Rijksmonumentenregister · Netherlands
Woonhuis, Duinweg 18
Schoorl, Noord-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Woonhuis
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1914
- Address
- Duinweg 18, 1871 AC Schoorl (Bergen (NH) 27)
- Place
- Schoorl
- Municipality
- Bergen (NH)
- Province
- Noord-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.69855, 4.69324
- Monument number
- 516015
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit Amsterdam
2 historical maps cover this location, the earliest the 1905 map "Bl. 11 Amsterdam, 1905" (University Library, Vrije Universiteit Amsterdam).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Inleiding
VILLA uit 1914 in Overgangsarchitectuur met interieuronderdelen in Art Nouveau-trant en Amsterdamse Schoolstijl. De villa werd in opdracht van veehouder Hendrik Kuiper gebouwd door aannemer P. Verweel die vermoedelijk ook het ontwerp leverde. In 1930 liet bloembollenkweker Gerbrand Kieft het pand aan de linkerzijde over de volle breedte vergroten naar ontwerp van de Helderse architect G. de Beurs Gz. Gelijktijdig werd rechtsachter een kleine rechthoekige bijkeuken aangebouwd. Deze aanbouw is in 1939 naar ontwerp van de Schoorlse architect P. Wildeboer vergroot tot zijn huidige omvang. De villa ligt tegen een duinhelling aan de westzijde van de Duinweg.
Omschrijving
Op nagenoeg vierkant grondplan opgetrokken pand van één bouwlaag onder een met bruingeglazuurde muldenpannen gedekt tentdak. De zolderverdieping is voorzien van een borstwering en aan de linkerzijde tot de volle hoogte recht opgetrokken. Het tentdak wordt bekroond door een vierkante schoorsteen van rode machinale waalsteen waarop een betonnen plaat. De in dito baksteen met snijvoeg uitgevoerde buitengevels zijn voorzien van een plint in kruisverband en daarboven gemetseld in kruisverband (voorgevel) of halfsteens verband (achter- en zijgevels). Bovenaan worden de gevels afgesloten door een lijstgoot op geprofileerde gootklossen. De lekdorpels onder de vensters zijn uitgevoerd in hardsteen. De voorgevel (O) heeft links een vijfzijdige erker van twee bouwlagen onder een eveneens vijfzijdig dak dat insteekt in het tentdak en bekroond wordt door een terracotta piron. In het brede middendeel van de erker bevindt zich zowel op de parterre als de verdieping een driedelig schuifvenster en in de afgeschuinde hoeken ter weerszijden een smal schuifvenster. Het metselwerk van de erker wordt verlevendigd door gepleisterde banden ter hoogte van de boven- en onderdorpels van de vensters en dito spekblokken ter weerszijden van de wisseldorpels. In het midden van de voorgevel bevindt zich de via een hardstenen stoep van drie treden bereikbare voordeur, een paneeldeur voorzien van een draairaampje waarboven een getoogd vijfruits raam van geslepen glas en een bovenlicht. Het laatste wordt evenals de twee schuifvensters rechts van de voordeur ontlast door een segmentboog waaronder een boogvulling van afwisselend bruine en oranje geglazuurde rechthoekige tegeltjes in halfsteens verband. Onder de lijstgoot van de rechter gevelhelft bevindt zich een fries van ruitvormig gemetselde rode baksteen die zich voortzet bovenlangs de rechterzijgevel. Halverwege de genoemde lijstgoot staat een dakkapel waarvan de zijkanten bekleed zijn met rode daktegels en de voorzijde is samengesteld uit een getoogd driedelig venster waarboven een gebogen kroonlijst. In de rechterzijgevel (N) bevindt zich rechts een schuifvenster en links een smal schuifvenster.
