Rijksmonumentenregister · Netherlands
Noodkerk, Kapellaan 146
Heiloo, Noord-Holland, Netherlands
The record
- Designation
- National monument (rijksmonument)
- Class
- Kerk en kerkonderdeel
- Function
- Noodkerk
- Category
- onroerend gebouwd
- Built
- 1913
- Address
- Kapellaan 146, 1851 PE Heiloo
- Place
- Heiloo
- Province
- Noord-Holland
- Country
- Netherlands
- Coordinates
- 52.58319, 4.68817
- Part of complex
- 515992
- Monument number
- 515994
Slide toward Today to fade the historical sheet and see the modern map underneath.
University Library, Vrije Universiteit AmsterdamUniversity Library, Vrije Universiteit AmsterdamDavid Rumsey Map Collection, Stanford Libraries
3 historical maps cover this location, the earliest the 1867 map "No. VI. Deutschland, Niederlande, Belgien, Schweiz. (Germany, Netherlands, Belgium, Switzerland)." (David Rumsey Map Collection, Stanford Libraries).
This monument in the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed's register ↗
The register's description
Omschrijving
Omschrijving
De BEDEVAARTSKERK is in 1913 gebouwd als noodkerk naar ontwerp van Jan Stuyt als onderdeel van het bedevaartscomplex 'Onze Lieve Vrouwe ter Nood'. Het plan was om de noodkerk na vijftig jaar te vervangen door een basiliek, maar zover is het nooit gekomen. Eind jaren vijftig is het priesterkoor verhoogd en uitgebreid met een halfronde absis. De rode Hollandse pannen op het kerkdak zijn in 1988 vervangen door leien in maasdekking. Tegelijkertijd zijn bovenin het dak van buitenaf niet zichtbare legramen aangebracht en kregen de vensters voorzetramen. Het als dakruiter uitgevoerde klokkentorentje boven de voorgevel is meermalen vernieuwd. Het huidige exemplaar dateert uit 1996, evenals de drie door Petit en Fritsen in Aarle-Rixtel gegoten klokken. De oorspronkelijke banken zijn in de jaren vijftig vervangen door de huidige banken met handhaving van het oude bankenplan. Opvallend is de ziende kapconstructie die nog voorzien is van de originele polychromie. Vermeldenswaard zijn verder de tegelvloer en het éénklaviers Pels-orgel.
Noodkerk met rechthoekig grondplan gebouwd onder een grote gebroken kap voorzien van steekkappen achter de vijf kleine topgevels van beide zijgevels. Tegen de achtergevel (O) bevindt zich een halfronde absis (XXc) onder een kopergedekt tentdak met overstek, en rechts hiervan een gelijktijdig opgetrokken kleine rechthoekige aanbouw onder een bitumengedekt lessenaarsdak. De halfsteens buitenmuren zijn opgetrokken in rode machinale baksteen waalformaat met knipvoeg. De deur- en vensteropeningen worden ontlast door gemetselde strekken (de houten lekdorpels onder de vensters zijn van recente datum). In de vensters zit ruitvormig glas-in-lood van blank (nevenruimten naast het koor) of ondoorzichtig glas. De symmetrische voorgevel (W) heeft links, in het midden en rechts een dubbele opgeklampte deur waarboven een houten afdak in de vorm van een met rode Hollandse pannen gedekt zadeldak rustend op korte muurstijlen voorzien van korbelen. In het midden van de eerste verdieping is een twaalfruits venster aangebracht en ter weerszijden een vierruits venster. Links en rechts hiervan zit een gepleisterd ruitvormig spaarveld en daaronder een luidspreker, zodat het op hoogtijdagen ook mogelijk was buiten de mis te volgen. Bovenin de gevel bevindt zich een klein rondnis waarin een tegeltableau voorstellend Maria met kind. Het dak heeft boven de voorgevel een ruim overstek op balken. Om de hoek van de voorgevel is in beide zijgevels een drieruits venster aangebracht, en aan de kant van het koor in elke zijgevel een tweetal drieruits vensters. Tussen deze vensters tellen beide zijgevels vijf topgevels voorzien van een hoog geplaatst achtruits venster waarboven een kleine rondnis. De achtergevel (O) heeft van links naar rechts een groot zesruits venster, een paneeldeur, de halfronde absis met bovenin links en rechts een klein venster voorzien van pastelkleurig glas-in-lood, de lage aanbouw waarin twee kleine vensters en opzij (N) een paneeldeur, en rechts een groot zesruits venster. Evenals bij de voorgevel is het dak boven de achtergevel voorzien van een ruim overstek.
