde niveau dragen. Het derde niveau bestaat uit zeven vierkante metalen schotten waarachter zich de schakelruimtes bevinden. De schotten worden gescheiden door geornamenteerde betonnen penanten die uitspringen ten opzichte van het bovenliggende gevelvlak. Het vierde niveau is blind en ongeleed. De westzijde (polderzijde) heeft drie verdiepingen, begrensd door twee verticale uitspringende volumes van gelijke hoogte. Op de begane grond wordt het polderwater door drie betonnen waterlopen naar de zuigmonden van de pompen gevoerd. De waterlopen kunnen worden afgesloten door drie schuiven die vanaf het bordes ter hoogte van de bovenliggende machinehal worden bediend. De waterlopen zijn onderling verbonden met riolen. Het bordes staat via twee deuren in verbinding met de op de verdieping gelegen machinehal. De machinehal heeft evenals aan de oostzijde elf stalen vensters met roedeverdeling. Ook hier worden de vensters van elkaar gescheiden door betonnen penanten met afsluitend ornament. Boven de machinehal de tweede verdieping met schakel- en transformatorruimtes. De tweede verdieping heeft een terugliggend gevelvlak met vijf metalen schotten, van elkaar gescheiden door betonnen penanten met horizontaal ornament. Boven in het terugliggende gevelvlak van de tweede verdieping staat in de originele belettering LELY.

De zuidzijde (zijde Medemblik) bestaat uit drie verticale gevelvlakken van verschillende hoogte: links de zuidzijde van het verticale volume als genoemd bij de westzijde; centraal een hoger opgetrokken volume; rechts de zuidzijde van het verticale volume als genoemd bij de oostzijde.

Het linker gevelvlak heeft in de eerste bouwlaag een waterdichte deur, ter hoogte van de machinehal twee smalle vensters en ter hoogte van de schakelruimte vier smalle vensters. Het uitspringende en hogere centrale gevelvlak heeft een extra uitspringende voet vanwaar zeven ribben langs het gevelvlak loodrecht omhoog gaan, elk eindigend in een rechthoekige opening waarin oorspronkelijk de hoogspanningskabels waren bevestigd. De bevestigingspunten van de kabels zijn in een symmetrisch patroon geordend. Tussen de ribben bevinden zich stalen vensterstroken. Het rechter gevelvlak is het laagst. Het bevat ter hoogte van de schakelruimte vier smalle vensters en daarboven, in de oorspronkelijke belettering, de naam LELY.

De noordzijde bestaat uit drie verticale gevelvlakken van verschillende hoogte: links de noordzijde van het verticale volume als genoemd bij de oostzijde; in het midden de kopse noordzijde van het centrale volume (begane grond, machinehal en schakelruimtes) en rechts de noordzijde van het verticale volume als genoemd bij de westzijde. Het linker gevelvlak heeft ter hoogte van de machinehal twee smalle vensters en ter hoogte van de schakelruimte drie smalle vensters. Het uitspringende centrale gevelvlak heeft net als de zuidgevel een extra uitspringende voet waarboven zeven ribben opgaan met daartussen smalle stalen vensterstroken. De ribben gaan over in een groot terugliggend stalen meerruitsvenster van de directieruimte. Het centrale gevelvlak aan de noordzijde is lager dan het centrale gevelvlak aan de zuidzijde. Het rechter gevelvlak heeft in de eerste bouwlaag een waterdichte deur, ter hoogte van de machinehal twee smalle vensters en ter hoogte van de schakelruimte twee boven elkaar gelegen reeksen van drie smalle vensters. Daarboven in de oorspronkelijke belettering de naam LELY.

Waardering

Het gemaal Lely is van algemeen belang wegens architectuur- en cultuurhistorische waarde als historisch-functioneel hoofdonderdeel van het gemaalcomplex Lely.

English translation

The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com

Introduction

PUMPING STATION Lely, built in 1928-1929 to the design of engineer D. Roosenburg by Hillen & Roosen and Trio Betonbouw. The electric motors and pumps were supplied by Werkspoor Amsterdam in collaboration with N.V. Elektrotechnische Industrie, formerly W. Smit of Slikkerveer. The pumping station was built in the Wieringermeerdijk and therefore rises higher on the east side (polder side) than on the west side (IJsselmeer side).