De aanbouw tegen de linkerzijgevel (Z) is opgetrokken in rode machinale waalsteen in halfsteens verband met snijvoeg. De achterste helft van de aanbouw heeft een plat dak met overstek, de hoger opgetrokken voorste helft een omgaand U-vormig schilddak waarvan de ingezwenkte buitenste dakvlakken gedekt zijn met bruingeglazuurde daktegels met een gebogen onderzijde, en bekroond worden door een geglazuurde terracotta vorstkam. Middenachter op het schilddak staat een vierkante schoorsteen van rode machinale waalsteen. De voorste helft van de aanbouw is aan de voorzijde (O) voorzien van drie gekoppelde schuiframen en aan de linkerzijkant (Z) van een driezijdige erker met in de schuine zijden een venster met bovenlicht en in de voorzijde een via een hardstenen stoep van twee treden toegankelijke dubbele terrasdeur met bovenlicht. De erker heeft een plat dak dat evenals het omgaande schilddak voorzien is van een overstek met een gegolfde onder- en een geprofileerde bovenrand. De aanbouw met plat dak is aan de linkerzijde voorzien van een lagere uitbouw met plat dak waarin rechts een paneeldeur met raampje en links een tweedelig venster voorzien van ondoorzichtig glas. In de boven het platte dak van deze uitbouw uitstekende muurstrook van de aanbouw bevinden zich twee liggende bovenlichten. Tegen de uitbouw is linksachter een hoge vierkante schoorsteen opgetrokken van rode machinale waalsteen met een dekplaat van uitgewassen grindbeton. De achtergevel (W) van de aanbouw is voorzien van een hoog in de gevel geplaatst liggend tweedelig venster. Binnen het omgaande schilddak van de aanbouw bevindt zich een dakterras dat vanuit de villa toegankelijk is via een dubbele balkondeur rechtsboven in de linkerzijgevel. Links op de verdieping bevindt zich een schuifvenster. Ter hoogte van de boven- en onderdorpel van dit venster is de linkerzijgevel voorzien van een gepleisterde band.
De achtergevel (W) heeft van rechts naar links een dubbele paneeldeur met bovenlicht en in elke deurhelft een raam, een enkele paneeldeur met een smal zij- en bovenlicht, en links de aangebouwde bijkeuken onder een plat dak met overstek. De in 1939 tot portaal verbouwde bijkeuken vormt de verbinding met de uit dat jaar daterende uitbreiding rechtsachter. De laatste is gebouwd op een rechthoekig grondplan en één bouwlaag hoog onder een met bruingeglazuurde muldenpannen gedekt wolfsdak met de noklijn evenwijdig aan de weg. De voormalige bijkeuken en de latere aanbouw rechtsachter zijn gemetseld in rode machinale waalsteen in halfsteens verband met snijvoeg en voorzien van paneeldeuren en enkele en gekoppelde ramen van verschillend type. Het interieur van de villa en de latere aanbouwen verkeert nog grotendeels in de oorspronkelijke staat en bevat onder meer in de gang een tochtdeur die, evenals het bovenlicht erboven, voorzien is van geëtst glas met florale motieven in Art Nouveau-trant, in de kamer rechtsvoor schuifblinden aan de binnenzijde van de vensters, in de woonkamer een zwartmarmeren schouw en een stucplafond met omgaande lijst en middenornament, in de via een dubbele glas-in-looddeur toegankelijke aangebouwde kamer linksvoor een rijk uitgewerkte betegelde schouwpartij in Amsterdamse Schoolstijl en een stucplafond met een vakindeling en florale midden- en hoekornamenten, linksachter een ruime badkamer die evenals het aangrenzende toilet voorzien is van een granitovloer en een tegellambrisering welke zich voortzet rond het ligbad, in de keuken rechtsachter een aanrecht met waterpomp, en in de slaapkamer linksvoor op de eerste verdieping een zwartmarmeren schouw, een marmeren wastafel en een stucplafond met een middenornament van gestileerde brandnetels. De wanden van zijn voorzien van gestempelde en geschilderde decoratieve randen in Art Nouveau-trant.
Waardering
De villa is van algemeen belang wegens de cultuur- en architectuurhistorische waarde als grotendeels zowel uit- als inwendig gaaf bewaard gebleven voorbeeld van de karakteristieke Overgangsarchitectuur uit het eerste kwart van de twintigste eeuw met bijzondere interieuronderdelen in Art Nouveau-trant en Amsterdamse Schoolstijl. Het pand heeft tevens situationele waarde vanwege de beeldbepalende ligging tegen een duinhelling.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Introduction
VILLA from 1914 in Transitional architecture with interior components in Art Nouveau style and Amsterdam School style. The villa was built on the commission of cattle breeder Hendrik Kuiper by contractor P. Verweel who presumably also provided the design. In 1930 bulb grower Gerbrand Kieft had the building enlarged on the left side over the full width according to a design by Alkmaar architect G. de Beurs Gz. At the same time a small rectangular scullery was added at the rear right. This extension was enlarged in 1939 according to a design by Schoorl architect P. Wildeboer to its current dimensions. The villa is situated against a sand dune slope on the west side of the Duinweg.