In het interieur rust de grote ziende kap op een houten draagconstructie bestaande uit zes verticaal beschoten en door trekstangen versterkte halfronde middenschipspanten die rusten op stijlen welke door een dwarsbalk met de zijmuur verbonden zijn. Op elke dwarsbalk zijn twee stijlen met korbeel geplaatst die het spantbeen onder het dakvlak boven de zijbeuken dragen. Onder de knik in de gebroken kap worden de stijlen in de lengterichting gekoppeld door met korbelen geschoorde langsbalken. Deze korbelen zijn aan de onderzijde kwartrond en vormen visueel een rondboogarcade tussen middenschip en zijbeuken. Op de langsbalken rusten halverwege kleinere middenschipspanten bestaande uit twee spantbenen waartussen een trekstang en een makelaar. Elke middenschipstijl bestaat uit drie in een kruisvorm geplaatste balken (twee in de lengte waartussen een in de breedte) op een gepleisterd basement in de vorm van een langwerpige achthoek. Zowel ter hoogte van de dwarsbalk als hoger, onderaan de grote middenschipspanten, zijn de stijlen voorzien van geprofileerd en gepolychromeerd lijstwerk (wit, blauw, geel, rood en groen). Alle kapbalken en gordingen hebben witte (en groene) randen. Op de vloer in de kerk liggen rode en gesmoorde tegels in schaakbordpatroon. De halfsteens muren zijn aan de binnenzijde witgepleisterd. Boven de ingang is in de eerste travee van het middenschip een houten balkon aangebracht waarvan de enkelvoudige balklaag is ingelaten in een moerbalk die gedragen wordt door de twee middenschipstijlen en twee vierkante stijlen daartussenin. Onder het balkon bevindt zich links (N) van het midden een achtzijdige houten spiltrap. Het balkon heeft een dichte houten borstwering bestaande uit stijltjes waarachter verticale rabatdelen. Het eikenhouten front heeft een klassieke opbouw met een halfronde middentoren en spitse zijtorens geflankeerd door rijk snijwerk. Een paneeldeur in beide zijmuren van het koor geeft toegang tot de in het verlengde van de zijbeuken gesitueerde nevenruimten: links (N) de sacristie en rechts een berg- en stookruimte (Z). De sacristie heeft een eikenhouten parketvloer in visgraatpatroon en een vlakke zoldering. Tegen de westwand bevindt zich een credens voorzien van vier paneeldeurtjes. Een paneeldeur in de oostmuur leidt naar de latere aanbouw waarin een klein portaal en, tegen de halfronde absis, een toiletruimte. De bergruimte heeft een balkenplafond met daarboven een kleine zolder die bereikbaar is via een houten ladder in het midden van het vertrek.
Waardering
De bedevaartskerk is van algemeen belang wegens cultuurhistorische waarde als historisch-functioneel hoofdonderdeel van het bedevaartsoord 'Onze Lieve Vrouwe ter Nood'.
English translation
The text above is the record as published by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed, in Dutch. The English below is a machine translation made by TreeAlive, not by the Rijksdienst voor het Cultureel Erfgoed; it has not been checked by a person. Where the two differ, the original is the record. Report a translation error: privacy@treealive.com
Description
Description
The PILGRIMAGE CHURCH was built in 1913 as a provisional church after a design by Jan Stuyt as part of the pilgrimage complex 'Onze Lieve Vrouwe ter Nood'. The plan was to replace the provisional church with a basilica after fifty years, but this never came to pass. At the end of the 1950s the priest's choir was raised and extended with a semicircular apse. The red Dutch tiles on the church roof were replaced in 1988 by slate in Dutch bond. At the same time ventilation frames were installed in the upper part of the roof invisible from outside and the windows received storm windows. The small belfry executed as a roof turret above the front facade has been renewed several times. The present example dates from 1996, as do the three bells cast by Petit and Fritsen in Aarle-Rixtel. The original pews were replaced in the 1950s by the present pews while retaining the old pew layout. Striking is the visible roof truss structure which still has the original polychromy. Also noteworthy are the tile floor and the single-manual Pels organ.