The pumping station is architecturally aligned with the New Objectivity through its blocky white concrete building volumes. In addition, other, more monumental influences have been incorporated, as evidenced by the symmetry and rhythm of the facades, the detailing of the windows and the ornaments between pilasters and wall surfaces.

The exterior is largely intact. In 1981 the high-voltage cables on the south side disappeared. The interior underwent modifications. For example, in 1988 the spraying installation was changed. The electric motors were replaced by modern ASEA motors and the switchgear and transformer rooms were emptied. In connection with this, the decorative tile floor adapted to the machinery in the machine hall also changed.

Description

Pumping station on an almost rectangular ground plan, consisting of three storeys under flat roofs and constructed entirely in reinforced concrete. The colour scheme is white with locally black accents. The steel windows are dark green. The central roof has four ventilation shafts. The east side (IJsselmeer side) comprises the machine hall at dike height, above it the switchgear and transformer rooms, and is flanked on both sides by a vertical volume. The vertical volumes are of equal height and contain a recessed field with in the left volume a wide high metal door and in the right volume a smaller metal door. Next to the smaller door a small memorial stone relating to the dike breach of 1945 is embedded in the masonry: "Wieringermeer"/1945/17april-21 december", with an image of waves, polder land and a glowing sun. The central facade is articulated into four horizontal levels that step back from bottom to top. The first level (dike height) contains in the centre the entrance to the machine hall: a non-original entrance door with a narrow window on either side with broad sill and three rectangular steel windows with glazing bars and heavy sills. The second level contains eleven identical tall steel windows with glazing bars for lighting the machine hall. The windows are separated from each other by ornamented concrete pilasters that carry a flat beam under the landing of the third level. The third level consists of seven square metal shutters behind which the switchgear rooms are located. The shutters are separated by ornamented concrete pilasters that project relative to the overlying facade. The fourth level is blank and unarticu­lated. The west side (polder side) has three storeys, bounded by two vertical projecting volumes of equal height. On the ground floor the polder water is conducted through three concrete water channels to the suction mouths of the pumps. The water channels can be closed by three sluices that are operated from the landing at the height of the overlying machine hall. The water channels are interconnected with sewers. The landing is connected via two doors to the machine hall located on the storey above. The machine hall has, like on the east side, eleven steel windows with glazing bars. Here too the windows are separated from each other by concrete pilasters with terminal ornament. Above the machine hall the second storey with switchgear and transformer rooms. The second storey has a recessed facade with five metal shutters, separated from each other by concrete pilasters with horizontal ornament. At the top of the recessed facade of the second storey stands in the original lettering LELY.

The south side (Medemblik side) consists of three vertical facade surfaces of different heights: on the left the south side of the vertical volume as mentioned for the west side; centrally a volume built to greater height; on the right the south side of the vertical volume as mentioned for the east side.

The left facade has on the first storey a watertight door, at the height of the machine hall two narrow windows and at the height of the switchgear room four narrow windows. The projecting and higher central facade has an additionally projecting base from which seven ribs run vertically up the facade, each ending in a rectangular opening in which the high-voltage cables were originally attached. The cable attachment points are arranged in a symmetrical pattern. Between the ribs are steel window strips. The right facade is the lowest. It contains at the height of the switchgear room four narrow windows and above, in the original lettering, the name LELY.

The north side consists of three vertical facade surfaces of different heights: on the left the north side of the vertical volume as mentioned for the east side; in the middle the gable end of the north side of the central volume (ground floor, machine hall and switchgear rooms); and on the right the north side of the vertical volume as mentioned for the west side. The left facade has at the height of the machine hall two narrow windows and at the height of the switchgear room three narrow windows. The projecting central facade has, like the south facade, an additionally projecting base above which seven ribs run with narrow steel window strips between them. The ribs lead into a large recessed steel multi-pane window of the director's office. The central facade on the north side is lower than the central facade on the south side. The right facade has on the first storey a watertight door, at the height of the machine hall two narrow windows and at the height of the switchgear room two rows of three narrow windows arranged one above the other. Above, in the original lettering, the name LELY.

Valuation

The Lely pumping station is of general importance for its architectural and cultural-historical value as a historically-functional main component of the Lely pumping station complex.

Nearby in the register

Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.

Rijksmonumentenregister data: Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, released under CC0 1.0. Record text is reproduced unchanged. Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed · CC0 1.0
See your own family's places on a living map