Description
Building erected on an almost square ground plan of one storey under a tent roof covered with brown-glazed curved pantiles. The attic storey is provided with a parapet and on the left side extended to full height straight up. The tent roof is crowned by a square chimney of red machine-made Dutch brick with a concrete slab on top. The exterior walls executed in the same brick with flush joints are provided with a plinth in bond work and above it laid in bond work (front facade) or half-brick bond (rear and side facades). At the top the facades are closed off by a cornice gutter on profiled gutter brackets. The drip mouldings under the windows are executed in ashlar. The front facade (E) has on the left a five-sided bay of two storeys under an equally five-sided roof that recesses into the tent roof and is crowned by a terracotta hip tile. In the wide middle section of the bay there is on both the ground floor and the upper storey a three-part sash window and in the bevelled corners on either side a narrow sash window. The brickwork of the bay is enlivened by plastered bands at the height of the top and bottom drip mouldings of the windows and likewise ashlar blocks on either side of the alternate drip mouldings. In the centre of the front facade is the front door accessed via a three-step ashlar stoop, a panel door fitted with a casement window above which is an arched five-light window of cut glass and a fanlight. The latter, like the two sash windows to the right of the front door, is relieved by a segmental arch beneath which is a spandrel of alternating brown and orange-glazed rectangular tiles in half-brick bond. Below the cornice gutter of the right gable half is a frieze of diamond-patterned red brickwork which continues along the top of the right side facade. Halfway along the mentioned cornice gutter stands a roof dormer whose sides are clad in red roof tiles and whose front is composed of an arched three-part window above which is a curved cornice. In the right side facade (N) on the right is a sash window and on the left a narrow sash window.
The extension against the left side facade (S) is built in red machine-made Dutch brick in half-brick bond with flush joints. The rear half of the extension has a flat roof with overhang, the higher-built front half an encompassing U-shaped hipped roof whose recessed outer roof planes are covered with brown-glazed roof tiles with a curved underside, and are crowned by a glazed terracotta frost crest. In the middle rear on the hipped roof stands a square chimney of red machine-made Dutch brick. The front half of the extension is on the front (E) provided with three coupled sash windows and on the left side (S) with a three-sided bay with in the sloping sides a window with fanlight and in the front a double terrace door with fanlight accessible via a two-step ashlar stoop. The bay has a flat roof which, like the encompassing hipped roof, is provided with an overhang with a corrugated bottom and a profiled top edge. The extension with flat roof is on the left side provided with a lower outbuilding with flat roof in which on the right is a panel door with window and on the left a two-part window fitted with opaque glass. In the wall strip of the extension protruding above the flat roof of this outbuilding are two horizontal fanlights. Against the outbuilding to the rear left a high square chimney is built of red machine-made Dutch brick with a cover plate of weathered gravel concrete. The rear facade (W) of the extension is provided with a horizontal two-part window placed high in the facade. Within the encompassing hipped roof of the extension is a roof terrace which is accessible from the villa via a double balcony door in the upper right of the left side facade. On the upper storey on the left is a sash window. At the height of the top and bottom drip moulding of this window the left side facade is provided with a plastered band.
The rear facade (W) has from right to left a double panel door with fanlight and in each door half a window, a single panel door with a narrow side and fanlight, and on the left the built-in scullery under a flat roof with overhang. The scullery converted to a vestibule in 1939 forms the connection with the extension dating from that year to the rear right. The latter is built on a rectangular ground plan and one storey high under a half-hipped roof covered with brown-glazed curved pantiles with the ridge line parallel to the road. The former scullery and the later extension to the rear right are laid in red machine-made Dutch brick in half-brick bond with flush joints and provided with panel doors and single and coupled windows of different type. The interior of the villa and the later extensions is still largely in the original condition and contains among other things in the hall a draught door which, like the fanlight above it, is fitted with etched glass with floral motifs in Art Nouveau style, in the room to the front right internal sliding shutters at the windows, in the living room a black marble fireplace and a stucco ceiling with surrounding moulding and central ornament, in the built-in room to the front left accessible via a double leaded-glass door a richly executed tiled fireplace section in Amsterdam School style and a stucco ceiling with compartments and floral central and corner ornaments, to the rear left a spacious bathroom which like the adjacent toilet is provided with a granite floor and tile dados which continue around the bathtub, in the kitchen to the rear right a sink with a water pump, and in the bedroom to the front left on the first storey a black marble fireplace, a marble washbasin and a stucco ceiling with a central ornament of stylised nettles. The walls are provided with stamped and painted decorative borders in Art Nouveau style.
Valuation
The villa is of general importance for its cultural and architectural-historical value as a largely both externally and internally well-preserved example of the characteristic Transitional architecture from the first quarter of the twentieth century with special interior components in Art Nouveau style and Amsterdam School style. The building also has situational value because of its distinctive location against a sand dune slope.
Nearby in the register
- Bollenschuur, Duinweg 21 aBoerderijunder 1 mi
- Kerk, Duinweg 5Kerk en kerkonderdeelunder 1 mi
- Kerk en kerkonderdeel, Duinweg bij 5Kerk en kerkonderdeelunder 1 mi
- SpannenburgWoonhuisunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.