Provisional church with rectangular floor plan built beneath a large mansard roof provided with collar ties behind the five small gabled ends of both side facades. Against the rear facade (E) is a semicircular apse (20th century) beneath a copper-clad conical roof with overhang, and to the right of this a contemporary small rectangular extension beneath a bitumen-clad lean-to roof. The half-brick external walls are built of red machine-made brickwork, Dutch bond, with cut joint. The door and window openings are relieved by rubble arches (the wooden water collectors under the windows are of recent date). In the windows is diamond-patterned leaded glass, either clear (in the side rooms beside the choir) or opaque glass. The symmetrical front facade (W) has on the left, in the middle and on the right a double fastened door above which a wooden canopy in the form of a gabled roof covered with red Dutch tiles resting on short pilasters provided with corbels. In the middle of the first storey is a twelve-light window installed and on either side a four-light window. To the left and right of this is a plastered diamond-shaped spandrel and below it a loudspeaker, so that on major feast days it was also possible to follow the service outside. At the top of the facade is a small roundel in which a tile tableau depicting Mary with child. The roof above the front facade has a substantial overhang on beams. Around the corner of the front facade is a three-light window installed in both side facades, and at the side of the choir in each side facade two three-light windows. Between these windows both side facades count five gabled ends provided with a high-placed eight-light window above which a small roundel. The rear facade (E) has from left to right a large six-light window, a panelled door, the semicircular apse with at the top left and right a small window provided with pastel-coloured leaded glass, the low extension in which two small windows and to the side (N) a panelled door, and on the right a large six-light window. As at the front facade the roof above the rear facade is provided with a substantial overhang.
In the interior the large visible roof truss rests on a wooden load-bearing structure consisting of six vertically boarded and by tie rods reinforced semicircular nave roof trusses that rest on posts which are connected to the side wall by a cross-beam. On each cross-beam two posts with corbel are placed which carry the truss member under the roof surface above the side aisles. Under the bend in the mansard roof the posts are coupled in the length direction by longitudinal beams braced with corbels. These corbels are quarter-round at the bottom and visually form a round-arch arcade between nave and side aisles. On the longitudinal beams rest halfway smaller nave trusses consisting of two truss members between which a tie rod and a collar-tie. Each nave post consists of three beams placed in a cross shape (two in length between which one in width) on a plastered base in the form of an oblong octagon. Both at the height of the cross-beam and higher, at the bottom of the large nave trusses, the posts are provided with profiled and polychrome mouldings (white, blue, yellow, red and green). All roof beams and main beams have white (and green) edges. On the church floor lie red and mottled tiles in checkerboard pattern. The half-brick walls are plastered white on the inside. Above the entrance is in the first bay of the nave a wooden gallery installed, the simple beam layer of which is let into a tie beam which is carried by the two nave posts and two square posts in between. Under the gallery is on the left (N) of the middle an octagonal wooden spiral staircase. The gallery has a solid wooden parapet consisting of posts behind which vertical rabbet pieces. The oak front has a classical arrangement with a semicircular central tower and pointed side towers flanked by rich carving. A panelled door in both side walls of the choir gives access to the side rooms situated in the extension of the side aisles: on the left (N) the sacristy and on the right a storage and heating room (S). The sacristy has an oak parquet floor in herringbone pattern and a flat ceiling. Against the west wall is a credence provided with four panelled doors. A panelled door in the east wall leads to the later extension in which a small porch and, against the semicircular apse, a toilet room. The storage room has a beam ceiling with above it a small attic accessible via a wooden ladder in the middle of the room.
Valuation
The pilgrimage church is of general interest for reasons of cultural-historical value as a historically-functional main component of the pilgrimage site 'Onze Lieve Vrouwe ter Nood'.
Nearby in the register
- Park, Kapellaan bij 6Tuin, park en plantsoenunder 1 mi
- Kerk en kerkonderdeel, Kapellaan bij 6Kerk en kerkonderdeelunder 1 mi
- WillibrordusbeeldStraatmeubilairunder 1 mi
- MariaKapelunder 1 mi
Other entries of the same register within about three miles of this one, by straight line.